De bevrijding van Maastricht op 13 en 14 september 1944 betekende het einde van de Duitse bezetting van de Nederlandse stad Maastricht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maastricht was daarmee, 4 jaar, 4 maanden en 4 dagen na de Duitse inval op 10 mei 1940, de eerste Nederlandse stad die bevrijd was. De stad was daarna gedurende enkele maanden het commandocentrum van het Amerikaanse 9e Leger bij de campagnes in het Hürtgenwald, in de Ardennen en aan de Roer.

Maastricht in de Tweede Wereldoorlog

Maastricht was na de kortdurende slag om Maastricht op 10 mei 1940 bezet door Nazi-Duitsland. Nederland capituleerde op 14 mei, België op 28 mei en Frankrijk op 23 juni, waarmee alle hoop op een snel einde aan de oorlog verkeken was.

Al snel beheersten de Duitsers en met hen collaborerende NSB'ers het openbare leven. Reichskommissar Seyss-Inquart bezocht de stad op 22 november 1940. Hitler stapte tweemaal over op het station van Maastricht, waarschijnlijk de enige keren dat hij in Nederland was.Ubachs/Evers (2005), pp. 71-72. In het Oud Gouvernement aan de Bouillonstraat werd gouverneur Willem van Sonsbeeck op 5 februari 1941 gedwongen af te treden om plaats te maken voor de NSB'er Max de Marchant et d'Ansembourg. Burgemeester Willem Michiels van Kessenich werd op 15 oktober van dat jaar vervangen door de gematigde nationaalsocialist Louis Peeters.

Op 27 november 1941 dropte vermoedelijk een Engelse bommenwerper een zware bom op de wijk Blauwdorp (Mariaberg), met als gevolg een 25-tal doden en een groot aantal verwoeste huizen. Voor de circa 515 Maastrichtse Joden betekende de bezetting het begin van de Shoa, hun systematische uitroeiing. De meesten werden in augustus 1942 gedeporteerd naar Duitse vernietigingskampen.Ubachs/Evers (2006), pp. 252-253. Slechts ongeveer 120 joden overleefden in Maastricht de oorlog.

Vanaf begin 1943 kwamen de Duitse overheid en de bevolking scherper tegenover elkaar te staan. Het "Witte huis" aan de Prins Bisschopsingel (de ambtswoning van Beauftragte Wilhelm Schmidt), de Ortskommandantur in het Franciscanessenklooster aan de Sint Maartenspoort in Wyck, en vooral de Dienststelle van de SD aan de Wilhelminasingel, waren berucht als plaatsen van verschrikking. Er waren in Maastricht enkele verzetsgroepen actief, alhoewel wellicht minder dan elders. Onder de 296 gevallen Limburgse verzetsmensen waren 34 Maastrichtenaren.Zie: lezing Koreman (1969).

De weg naar de bevrijding thumb|Het Westfront (26 aug. – 14 sept. 1944) De geallieerde opmars in Frankrijk en België Na maandenlange voorbereidingen vond op 6 juni 1944 D-day plaats, de landing in Normandië en het begin van Operatie Overlord, het vestigen van een bruggenhoofd van de geallieerde troepen op het Europese vasteland. Na zware strijd in Normandië, onder andere bij Operatie Cobra (25-31 juli), Operatie Lüttich (7-13 augustus) en de Zak van Falaise (12-21 augustus), volgde op 25 augustus de bevrijding van Parijs, waarna de opmars naar de Siegfriedlinie begon. Het 19e Legerkorps van het 1e Amerikaanse Leger trok in recordtempo op naar de Frans-Belgische grens nabij Doornik (rond 2 september) en daarna via Waterloo en Tienen naar de Maas bij Luik en Visé. Op 10 september bevrijdde het 120e regiment van de 30e Infanteriedivisie ("Old Hickory") Tongeren, waarna het vlak bij Maastricht gelegen Fort Eben-Emael zonder slag of stoot veroverd kon worden, hoewel Hitler opdracht had gegeven het fort "tot de laatste kogel" te verdedigen.Poll (1955), p. 206. Twee dagen later werden de eerste Nederlandse grensdorpen in Zuid-Limburg bevrijd door het 117e regiment van diezelfde Old-Hickorydivisie.Bronzwaer (1989a), p. 14.

Bombardementen en gedwongen tewerkstelling thumb|Begrafenis van de slachtoffers van het bombardement van 18 aug. 1944 Om de terugtrekking van de Duitsers te bemoeilijken bombardeerden de geallieerden belangrijke rivierovergangen en verkeersknooppunten in de bezette gebieden. Zo ook de Maasbruggen in Maastricht. Op vrijdag 18 augustus verschenen rond 6 uur 's avonds een twaalftal Amerikaanse B-17 bommenwerpers boven de stad. Doel was de spoorbrug over de Maas, maar deze werd gemist. Wel werden een groot aantal huizen in de arbeiderswijk Quartier Amélie ("Krejjedörp") op de westelijke Maasoever en een deel van de buurt Sint Maartenspoort ("Roej Dörp") op de oostelijke Maasoever geraakt. Er waren 92 doden en 65 gewonden te betreuren en ruim 1500 mensen waren dakloos. Daarnaast werden de fabriekscomplexen van de Maastrichtsche Zinkwit Maatschappij en de tegelfabriek Rema grotendeels verwoest.Bronzwaer (1989a), p. 32.

thumb|left|175px|Schuilkelder St-Pietersberg Steeds vaker moesten de Maastrichtenaren vanwege het luchtalarm de schuilkelders opzoeken. Deze bevonden zich onder andere op het Stationsplein en in de kazematten, de ondergrondse vestingwerken van Maastricht. In de Sint-Pietersberg was plaats voor 40.000 mensen, ruim de helft van de bevolking van Maastricht die daar volgens het Sint-Pietersbergplan gehuisvest kon worden.Bronzwaer (1989a), p. 28. De uitkijkposten van de luchtbeschermingsdienst op het Dinghuis en de Sint-Pietersberg sloegen steeds vaker alarm. Ook om andere redenen moest ondergedoken worden. Dat gold zeker voor de enkele Joden die nog in de stad waren, maar ook in toenemende mate voor andere burgers vanwege de Arbeitseinsatz. Volwassen mannen van alle leeftijden konden door de Duitsers worden opgepakt om in de Cannerberg mee te bouwen aan een ondergrondse lanceerbasis voor V1-raketten, of aan de spoorweg tussen de Cannerberg en het station Boschpoort. Anderen werden gedwongen om bij Bunde tankwallen te graven of werden tewerkgesteld in de kolenmijnen van Alsdorf (bij Aken).Bronzwaer (1989a), p. 31.

Terugtrekken van de Duitsers Nadat het 19e legerkorps van het Amerikaanse 1e Leger begin september de Frans-Belgische grens was overgestoken, begonnen de Duitsers in allerijl zich uit Maastricht terug te trekken. De terugtocht voltrok zich in volslagen wanorde, waarbij behalve auto's en vrachtwagens ook met paarden of muilezels bespannen huifkarren en oogstwagens, en zelfs kinderwagens dienstdeden. Winkels en opslagplaatsen werden geplunderd. In het kielzog van de Duitsers vertrokken ook steeds meer NSB'ers. In de chaos slaagde de Knokploeg Zuid-Limburg erin om op 5 september 80 politieke gevangenen te bevrijden uit de Minderbroederberggevangenis.Bronzwaer (1989a), pp. 34-39.

thumb|Verwoeste Maasbruggen, sept 1944 Vanaf 5 september lag het openbare leven in Maastricht zo goed als stil. Er verscheen geen krant meer en in de leeggeplunderde winkels was bijna niets meer te krijgen. Gas en water werden met lange tussenpozen geleverd. Door het vrijwel onafgebroken luchtalarm sliepen velen in de kelder van hun huis of in een openbare schuilkelder. Op 8 september liet het Sprengkommando van de Duitse 49e Infanteriedivisie de Spoorbrug en het stationsemplacement in de lucht vliegen. Op 9 september kwamen 6 mensen om het leven en raakten er 10 zwaargewond bij een bominslag op de Meerssenerweg. Op 11 september werd de telefooncentrale in de Sint Bernardusstraat getroffen.

Op 12 september werd op diverse plaatsen in Zuid-Limburg zwaar gevochten. In Heer werden - een dag voor de bevrijding - elf Belgisch-Limburgse verzetsmensen geëxecuteerd, nadat ze hun eigen graf hadden moeten graven. Op 13 september rond 3 uur 's middags werd de springstof in de twee overgebleven Maasbruggen tot ontploffing gebracht. Van de Wilhelminabrug, in stoere art-deco-vormen, bleef vrijwel niets over. Van de Sint Servaasbrug bleven enkele bogen intact door een deels gelukte sabotageactie van een verzetsgroep.Bronzwaer (1989a), pp. 40-41.

De bevrijding

Wyck bevrijd Bij de verzetsmensen van de Ordedienst (OD) was bekend dat de Duitsers de Maasbruggen zouden vernielen zodra de Amerikanen in Gronsveld zouden zijn. Er was zelfs op de ochtend van woensdag 13 september telefonisch contact geweest tussen de OD-commandanten van Eijsden en Maastricht. De Maastrichtenaren wisten daarom dat de bevrijders zeer nabij waren. Het 117e regiment van de 30e Infanteriedivisie ("The Old Hickory") had op dat moment een 3 kilometer brede strook in handen tussen Station Eijsden en de provinciale weg N598 bij Terlinden. Aanvankelijk was het plan om Maastricht pas te veroveren nadat de hoofdweg N278 Maastricht-Aken onder controle was. Omdat op de andere Maasoever het 120e regiment (eveneens onderdeel van de Old Hickorydivisie) al tot Klein-Ternaaien, op luttele kilometers van het Vrijthof, was doorgestoten, werd van dit plan afgeweken.

thumb|left|175px|Troepenbeweging rond Maastricht, 10-19 september 1944 De commandant van het 2e bataljon van het 117e regiment, kolonel James W. Lockett, kreeg opdracht met zijn circa 800 manschappen op te trekken naar het op de oostelijke Maasoever gelegen stadsdeel Wyck. Hij werd daarbij ondersteund door lichte tankeenheden van de 113e cavaleriegroep (het 743e tankbataljon en het 823e anti-tankbataljon). Lockett naderde Gronsveld in drie colonnes en het dorp werd zonder veel tegenstand om 4 uur 's middags bevrijd, Heer en Heugem volgden om half 5. De oprukkende Amerikanen waren in Maastricht te zien vanuit zolderramen en vanaf dakgoten.

Om vijf over half 6 vertoonden zich de eerste tanks met witte ster bij de spoorwegovergang Akerstraat. Daarna volgden enkele jeeps. In een van de jeeps zat kolonel Lockett. Bij een huis in de Hoogbrugstraat stapte hij uit om vanaf het dak de omgeving te inspecteren. Van de bewoner kreeg hij een "cognac van voor de oorlog" aangeboden, de eerste spontane verwelkoming. Vooral op het Stationsplein stroomden de Wyckenaren samen om de bevrijders te verwelkomen. Aan de stationstoren wapperde voor het eerst in ruim vier jaar de Nederlandse vlag. Jongelui verwijderden Duitse bordjes. In het postkantoor van Wyck werden 50 Duitsers gevangengenomen, die zich daar hadden schuilgehouden.Bronzwaer (1989a), pp. 44-49.

Maastricht bevrijd

Door de inname van Wyck was Maastricht aan meerdere kanten ingesloten door twee regimenten van de Old Hickorydivisie: het 117e regiment op de oostoever van de Maas en het 120e regiment ten zuidwesten van de stad. Om die reden besloot de commandant van de Duitse 353e divisie, Paul Mahlmann (die zich op dat moment waarschijnlijk niet in Maastricht bevond), de stad niet te verdedigen. In de nacht van 13 op 14 september vertrokken enkele honderden manschappen van deze divisie via Smeermaas richting Maasmechelen, waar ze zich voegden bij de 176e divisie. Deze divisie was onderdeel van het 1e Parachutistenleger, dat opdracht had het Albertkanaal tussen Maastricht en Antwerpen te verdedigen.

thumb|left|210px|De plek waar het 117e regiment de Maas overstak, gezien door een opening in het Old Hickorymonument In de vroege ochtend van donderdag 14 september stak de bevelhebber van het 117e regiment van de Old Hickorydivisie, kolonel Johnson, vergezeld van majoor Giles, soldaat Killinworth en een radioman, in een roeibootje de Maas over, gadegeslagen door enkele honderden Maastrichtenaren. Na de oversteek van compagnie F van het 117e regiment, trok men van de Blekerij naar de binnenstad. Het 120e regiment, dat zich al een paar dagen op de westelijke Maasoever bevond, naderde de stad tegelijkertijd uit het zuiden, westen en noorden. In de vroege middag maakten beide groepen contact met elkaar. Volgens de correspondent van Radio Oranje werden de geallieerden ontvangen met vreugdetranen en laaiend enthousiasme. Amerikaanse bronnen spraken echter van een meer gereserveerde ontvangst in Zuid-Limburg dan men in Frankrijk en België gewend was.117th-2nd Bn. Giles History op 30thinfantry.org.