Het Jeletsoffensief (Russisch: Елецкая наступательная операция, Jeletskaja nastupatelnaja operatsija) was een gevecht aan het oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog van 6 december 1941 tot 16 december 1941. Nadat de Duitse aanval op Moskou was vastgelopen, zette het Rode Leger een tegenaanval in. Als onderdeel van het tegenoffensief viel het Zuidwestelijk Front het Duitse 2de leger aan, dat de zuidelijke flank van Heeresgruppe Mitte vormde. Het onherbergzame terrein en de winterse omstandigheden maakten elke verplaatsing moeilijk, maar de Sovjets waren beter voorbereid op deze omstandigheden. Na een korte strijd braken ze door de Duitse linie en omsingelden ze twee Duitse divisies ten westen van Jelets. Pas na hevige gevechten braken de Duitsers uit de omsingeling, maar tijdens hun terugtocht leden ze zware verliezen.

Hoewel de vernietiging van twee divisies niet tot de volledige ineenstorting van het Duitse verdediging leidde, was het 2de leger verplicht om zich meer dan 100 km naar het westen terug te trekken.

Situatie december 1941 Bij de aanvang van Operatie Barbarossa, de inval in de Sovjet-Unie, fungeerde het Duitse 2e Leger als reserve van Heeresgruppe Mitte. Op 2 juli 1941 werd het leger geactiveerd en ingezet om de omsingelde Sovjetlegers bij Minsk te vernietigen. Daarna vormde het leger de rechterflank van Heeresgruppe Mitte. De divisies waren van middelmatige kwaliteit en daarom kreeg het leger slechts taken van secundair belang. Tijdens de Slag om Smolensk rukten de infanteriedivisies van het 2e leger op in het spoor van de pantserdivisies van Pantsergroep 2. Na zware gevechten vernietigde het 2e leger een omsingeld Sovjetkorps bij Mogilev en daarna stak het leger de Dnjepr over. Na een hergroepering zwenkte het leger naar het zuidoosten. De infanteriedivisies ondervonden moeite om het tempo van de tanks te volgen. Nadat ze een zwakke tegenaanval hadden afgeslagen, dreven de Duitsers de Sovjets terug naar de Desna. Op 19 augustus veroverde het 2e leger Gomel. Terwijl Pantsergroep 2 verder naar het zuiden oprukte om de Sovjets bij Kiev te omsingelen, beschermde het 2e leger de achterhoede van de pantserdivisies tegen aanvallen van verspreide Sovjetlegers.

Na de Slag bij Kiëv hergroepeerde het leger zich. De uitgedunde infanteriedivisies werden opnieuw op sterkte gebracht en het leger kreeg enkele weken rust. Tijdens operatie Taifun, de aanval op Moskou, vormde het 2e leger de noordelijke tang van de omsingeling bij Brjansk. Na de vernietiging van de omsingelde Sovjetlegers hergroepeerde het leger zich tussen Orjol en Koersk. Op 21 oktober werd de opmars naar het oosten hervat. De voornaamste taak van het 2e leger was de bescherming van de zuidelijke flank van Pantsergroep 2 tijdens hun opmars naar Moskou.

In het gebied ten oosten van Orjol lagen nauwelijks wegen en daarom liet generaal Rudolf Schmidt zijn troepen oprukken langs de spoorwegen. De linkerflank werd gevormd door het 35e Korps, bestaande uit de 262e Infanteriedivisie en de 293e Infanteriedivisie. Dit korps moest de zuidelijke flank van Pantsergroep 2 beschermen en Jefremov veroveren. De steden Livny en Jelets vormden het doel van het 34e Korps, dat de centrale aanvalsmacht vormde. Bij Jelets kruiste de spoorweg tussen Orjol en Lipetsk de spoorweg tussen Voronezj en Moskou. Jelets was zo het belangrijkste knooppunt in de regio. Ten oosten van dit stadje bevonden zich nauwelijks nog nederzettingen. Lipetsk, de volgende stad van enige betekenis, lag 80 km verder naar het oosten.

Meer naar het zuiden vormde het 48e Korps de verbinding met Heeresgruppe Süd. Op papier was dit korps een mobiele formatie bestaande uit een pantserdivisie en een gemotoriseerde divisie, maar in werkelijkheid waren de beide divisies onderbemand. Sinds het begin van operatie Barbarossa waren ze onafgebroken in actie geweest en ze hadden dringend nood aan rust en versterkingen. Ongeveer een derde van alle voertuigen was nog operationeel. De rest bevond zich in werkplaatsen.

Eind oktober leek de overwinning binnen bereik van de Duitse legers. De verdedigingslinie rond Moskou was ineengestort en georganiseerde tegenstand van de Sovjets was gebroken. Het Duitse 2e leger was echter vastgelopen in het onherbergzame gebied ten oosten van Orjol, waar zich nauwelijks begaanbare wegen bevonden. De opmars vertraagde tot enkele km per dag, want alle beschikbare voertuigen werden ingezet om de bevoorrading op peil te houden. De infanterie vorderde slechts moeizaam. Terwijl de Duitsers verder naar het oosten oprukten, herstelden ze ook de beschadigde spoorweg, die de Sovjets op hun terugtocht hadden vernietigd. Het bood de enige manier om hun troepen te bevoorraden. Op 27 oktober begonnen de herfstregens en kwam de opmars volledig tot stilstand.

Begin november begon de temperatuur te dalen, maar pas nadat de grond bevroren was, was het mogelijk om de opmars te hervatten. Op 26 november veroverde het 34e Korps Livny. Generaal Metz richtte zijn aandacht op Jelets. De 134e infanteriedivisie moest ten noorden van de Sossna aanvallen, terwijl de 45e infanteriedivisie ten zuiden van de rivier oprukte. Langzaam vorderden de Duitse divisies in de richting van hun doel. De temperatuur zakte verder onder nul en het gebrek aan winterkledij begon de Duitsers te hinderen. Het gebied bestond uit lage heuvels en ondiepe rivieren, die smalle ravijnen hadden gevormd. De geulen in het terrein hadden zich gevuld met sneeuw, die de opmars belemmerden. Ook de Sovjettegenstand werd sterker naarmate de Duitsers dichter bij Jelets kwamen. thumb|Duits rupsvoertuig in de sneeuw

Op 1 december 1941 bereikten de Duitsers Kasaki. Dit stadje bevond zich 15 km ten westen van Jelets. Het duurde nog tot 3 december voordat alle regimenten van de 134e infanteriedivisie hun uitgangsposities hadden bereikt. De zware sneeuwval verhinderde alle communicatie. De aanval brak door de buitenste verdedigingslinie en het kwam tot hevige gevechten rond het klooster, waar de Sovjets zich hadden verschanst. Terwijl het 446e regiment en het 449e regiment het stadje begonnen te zuiveren, veroverde de Duitse voorhoede een bruggenhoofd over de Sossna. Op 5 december was het stadje in handen van de Duitsers en generaal Metz staakte het offensief.

Begin december 1941 waren de divisies van het Duitse 2de leger uitgestrekt over een frontlijn van meer dan 160 kilometer. Het 35e Korps nam een positie in rond Jefremov, maar het korps had nauwelijks contact met zijn buren. Het 2e Pantserleger bevond zich in de buurt van Toela en de noordelijke flank van het 34e korps had Telgino veroverd. De rest van het 34e korps verdedigde een frontlijn van 40 km ten zuiden van de Sossna. Meer naar het westen was de situatie nog erger. Het 48e Korps had Livny nog niet bereikt. Het had zelfs nog niet de Tim overgestoken, een rivier 30 km ten westen van het stadje. De korpsen waren verspreid over een gebied van 160 km, waar nauwelijks berijdbare wegen waren. Bovendien verhinderden sneeuwbuien elke verplaatsing.

Slagorde Rode Leger Zuidwestelijk Front (Luitenant-generaal Fjodor Kostenko) 3e Leger (Generaal-majoor Jakov Kreizer) 212e divisie 269e divisie 137e divisie 283e divisie 6e garde divisie 52e cavaleriedivisie 13e Leger (Luitenant-generaal F. I. Gorodnjanski) 132e divisie 148e divisie 143e divisie 307e divisie 6e divisie 55e cavaleriedivisie 150e Tankbrigade Gemechaniseerde Cavalerie Groep (Luitenant-generaal Fjodor Kostenko) 5e Cavalerie Korps (Majoor-generaal V. D. Krjoetsjenkin) 121e divisie 1e Garde Infanteriedivisie 40e Leger (Majoor-generaal K. P. Podlas)

Slagorde Wehrmacht thumb|alt=Porträt Rudolf Schmidts als Generaloberst|Rudolf Schmidt na zijn bevordering tot kolonel-generaal (1942) 2e Leger (Generaal der Pantsertroepen Rudolf Schmidt) 35e Korps (Generaal der Artillerie Rudolf Kämpfe) 293e Infanteriedivisie (luitenant-generaal Justin von Obernitz) 262e Infanteriedivisie (luitenant-generaal Edgar Theissen) 34e Korps (Generaal der Infanterie Herman Metz) 134e Infanteriedivisie (luitenant-generaal Conrad von Cochenhausen) 45e Infanteriedivisie (luitenant-generaal Fritz Schleiper) 48e Gemotoriseerde Korps (Generaal der Pantsertroepen Werner Kempf) 95e Infanteriedivisie (luitenant-generaal Hans-Heinrich Sixt von Arnim) 16e Infanteriedivisie (luitenant-generaal Sigfrid Henrici) 9e Pantserdivisie (luitenant-generaal Alfred Ritter von Hubicki)

Het 34ste Korps en het 35ste Korps waren zogenaamde Höheres Kommando z.b.V. Een gewoon legerkorps beschikte over talloze ondersteunende eenheden zoals genie-eenheden, artillerie, luchtafweer en verbindingstroepen waarop de korpscommandant een beroep kon doen. Een Höheres Kommando z.b.V. bestond enkel uit een hoofdkwartier, dat de bewegingen van de bijhorende divisies coördineerde. Zolang de Duitse legers het initiatief hadden, werkte deze structuur. In een verdedigende opstelling was ze echter verre van ideaal. In geval van problemen moest de korpscommandant een beroep doen op de reserves van zijn divisies, die op dat moment waarschijnlijk al waren ingezet door de divisiecommandant.

Jeletsoffensief Aanval (6 - 9 december) Op 6 december 1941 zette het Zuidwestelijk Front het offensief in. Langs het ganse front van het 34e Korps en het 35e Korps vielen de Sovjets aan. In het noorden concentreerde het 3e Leger zijn aanvallen op Jefremov. Vier divisies vielen de Duitse stellingen ten oosten van de stad aan. De 262e infanteriedivisie hield stand en sloeg de eerste aanvallen af. In de namiddag hervatte het 3e leger de aanval en tastte de Duitse stellingen ten noorden en ten zuiden van de stad af. De Duitse verdediging brak niet, maar de voortdurende aanvallen dwongen generaal Kämpfe wel een aantal stellingen te ontruimen. Hij gaf opdracht om zich terug te trekken naar Jefremov, waar de huizen van het stadje meer beschutting boden tegen het winterweer. Door de terugtocht verloor de 262e infanteriedivisie het contact met haar zuidelijke buur, de 134e infanteriedivisie waarvan het 445e regiment zich nog steeds bij Telgino bevond. Er ontstond een gevaarlijke opening in het Duitse front, maar die bres werd voorlopig niet opgemerkt door de Sovjets. thumb|Tanks vallen aan in de sneeuw In de sector van het 34ste Korps vormde Jelets het doel van het 13e Leger. Op 6 december bleef het relatief rustig in dit gedeelte van het front. In de loop van de dag voerden de Sovjets enkele verkenningsaanvallen op Telgino uit, maar ze werden met zware verliezen teruggeslagen. De Sovjets hergroepeerden zich en de volgende dag zette de 5e cavaleriedivisie en de 302e divisie de aanval in. Het kwam tot hevige gevechten in Podchoroschje, ten noorden van Jelets. Het 446e regiment bracht de vijandelijke aanval tot stilstand, maar het regiment beschikte niet meer over voldoende reserves. De munitie- en brandstofvoorraden waren afgenomen tot een niveau waarbij de granaten waren gerantsoeneerd. Ook gedurende de nacht bleven de Sovjets de Duitse verdedigers lastigvallen. Onder dekking van de sneeuwbuien glipten verschillende eenheden langs de Duitse posten naar het westen. Luitenant-generaal Von Cochenhausen maakte zich zorgen om zijn flanken en hij trok zijn divisie terug in de richting van Jelets. De sneeuwstormen maakten van elke verplaatsing een hachelijke onderneming. Hoewel enkele groepjes geïsoleerde Duitsers door de Sovjets werden vernietigd, bleef de 134e infanteriedivisie goed georganiseerd. Tegen de avond lag Jelets binnen bereik van de Sovjetartillerie. Na overleg met zijn divisiecommandanten gaf generaal Metz de opdracht om de volgende dag de stad te ontruimen.