Achenebbisj, ook wel gespeld als aggenebbisj, ochenebbisj of oggenebbisj (met de klemtoon op neb), is een van oorsprong Jiddisch woord, dat oorspronkelijk vooral door de Joodse gemeenschap in Amsterdam werd gebruikt.

Betekenis Achenebbisj betekent "armoedig, rommelig", "niets, mis", "zielig, pover" of "schamel". Mokums woordenboek, Prometheus, Amsterdam, 2015, p. 15. De term wordt daarnaast ook gebruikt als uitroep van teleurstelling of medelijden:Van Dale Etymologisch Woordenboek (1997) helaas, ocharm, jammer genoeg. (Voorbeeld: Hemmo is een Achenebbisj figuur)

Sinds begin 20e eeuw komt het woord ook in de schrijftaal voor.

Oorsprong en etymologie Het woord is een samenstelling van de Nederlandse (of Duitse) verzuchting ach (och) en het Jiddische nebbisj.Afkomstig uit ach un nebbisch, zie "ochgenebbisch", in Resten van een Taal, NIK Contact, Amsterdam, 1992, p. 88. Het Jiddische woord nebbisj, nebbesj of nebbich komt vermoedelijk uit het Oud-Tsjechische "neboh" hetgeen stumper betekent. Vgl. Roodwaals nebbich: domoor. en Koosjer Nederlands, Joodse woorden in de Nederlandse taal, uitgeverij Contact, Amsterdam, 2006, p. 416.

Spelling Van Dale vermeldt, net als de Woordenlijst van de Nederlandse Taalunie, als spellingsvormen zowel achenebbisj als aggenebbisj.

Afleidingen Een achenebbisjfiguur of een nebbisjmannetje is een schlemiel ofwel een arme stakker. Nebbisjdik betekent jammerlijk of sneu.

Varia Het woord werd door lezers van Het Parool in 2006 uitgeroepen tot het mooiste Amsterdamse woord. Het kreeg als zodanig de voorkeur boven andere kandidaat-woorden als pikketanussie, attenoje, drijfsijssie en Mokum.

Categorie:Amsterdams Categorie:Jiddische uitdrukking Categorie:Begrip in het Nederlands Categorie:Bargoens woord