is de verzamelnaam voor Japanse erotische kunst, in het bijzonder erotische prenten en boeken uit de Edoperiode (1603–1868). De meeste shunga werden vervaardigd als ukiyo-e-houtblokprenten, maar ook andere vormen zoals schilderingen, handrollen en geïllustreerde boeken behoren tot het genre. Het woord shunga betekent letterlijk "lentebeelden", waarbij "lente" in het Japans traditioneel als eufemisme voor seksualiteit werd gebruikt.
Kenmerken Shunga werd vervaardigd als losse prenten, albums, geïllustreerde boeken en handrollen. De afbeeldingen tonen vrijages en seksuele handelingen, maar bevatten vaak ook humor, woordspelingen en verwijzingen naar het dagelijks leven. Veel werken werden voorzien van begeleidende teksten of dialogen.
Een opvallend stijlkenmerk is de onverhulde weergave van overdreven grote geslachtsdelen. Shunga behandelt uiteenlopende onderwerpen, variërend van echtelijke en buitenechtelijke relaties tot courtisanes, acteurs en scènes uit de stedelijke cultuur van de Edo-periode. Naast een erotisch doel hadden de afbeeldingen soms ook een educatieve, satirische of amuserende functie.
Het genre was nauw verbonden met de stedelijke cultuur van de Edo-periode, waaronder Yoshiwara, het door de overheid erkende prostitutiedistrict van Edo. Beroemde courtisanes en het uitgaansleven van Yoshiwara vormden belangrijke inspiratiebronnen voor kunstenaars, hun uitgevers en het publiek. In shunga komen ook deze figuren uit de populaire cultuur zoals kabuki-acteurs en sumo-worstelaars voor, naast scènes uit het dagelijks leven, literaire verhalen en fantasievoorstellingen.
Kunstenaars en verspreiding Shunga werd vervaardigd door veel van de belangrijkste ukiyo-e-kunstenaars. Tot de bekendste behoren Hishikawa Moronobu, Kitagawa Utamaro, Katsushika Hokusai, Utagawa Kuniyoshi en Utagawa Hiroshige.
Overige kunstenaars waren bijvoorbeeld: Suzuki Harunobu, Isoda Koryūsai, Torii Kiyonaga, Keisai Eisen, Utagawa Kunisada, Katsukawa Shunchō, Kawanabe Kyōsai, Miyagawa Isshō, Nishikawa Sukenobu en Yanagawa Shigenobu.
De prenten werden in grote aantallen gedrukt en verspreid onder een breed publiek in de steden van de Edo-periode. Shunga vormde een integraal onderdeel van de populaire beeldcultuur van de Edoperiode. De prenten waren bestemd voor zowel mannen als vrouwen en werden verspreid onder uiteenlopende sociale groepen, van kooplieden en ambachtslieden tot leden van de krijgersklasse. Anders dan vaak wordt verondersteld, bevond shunga zich niet aan de rand van de kunstproductie, maar maakte het een belangrijk onderdeel uit van het oeuvre van vele bekende kunstenaars.
Hoewel de overheid periodiek probeerde de verspreiding van erotische afbeeldingen te beperken, bleef de productie van shunga gedurende de gehele Edoperiode voortbestaan. Vanaf het einde van de negentiende eeuw verdwenen dergelijke prenten grotendeels uit de openbaarheid, maar sinds de twintigste eeuw worden zij steeds vaker bestudeerd als belangrijke voorbeelden van Japanse prentkunst en sociale geschiedenis.
Museale collecties Sinds de twintigste eeuw groeide de belangstelling voor shunga als kunsthistorisch en cultuurhistorisch verschijnsel. Belangrijke collecties bevinden zich onder meer in het Rijksmuseum Amsterdam, het British Museum in Londen, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, het Honolulu Museum of Art en het MAK in Wenen. Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw hebben verschillende musea omvangrijke tentoonstellingen aan shunga gewijd.
Shunga albums in het Rijksmuseum Amsterdam
Zie ook Blokdruk
Categorie:Kunst in Japan Categorie:Prentkunst Categorie:Erotische literatuur