Harm Haken (Finsterwolde, 25 februari 1919 - Sande (Duitsland), 15 april 1972) was een Nederlands politicus van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Van 1947 tot 1951 en van 1953 tot 1962 was hij wethouder van de Oost-Groningse gemeente Finsterwolde, en van 1958 tot 1963 lid van de Eerste Kamer.
Levensloop
Haken was de zoon van de landarbeider, later zetboer (bedrijfsleider) Siemen Haken en Jantje Hoogakker. Zijn jongere broer was het Tweede Kamerlid Jan Haken (1912-1956). Hij huwde in 1951 Tjaaktje Bruins uit Beerta, die overleed in 1957. Uit het huwelijk werd een zoon geboren. Het echtpaar woonde aan de Bocht Klinkerweg te Finsterwolde. In 1964 hertrouwde hij met Ursula Anna Bartsch.
Haken was al voor de Tweede Wereldoorlog lid van de CPN en werkte aanvankelijk als landarbeider. In 1946 werd hij verkozen tot raadslid en wethouder van Finsterwolde. In 1950 werd hij tevens lid van Provinciale Staten voor de CPN."Provocatie", De Telegraaf, 19 maart 1963. Geraadpleegd op Delpher op 10 januari 2016 Hij werd al snel het boegbeeld van zijn partij in Finsterwolde.Een fietstocht met Harm Haken door Finsterwolde is vermoeiend. Je moet telkens Moy roepen, want zo wordt Harm door iedereen begroet (behalve door de grote boeren; die kijken vuil). … De communistische wethouder van Huisvesting en Onderwijs van Finsterwolde is nu 31 jaar oud. Toen hij in 1946 samen met Piet Molenkamp door de arbeiders werd aangewezen om de gemeente te besturen, kwam hij zo achter de ploeg weg. De grote boeren en hun P.v.d.A.-burgemeester probeerden hem in de maling te nemen. "Leer eerst eens behoorlijk Nederlands praten", zeiden ze, "dan mag je ook meedoen". Maar Harm zat er voor de arbeiders en liet zich door de vijanden van de arbeiders niet uit het veld slaan. (Met een portret.)Als raadslid stond hij vooral bekend om zijn gepeperde uitspraken, bijvoorbeeld dat de plaatselijke bevolking het Rode Leger bij een eventuele inval met open armen zou ontvangen en over de bijltjesdag die dan te verwachten was.Een voorbeeld van Hakens onbehouwen uitspraken bij Ger Harmsen, Herfsttijloos (Colchicum autumnale). Een levensverhaal, Nijmegen 1993, p. 202. Tijdens een protestbijeenkomst noemde hij de burgemeesters van Beerta, Finsterwolde en Nieuweschans 'zwijnen' en jakhalzen', hetgeen hem op een boete van 75 gulden kwam te staan. In de raadsvergaderingen genoot hij van zijn onschendbaarheid. Zo betitelde hij premier Drees als oorlogshitser en vergeleek hij de politionele acties in Indië met het werk van Hitler: "De regering zet de politiek van de Duits fascisten voort. Maar het zal niet lang meer duren of deze heren zullen ook in Neurenberg terecht staan".Geciteerd door Frank Westerman, De graanrepubliek, Amsterdam 1999. Tijdens een andere bijeenkomst stelde hij dat PvdA-burgemeester Harm Tuin als beoogd Reichskommissar – net als zijn voorganger Seys-Inquart – de galg zou wachten. In de raad probeerde hij steevast de burgemeester van zijn stuk te brengen. Die karakteriseerde Haken op zijn beurt als "dé terrorist van de gemeente", omdat hij een schrikbewind over de ambtenaren zou uitoefenen.De discussie in Finsterwolder gemeenteraad werd persoonlijk toen Haken de burgemeester beschuldigde van het doodwensen van de vooroorlogse partijleider Harm Siemons, en het weigeren van steun aan diens weduwe. Tuin ontkende dit ten enen male. Hij gaf toe dat hij vroeger stevige aanvaringen met Siemons had gehad, maar noemde Haken "op het stuk van intimidatie en agressiviteit … bij wijlen Siemons vergeleken maar een klein broekje". Hij daagde Haken dan ook uit diens beschuldigingen buiten de raadszaal te herhalen, hetgeen deze weigerde. Zie: Marianne Braun, De regeringskommissaris in Finsterwolde, Amsterdam 1975, p. 41.
Het waren de beginjaren van de Koude Oorlog; de internationale spanningen liepen steeds hoger op, waardoor politieke conflicten meer en meer lading kregen. In juli 1951 werden de gemeenteraad en het college van B&W door de Minister van Binnenlandse Zaken ontbonden wegens wanbeheer. Piet Hoekman en Jannes Houkes, '"Het spook van Truman en Marshall boven de raadszaal". Koude Oorlog in de gemeenteraad in Oost-Groningen, 1954-1953', in: Gerrit Voerman, Eddy de Jonge en Harm van der Veen (red.), Tussen Moskou en Finsterwolde. Over de geschiedenis van het communisme in Oost-Groningen, Scheemda 1993, p. 61-77, aldaar p. 71-73. Jan de Roos, 'Klein Moskou: Harm Tuin, regeringscommissaris van Finsterwolde', in: Idem, Besturen als Kunst. Lokale sociaal-democraten 100 jaar verenigd, Amsterdam 2002, p. 156-183. Susanne Keesman, 'The Communist Menace in Finsterwolde: Conspiring against Local Authorities? A Case Study on the Dutch Battle against Communism, 1945-1951', in: Historical Social Research / Historische Sozialforschung 38 (2013), nr. 1, p. 211-231. Sterk gedateerd is: Marianne Braun, De regeringskommissaris in Finsterwolde. Een bijdrage tot de geschiedschrijving van de Koude Oorlog in Nederland, Amsterdam 1975. Dit gebeurde op basis van een speciale wet, waartegen alleen de CPN-kamerfractie – met zijn broer als woordvoerder – bezwaar maakte. PvdA-burgemeester Tuin, die al langer met Haken en zijn partijgenoten overhoop lag, werd benoemd tot regeringscommissaris. Aanleiding was het verstrekken van uitkeringen aan stakende werkverschaffingsarbeiders in 1949 en het overtreden van andere overheidsvoorschriften. De communisten stelden op hun beurt dat er sprake was van een complot van de herenboeren om de arbeiders de mond te snoeren, en zagen in deze maatregel tevens de hand van Washington.
In 1953, bij nieuwe verkiezingen, werd Haken opnieuw in de raad gekozen en werd hij weer wethouder. Binnen de CPN-afdeling had Haken, samen met zijn vertrouweling Jan Siemons, alle touwtjes in handen. Medestanders die met hem in conflict kwamen, zoals wethouder Pieter Molenkamp en hoofdonderwijzer Eilke Klok – eerder voorzitter van de CPN-Statenfractie – zagen zich gedwongen hun partijlidmaatschap op te geven.
Haken behoorde tot de vertrouwelingen van partijleider Paul de Groot. Hij was in 1947 lid van het hoofdbestuur van de jongerenorganisatie ANJV. Van 1953 tot 1960 was hij lid van het CPN-partijbestuur. Tevens had hij zitting in het Groningse districtsbestuur, waar hij als 'agent' oftewel partij-instructeur of propagandist voor de Groningen en Friesland optrad. In 1957 volgde hij zijn kameraad Usco van der Schans op als bezoldigd secretaris van het CPN-district Groningen. Hierdoor kreeg Haken de feitelijke leiding binnen het Groningse partijdistrict. Hij werkte er actief aan mee dat Van der Schans bezoldigd voorzitter werd van de Bond van Land- en Zuivelarbeiders. Ten gevolge daarvan ontstond een scheuring binnen de Eenheids Vakcentrale. Voormalig partijgenoot Jan de Jong herinnert Haken als een luidruchtige persoonlijkheid, die met zijn vrienden als een "soort maffia-bende" opereerde.Gerda Bosma e.a. (red.), Dat verdomde kapitalisme. Politieke herinneringen van een weerbarstig noorderling: Jan de Jong (1914-1995), Groningen 1996, p. 55 ("een louche figuur, een kreng eigenlijk" met "eigenaardige, agressieve, ronduit negatieve kreten"; hier geciteerd). Vrij Nederland-journalist Walther Schaper interviewde hem in 1953: Hij is gegrepen door de idee van het vredebrengende communisme, heeft als jonge landarbeider ellende en onrechtvaardigheid ondervonden en gezien, heeft socialistische en communistische lectuur verslonden en de verkregen kennis … in de spons van zijn sentiment opgenomen. Hij zegt maar wat hem voor de mond komt, oreert … alsof hij een duizendkoppige openlucht-meeting toespreekt.Twee keer was Haken betrokken bij geweldsincidenten, onder andere gericht tegen aanhangers van de Brug-groep. Toen hij in oktober 1962 wegens rijden onder invloed werd aangehouden, bedreigde hij een politiebeambte.
Haken stond in oktober 1956, na de dood van zijn broer Jan, kandidaat voor de Eerste Kamerverkiezingen, maar hij werd niet verkozen. In 1958 kwam hij alsnog in de Eerste Kamer, nu als vervanger voor partijgenoot Cor Geugjes, die met de CPN had gebroken. De Binnenlandse Veiligheidsdienst uitte twijfel aan zijn capaciteiten: Het is de vraag of de vervanging van Geugjes door Harm Haken voor de CPN in de Eerste Kamer een vooruitgang betekent. … Haken is wel een trouw CPN-er, die geheel achter Paul de Groot staat en in het Noorden van het land zijn sporen in de partij heeft verdiend. Hij staat echter niet op het niveau van een gemiddeld Kamerlid. Voor de CPN zat er nochtans niets anders op dan de keuze op H. Haken te laten vallen. Bij de verkiezingen van 1960 kwam hij opnieuw in de Kamer, waar hij zich vooral bezig hield met met economische zaken, landbouw, defensie en sociale zaken.
Hakens zakelijke activiteiten leidden tot kritiek binnenskamers; hij zou "kapitalistische allures" hebben gekregen door het oprichten van een aannemersbedrijf in juni 1959. De Binnenlandse Veiligheidsdienst meende te weten dat de "handel-en-wandel" van vooraanstaande communisten als Haken in Finsterwolde tot verdeeldheid had geleid. De partij had daarom besloten hem "van lieverlede uit te rangeren". Mei 1961 keerde hij om gezondheidsredenen en vanwege drukke werkzaamheden niet terug als partijbestuurder. Het jaar daarop kwam een einde aan zijn Statenlidmaatschap; hij trok zich tevens terug als wethouder.
Half maart 1963 werd Haken, die op dat moment nog Eerste Kamerlid was, opgepakt op verdenking van valsheid in geschrifte. Ook vijf andere partijleden, waaronder twee wethouders, werden aangehouden. De betrokkenen hadden meegewerkt aan het opstellen van een valse akte, die bedoeld was om het verzekeringsgeld voor herbouw van het in 1960 afgebrande CPN-volkshuis annex bioscoop 'Het Centrum' aan de Hoofdweg veilig te stellen. Het communistische dagblad De Waarheid sprak van een "doorzichtige anticommunistische rel", zo vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen van mei 1963. Haken bracht vijf weken door in voorlopige hechtenis. De rechtbank in Groningen veroordeelde hem tot vier maanden gevangenisstraf; het Leeuwarder gerechtshof bracht dat in hoger beroep terug tot acht weken, waarvan de helft voorwaardelijk. Zijn aannemersbedrijf werd eveneens verdacht van belastingfraude en het ontduiken van sociale lasten; een van zijn medewerkers – het voormalige hoofd van de gemeentelijke sociale dienst – werd daarvoor in 1964 veroordeeld.Volgens de Binnenlandse Veiligheidsdienst richtte Harm Haken op 1 september 1960 de commanditaire vennootschap Oost Groninger Machinale Drainage-, Riool- en Stukadoorsbedrijf op, een firma die in 1961 onder gewijzigde naam zou zijn voortgezet. Haken gold hier als geldschieter; als vennoten fungeerden Koert Oudekerk en Stoffer van der Laan. Beiden plaatsten vanaf 1960 geregeld advertenties om stucadoors voor werk in Duitsland te werven. Bij de Kamer van Koophandel stond het bedrijf aanvankelijk ingeschreven als Oost-Groninger Machinale Drainage-, Schoonmaak-, Grondwerk- en Rioleringsbedrijf, 1959-1960. Zie ook: Groninger Archieven, toegang 2544: Handelsregister Kamer van Koophandel Oost-Groningen, nr. 2314973.
Haken vestigde zich rond die tijd met zijn verloofde in Weener (Dld.), waar hij zijn werkzaamheden voortzette. Waarschijnlijk werkte hij als koppelbaas en aannemer in de bouw. Zijn vader en zijn toekomstige vrouw hielpen mee om personeel voor tewerkstelling in Duitsland te recruteren.Perlement.com meldt dat Haken eigenaar van een aannemingsbedrijf en bouwvakker te Weener was. Hij keerde na de verkiezingen in juni 1963 niet terug in de Eerste Kamer. Oktober 1964 trad hij terug uit de politiek en bedankte als lid van de gemeenteraad van Finsterwolde.
Externe link
Noten
Categorie:Politicus voor de Communistische Partij van Nederland Categorie:Nederlands politicus in de 20e eeuw Categorie:Eerste Kamerlid Categorie:Geschiedenis van Oldambt