thumb|Tekening van Martin Van Maele uit La Grande Danse macabre des vifs Seksueel kindermisbruik (ook pedoseksualiteit, niet te verwarren met pedofilie) is het seksueel misbruiken van een minderjarige door een volwassene. Het is een vorm van kindermishandeling en een zedendelict.

Hands-on en hands-off misbruik Met de term kindermisbruik duidt men in het alledaagse taalgebruik feitelijk slechts op het zogenaamde hands-on kindermisbruik, kindermisbruik waarbij de dader direct (seksueel) contact met het slachtoffer heeft. Men kan hier denken aan directe seksuele handelingen, maar ook aan voyeurisme of het produceren van kinderporno door het opnemen van seksuele handelingen van of met kinderen.

Hands-off kindermisbruik geldt voor vormen waarbij dit niet het geval is en ziet voornamelijk op bezit en verspreiding van kinderporno, webcamseks met kinderen, anderen aanzetten tot het misbruiken van kinderen, of misbruik faciliteren.

Kindermisbruik: het hoe en waarom Alle vormen van seksueel kindermisbruik hebben in ieder geval twee componenten: een seksuele component (een gevoel van opwinding, het willen) en een antisociale component (overtreden van de wet en de wil van het kind, het doen).

Gelegenheidsplegers De gelegenheidspleger heeft seks met kinderen omdat de gelegenheid er is en persoonlijke omstandigheden daar aanleiding toe geven. Een voorbeeld is het in incestzaken veelvoorkomende scenario van een vader die seksuele toenadering tot zijn dochter zoekt en als argument opvoert dat hij na bijvoorbeeld een echtscheiding geen uitweg meer vond voor zijn seksuele verlangens. Ook een zeer groot deel van de sekstoeristen die zich in meestal arme landen aan minderjarigen vergrijpen zijn gelegenheidsdaders. De drijfveren zijn hier niet de geaardheid maar gemak, nieuwsgierigheid, een laag zelfbeeld, of machtsuitoefening. Ook is het mogelijk dat de dader onverschillig tegenover de leeftijd staat, en bij minderjarige prostituees en troostmeisjes was een andere reden de lagere kans op geslachtsziektes naarmate het meisje jonger is. Ook is het mogelijk dat er een oprechte vergissing in het spel was omdat het meisje er ouder uitzag (jailbait). Dit laatste doet niet af aan de strafbaarheid, evenals de vraag of het slachtoffer ook zelf initiatief tot de seksuele relatie had genomen. Een meerderjarige dient immers beter te weten.

Een randgroep wordt gevormd door jongeren die een romantische relatie hebben met iemand beneden de strafbaarheidsgrens, bijvoorbeeld een stelletje van 15 en 17. Naar de letter van de wet zijn seksuele handelingen tussen beide partners strafbaar, maar in de praktijk knijpt justitie vaak een oogje toe. Hier is toch vaak kritiek op, want een vervolging kan voor de oudere partner zware consequenties hebben. Er bestaan voorbeelden waarbij een ouder van de jongere partner de relatie niet accepteerde en aangifte tegen de oudere partner deed, leidend tot strafvervolging. Juridisch kan men stellen dat er sprake is van een strafbaar feit naar de letter maar niet naar de geest van de wet. Van misbruik kan in zo´n geval geen sprake zijn omdat de relatie in principe gelijkwaardig is.

De slachtoffers zijn vaak relatief ouder dan die van preferentiële daders, vaak met secundaire geslachtskenmerken, maar wel per definitie beneden de strafbaarheidsgrens. Waarschijnlijk vormt deze groep verreweg de grootste categorie met twee-derde tot 75% van het aantal zaken, maar het is mogelijk dat deze categorie oververtegenwoordigd is omdat de daders in deze categorie slordiger te werk gaan, vaker sporen achterlaten en daardoor sneller gepakt worden. Er is vaker schuldinzicht in inzicht in de gevolgen voor de slachtoffers, waardoor behandeling en maatregelen relatief succesvol zijn en de kans op recidive laag.

Een voorbeeld van een gelegenheidspleger was Lavrenti Beria, die vanuit zijn machtspositie willekeurige vrouwen die hij aantrekkelijk vond misbruikte, waaronder zowel minderjarigen als meerderjarigen.

Antisociale plegers De antisociale pleger maakt het eigenlijk niet uit met wie hij seks heeft, een kind is een makkelijk slachtoffer omdat het kleiner, zwakker en makkelijker te manipuleren is. De seks maakt hier deel uit van een breder geweldsdelict jegens het slachtoffer. Het zijn ook deze laatste plegers, hoewel ze in aantallen maar een klein deel van het kindermisbruik vertegenwoordigen (<5%), die hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor ernstige misbruikzaken vaak met dodelijke afloop. Het komt vaak voor dat de slachtoffers niet uitsluitend kinderen zijn, en soms zijn het ook zowel mannen als vrouwen. In tegenstelling tot bij de andere categorieën ontbreekt ook een groomingproces. Weliswaar kan een dader het misdrijf voorbereiden, maar over het algemeen wordt het slachtoffer ofwel op een stille plek overmeesterd ofwel eerst met een smoes weggelokt. Naast minderjarigen vormen prostituees, taxichauffeurs en daklozen groepen met een verhoogd risico slachtoffers van deze categorie daders te worden.

Voorbeelden van antisociale plegers zijn de seriemoordenaars Marc Dutroux, Jeffrey Dahmer en Andrej Tsjikatilo. In veel gevallen ontbreekt schuldinzicht, er is vaak een persoonlijkheidsstoornis in het spel, en de kans op recidive is dan ook relatief hoog. Er was nauwelijks sprake van grooming, alle drie lokten ze hun slachtoffers mee met een smoes of overmeesterden het met bruut geweld. Ze vormen dan ook een gevaar voor niet alleen kinderen, maar voor iedereen in hun omgeving. Marc Dutroux is bijvoorbeeld geclassificeerd als een persoon met kenmerken van een psychopaat, die geen kans maakt op genezing, en bij wie de kans op recidive zeer groot is.

Preferentiële plegers Preferentiële plegers vormen met een kwart tot een derde eveneens een relatief kleine groep. Zij zijn daders met een pedofiele seksuele geaardheid, die deze gevoelens in daden omzetten. Het is belangrijk om in deze context op te merken dat niet iedere pedofiel kinderen misbruikt en niet iedere kindermisbruiker pedofiel is. De meeste pedofielen hebben weliswaar de seksuele gevoelens maar zetten niet de stap om daadwerkelijk kinderen te misbruiken; meestal omdat ze dit zelf verwerpelijk vinden, soms omdat ze bang voor ontdekking zijn.

Daar waar pedofielen de stap naar misbruik wel zetten, gaan ze vaak geraffineerder te werk dan de andere categorieën. Dit kan door bijvoorbeeld een beroep of hobby te kiezen waarbij men veel met kinderen in aanraking komt, of potentiële slachtoffers geleidelijk in te palmen (grooming). Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ze hun leven lang al ervaring hebben met het verbergen van hun maatschappelijk niet geaccepteerde geaardheid. De slachtoffers zijn vaak relatief jong, zonder secundaire geslachtskenmerken. Omdat het hier om een jarenlang ingesleten patroon gaat is de kans op recidive hier ook relatief groot, hoewel veel pedofielen nadien wel schuldinzicht en inleving met de slachtoffers tonen. Waar dit niet het geval is kan er een combinatie van pedofilie met een persoonlijkheidsstoornis in het spel zijn, bijvoorbeeld narcisme.

Een voorbeeld van een preferentiële pleger is Roberts Mikelsons. Bij hem is een pedofiele geaardheid vastgesteld, zijn slachtoffers waren extreem jong, en hij ging zo geraffineerd te werk dat hij door toevallige omstandigheden tegen de lamp liep. Het is mogelijk dat deze groep in de statistieken is ondervertegenwoordigd, omdat de daders door hun geraffineerde werkwijze vaker uit handen van de politie blijven.

Cognitieve vervormingen Bij met name gelegenheids- en preferentiële daders veroorzaakt de discrepantie tussen hun gedrag en hun normen- en waardenstelsel mentale stress. Met andere woorden; de daden gaan tegen hun geweten in, en dit geweten protesteert. Dit is overigens niet specifiek bij kindermisbruik maar ziet men ook terug in andere misdrijven.

Bij sommige daders kan dit ertoe leiden dat ze uit eigen beweging stoppen of zelfs zichzelf aangeven of behandeling zoeken. Bij de meesten is de eerste keer een "point of no return", en lossen ze de mentale stress op door middel van cognitieve vervormingen. Voorbeelden hiervan zijn de schuld aan anderen, de omstandigheden of zelfs het slachtoffer geven, het bagatelliseren of goedpraten van het eigen gedrag, het ontkennen van opzet, of zichzelf als slachtoffer neerzetten. Veel preferentiële daders doen dit laatste en beschuldigen de maatschappij van discriminatie.

Behandeling is er dan ook op gericht deze cognitieve vervormingen te doorbreken waardoor het geweten weer kan spreken en schuldinzicht gevormd kan worden, waardoor de kans op recidive vermindert.

Cijfers over kindermisbruik Hoeveel kinderen er seksueel misbruikt worden door volwassenen is niet precies bekend. Er is wel onderzoek gedaan naar het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld. Daaruit blijkt dat 16% van meisjes tot 18 jaar vóór hun 16e jaar seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft meegemaakt - bij jongens is dat 3,4%. Voor hun 12de jaar is dat respectievelijk 2,9% en 0,7%. Voor hun 15de jaar heeft 20% van alle Nederlandse vrouwen een vorm van seksueel geweld meegemaakt (niet alleen door volwassenen, ook door leeftijdsgenoten). Toch zal er maar een klein deel van het totale misbruik naar buiten komen, als gevolg van schaamte, angst en schuldgevoel. De daders zijn vrijwel exclusief mannen en jongens, hoewel misbruik met vrouwelijke daders ook voorkomt. Het is mogelijk dat dit laatste in de statistieken ondervertegenwoordigd is.

In 2014 werden naar schatting 62.000 minderjarigen (<18 jaar oud) slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag, waar in 10% van de gevallen melding gemaakt werd bij de politie. We zien de afgelopen twintig jaar een terugloop in het aantal seksueel misbruikzaken waarbij aangifte wordt gedaan. Waar dat precies door komt is onduidelijk; waarschijnlijk is het een combinatie van meer aandacht van politie en media, gerichte behandeling van daders, het opstellen van protocollen bij clubs en organisaties en hogere straffen. Ook is het zo dat er veel gedaan is om de aangiftebereidheid van slachtoffers te vergroten. Zo is het makkelijker geworden om aangifte te doen, en zijn er centra voor slachtoffers van seksueel geweld die slachtoffers kunnen ondersteunen bij het doen van aangifte.

De meeste veroordelingen betreffen zaken op grond van artikel 248: ontuchtige handelingen door middel van machtsmisbruik of grooming. De gemiddelde straf voor het plegen van ontucht zonder (fysiek) geweld is 2,3 jaar. Straffen worden veel hoger indien er sprake is van ernstig of herhaald seksueel misbruik van een (of meerdere) kind(eren), onbekende kinderen en kinderen die aan de pleger toevertrouwd zijn (zoals leerlingen). Naast een straf krijgen de meeste veroordeelden voor een zedenmisdrijf ook behandeling opgelegd, alsmede begeleiding door de reclassering.

Het percentage misbruikplegers dat in herhaling valt, ligt lager dan de meeste mensen denken. Zonder behandeling valt 13,7% van de zedendelinquenten terug in een nieuw zedendelict - als er wél behandeling is geweest, is dat 10,1%.

Seksueel misbruik door een onbekende pleger is een zeldzaamheid. Het meeste misbruik wordt gepleegd door een bekende van het kind: een buurman, iemand van de kerk of school, de vader van een vriend of vriendin - samen plegen zij 90% van alle seksueel kindermisbruik. Misbruik door een familielid bepaalt voor 13% het misbruik.

Beweegredenen voor misbruik