Laura Elizabeth Ingalls Wilder (Pepin, Wisconsin, 7 februari 1867 – Mansfield, Missouri, 10 februari 1957) was een Amerikaans schrijfster. Zij schreef een serie kinderboeken over haar jeugd in het Amerikaanse Midden-Westen aan het eind van de 19e eeuw. De reeks wordt wel de Het kleine huis- serie genoemd.

Haar ouders waren in de jaren 1870 en 1880 pioniers (settlers) op de prairie in Kansas, Minnesota, Iowa en Dakota. Zij groeide op in een hecht gezin, maar haar jeugd was niet makkelijk. De familie kreeg te maken met veel tegenslag en kende periodes van diepe armoede. Vanaf haar negende hielp Laura Ingalls al mee om geld te verdienen. Toen ze vijftien was stond ze voor het eerst als onderwijzeres voor de klas.

In 1885 trouwde ze met Almanzo Wilder. Ze probeerden om samen in Dakota een boerderij op te zetten, maar dat mislukte door misoogsten. Uiteindelijk verhuisden ze naar Mansfield in Missouri, waar ze wel een succesvol boerenbedrijf wisten op te bouwen.

Laura Ingalls Wilder begon pas op latere leeftijd met schrijven; haar eerste boek verscheen in 1932. Zij schreef acht kinderboeken over haar jeugd. Door de ogen van een opgroeiend meisje beschreef ze het soms moeilijke bestaan op de prairie, de dagelijkse belevenissen thuis en op school, en de ongerepte natuur. De verhalen zijn autobiografisch en grotendeels 'waar gebeurd'; niet alles is altijd helemaal historisch juist beschreven.

De Het kleine huis-boeken hadden direct succes en zijn altijd populair gebleven. Ze zijn in veel talen vertaald en een aantal keren verfilmd. Na haar dood verschenen nog twee boeken over de eerste jaren van haar huwelijk, en een versie van haar jeugdherinneringen voor volwassenen. In de 21e eeuw kwam er kritiek op de beschrijvingen van Native Americans en African Americans in het werk van Laura Ingalls Wilder. Ze werden gezien als bevooroordeeld en verouderd.

Laura Ingalls Wilder was de moeder van de schrijver en journalist Rose Wilder Lane, die een belangrijke rol speelde bij het redigeren van haar werk.

Familie en persoonlijkheid Laura Ingalls was de dochter van Charles Phillip Ingalls en Caroline Lake Quiner. Het gezin woonde in de uitgestrekte bossen ten noorden van Pepin in de staat Wisconsin. Laura was hun tweede kind. In 1865 was haar oudere zus Mary geboren. De jaren daarna zouden er nog drie kinderen volgen: Carrie (1870), Freddie (1875) en Grace (1877).miniatuur|Caroline Quiner Ingalls en Charles Ingalls|188x188px Haar moeder was voor haar huwelijk onderwijzeres. Charles Ingalls was een ervaren timmerman, boer en jager. Hij had een afkeer van routine en wilde zich nergens echt vestigen. Na een paar jaar op één plek trok hij met zijn gezin verder om ergens anders opnieuw te beginnen. Laura had een hechte band met haar vader. Ze vergeleek zichzelf altijd met haar zuster Mary, die ze slimmer, mooier en liever vond dan zichzelf.Fraser: p.60-61

Mensen die haar hebben gekend omschreven Laura Ingalls Wilder als een sterke persoon: intelligent, driftig en met een groot rechtvaardigheidsgevoel. Zij had een hekel aan mensen die anderen het harde werk lieten doen of bij de overheid aanklopten om hulp. Ze had een droog gevoel voor humor, en hield van boeken en de natuur, vooral van het weidse landschap van de bloeiende prairie.Fraser: p. 2-3, 245-246

Kansas en Minnesota In 1869 verhuisde het gezin Ingalls van de bossen van Wisconsin naar Kansas. Een van Laura's vroegste herinneringen is dat ze vanuit een huifkar de prairie aan zich voorbij ziet trekken. Ze vestigden zich op onontgonnen prairieland in de buurt van Independence (Kansas). Het is niet duidelijk of Charles Ingalls wel toestemming had om daar een boerderij te beginnen; het gebied was als reservaat toegewezen aan het Osage-volk. De familie Ingalls verliet Kansas alweer in 1871, toen er geruchten gingen dat het leger pioniers uit het gebied zou verwijderen.Fraser: p.57.

Ze gingen terug naar Pepin in Wisconsin, waar Mary en Laura waren geboren. Daar hadden ze een goed lopende boerderij en woonden ze in de buurt van andere leden van de families Ingalls en Quiner. Laura herinnerde zich deze periode later als een veilige en gezellige tijd.Fraser: p. 59-61

In 1874 trokken ze weer verder, volgens Laura omdat haar vader het in Wisconsin te druk en te ‘beschaafd’ begon te vinden. Ze gingen naar Walnut Grove in Minnesota. Het eerste jaar woonden ze in een ‘dug out’: een primitieve woning die voor een deel was uitgegraven in een helling langs de Plum Creek. In 1875 bouwde Charles Ingalls er een echt huis. Dat jaar werd Walnut Grove getroffen door een zware sprinkhanenplaag: de grootste zwerm sprinkhanen ooit gezien trok over Minnesota en vrat alles kaal. In grote delen van het Midden-Westen gingen oogsten helemaal verloren, ook op het land van de Ingalls. In 1876 kwamen de sprinkhanen terug. De familie Ingalls raakte diep in de schulden.Chronology: p.807-808

Zij beschreef deze periodes in The little house in the Big Woods (Het kleine huis in het grote bos), Little House on the Prairie (Het kleine huis op de prairie) en On the Banks of Plum Creek (Het kleine huis aan de rivier).

Iowa en Minnesota Dit was het begin van een aan aantal moeilijke en droevige jaren.Chronology: p. 808-809. Laura Ingalls kon er later maar met moeite over schrijven. De Ingalls vertrokken naar Burr Oak in Iowa, waar ze met een ander echtpaar een hotel gingen beheren. In augustus 1876 stierf onderweg Laura’s broertje Freddie, nog geen jaar oud, na een korte ziekte.Fraser: p.81 miniatuur|233x233px|Carrie, Mary en Laura Ingalls

Burr Oak Burr Oak was veel minder idyllisch dan de andere plaatsen waar de familie had gewoond. Het was er smerig en het ging er ruw aan toe, met geweld en dronkenschap op straat. De familie woonde aanvankelijk ook nog naast de saloon. Laura Ingalls was negen; dat was in die tijd oud genoeg om te gaan werken. Ze verdiende geld als afwashulp en serveerster in het hotel, en als kinderoppas, naaister of hulp in de huishouding. Wanneer het kon, ging ze naar school of kreeg thuis les van haar moeder. Tot haar grote schrik bood de vrouw van de plaatselijke dokter, bij wie de Ingalls schulden hadden, aan om Laura te 'adopteren' als hulp in de huishouding. Haar moeder wist het voorstel beleefd af te wimpelen.Fraser: p.84.

Terug naar Walnut Grove Charles Ingalls had schulden gemaakt die hij niet kon of wilde aflossen, en de familie vertrok in het najaar van 1877 ’s nachts heimelijk uit Burr Oak. Ze gingen terug naar Walnut Grove. Financieel ging het heel slecht. Ze waren min of meer dakloos, en trokken van het ene tijdelijke adres naar het andere. Van tijd tot tijd was de familie afhankelijk van liefdadigheid om te overleven. Laura, inmiddels elf, kon niet altijd naar school omdat zij moest werken. Ze woonde een paar weken als huishoudelijke hulp bij een familie waarvan de moeder ziek was en verdiende daarmee 50 cent per week. In de winter van 1878/79 gingen Laura en haar zusters helemaal niet naar school omdat er geen geld was voor warme kleren.Fraser: p.85-88.

Dakota In april 1879 werd Laura’s oudere zuster, de 14-jarige Mary Ingalls ernstig ziek. Ze herstelde, maar werd volledig blind. Laura werd nu ook verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg voor Mary. Ze fungeerde als haar ‘pratende ogen’: ze beschreef voor haar blinde zus de omgeving en alles wat er gebeurde. Die ervaring heeft haar later bij het schrijven geholpen.Fraser: p.90

Later dat jaar vertrokken de Ingalls naar het Dakotaterritorium. Charles had in de buurt van Silver Lake (tegenwoordig South Dakota) werk gevonden als boekhouder en kassier in een kampement voor arbeiders die een spoorlijn aanlegden. Laura was blij weer terug te zijn op de ongerepte prairie na de moeilijke tijd in Burr Oak en Walnut Grove. Toen de arbeiders bij het invallen van de winter vertrokken, bleef Charles Ingalls met zijn gezin achter als opzichter. Ze mochten overwinteren in het comfortabele huis waar de landmeters van de spoorlijn 's zomers woonden. Het isolement op de uitgestrekte prairie in de winter maakte grote indruk op Laura en de rest van het gezin. Hun naaste ‘buren’ woonden meer dan 40 kilometer verderop.

In het voorjaar van 1880 werd het stadje De Smet gebouwd, een halte aan de net aangelegde spoorlijn. De familie Ingalls woonde die zomer in een hut op een stuk landbouwgrond ten zuiden van Silver Lake. In De Smet bouwde Charles ondertussen een klein huis. Daar zouden de Ingalls in de winter wonen.Chrononology: p.810-811.

Zij beschreef deze periode in By the Shores of Silver Lake (Het huis aan het Zilvermeer).miniatuur|259x259px|Almanzo Wilder, ca. 1885

De lange winter De winter van 1880-1881 was zelfs voor Dakota erg streng en duurde lang: van oktober tot april. Maandenlang was de familie Ingalls door de blizzards en ijzige kou in De Smet aan huis gekluisterd. Een jong echtpaar met een baby woonde al die tijd bij hen in omdat ze nergens anders terecht konden. Af en toe konden Laura en Carrie naar school, maar meestal was het weer daarvoor te slecht. Na 4 januari konden de treinen het stadje niet meer bereiken, wat betekende dat er geen eten en brandstof meer werd aangevoerd. Om te overleven maakten de Ingalls in een handkoffiemolen meel van het graan dat was bedoeld als hun zaaigoed voor het komende voorjaar. Ze draaiden elke dag stro tot dikke strengen die in het fornuis konden worden verstookt. Twee jonge mannen uit De Smet, onder wie Laura Ingalls' latere man Almanzo Wilder, wisten een echte hongersnood te voorkomen. Het lukte hen om tussen twee blizzards door een voorraad graan over de prairie naar De Smet te brengen. Pas in april 1881 kwam er weer een trein aan in De Smet.Fraser: p. 106 -116

Zij vertelde over deze maanden in The Long Winter (De lange winter).

Vaste woonplaats De familie Ingalls besloot om in De Smet te blijven. Charles en Caroline Ingalls zouden er tot hun dood blijven wonen en het is de plaats waar Laura als meisje en jonge vrouw het langst heeft gewoond. De familie woonde ‘s zomers in hun boerderij op de prairie, en in de winter in De Smet. Laura, Carrie en Grace gingen daar naar school. Laura stond bekend als een heel goede leerling; ze hield van lezen en studeren. Ze was vaak niet onder de indruk van de onderwijzers en liet dat ook blijken, waardoor ze op school in de problemen kwam. Ook in De Smet werkte Laura als naaister of huishoudelijke hulp om het gezinsinkomen aan te vullen. Ze droeg al haar loon af aan haar ouders, zodat Mary naar een school voor de blinden kon gaan. Als tiener genoot ze van het sociale leven in het kleine plaatsje, zoals verjaardagsfeestjes en activiteiten van de kerk.Fraser, p.118-124.

Zij beschreef deze periode in Little Town on the Prairie (De kleine stad op de prairie).

Onderwijzeres In december 1883 slaagde Laura, bijna 16, voor het onderwijzersexamen. Ze was officieel nog te jong om les te geven, maar werd direct benoemd als tijdelijke leerkracht op een nieuw schooltje buiten De Smet. Ze had het moeilijk: ze had nog nooit voor de klas gestaan en een paar leerlingen waren van haar leeftijd. Ook moest zij inwonen bij een gezin waarvan de moeder zware psychische problemen had. Almanzo Wilder haalde Laura elke vrijdag met zijn arrenslee op, zodat zij in het weekend bij haar familie kon zijn.Fraser: p.125-126.

Laura werkte twee jaar lang afwisselend als onderwijzeres op scholen in de buurt van De Smet, en als naaister. Soms ging ze zelf weer een paar maanden naar school om haar opleiding af te maken. Begin 1885 kreeg ze haar officiële onderwijzersdiploma. Later dat jaar verloofde ze zich met Almanzo Wilder. Ze trouwden op 25 augustus 1885; Laura was 18, Almanzo 28. Op verzoek van Laura werd uit de trouwgeloften weggelaten dat zij hem zou gehoorzamen.Chronology: p.811-812.

Zij beschreef deze periode in These happy golden years (Een huis voor Laura). De kinderjaren van Almanzo Wilder zijn beschreven in Farmer Boy (De grote hoeve).

Huwelijk miniatuur|261x261px|Laura Ingalls Wilder en Almanzo WIlder