Magisch realisme is een moderne literatuurstroming waarin realisme en natuurlijkheid samensmelten met het fantastische en bovennatuurlijke. Daar komt een magische werkelijkheid uit voort die het werkelijke en onwerkelijke als gelijkwaardig laat zien. Het magische is namelijk een onlosmakelijk deel van de beschreven werkelijkheid. Met de zo verkregen eenheid van realiteit, verbeelding en het bovennatuurlijke wordt gepeild naar het wezenlijke van het bestaan.Van Gorp, Delabastita & Ghesquiere 2007, p. 282; Paul Pelckmans, in Duhamel (ed.) 1995, p. 20.

Als literatuurwetenschappelijk begrip is het gemunt door de Italiaanse schrijver Massimo Bontempelli, en is het vooral in de westerse wereld tot bloei gekomen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het is met name goed vertegenwoordigd in Zuid-Amerika,Faris 2004, p. 2. met schrijvers als Jorge Luis Borges, Gabriel García Márquez en Isabel Allende. Bekende auteurs die het genre verkend hebben zijn Salman Rushdie, Angela Carter, Patrick Süskind en in Vlaanderen Johan Daisne en Hubert Lampo. Tegenwoordig is het een van de belangrijkste stromingen in de internationale literatuur.Faris 2004, p. 1.

Definiëring Het gebruik van de term magisch realisme geeft blijk van enige onduidelijkheid. Dat komt mede doordat het begrip zelf een tegenstrijdigheid is. Sommigen zien het als onderdeel van het postmodernisme, anderen niet. Soms geldt het als de ‘literaire taal’ van de postkoloniale wereld, soms is het slechts een ‘merknaam voor exotisme’.Warnes 2009, p. 1. Daarnaast wordt het begrip opgevat als een genre, een schrijfwijze of een werkelijkheidsopvatting.Bowers 2005, p. 3. Gemakshalve wordt hierna gesproken van een genre.

Het magische en realistische De basis is realisme. Realistische literatuur beschrijft een eigentijdse, alledaagse werkelijkheid die voor de lezer herkenbaar is.Dat het om een werkelijkheid gaat die alledaags en herkenbaar is, wordt benadrukt, omdat een werkelijkheid als zodanig van alles kan zijn. Elke roman biedt per definitie een werkelijkheid aan, maar bij sciencefiction en fantasy heeft die een andere waarde. Wat beschreven wordt, had echt kunnen zijn. Tevens kenmerkt realisme zich door een hang naar het concrete, materiële en waarschijnlijke.Van Gorp, Delabastita & Ghesquiere 2007, pp. 389-390. Voor schrijvers is het niettemin een onderwerp van discussie of die werkelijkheid al dan niet objectief kenbaar is. Negentiende-eeuws realisme is overwegend objectief, terwijl in de twintigste eeuw meer sprake is van subjectivisme. Magisch realisme wordt gezien als uitloper van dergelijk literair realisme.

Het magische aspect verwijst niet zozeer naar magie in de traditionele betekenis van het woord, en zeker niet naar goochelkunst. Magie verwijst in dit geval naar het bovenzinnelijke, niet-werkelijke en niet wetenschappelijk verklaarbare. Het kan gaan om fantastische personages, bovennatuurlijke wezens, bovenmenselijke krachten, verdwijningen, transformaties, wonderen, het doorbreken van de normale ruimte en tijd en het uitvagen van traditionele grenzen tussen bijvoorbeeld leven en dood, echt en denkbeeldig, zelf en ander. Dergelijke zaken zijn met het realisme in tegenspraak. Uit die oxymoron ontstaat het ‘magische realisme’. thumb|296x296px|Franz Kafka, Die Verwandlung [De gedaanteverwisseling], Leipzig: Kurt Wolff, 1915. Typerend voor het magisch realisme is dat de magische aspecten zonder pardon en zonder verdere verklaring worden opgenomen in de gepresenteerde werkelijkheid. Het natuurlijke en het bovennatuurlijke worden terloops met elkaar vervlochten. Men spreekt van ‘denaturalisatie van het werkelijke en de naturalisatie van het wonderlijke’.Irlemar Chiampi, geciteerd in Warnes 2009, p. 3. Er wordt wat dat betreft niet geoordeeld over de authenticiteit van het geboden wereldbeeld,Chanady 1985, p. 30. ook al draait alles om een ‘fundamenteel wereldmysterie’.Paul Pelckmans, in Duhamel (ed.) 1995, p. 26. De werkelijkheid bevat daarmee een soort bovenzinnelijke dimensie, of bestaat anders gezegd naast een andere werkelijkheid (wat ook het geval is bij sprookjes). Dat totaalbeeld wordt in literair proza onderzocht, om zo bepaalde wezenlijke vragen te beantwoorden en een nieuw perspectief te verkrijgen die dominante, westerse paradigma’s ondergraaft.Hegerfeldt 2005, p. 3. Steeds worden daarvoor grenzen verkend en overschreden, of die nu ontologisch, politiek, geografisch of generisch zijn. ‘De stijl [van het magisch realisme] werkt als verzet tegen vormen van rationaliteit en overheersing die verbonden zijn met de onttovering van de wereld.’‘[T]he style operates in resistance to forms of rationality and domination linked to the disenchantment of the world.’ González 1995, p. 1000. Zodoende brengt magisch realisme mogelijke werelden bij elkaar die anders niet bij elkaar kunnen komen.L.P. Zamora & W.B. Faris, in L.P. Zamora & W.B. Faris (ed.) 1995, pp. 5-6. Het realisme ervan is dan ook verstorend. Het wisselt moeiteloos met het magische.

Onderscheid met andere genres Magisch realisme moet onderscheiden worden van andere vertelwijzen of genres waarin wonderbaarlijke en onwerkelijke zaken voorkomen. Om te beginnen is magisch realisme niet allegorisch. Een allegorie is een vertelling met minimaal twee betekenissen: die van de letterlijke tekst en een metaforische. De plot is daar vaak ondergeschikt aan, en de magische elementen staan in het teken ervan. Daarvan is de status dus anders. De alternatieve betekenis verstoort ook de werkelijkheid die de lezer als gegeven dient te nemen.Bowers 2005, pp. 25-26. De magische elementen zijn in het magisch-realistische proza geen symptomen van een allegorie, maar horen bij de realiteit. Zodoende zijn bijvoorbeeld Franz Kafka's De gedaanteverwisseling en Jonathan Swifts Gullivers reizen er geen voorbeelden van. thumb|227x227px|Illustratie bij Alice in Wonderland uit 1865. Bij het magisch realisme vullen fantastische elementen de werkelijkheid op gelijkwaardige wijze aan en domineren ze die niet, zoals wel het geval is bij sciencefiction en fantasy. Aspecten daarvan kunnen wel overgenomen worden. Zo kent Murakami's Hard-boiled wonderland of het einde van de wereld een sciencefictioncomponent, en Andrus Kivirähks De man die de taal van de slangen sprak een fantasycomponent. Normaliter gaat het bij zulke genres echter om een compleet alternatieve werkelijkheid, dus daarbij is geen sprake van synthese tussen eigentijdse werkelijkheid en het onwerkelijke. Ook wordt niet aan de echtheid van dat onwerkelijke getwijfeld, zoals bij fantastische vertellingen wel gebeurt. Hoewel de gothic novel wel degelijk bovennatuurlijke elementen in de werkelijkheid implementeert, blijft er een onoverbrugbare discrepantie bestaan die leidt tot ongemak en spanning.Warnes 2009, pp. 3-4. Er is dus geen sprake van de vanzelfsprekendheid die het magisch realisme wel heeft. Daarom zijn bijvoorbeeld H.G. Wells' sciencefictionverhalen, Lewis Carrolls Alice in Wonderland en Mary Shelleys Frankenstein geen magisch realisme.

Postmodernistische literatuur wordt gekenmerkt door wantrouwen jegens werkelijkheid en zichzelf legitimerende denksystemen (ontologische en epistemologische scepsis). Ze wil net als het magisch realisme alternatieve perspectieven bieden ter ondermijning van dominante paradigma’s (zoals West-Europees rationalisme), maar ze doet dit tegen de achtergrond van een versplinterd wereldbeeld. Kenmerkend is een spel met werkelijkheid en de verwerping van realisme middels bijvoorbeeld metatekst,Metatekst is tekst over de tekst, zoals de parodie, recensie, vertaling en citering. De techniek is veel toegepast door auteurs als Umberto Eco en Jorge Luis Borges. ironie, het letterlijk nemen van metaforen, fragmentarisme en vergaand eclecticisme. Zodoende ontstaat geen coherente tekst met een heldere, eenduidige structuur.Zie ook Van Gorp, Delabastita & Ghesquiere 2007, pp. 370-371. Dit alles is echter niet het doel van magisch realisme. Zoals het naamdeel realisme aangeeft, wordt een voor authentiek genomen werkelijkheid beschreven. De vraag is dus niet wat waarheid is en of die bestaat. Alles is even waar.Bowers 2005, p. 19. Warnes 2009, p. 9. Peter Verhelsts Tongkat en Umberto Eco’s De naam van de roos zijn zodoende geen voorbeelden van magisch realisme.

In het bijzonder wordt het surrealisme soms verward met het magisch realisme. Bij laatstgenoemde is het echter niet zo dat alle ‘magische’ aspecten van dergelijke literatuur verklaard worden door dromen, geestesziekte of drogerende middelen, terwijl dat veel sterker gebeurt bij het surrealisme.Bowers 2005, p. 22. Dat wil niet realistisch maar juist onrealistisch zijn, en poogt tevens nuttigheid te tarten, de logica te verlammen en bijvoorbeeld het onbewuste door middel van dromen het bewuste te laten overschaduwen.Van Gorp, Delabastita & Ghesquiere 2007, p. 282, pp. 450-451. Dat is bij het magisch realisme niet zozeer aan de orde. Het surrealisme gaat tot slot tegen het realisme in, terwijl het magisch realisme juist realisme incorporeert. Daarom verklaart het de onwerkelijkheid niet middels dromen en dergelijke.Bowers 2005, pp. 21-22. Raymond Roussels Locus solus behoort tot het surrealisme, evenals sommige verhalen van Jorge Luis Borges.

Auteurs kunnen zich inlaten met meerdere genres en schrijftechnieken. Niet alleen oeuvres worden echter verschillend gekarakteriseerd. Ook romans staan open voor meerdere interpretatiewijzen. Zo is Het witte hotel van D.M. Thomas (1981) gelezen als een magisch-realistische roman, maar ook als een postmodernistische, omdat de hoofdpersoon nu eens het ene verhaal doet over haar psychische toestand, dan weer eens het andere, terwijl Sigmund Freud elke keer weer een passende duiding levert: de werkelijkheid is niet zeker, hoewel die wel zeker gemaakt wordt. De identiteit van de persoon is relatief en wordt gevormd door en in de taal.Zie bijvoorbeeld Fokkema 1991, p. 165.

Karakteristieken In haar boek over het magisch realisme gaat literatuurwetenschapster Wendy B. Faris als een van de weinigen uitvoerig in op de eigenschappen van magisch-realistische literatuur.Faris 2005, pp. 7-27. Daarmee probeert ze een duidelijk kader te scheppen voor de behandeling van magisch-realistische literatuur. Letterkundige Christopher Warnes ziet hierin een goede, heldere poging, maar is wel van mening dat enkel de eerste twee karakteristieken cruciaal zijn voor het magisch realisme.Warnes 2009, p. 5.

Onverklaarbaarheid In de eerste plaats spreekt Faris van een ‘irreducible element' (niet-reduceerbaar element'). Dat wil zeggen dat de magische aspecten niet weggeredeneerd kunnen worden op basis van de kennis die wij hebben. Ze kunnen niet verklaard worden door onze conceptie van de wereld en de bekende natuurwetten. In het verhaal wordt dit ook niet geprobeerd en wordt het niet uitgebreid becommentarieerd door de verteller en personages. De wonderbaarlijkheden dienen zich gewoon aan zonder meer en gebeuren ‘echt’. Een voorbeeld is Márquezs korte verhaal De stokoude heer met enorme vleugels (1968) over een oude, zwijgzame engel die op een dag aanspoelt en levenloos in het plaatselijke dorp verblijft. Men bekijkt hem als waren ze in de dierentuin en lacht hem uit, maar onderneemt niets. Op een dag krijgt de engel weer veren aan zijn vleugels, en na een poosje vliegt hij zomaar weg. Ondertussen ging het leven van alledag gewoon verder.