thumb|Koor van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek met kooromgang (beneden) en koorgalerij (boven) tijdens Open Monumentendag 2023 Deze lijst van kapitelen in de kooromgang van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek geeft een overzicht van de gebeeldhouwde romaanse kapitelen in de kooromgang en de koorgalerij van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in de Nederlandse stad Maastricht. De twintig kapitelen in de kooromgang dateren uit het midden van de twaalfde eeuw. Ze tonen taferelen uit het Oude Testament en soms moeilijk te interpreteren beelden uit de middeleeuwse denkwereld. De kapitelen worden gerekend tot de beste werkstukken van het vermoedelijk in Maastricht gevestigde en in de wijde omtrek werkzame atelier van steenbeeldhouwers, het zogenaamde Heimo-atelier. Ze behoren daarmee tot de hoogtepunten van de Maaslandse kunst.Den Hartog (1992), pp. 126, 137. De tien kapitelen en acht consoles in de koorgalerij zijn van mindere kwaliteit. Ze dateren uit de vroege dertiende eeuw en markeren met hun geringere expressie de teloorgang van de romaanse beeldhouwkunst in het Maasland.

Historische achtergrond De romaanse bouwsculptuur in het oostkoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk is ontstaan rond het midden van de twaalfde eeuw. In deze periode maakte de kerk en het daaraan verbonden kapittel een bloeitijd door. Hoewel minder in aanzien dan de proosten van Sint-Servaas, bekleedden ook enkele proosten van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel belangrijke functies elders. Zo was Hendrik van Leyen, mogelijk de bouwheer van het oostkoor van de Onze-Lieve-Vrouwe, naast proost van deze kerk tevens proost van Sint-Lambertus in Luik, en later prins-bisschop van Luik en raadgever van keizer Frederik I Barbarossa.Bosman, p. 40.Den Hartog (2002), p. 115.

De kapitelenreeks van de kooromgang in de Onze-Lieve-Vrouwekerk kwam tot stand in een periode waarin de rivaliteit tussen de twee Maastrichtse kapittels een hoogtepunt bereikte. Deze wedijver hing samen met de tweeherigheid van Maastricht en werd aangewakkerd door het dispuut over de titel "voormalige kathedraal van het bisdom Tongeren-Maastricht-Luik", waarop beide kerken aanspraak maakten.Bosman, pp. 31-34. De wedijver leidde in beide kerken tot ambitieuze bouw- en verbouwcampagnes. Omstreeks 1150 werden zowel het oostkoor van de Sint-Servaaskerk als dat van de Onze-Lieve-Vrouwekerk vernieuwd; dat van de Sint-Servaas naar het voorbeeld van de (keizerlijke) Dom van Speyer, dat van de Onze-Lieve-Vrouwe naar het voorbeeld van de Sint-Lambertuskathedraal in Luik.Bosman, pp. 143-149. Bij de Onze-Lieve-Vrouwe werd zowel het exterieur als het interieur van het koor voorzien van gebeeldhouwde kapitelen. Mogelijk werd tezelfdertijd de kloostergang vernieuwd en eveneens van kapitelen voorzien.Bosman, p. 61.

thumb|left|175px|'Steenmetsen' op kapiteel 26, westwerk St-Servaaskerk De Nederlandse kunsthistorica Elizabeth den Hartog geldt als expert op het gebied van de Maaslandse sculptuur in het algemeen, en die te Maastricht in het bijzonder.'Heimo blijft geheim', in: Trouw, 28 juni 2002. In een reeks wetenschappelijke publicaties toonde zij aan dat een groot aantal twaalfde-eeuwse sculpturen in onder andere Maastricht, Luik, Hoei, Tongeren, Borgloon, Sint Odiliënberg, Rolduc, Aken-Burtscheid, Bonn, Essen, Eisenach en Utrecht nauw met elkaar verwant zijn en vervaardigd zijn door één of meerdere met elkaar verwante beeldhouwateliers, mogelijk uit Noord-Italië afkomstig. Tussen 1140 tot 1170 was een dergelijk atelier van steenbeeldhouwers of 'metsen' waarschijnlijk permanent in Maastricht gevestigd. Deze groep, die ook de Sint-Servaaskerk van beeldhouwwerk voorzag, wordt aangeduid als het Heimo-atelier, naar de voorzijde van kapiteel nr. 10 in de kooromgang waarop deze naam voorkomt. Het kapiteel toont een steenhouwer (of opdrachtgever?) die een kapiteel overhandigt aan Maria. Het atelier is mogelijk ook afgebeeld op kapiteel 26 in het westwerk van de Sint-Servaasbasiliek.Den Hartog (2002), pp. 101-118, 327.

De hogere delen van het koor met de galerij zijn enkele decennia later (kort na 1200) tot stand gekomen, waarschijnlijk na een wijziging van de oorspronkelijke bouwplannen.Bosman, pp. 127-131.Den Hartog (1992), p. 126. Mogelijk hield deze wijziging verband met het alleenrecht op reliekentoning buiten de kerk, een lucratieve bezigheid die het Servaaskapittel voor zich opeiste. Daardoor moest de Onze-Lieve-Vrouwe zich behelpen met reliekentoning binnen de kerk, wat minder pelgrims trok. De oostkoorgalerij zou dan dezelfde functie hebben gehad als de dwerggalerij van de Sint-Servaaskerk. Wellicht werden de bouwplannen ook beïnvloed door de verwerving in 1204 van een kostbaar patriarchaal kruis met relikwieën van het Heilig Kruis uit het geplunderde Constantinopel.Bosman, pp. 26-31.Den Hartog (2002), pp. 158-159.

In de Franse tijd werd de kerk geconfisqueerd en deed daarna enkele decennia (tot 1837) dienst als arsenaal, smederij en paardenstal. De kwetsbare kalkstenen kapitelen raakten in deze periode ernstig beschadigd. Tijdens de grote Cuypersrestauratie (1887-1913) werden de beschadigingen met gips aangevuld, waarna de kapitelen werden verguld.Den Hartog (2003), p. 121. De eveneens kalkstenen zuilen kregen een zwarte kleur.

Kunsthistorische betekenis Het iconografisch programma van de kapitelen in de kooromgang is, op enkele Bijbelse taferelen na, moeilijk te reconstrueren. Voor een twaalfde-eeuwse kanunnik echter zal de betekenis van de kapiteelvoorstellingen duidelijk zijn geweest. Voor hen was de koordecoratie bedoeld, want alleen zij hadden toegang tot het koor tijdens de dagelijkse cyclus van missen en koorgebeden. De kooromgang was in die zin geen echte 'omgang', omdat deze niet toegankelijk was voor het publiek. Het decoratieprogramma van de koorkapitelen betrof dus zeker geen biblia pauperum.Den Hartog (2015), p. 297. Sommige taferelen zijn geïnspireerd door middeleeuwse boeken als De mirabilibus mundi, het Liber floridus en diverse bestiaria en fabels.Den Hartog (2002), pp. 184-221. Van enkele voorstellingen is de herkomst en betekenis nog onduidelijk. Het 'lezen' van deze kapitelen vergt veel kennis van de middeleeuwse denkwereld, zoals die via de Parijse scholen verspreiding vond over de christelijke wereld. Voor het Maasland waren met name de geschriften van Wibald van Stavelot en de neo-Augustijnse leer van Hugo van Sint-Victor van grote invloed.Den Hartog (2002), pp. 216-217, 220-221.

De vier centrale kapitelen in de kooromgang (5 t/m 7) zijn extra groot en worden elk door vier gebundelde, halve zuiltjes ondersteund. Tien kapitelen (nrs 1, 2, 6, 8, 11, 12, 14, 15, 18 en 19) hebben een horizontale onderverdeling in een hoofdvlak en een smallere beeldband aan de boven- of onderzijde.Bosman, p. 58. De kapitelen van de galerij boven de kooromgang zijn van later datum. Ze zijn iets kleiner uitgevoerd en vervaardigd door minder kundige beeldhouwers. Iconografisch passen ze evenmin bij de kapitelen in de kooromgang. De decoratie bestaat voornamelijk uit bladornamenten en een enkele mensfiguur op de hoeken. De consoles tonen primitief weergegeven mens- en dierfiguren.

Slechts drie van de twintig kapitelen in het koor (nrs 4, 5 en 7) en de kooromgang hebben aan alle vier zijden samenhangende voorstellingen, in alle gevallen ontleend aan het Oude Testament. Daarbij moet kapiteel 4 linksom gelezen worden; de andere twee rechtsom. Kapiteel 9 heeft slechts aan één zijde een oudtestamentische voorstelling. De Bijbelse voorstellingen bevinden zich centraal tussen een reeks kapitelen waarbij de nadruk ligt op de vijandige, zondige, niet-christelijke wereld. Afgebeeld zijn onder andere mannen met borsten die leeuwen en draken zogen (nr. 2), een Siamese tweeling naast mannelijke sirenen die elkaar met vissen om de oren slaan (nr. 9) en mannen die leeuwen de keel afsnijden terwijl ze door reusachtige vogels worden belaagd (nr. 16).

De suggestie van Elizabeth den Hartog dat de iconografie van de kapitelen zou samenhangen met de dramatische nederlaag van de Franse, Duitse en Maaslandse legers tijdens de Tweede Kruistocht (1147-1149), leidde in 2003 in Maastricht tot verontwaardigde reacties.'Romaanse kerkzuilen antisemitisch', in: de Volkskrant, 18 oktober 2003. Hoewel Den Hartog het woord antisemitisme niet in de mond nam, bracht zij de in haar ogen negatieve verbeelding op de kapitelen van de niet-christelijke wereld, waaronder de joodse, in verband met de deceptie en het doemdenken in de christelijke wereld na de nederlaag van 1149.Den Hartog (2002), pp. 262-266.Den Hartog (2003), pp. 144-147. Ook de keuze van de onderwerpen op de twee meest centraal geplaatste kapitelen – de strijd tussen Jakob en Esau en de belofte aan Abraham – wordt door haar als in die context als betekenisvol gezien. Voor de middeleeuwers verbeeldden ze de relatie tussen jodendom en christendom, waarbij de joden het oude uitverkoren volk van God waren en de christenen het nieuwe.Den Hartog (2003), p. 132. Tien jaar na het verschijnen van de studie van Den Hartog publiceerde de theoloog en kerkhistoricus Régis de la Haye, tevens diaken van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, een positievere visie op de iconografie van de kooromgangskapitelen. Zijn interpretatie grijpt direct terug op Bijbelse en liturgische thema's.De la Haye (2012), pp. 9-47.

Lijst van kapitelen en consoles