De Slag bij Antietam (zuidelijke naam: Slag bij Sharpsburg) op 17 september 1862 bij Sharpsburg in Maryland was de eerste grote veldslag uit de Amerikaanse burgeroorlog die op Noordelijk grondgebied werd uitgevochten. Het was de bloedigste veldslag van één dag in de geschiedenis van de Verenigde Staten, met meer dan 23.000 slachtoffers.McPherson, p. 3.
Nadat generaal-majoor George B. McClellan generaal Robert E. Lee in Maryland had achtervolgd, lanceerde hij een reeks van aanvallen op de defensieve stellingen van Lee bij Antietam Creek. In de vroege morgen van 17 september viel het korps van generaal-majoor Joseph Hooker de Zuidelijke linkerflank aan. Aanvallen en tegenaanvallen volgden elkaar op rond Dunker Church. Noordelijke aanvallen bij de Sunken Road doorbraken de Zuidelijke linie in het centrum van de slag. Dit succes werd echter niet uitgebuit. In de namiddag werd het korps van generaal-majoor Ambrose Burnside ingezet om de stenen brug over de Antietam te veroveren en de Zuidelijke rechterflank aan te vallen. Op dit cruciaal moment arriveerde de divisie van generaal-majoor A.P. Hill van Harpers Ferry en voerde onmiddellijk een tegenaanval uit. Burnside moest zich terugtrekken. Dit betekende het einde van de slag. Hoewel Lee tegenover een dubbel zo sterke overmacht stond, zette hij zijn volledige leger in terwijl McClellan slechts mondjesmaat inzette. Zo kon Lee telkens opnieuw zijn linie versterken op de kritieke punten. Tijdens de nacht versterkten beide legers hun linies. In de loop van 18 september volgden nog verschillende schermutselingen terwijl Lee zijn uitgedunde leger terugtrok over de Potomac.NPS.
Ondanks de Noordelijke overmacht slaagde McClellan er niet in om een sterke aanval uit te voeren en het Zuidelijke leger te vernietigen. Toch was Lees invasie van Maryland voorbij. Het Zuidelijke leger trok zich terug naar Virginia zonder last te hebben van de voorzichtige McClellan. Hoewel tactisch onbeslist had deze veldslag toch een unieke betekenis als strategische overwinning die president Abraham Lincoln voldoende vertrouwen gaf om zijn Emancipatieproclamatie aan te kondigen. Dit ontmoedigde de Engelse en Franse regeringen om de Zuidelijken staten te erkennen.
Achtergrond en de Maryland-veldtocht Maryland! My Maryland! thumb|350px|Maryland-veldtocht van 3 tot 15 september 1862. Het Army of Northern Virginia van de Zuidelijke generaal Robert E. Lee (55.000 man sterk)McPherson, p. 100; Eicher, p. 337; Sears, p. 69 "perhaps 50,000". was Maryland binnengevallen op 3 september 1862 na de recente overwinning in de Tweede Slag bij Bull Run op 29 augustus. Lee wilde zijn leger bevoorraden, vrijwilligers aanlokken uit Maryland (waar veel mensen met het Zuiden sympathiseerden) en de publieke opinie in het Noorden beïnvloeden, omdat er verkiezingen in aantocht waren. Helaas voor Lee stonden de Marylanders niet te dringen om zich bij zijn leger aan te sluiten. Ze waren niet onder de indruk van de muziek Maryland, My Maryland die de Zuidelijke muziekkorpsen speelden. Sommige Zuidelijke politici zoals de president Jefferson Davis hoopten op een erkenning van de Zuidelijke staten door de Europese grootmachten mocht het Zuidelijke leger een overwinning behalen op Noordelijke bodem.Sears, pp. 65-66; McPherson, pp. 88-95.
Gerold om drie sigaren Terwijl generaal-majoor George McClellans 90.000 mans sterke leger probeerde om de marsroute van Lee's leger af te snijden kreeg hij een buitenkansje: twee Noordelijke soldaten (korporaal Barton W. Mitchell en Eerste sergeant John M. Bloss)Sears, p. 112; McPherson, p. 108. vonden orders van generaal Lee (Generale Order nummer 191), gerold om drie sigaren, die door een Zuidelijke koerier waren verloren. Deze papieren bevatten de gedetailleerde strijdplannen, die aangaven dat Lee zijn leger in drieën had verdeeld en naar drie verschillende plaatsen had gestuurd, wat McClellan de mogelijkheid gaf om ieder van de drie delen in detail aan te vallen, als hij snel genoeg handelde. Maar McClellan treuzelde 18 uur om iets met deze informatie te doen en gaf zo een gouden mogelijkheid op om het leger van Lee beslissend te verslaan.McPherson, p. 109.
Een zijstapje naar de Alternatieve geschiedenis: Harry Turtledove verkent in zijn boek How Few Remain wat er gebeurd had kunnen zijn als de order niet verloren was geweest: generaal Lee verovert Washington D.C. ...
Voorafgaand aan de slag bij Antietam hadden nog twee gevechten op kleinere schaal plaatsgevonden: Thomas "Stonewall" Jackson's inname van Harper's Ferry en McClellan's aanval door de Blue Ridge Mountains in de Slag bij South Mountain. De eerste slag was belangrijk omdat een groot deel van het Zuidelijke leger niet onmiddellijke beschikbaar was voor Lee; en de tweede slag voor de Noordelijken vertraging opleverde bij het veroveren van de passen. Hierdoor slaagde Lee er toch nog in om zijn leger bij Sharpsburg te concentreren.McPherson, pp. 110-12.
Samenstelling van de legers Army of Northern Virginia Zuidelijke bevelhebbers Generaal Lees Army of Northern Virginia was ingedeeld in twee korpsen of vleugels.Eicher, p. 337; O.R. Series 1, Vol. XIX part 2 (S# 28), p. 621; Luvaas and Nelson, pp. 294-300; Esposito, map 67; Sears, pp. 366-72. Het eerste korps werd aangevoerd door generaal-majoor James Longstreet en bestond uit de divisies van: Generaal-majoor Lafayette McLaws met de brigades van brigadegeneraals Joseph B. Kershaw, Howell Cobb, Paul J. Semmes en William Barksdale. Generaal-majoor Richard H. Anderson met de brigades van kolonels Alfred Cumming, W.A. Parham en Carnot Posey en brigadegeneraals Lewis Armistead, Roger A. Pryor en Ambrose R. Wright. Brigadegeneraal David R. Jones met de brigades van brigadegeneraals Robert A. Toombs, Thomas F. Drayton, Richard B. Garnett, James L. Kemper en kolonels Joseph T. Walker en George T. Anderson. Brigadegeneraal John G. Walker met de brigades van colonel Van H. Manning en brigadegeneraal Robert Ransom, Jr.. Brigadegeneraal John Bell Hood met de brigades van kolonel William T. Wofford en Evander M. Law. Onafhankelijke brigade van brigadegeneraal Nathan G. "Shanks" Evans.
Het Tweede korps stond onder leiding van generaal-majoor Thomas J. "Stonewall" Jackson en bestond uit de divisies van: Brigadegeneraal Alexander R. Lawton met de brigades van kolonel Marcellus Douglass, brigadegeneraal Jubal A. Early, kolonel James A. Walker en brigadegeneraal Harry T. Hays Generaal-majoor A.P. Hill (de Light Division) met de brigades van brigadegeneraals Lawrence O'Bryan Branch, Maxcy Gregg, James J. Archer en William Dorsey Pender en kolonels John M. Brockenbrough en Edward L. Thomas. Brigadegeneraal John R. Jones met de brigades van kolonel A.J. Grigsby, E. T. H. Warren, Bradley T. Johnson en brigadegeneraal William E. Starke. Generaal-majoor Daniel H. Hill met de brigades van brigadegeneraals Roswell S. Ripley, Robert E. Rodes, Samuel Garland, Jr., George B. Anderson en kolonel Alfred H. Colquitt.
Daarnaast was er het cavaleriekorps onder leiding van generaal-majoor J.E.B. Stuart en de reserve-artillerie geleid door brigadegeneraal William N. Pendleton. Het tweede korps had artillerie per divisie terwijl het eerste korps artillerie op korpsniveau had.
Army of the Potomac Noordelijke korpsbevelhebbers thumb|Lincoln met McClellan en zijn staf bij Grove Farm na de slag Generaal-majoor George B. McClellans leger was versterkt met eenheden van generaal John Popes Army of Virginia en telde zes korpsen.Eicher, p. 338.
Het I Corps geleid door generaal-majoor Joseph Hooker bestond uit de divisies van: Brigadegeneraal Rufus King met de brigades van kolonel Walter Phelps en brigadegeneraals Abner Doubleday, Marsena R. Patrick en John Gibbon. Brigadegeneraal James B. Ricketts met brigades van brigadegeneraal Abram Duryée, kolonel William A. Christian en brigadegeneraal George L. Hartsuff. Brigadegeneraal George G. Meade met de brigades van brigadegeneraal Truman Seymour en kolonel Thomas F. Gallagher.
Het II Corps stond onder bevel van generaal-majoor Edwin V. Sumner en bestond uit de divisies van: Generaal-majoor Israel B. Richardson met de brigades van brigadegeneraals John C. Caldwell, Thomas F. Meagher en kolonel John R. Brooke. Generaal-majoor John Sedgwick met de brigades van brigadegeneraals Willis A. Gorman, Oliver O. Howard en Napoleon J.T. Dana. Brigadegeneraal William H. French met de brigades van brigadegeneraal Nathan Kimball, kolonel Dwight Morris en brigadegeneraal Max Weber.
Het V Corps werd aangevoerd door generaal-majoor Fitz John Porter en bestond uit de divisies van: Generaal-majoor George W. Morell met de brigades van kolonel James Barnes, brigadegeneraal Charles Griffin en kolonel T.B.W. Stockton. Brigadegeneraal George Sykes met de brigades van luitenant-kolonel Robert C. Buchanan, majoor Charles S. Lovell en kolonel Gouverneur K. Warren. Brigadegeneraal Andrew A. Humphreys met de brigades van brigadegeneraal Erastus B. Tyler en kolonel Peter H. Allabach.
Het VI Corps geleid door generaal-majoor William B. Franklin met de divisies van: Generaal-majoor Henry W. Slocum met de brigades van kolonel Alfred T.A. Torbert, kolonel Joseph J. Bartlett en brigadegeneraal John Newton. Generaal-majoor William F. "Baldy" Smith met de brigades van brigadegeneraals Winfield S. Hancock en William T. H. Brooks en kolonel William H. Irwin. Een divisie van het IV Corps onder bevel van generaal-majoor Darius N. Couch met de brigades van brigadegeneraals Charles Devens, Jr., Albion P. Howe en John Cochran.
Het IX Corps aangevoerd door generaal-majoor Ambrose E. Burnside bestaande uit de divisies van: Brigadegeneraal Orlando B. Willcox met de brigades van kolonel Benjamin C. Christ en Thomas Welsh. Brigadegeneraal Samuel D. Sturgis met de brigades van brigadegeneraals James Nagle en Edward Ferrero. Brigadegeneraal Isaac P. Rodman met de brigades van kolonel Harrison S. Fairchild en Edward Harland. Kanawha Division onder leiding van brigadegeneraal Jacob D. Cox met brigades van kolonel Hugh Ewing en George Crook.
Het XII Corps geleid door generaal-majoor Joseph K. Mansfield bestaande uit de divisies van: Brigadegeneraal Alpheus S. Williams met de brigades van brigadegeneraal Samuel W. Crawford en George H. Gordon. Brigadegeneraal George S. Greene met de brigades van luitenant-kolonel Hector Tyndale, kolonel Henry J. Stainrook en William B. Goodrich. Cavaleriedivisie van brigadegeneraal Alfred Pleasonton met brigades van majoor Charles J. Whiting en kolonels John F. Farnsworth, Richard H. Rush, Andrew T. McReynolds en Benjamin F. Davis.
De slag thumb|300px|right|Kaart van de Slag bij Antietam Bij het stadje Sharpsburg stelde Lee op 15 september zijn leger op langs het riviertje Antietam Creek op een lage heuvelrug. Hij had goede defensieve stellingen uitgezocht. Het landschap was doorsneden met heggen en hekken, muren en kleine depressies. De creek vormde maar een kleine natuurlijke barrière. Het was 18 tot 30 m breed en op sommige plaatsen makkelijk over te steken. Drie stenen bruggen lagen ongeveer 1,5 km uit elkaar. Het was ook een gevaarlijke positie. Hun enige ontsnappingsroute bij een eventuele nederlaag was Boteler’s Ford over de Potomac bij Sheperdstown. In de avond van de 15de september telde Lees leger amper 18.000 soldaten. Het Noordelijke leger was drie keer sterker.Bailey, p. 60.