thumb|Frederik Adriaan van Reede van Renswoude (Adriaen van Heusden, circa 1685)
Frederik Adriaan baron van Reede van Renswoude (Utrecht, 22 februari 1659 - aldaar 12 december 1738) was vrijheer van Renswoude, heer van Emmickhuysen en Bornewal, en door zijn huwelijk ook van Moerkerken en Middelharnis. Zijn vader was Gerard van Reede van Renswoude, zijn moeder Mechteld van Zuylen van Nyeveld.
In 1678 en 1679 bevond hij zich in het gevolg van de ambassadeur Van Weede van Dijkveld te Parijs. Na de dood van zijn broer Godard (5 december 1681) kreeg hij Renswoude als leen onder zijn beheer. Op 2 oktober 1684 werd hij in de Ridderschap van Utrecht opgenomen en werd daardoor gedeputeerde in de Staten-Generaal.
Frederik Adriaan van Reede huwde Maria Duyst van Voorhout (24 juni 1685), vrouwe van Moerkerken en van Middelharnis, na het overlijden van haar eerste man. Hij werd door het huwelijk steenrijk. Ze beschikten over meerdere kapitale huizen; aan de Drift en later aan het Janskerkhof in Utrecht, evenals aan de Korte Vijverberg in Den Haag. Daarnaast gebruikten zij kasteel Renswoude als zomerverblijf en bezaten zij ook een landgoed in Kleef.Van Lieshout, M. (2025) Frederik Adriaan van Renswoude: Utrechtse edelman, regent en sodomiet. Verhaal van Utrecht. (Geraadpleegd: 10 april 2026).
In 1705 werd hij gedeputeerde te velde; na 1706 was hij lid van het voorlopig Engels-Nederlands bestuur over de veroverde Spaanse Nederlanden te Brussel. Daar droeg hij in 1708, samen met Van den Bergh, burgemeester van Leiden, veel bij aan de verdediging van de stad, toen deze in november werd aangevallen door Franse troepen onder Maximiliaan Emanuel, keurvorst van Beieren.
Als gevolmachtigde van de Staten van Utrecht verscheen hij in 1713 op de vredesonderhandelingen te Utrecht. In de jaren na de vrede was hij voorstander van een vredelievende staatkunde en onderhield hij contact met de Franse gezant Chateauneuf, die zijn steun op prijs stelde. De Franse gezant Fénelon gaf in 1728 een karakteristiek van hem. Hij noemde hem zeer deskundig en iemand die de sterke en zwakke punten van de republiek goed kende. Toch, zo schreef Fénelon, maakte hij zich toen niet langer erg druk en had hij in zijn provincie niet meer invloed dan noodzakelijk was op grond van zijn positie als voorzitter van de ridderschap. Hoewel hij een scherp oordeel had en meer kennis dan de meeste andere leden, miste hij de kracht om zijn overtuigingen openlijk te laten zegevieren. Hij wist zijn werkelijke gevoelens te verhullen achter een schijn van grote openhartigheid, maar Fénelon geloofde desondanks dat hij in het algemeen welwillend stond tegenover Frankrijk en een uitgesproken tegenstander was van het herstel van het stadhouderschap.
Frederik Adriaan begon op jonge leeftijd met sodomie en was als bejaarde nog steeds actief op dit gebied.Noordam, D.J. (1995) Riskante relaties: vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland 1233-1733. Hilversum, Verloren. blz 178 In 1730 was hij betrokken bij de Utrechtse homoseksuelenaffaire, waardoor hij korte tijd het land moest verlaten. Omdat hij echter in Renswoude zelf de hoogste rechter was, kon hij naar zijn kasteel terugkeren. Daarna verhuisde hij permanent naar Utrecht.Langenbach, M. Duyst van Voorhout, Maria, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland Zijn huis te Den Haag op de Korte Vijverberg, hoek Doelenstraat, verkocht hij in 1733 aan de stad Haarlem,Het Utrechts Archief (s.d.) Procuratie. Samenvatting: om voor het gerecht van 's- Gravenhage huis, gelegen op de Korte Vyverberg te transporteren aan het bestuur van de stad Haarlem, [34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905], inv.nr. 34-4.1061, recordnr. 3470293. Utrecht: Het Utrechts Archief. Geraadpleegd op 10 april 2026 waarna het als een logement voor de gedeputeerden van die stad werd gebruikt.
Reede, Frederik