De IT-infrastructuur is de fysieke verkeersinfrastructuur ten behoeve van IT, met als hoger doel informatie te delen of aan te bieden en te consumeren.
Betekenis De term "IT-infrastructuur" wordt gebruikt voor de verzameling voorzieningen die nodig is voor het transport van digitale signalen die gegevens bevatten. Hieronder vallen alle fysieke en technische middelen die het (foto)elektrische signaal (als gegevensdrager), verplaatsen, verdelen en routeren.
IT-infrastructuur is een deelverzameling van ICT-infrastructuur. Dit is het geheel van ICT-voorzieningen dat nodig is om een land, bedrijf of instelling te ondersteunen bij een reeks van processen zoals financiën, logistiek, planning, verslaglegging, rapportages en communicatie. Dit wordt mogelijk gemaakt door het verwerken, opslaan, en transporteren van digitale data. Voor intercontinentale, landelijke, regionale en gemeentelijke ICT-infrastructuur zijn In veel gevallen private ondernemingen verantwoordelijk. Bij organisaties (zoals een bedrijf of een instelling) is dat doorgaans de organisatie zelf, hoewel er steeds meer ICT omgevingen worden ondergebracht in datacenters.
Componenten De fysieke IT-infrastructuur wordt opgebouwd uit een combinatie van transportmedia en netwerkcomponenten.
Transportmedia Transportmedia vallen (al naargelang het signaaltype) in drie hoofdgroepen uiteen: elektrische geleiders voor geringe afstanden en patch-doeleinden (o.a: UTP, telefoonkabel en Coaxkabel) glasvezelkabel voor grote afstanden en patch-doeleinden (in de typen: 'Multimode Step Index', 'Multimode Graded Index' en 'Single Mode Step Index') de "ether" (alle vormen van elektromagnetische radiogolven, zoals Bluetooth, WiFi, ZigBee, GPRS, UMTS, 3G - 5G en straalverbindingen
Netwerkcomponenten Netwerkcomponenten vallen in drie hoofdgroepen uiteen: Passieve componenten (o.a.: netwerkkabel, connector en verdeelpanelen) Niet intelligente actieve componenten (o.a.: hub en repeater) Intelligente actieve componenten (o.a.: switch, bridge, router en gateway)
Al deze technische middelen zijn werkzaam op laag 1-3 van het OSI Datacommunicatie referentiemodel, t.w. de Fysieke-, Datalink- en Netwerklaag.
Netwerktopologie Ook is de fysieke netwerktopologie van belang, die de verbindingen tussen Netwerkcomponenten onderling beschrijft. De route die de data aflegt wordt naast de topologie van de fysieke verbindingen, ook bepaald door routeringsalgoritmen in de intelligente actieve netwerkcomponenten. Gezamenlijk zijn deze bepalend voor de uiteindelijke route die de informatie aflegt over de IT-infrastructuur.
Fysieke netwerktopologieën busnetwerk (Alle Ethernet varianten op basis van coaxkabel en ARCNET) sternetwerk (RS-232) boomnetwerk (Alle Ethernet varianten op basis van UTP) ringnetwerk (IEEE 802.5) vermaasd netwerk (Alle 'any-to-any' draadloze netwerken. Bedrade maasnetwerken zijn zeer ongebruikelijk.)
Routeringsalgoritmen Source Routing (zie: Token Ring) STP - IEEE 802.1D (Spanning Tree Protocol) RIP (Routing Information Protocol) OSPF (Open Shortest Path First) MPLS Multiprotocol Label Switching
Data- en systeembeheer Gestructureerd data- en systeembeheer vraagt om vaste procedures. Een raamwerk hiervoor is ITIL.
Zie ook Local area network (LAN) Ethernet ARCNET Token ring Storage area network (SAN) Synchrone digitale hiërarchie (SDH)
Categorie:Informatica