Alexandrië (klemtoon: AlexandriëJan Kooij en Marc van Oostendorp, Fonologie: uitnodiging tot de klankleer van het Nederlands, Amsterdam University Press 2003, p. 112.; Arabisch: الإسكندرية, al-ʼIskandariyyah; Oudgrieks: Αλεξάνδρεια, Alexándreia) is een miljoenenstad in het noorden van Egypte, aan de Middellandse Zee. Ze ligt aan de noordwestpunt van de Nijldelta. Het is de grootste havenstad van Egypte en de op een na grootste stad.

Geschiedenis De stad is in 331 v.Chr. gesticht door Alexander de Grote, aan wie ze haar naam ontleent. Snel werd Alexandrië een van de grootste hellenistische steden. Het was de zetel van het Ptolemaïsche Rijk en vanaf 30 v.Chr. de hoofdplaats van de Romeinse provincie Egypte. De commerciële bedrijvigheid in de haven was zo groot dat het de bouw van een wereldwonder verantwoordde: de Pharos van Alexandrië. Cultureel kon de stad zich beroemen op het Mouseion met de Bibliotheek van Alexandrië. Op religieus vlak was er een vroege christelijke aanwezigheid, resulterend in het Patriarchaat van Alexandrië. In de tweede helft van de 4e eeuw raakte het oude geloof in de verdrukking: het Caesareum werd in 366 platgebrand en het Serapeum werd in 391 verwoest.Judith McKenzie, The architecture of Alexandria and Egypt, c. 300 B.C. to A.D. 700, Yale University Press, p. 231, 242 In de plaats kwamen kerken. Binnen het christendom was er ook strijd. Door afscheiding vormde de Koptisch-Orthodoxe Kerk in 451 een eigen Patriarchaat van Alexandrië.

In 641 werd de stad veroverd op de Byzantijnen en ingelijfd bij het Arabische Rijk. De Arabieren verplaatsten de hoofdstad van hun nieuwe Egyptische provincie naar Fustat, waar de wali resideerde. Voor Alexandrië begon een gestage neergang, tot er rond 1800 misschien nog maar vijftienduizend inwoners waren.Marie-Dominique Nenna, Alexandrie, Bibliothèque nationale de France (bezocht 18 maart 2026) Het aantreden van wali en onderkoning Mohammed Ali betekende het keerpunt. Hij voerde moderniseringen door en liet bij zijn dood een kosmopolitische stad van meer dan honderdduizend inwoners na, met diverse Europese en Levantijnse gemeenschappen, waaronder de Joodse. In 1882 werd Alexandrië zwaar gebombardeerd door de Royal Navy. De Britten namen de macht over en stonden de Egyptische heersers alleen nog nominaal gezag toe – weze het als kedive, sultan of koning. De militaire coup van 1952 verdreef de Egyptische dynastie en bracht dekolonisering. Het nieuwe beleid was gestoeld op Arabisch nationalisme, wat voor Alexandrië betekende dat gevestigde minderheden goeddeels vertrokken.

Oudheid De stad is genoemd naar haar stichter Alexander de Grote, net als vele andere steden in het wereldrijk dat hij vestigde. Voor het Egyptische Alxeandrië deed hij een beroep op de Griekse architect Dinocrates. De stad verrees vanaf ongeveer 330 v.Chr. op de plek waar de Nijldelta, de woestijn en de Middellandse Zee elkaar ontmoeten.

Bevolking Bijna duizend jaar was Alexandrië de hoofdstad van Egypte. Aan het begin van onze jaartelling was Alexandrië (na Rome) de tweede stad van het Romeinse Rijk, met wellicht circa 400.000 inwoners. In het midden van de vierde eeuw waren dat er tussen de 300- en 500.000 binnen 'tien vierkante mijlen'. De stad had een zeer gemengde bevolking. De Egyptenaren waren waarschijnlijk wel in de meerderheid, maar zij waren sterk gehelleniseerd. Ook woonden er veel Grieken, Syriërs, Lyciërs, Phrygiërs en was er een vrij grote Joodse gemeenschap.

De algemene omgangstaal in Alexandrië was eerder Grieks dan Egyptisch (Koptisch). Men sprak vaak van Alexandreia para Aigypton, dat wil zeggen Alexandrië bij Egypte.

De stad had voortdurend nieuwe aanwas nodig, omdat bijna drie procent van de bevolking jaarlijks stierf. Bijna de helft van de geboren kinderen in het Romeinse Rijk stierven voor hun vijfde jaar en vrouwen hadden twee procent kans te overlijden elke keer dat ze baarden en dat deden ze tijdens hun leven 'normaal' zes of meer keer.

De stad had vijf sectoren of kwartieren, waaronder Rhakotis (waar onder meer de Egyptische wevers woonden) en Gamma (de rijke buurt). In de vierde eeuw leefden de meeste Alexandriërs in huizenblokken van drie of vier verdiepingen.

De verschillen tussen rijk en arm waren groter dan tussen geloven. De geschoolde elite had dezelfde belangstelling en doelstelling en er was een gemeenschappelijke literaire cultuur. Ze waren geïnteresseerd in rhetorica, filosofie en in de manieren waarin religieuze tradities filosofisch konden worden geïnterpreteerd. Ze waren van oudsher de patronen en beschermers van de armere bevolking, maar de kloof tussen de twee werelden groeide en leidde uiteindelijk tot grote conflicten en het einde van het 'heidendom'.

Tempels De stad had in de vierde eeuw bijna 2400 tempels, groot en klein. Dat is ongeveer een tempel op de twintig huizen. Het Caesareum en het Serapeum waren de belangrijkste tempels.

Caesareum Het Caesareum lag op het meest zuidelijke punt van de Grote Haven. Het monument was begonnen onder koningin Cleopatra ter ere van Julius Caesar en voltooid onder keizer Augustus. Het Caesareum diende vierhonderd jaar als het Alexandrijnse centrum van de keizerlijke cultus. Rond 355 werd het Caesareum aan de bisschop van Alexandrië gegeven om de belangrijkste kerk van de stad te worden.

Serapeum Het Serapeum was de heidense tegenhanger van het christelijke Caesareum.Edward J. Watts (2017), Hypatia, p.9: 'The Serapeum, called the most impressive sacred compound in the Eastern Mediterranean by one of Hypatia's contemporaries [Ammianus Marcellinus], stood out as the pagan counterpart to the grand Christian Caesareum.' Deze monumentale tempel was gewijd aan de god Serapis, een god, die onder de Grieks-Egyptische koning Ptolemaeus was ontstaan door het verenigen van Griekse (onder meer Zeus, Hades, Asclepios) en Egyptische goden (Osiris, Apis, Ptah), met als doel zo ook de verschillende bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen. Het Serapeum stond op de hoogste heuvel en was bijna overal in de stad zichtbaar. In het centrum stond een tien meter hoog beeld van goud en ivoor. Het Serapeum had een eigen bibliotheek.

Koninklijke Bibliotheek

Lange tijd is de stad tevens het belangrijkste internationale centrum geweest van cultuur, kennis en geleerdheid tijdens de periode van de Oudheid en vroege middeleeuwen. Dit was het werk van de Griekse dynastie der Ptolemaeën die wetenschap en cultuur stimuleerden, om prestige te verkrijgen onder de hellenistische buurkoninkrijken. Dit begon al minder dan honderd jaar na de vestiging van de stad.

Demetrius van Phaleron (ca. 350-283 v. Chr.), een van Aristoteles' leerlingen, adviseerde Ptolemaeus I Soter het Museum en de Bibliotheek op te zetten.Cunliffe, B. (2001), The Extraordinary Voyage of Pytheas the Greek, Penguin Books, p.159 Om de verzameling boeken te creëren stuurden de Ptolemaeën over de hele Griekse wereld afgezanten om manuscripten te kopen. Ptolemaeus III voegde een grote collectie werken toe van de toneelschrijvers Aeschylus, Sophocles en Euripides, terwijl zijn directe opvolger zich op Homerus richtte. Ptolemaeus III werd geadviseerd door Eratosthenes, die van ca. 234 tot 196 v. Chr. hoofdbibliothecaris was en er zijn drie boeken, de nu verloren Geographica, schreef. Delen ervan zijn overgeleverd via Strabo.

De Koninklijke Bibliotheek lag op het terrein van het Museum. De verzameling papyrusrollen werd in 48-47 v. Chr. schade toegebracht toen Julius Caesar, in zijn conflict met Pompeius, de Ptolemaeïsche vloot verbrandde in de haven van Alexandrië. De brand verspreidde zich naar de stad en vernietigde een groot deel van de 'boeken' van de bibliotheek. Maar het gebouw bleef gespaard en Marcus Antonius gaf aan Cleopatra de inhoud van de grote Hellenistische Bibliotheek van Pergamum en zo werd de verzameling weer op peil gebracht. Door de overvloed aan boeken werden op een gegeven moment partijen ondergebracht in ondergrondse bibliotheken van het Caesareum, Claudiaanse tempels en het Serapeum. Deze bibliotheek van het Serapeum groeide in de Romeinse tijd tot het tegen het eind van de vierde eeuw meer dan 700.000 werken zou hebben. De Bibliotheek van Alexandrië was met tussen de 400.000 en 900.000 boekrollen een van de belangrijkste bibliotheken uit de geschiedenis, zo niet de belangrijkste. Deze is later verwoest, waarbij een ongekende schat aan kennis verloren is gegaan. Over de precieze toedracht hiervan zijn de meningen verdeeld. Zowel het Museum als de Koninklijke Bibliotheek verdwenen midden derde eeuw, waarschijnlijk tijdens de strijd, die keizer Aurelianus leverde tegen de Palmyreense koningin Zenobia in 272 n. Chr. De Grote Bibliotheek verdween in de jaren 270 n. Chr. waarschijnlijk toen het Paleis Kwartier waarin het was gevestigd werd verwoest.

In de vierde eeuw had de bibliotheek van het Serapeum de grootste verzameling geschriften. Het werd in 391 n. Chr. verwoest.

Museum Mouseia dienden in veel Griekse steden als rituele centra gewijd aan de cultus van de Muzen en waren centra van literaire activiteit. Toch was het Alexandrijnse Museum eerder gemodelleerd naar de Atheense filosofische scholen, zoals die van Plato's Academie en het Lyceum van Aristoteles. Het Museum leek vooral op Aristoteles' lyceum. Er was een ontmoetingsplaats waar gezamenlijk de maaltijd kon worden gebruikt en een ruimte gewijd aan de verering van de Muzen. De heersers Ptolemaeus I tot Cleopatra VII sponsorden de activiteiten en daarnaast waren er donaties van rijke families. Zo werden geleerden aangetrokken, konden leden van het Museum onderzoek doen, openbare lezingen geven en groepen leerlingen onderwijzen. Ook Romeinse keizers verleenden stipendia en onder Claudius I werd het Museum uitgebreid.

Na de verwoesting in de derde eeuw, werd het Museum op een andere plaats gevestigd. Van de vierde en vijfde eeuw zijn de laatste leden van het Museum bekend. Horapollon was het laatste lid.

Havens Door de verbinding met het rotsachtige eiland Pharos was de zee verdeeld en kreeg Alexandrië twee havens: de Grote Haven in het oosten en de kleinere Eunostos Haven in het westen. Het waren de drukste havens aan de Middellandse Zee. Nog drukker was het in de meer zuidelijk gelegen haven, aan het meer Mareotis. Daar was meer import en export.

Graan was het belangrijkste product. Elk jaar werd er 650 keer grote ladingen graan van Alexandrië naar de nieuwe hoofdstad Constantinopel verscheept, in totaal meer dan vijf en een half miljoen zakken graan. Er lagen grote graansilo's langs de Nijl en barken met graan kwamen van daar in de late winter de voorraadschuren aan de zuidkant van Alexandrië binnen. Het graan moest overgezet worden van het Nijl kanaal naar de Middellandse Zee. In de voorraadschuren bleef het graan liggen tot begin april, als de Middellandse Zee veilig genoeg was om te bevaren. Dan werd het graan naar de havens aan de zeekust gebracht en tot eind augustus op zeeschepen gezet.

Vuurtoren De stad is ook al zeer lang bekend vanwege het feit dat een van de Zeven wereldwonderen uit de Klassieke oudheid zich in deze stad bevond: de Vuurtoren van Alexandrië.

Romeinen In 30 v.Chr. stierf met koningin Cleopatra de laatste Ptolemaïsche vorst. Onder de Romeinen (en later de Byzantijnen) was Alexandrië de hoofdstad van de provincia Alexandria et Aegyptus. Naast een Griekse bezat de stad een stevige Joodse gemeenschap, en ook het vroege christendom was er sterk vertegenwoordigd. De Patriarch van Alexandrië behoorde tot de vijf voornaamste kerkleiders, de zogenaamde Pentarchie.

In 38, 66 en 117 werden er slachtingen aangericht onder de Joden.Rodrigo Laham Cohen, "Egypt" in: The Jews in Late Antiquity, 2018, p. 52 Die laatste episode vond plaats tijdens de Kitosoorlog nadat ze de stad in brand hadden gestoken.