Vorstenschool is een toneelstuk van Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker), gepubliceerd in 1872. Het stuk verhaalt over de intriges en machtsgebruik in een hofhouding: een koning die geniet van het goede leven, waar zijn vrouw zich poogt in te zetten voor haar volk. Een valse beschuldiging van overspel wordt gebruikt als leidraad in de plot van het toneelstuk. De koningin in het stuk wordt gepresenteerd als de ideale verlichte heerseres, die het allerbeste voor heeft met het volk.De Leeuwe, Multatuli, het drama en het toneel, 1950, p.77 Zij is het tegendeel van een zielloze door eigenbelang gedreven staatsman, zij is geen dweepster maar zoekt de waarheid.

Het duurde drie jaar voor een toneelgezelschap het aandurfde om het stuk op te voeren. De eerste uitvoering was op 1 maart 1875 in de schouwburg te Utrecht. Dit was het begin van een reeks voorstellingen die een hoogtepunt vormde tijdens Multatuli's leven. Vorstenschool werd tot na de Tweede Wereldoorlog regelmatig uitgevoerd. De laatste uitvoering was in 1947, door het Residentie Tooneel. Vorstenschool werd en wordt nog steeds als een icoon van Nederlandse dramakunst beschouwd.Kester Freriks, Top-100 Nederlands toneel: Ten Oorlog meest belangwekkende stuk, NRC, 5 maart 2015 In 1976 was er een bewerking voor televisie.VARA (06-05-1976) Televisiebewerking Vorstenschool door Herman Fortuin

Uitgave Het toneelstuk Vorstenschool verscheen in 1872 als IDEE 929 en 930 begin van IDEEN-IV.Multatuli, Ideen IV, G.L.Funke, Amsterdam, 1872 Deze uitgave was de eerste nieuwe tekst van Multatuli die G. L. Funke zou uitgeven na onenigheid met Dekker. De ondertitel luidde 'Vluchtige schets van 'n paar verschillende wyzen waarop hooggeplaatste personen hun roeping zouden kunnen opvatten.'dr. H.H.J. de Leeuwe, Multatuli's vorstenschool, een vorstenspiegel der negentiende eeuw in dramatische vorm, 1992

Funke had de rechten van de Max Havelaar en IDEEN-I, II en III overgenomen, en die transactie gefinancierd met een aantal goedkope edities. Dit had hij tot grote ergernis van Dekker echter gedaan zonder voornoemde daarin te betrekken.Noot bij: Mulatuli, Duizend en eenige hoofdstukken over specialiteiten, J. Waltman Jr., Delft, 1871 Zonder medewerking van Dekker, was het voor Funke niet goed mogelijk verder te gaan met zijn fonds. In een brief van 24 juli 1871 bood Funke zijn excuses aan. Dit werd het begin van een langdurige vriendschap en een productieve werkrelatie.dr. G.L.Funke, Briefwisseling tusschen Multatuli en G.L.Funke 1871-1885, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1957, p. 9 ev. Funke was bereid voor de correctie van drukproeven te betalen, en dat zorgde ervoor dat Dekker het wat breder kreeg.Henri A. Ett: De opvoeringen van Multatuli's Vorstenschool door de nieuwe Rotterdamsche Schouburg-Vereeniging gedurende het tijdvak van 1 maart 1875 tot 23 mei 1879, in: Geschriften van het Multatuli-Genootschap, IX-X, 1967John Cornelisse, Herdrukken, overdrukken en titeldrukken, dubbeldrukken en oplagen. Een bijdrage aan de drukgeschiedenis van de Ideen-bundels en Vorstenschool, in: Over Multatuli, jrg 20, nr 42. Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Amsterdam, 1999, Tom Boehm, Het stuk speelt in Duitsland, in: Over Multatuli, 52 - p.54-70, 2004John Cornelisse, Multatuli Vorstenschool, drama in vyf bedrijven en negen edities, Tekstkritische uitgave met verantwoording en een inleiding in de drukgeschiedenis door John Cornelisse, Ecomusee Voltaire, Geneve, Enkidu Pers, Philippine, 2005J.T.W.A.Cornelisse, Een zandkorrel in het raderwerk, in: Over Multatuli, 63 - p.87-103, 2009

Ontstaansgeschiedenis Het was 1867 toen Dekker wonend in Duitsland besloot om een toneelstuk te gaan schrijven. Er moest brood op de plank, vrouw en kinders moesten geholpen worden. Op 20 september schreef Dekker aan literatuurcriticus Conrad Busken HuetVW, XII, p.429 ev, dat hij met dat toneelstuk naar Nederland wil, misschien eerst een gevangenisstraf van vijftien dagen uitzitten wegens een geweld, en daarna rondtrekken met het toneel. Het is dan al half af, maar het kost hem moeite er een slot aan te maken.De Leeuwe, Multatuli het drama en het toneel, hoofdstuk 2, pag. 56 t/m 74 Op 19 november stuurt Dekker aan Huet in totaal zo'n 352 regels, ter beoordeling. Daarin de staatkundige gesprekken van Louise en de Koningin-Moeder, uit de acten I & III.

Twee weken later meldt Dekker dat drie acten klaar zijn.VW XII, p. 535 Dekker wil lezingen gaan geven: voorlezen uit het drama in Maastricht. Dat wordt afgezegd. Dekker probeert te onderhandelen met de conservatieve regering voor een rehabilitatieMultatuli, leven en werk van Eduard Douwes Dekker, Dik van der Meulen, en schrijft de brochure Nog eens: Vrije-arbeid in Nederlandsch Indie. Het drama ligt even stil, met die bespottelijke koning in het stuk...

Die onderhandelingen zullen zich nog jaren voortslepen, en uiteindelijk op niets uitdraaien. 1869 en 1870 zijn twee magere jaren, pas medio 1870 als Dekker besluit broodschrijver te worden, vloeien IDEEN-III, Divigatien over zeker soort Liberalismus en Millioenstudien uit zijn pen. IDEEN-III bevat vele stukjes drama, en Dekker weidt daarin ook uit over zijn ideeën over toneelspelen. Eind december 1871 vraagt Dekker zich af, ofVW-XIV, p.664 hij ooit Vorstenschool en Millioenen-studien zou kunnen afmaken. Het eerste deel van Millioenen-studien komt op 29 december 1871 uit. Het vele geld dat Dekker van zijn nieuwe uitgever Funke krijgt toegestuurd helpt ook. Dekker is dan ook nog altijd bezig met de drukproeven van een ander toneelstuk: "De Bruid daarboven".VW-XIV, p.78 Daar wil Dekker een "voorberichtje" bij. Dat wordt uiteindelijk het wat grotere "nawoord" bij de 4e druk. Zo kan Dekker dit jeugdwerk voor zichzelf afsluiten.

Op 31 januari 1872 stuurt Funke alle materiaal voor bundel-IV aan Dekker terug, en stelt voor om dat boek te beginnen met Vorstenschool.VW-XV, p 79 Begint Ge den 4den bundel met de Vorstenschool ? Zie dat zou prachtig zijn en furore maken. Later geven we haar natuurlijk ook apart, als de bundel compleet is. Misschien geeft de naderende lente U lust en kracht dat stuk af te werken? Ik hoop het zeer. Op dat moment is Dekker ook nog altijd in onderhandeling met Rochussen en de conservatieve regering. Dekker wilde niet dat de koning in zijn stuk werd vergeleken met koning Willem-III. Om dan Vorstenschool uit te brengen...

In de eerste weken van februari is de correctie van De bruid daarboven voltooid. Dekker belooft daar een voorberichtje bij dit jeugdwerk te schrijven. Voor Vorstenschool dacht Dekker op dat moment nog drie dagen extra nodig te hebben. Het voorwoord, wordt uiteindelijk een nawoord bij de 4e druk. Op 10 februari 1872 meldt Funke, dat hij dat stuk zeer waardeert, en dat het de waarde van de speling uit uwe jeugd zeer verhoogt.

Het is 24 maart: Dekker stuurt de acten 1 tot en met 4 aangetekend op naar Funke, en vraagt Funke het aan zijn vrouw en andere vrouwen voor te lezen. Dat gebeurt, en de Funke's zijn er best blij mee. Zonder eenigen twijfel zal dit stuk met geestdrift worden ontvangen door Uwe talrijke vereerders, schrijft Funke in zijn antwoordVW-XV, p,145 Funke stuurt de teksten direct naar de drukker, en belooft de eerste proeven zo snel mogelijk aan Dekker te doen toekomen. Voor wat de 5e acte betreft, was er geen haast. Funke oppert de mogelijkheid om een "nieuwe reeks" IDEEN te beginnen, dat zou de verkoop ten goede kunnen komen. Dekker ziet niets in dit voorstel, de reeks wordt voortgezet.

Synopsis Op een kasteel in Duitsland woont een koning met zijn hofhouding, zijn vrouw woont op haar eigen buiten. Hun huwelijk is maar zozo. Tijdens een feestje op het paleis missen de heren de eerste minister graaf Otto. Die is op dat moment op werkbezoek bij de Koningin. Lakeien worden op pad gestuurd om de man te zoeken. Die komen onverrichter zake terug, de man is niet thuis. De minister wordt verdacht gemaakt door een van de aanwezigen.

Op een trap wordt aan een toevallige passant zwijggeld betaald, en zo wordt de suggestie gewekt dat de jongedame, die daar boven aan de trap woont, de hoer zou spelen. Dit alles moet de eerste minister als alibi dienen. Haar broer zet zich voor haar in: hij gaat op zoek naar de oorzaak van de roddels. Gedurende een jachtscène wordt het de betrokkenen duidelijk hoe de vork in de steel zit. Uiteindelijk wordt de vrouw in haar eer hersteld en komt de schuldige ten val.J.T.W.A.Cornelisse: Een zandkorrel in het raderwerk, in: "Over Multatuli" jrg 31, nr.63, 2009

Bronverhaal Ook het voorwoord verdient bij Vorstenschool aandacht: daarin karakteriseerde Dekker het stuk als "pover" en door hem onachtzaam behandeld kuiperijtje, dat trouwens meermalen - ik meen zelfs in de Arabische Vertellingen - tot grondslag van romannetjes gediend heeft.VW-VI, p.13 Het was echter een wat opzichtige poging om lezers op het verkeerde been te zetten.

De plot van het drama was ontleend aan een verhaal van Michel Masson, pseudoniem van Auguste-Michel-Benoît Gaudichot(1800-1883), in die tijd een beroemd journalist en schrijver van romans en toneelstukken. Le Grain de Sable - de zandkorrel (die het raderwerk doet stoppen) - dat had Dekker gelezen, in zijn jonge jaren, voor hij door zijn vader naar Nederlandsch Indie werd meegenomen.VW-XII, p.489 Deze novelle komt uit de verhalenbundel Daniel de Lapidaire ou les Contes de l'Atelier.J.T.W.A.Cornelisse, Een zandkorrel in het raderwerk, in: Over Multatuli, 63 - p.87-103, 2009 Dit boek kwam in eerste druk uit in 1832, in vier afleveringen. De eerste twee delen onder de naam Michel Raymond, deel 3 en 4 gesigneerd met Michel Masson. De verhalenbundel beleefde in korte tijd vele herdrukken. De derde druk - in 4 delen alle op naam van Masson - was uit in 1833. Latere herdrukken bevatten minder verhalen, maar Le Grain du Sable bleef gehandhaafd. Michel Masson was een veel gelezen schrijver in die dagen.Le Grain de Sable leesbaar op het web

Dit boek ziet men in Vorstenschool terug. Zelfs de strekking van het verhaal: hol plezier, de jacht, het wangedrag van de heerser, de nobelheid en het plichtsbesef van zijn echtgenote, de hoge idealen die de beide schrijvers willen uitdragen. De nobelheid van de werkende klasse. In beide stukken is de eerste minister Graaf Otto, (Otton bij Masson) een capabele hardwerkende man.

De overeenkomsten zijn hiermee bij lange na niet uitgeput:

de van prostitutie beschuldigde jonge vrouwen verdienen hun brood met het maken van kleding, de brodeuse bij Masson is naaister bij Dekker. in beide verhalen wonen zij samen met hun broer, want hun ouders zijn reeds overleden de broer heeft zijn stervende vader beloofd te waken over de eer van zijn zus, en voor haar te zullen zorgen, als was zij zijn eigen kind in beide verhalen wordt verzucht dat die overleden ouders de schande niet meemaken, bij Masson zijn het de buren, bij Dekker is het Hanna zelf die deze kreet slaakt. er is een huwelijk in de maak, de verloofden van beide dames zijn bevriend met de broer.

In beide verhalen zijn er twee juristen. Bij Masson is het de vader van Hugues die in een nagelaten brief aan zijn zoon meldt, dat hij stopt als advocaat, aangezien hij de corruptie en perverse juridische cultuur zat is. Hij wil dat zijn zoon als handwerksman in een eerlijk vak zijn brood verdient. In VS is Van Huisde het voorbeeld van een losgeslagen advocaat. Er zijn ook eerlijke advocaten in beide stukken: de hoogbegaafde Otton van Spulgen, advocaat, arts, doctor in de wiskunde, begaafd musicus, die prachtige wetten maakt voor zijn volk. In VS is er de jurist Albert, de vriend van Hanna, die moet wachten op promotie, tot er "voldoende ministers gevallen zijn", net als de eerste minister die is, naar het oordeel van koningin Louise, een "eerlijk man".