thumb|Commanderij Dünebroek, getekend door Jacobus Stellingwerff, ca. 1700. thumb|Ligging van Dünebroek (rechtsonder) rond 1630. Dünebroek is een buurtschap en een voormalige commanderij van de Johannieterorde in het zuidwesten van de landstreek Reiderland in Oost-Friesland.

Het klooster speelde een belangrijke rol bij de ontginning en ontwatering van de landstreek. Het beschikte over een meerdere uithoven en een eigen afwateringssluis., Wymeer, Gemeinde Bunde, Landkreis Leer, ostfriesischelandschaft.de (2007-2009)). Gearchiveerd op 17 juli 2022. Vermoed wordt dat de commanderij sinds haar stichting een dubbelklooster is geweest, net als andere Johannieter vestigingen in Oost-Friesland, hoewel de ordezusters pas in 1510 voor het eerst worden vermeld., Klöster, Stifte und Kommenden in Niedersachsen vor der Reformation, Hildesheim, 1986, p. 55. Het klooster behoorde tot de parochie van Wymeer (bisdom Münster) en lag net als het buurdorp Bellingwolde op het grondgebied van het bisdom Osnabrück.

De buurtschap Dünebroek was onderdeel van het kerspel, later de gemeente Wymeer, die in 1973 opging in de Samtgemeinde Bunde (sinds 2021 een gewone gemeente). Vroeger hoorden bij Dünebroek tevens de buurtschappen Grashaus Dünebroek, Heerenland en Zollhaus.

Geschiedenis Over de geschiedenis van de commanderij is weinig bekend. Het archief ging op enkele restanten na verloren., Dünebroek – Johanniter-Doppelkommende, in: (ed.), Niedersächsisches Klosterbuch. Verzeichnis der Klöster, Stifte, Kommenden und Beginenhäuser in Niedersachsen und Bremen von den Anfängen bis 1810, Teil 1-4, Bielefeld, 2012, pp. 344–346 De Johannieters stichtten deze nieuwe commanderij omstreeks 1300. Ze werd voor het eerst op 8 september 1319 in een vergelijk tussen het Johannieter-kapittel in Burgsteinfurt en de Friese commanderijen onder de naam Wymaria vermeld in een oorkonde. De naam slaat terug op het nabijgelegen dorp Wymeer in de huidige gemeente Bunde. Mogelijk is het klooster verplaatst naar dit dorp en bevond het zich eerst elders, bijvoorbeeld bij de boerdijer Dünkirchen te Marienchor, die tot het kloosterbezit behoorde.

De gebouwen van de commanderij lagen echter ten westen van Wymeer in de buurt van de middeleeuwse heerbaan van Bremen naar Groningen, 900 m aan deze zijde van de huidige Nederlandse grens., Der Johanniterorden in Ostfriesland, Aurich 1973, p. 35. Op grond van gedetailleerde afbeeldingen uit de 16e en 17e eeuw valt op te maken dat de commanderij een tweevleugelige bebouwing kende met een kerk met vieringstoren, meerdere bijgebouwen en een door een muur omgeven tuin.Cornelius Adgerus, Charte description [...] aengaende des Diepte oder Schypvaert von Reede nae Bellingwolde [...], 1587. Niedersächsisches Landesarchiv Osnabrück, K 53 Nr. 1 H. Gearchiveerd op 9 februari 2022. De afbeelding is mogelijk ontleend aan de provinciekaart van Jacob van Deventer uit 1545.

Ten noorden van de commanderij strekte zich van de tot dan slechts drie kilometer afgelegen Dollard een breed moerassig terrein of broekgebied. De naam wordt voor het eerst vermeld als Dünäbroeck op een klok van de commanderij uit 1460, daarna als Dunbroick (1495) en cloester Dunenbroeke (1547). Het toponiem bevat de bestanddelen duin ('zandhoogte', Oudfries dūne) en broek ('drassig land', Oudfries brōk). De betekenis zal dus zijn 'moeras met enkele hoogten'.

Langs het klooster liep het veenriviertje Dunebroeker Leetze (1620), gewoonlijk de Lethe genoemd, dat voorbij het huidige Nieuweschans in de Reider Aa uitmondde. Een (onbetrouwbare) lijst van verdronken nederzettingen uit het midden van de 16e eeuw vermeldt tevens het ondergegane dorp Dunelee, mogelijk in de omgeving van Boen, in een gebied dat op een kaart van ca. 1580 ook wel als Leebrouck wordt aangeduid. Misschien was dit een dochternederzetting van het klooster.

Na de inbraak van de Dollard in de 15e eeuw kreeg Dünebroek te maken met getijdenwerking en stormvloeden, waardoor in het noorden van het gebied een kleipakket werd afgezet. In het tweede kwart van de 16e eeuw werd een nieuwe zeedijk gebouwd, die aansloot bij de Hamdijk aan de Groningse kant van de grens. Men zocht vervolgens een nieuwe uitwatering naar het westen. Daarvoor het Dünebroeker Sieltief – ook wel Commandeurssloot genoemd – naar het westen omgelegd. Aan de Hamdijk – vlakbij de latere vesting Booneschans – werd een nieuwe Dunebroeckster-zijll aangelegd, met een uitwatering naar de Westerwoldse Aa. Er kwam daarna nog een tweede sluis voor Wymeer bij. Na de aanleg van de nieuwe vesting Nieuweschans kwamen deze sluizen in 1637 te vervallen. Het water werd voortaan via de Moersloot naar de vesting geleid.Het jaartal verwijst mogelijk naar een kopie uit 1593 van de kaart van Cornelius Adgerus uit 1587.

Ten zuiden van Dünebroek lagen grote veen- en heidevlakten. De zuidelijke grens van het bezit van de Johannieter Orde was de zogenaamde Hillige Lohne, een middeleeuwse verbindingsweg tussen het Nederlandse dorp Bellingwolde en de Emslandse plaats Rhede. In het westen begrensde het watertje de Lethe, waarvan het verloop ongeveer met de Duits-Nederlandse grens overeen kwam, het grondgebied van de commanderij.

Verdere delen van het bezit waren moerassige gebieden, die de Johannieter drooglegden en vervolgens als hooi- of weiland gebruikten. Deze vormden de economische basis voor het klooster. Daarbij werd aan de veehouderij het meeste belang gehecht. Voorwerken of uithoven bevonden zich in Dünebroeker Grashaus, in het dorp Wymeer en vermoedelijk ook bij de boerderij Dünkirchen (Duinkerken) in Marienchor. Het voorwerk te Oosterwijtwerd werd voor 1472 zelfstandig.

Door haar ligging aan de grens met Emsland en de Nederlanden werd de commanderij herhaaldelijk het doelwit van plunderingen. Tijdens amilitaire expedities in 1492 liet de bisschop van Münster, Hendrik van Schwarzburg, Dünebrok beroven, Wymeer alsook Weener plunderen en afbranden. Tijdens de Saksische Vete beroofden landknechten van de Schwarzen Garde de commanderij Dünebroek. In het kader van de Reformatie eigende de Oost-Friese graaf Enno II zich in 1528 Dünebroek net zoals ook de andere stichtingen van de Johannieterorde in Oost-Friesland toe. Tijdens de Schmalkaldische Oorlog plunderden de keizerlijke troepen van Karel V de commanderij.

Het katholieke ordeleven van de commanderij Dünebroek doofde uit in de tijd van de Reformatie omstreeks 1550. Het landbezit van de Johannieters in en rond Dünebroek werd in beslag genomen door de graaf van Oost-Friesland en bij de grafelijke domeinen gevoegd. Rond 1560 vonden hier nog protestantse erediensten plaats, maar het kerkgebouw werd vermoedelijk al voor 1600 afgebroken. Vanaf 2 februari 1580 werd het ver pacht en later in erfpacht gegeven. Het zogenaamde Heerenland aan de oostzijde, waar in 1719 vier families woonden, werd in de Franse tijd verkocht en ontwikkelde zich tot een armoedige Moorkolonie.

Op de ruïnes van het klooster verrees een landhuis met grachten en een poortgebouw. Enkele restanten van de commanderij bleven tot minstens 1810 behouden. In de 19e eeuw werd hier een grote boerderij gebouwd. Het voormalige kloostergebied vormde een afzonderlijke gemeente binnen het kerspel Wymeer, wat tot conflicten over het kerkelijk stemrecht en de armenzorg voerde. Dünebroek had vermoedelijk al in de middeleeuwen een eigen school. In 1759 was opnieuw sprake van een school; in 1836 werd besloten tot het bouwen van een nieuwe school, waarna ook Heerenland een school kreeg. In 1910 werd de Klosterlandjer Schule in Wymeer in gebruik genomen. Die fuseerde in 1957 met de school van Wymeer, die echter niet lang heeft bestaan. Vanaf 1972 gingen de kinderen naar school in Bunde.

De voormalige kloostermolen van Dünebroek werd later in erfpacht uitgegeven. De oorspronkelijke standaardmolen werd in 1868 verplaatst en vervangen door een stellingmolen, die in 1974 zijn deuren sloot.

Kunsthistorische bijzonderheden Met de opheffing van de commanderij tijdens de Reformatie gingen vele delen van de inrichting verloren. Graaf Enno II eigende zich een merendeel van de bezittingen van de commanderij toe en verkocht deze vervolgens. Lange tijd bleef de om 1460 gegoten klok behouden, die mogelijkerwijs een werk van Ghert Klinghe is. Haar opschrift luidt: i de ere sunte johannis baptist da dünäbroeck ano dni m ccc l x. Ze werd na de opheffing van de commanderij naar de Lutherkerk van Leer overgebracht en tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1917 verwoest. De door commandeur Arnold in 1511 in opdracht gegeven zilveren miskelk ter ere van de heilige Johannes bevindt zich als enige bewaard gebleven altaargerei van een Oost-Friese Johannietercommanderij in het bezit van de Wibadikerk in Wiegboldsbur. Op de kelkvoet zijn zes bogen aangebracht, waarvan een met golven is versierd, op dewelke een schip dobbert.

Kloostergoed Dünebroek De landerijen van de Commanderij Dünebroek (zo'n 600 hectare) kwamen in handen van de staatsdomeinen en werden verpacht. In de 19e eeuw werden ze verkocht. Ze kwamen in handen van de succesvolle boomkweker Hermann Albrecht Hesse uit Weener, die ze in 1904 te koop aanbood. De verwaarloosde landerijen werden daarna aangekocht door een groep investeerders uit Bellingwolde, vijf herenboeren onder leiding van Geert Richtes Dallinga (1869-1954). Die richtten hiervoor de GmbH Klostergut Dünebroek op, gevestigd te Wymeer. Het noordelijke gedeelte verkochten ze meteen door aan de pachtboeren die er al op zaten. Het zuidelijke gedeelte, in totaal 266 hectare, bleef over voor het Kloostergoed Dünebroek. De investeerders waren vooral geïnteresseerd in de oude bouwlanden – geschikt voor fabrieksaardappelen– en in de taaie rodoorngronden aan de noordkant. Enkele investeerders raakten in de ban van het nationaalsocialisme, waardoor ernstige meningsverschillen ontstonden. De landerijen raakten ernstig verwaarloosd.

Na de Tweede Wereldoorlog staakte de firma haar werkzaamheden. Dankzij de van de gealieerden was daarvoor overheidssteun voorhanden. In 1950 werden de landerijen verdeeld in afzonderlijke boerderijen. Enkele bedrijven kwamen in handen van gevluchte NSB' ers en collaborateurs uit het Oldambt. De boerderij 'Schwanenhof' van Tjark Eltjo Bontkes uit Finsterwolde werd een trefpunt voor ex-nazi's.

Externe links

Literatuur , 'Geschiedenis "kloster Dünebroek", de bedrijven en hun bewoners', in: J. Bruining-Harms e.a., Bellingwolde vroeger en nu, deel 2, uitgegeven door de Landbouwvereniging Belllingwolde. z.pl. 2000, p. 290-344 , Der Johanniterorden in Ostfriesland, Aurich 1973 , 'Dünebroek – Johanniter-Doppelkommende', in: (edd.), Niedersächsisches Klosterbuch. Verzeichnis der Klöster, Stifte, Kommenden und Beginenhäuser in Niedersachsen und Bremen von den Anfängen bis 1810, Teil 1-4, Bielefeld 2012, pp. 344–346, , Klöster, Stifte und Kommenden in Niedersachsen vor der Reformation, Hildesheim 1986, , Geschichte der ehemaligen Klöster in der Provinz Ostfriesland: ein Versuch, Emden 1838, pp. 116-128.

Noten

Dünebroek Categorie:Orde van Malta Categorie:Verdronken Dollarddorp Categorie:Bunde