De Bonte Wever was een recreatie-, congres- en uitgaanscomplex in Slagharen, in de gemeente Hardenberg. Ondernemer Hennie van der Most vestigde het complex begin jaren tachtig in de voormalige fabriekshallen van de Nederlandse Bontweverij. Het complex werd daarna uitgebreid met onder meer een hotel, sport- en horecavoorzieningen, een bioscoop en een subtropisch zwembad. Op 7 mei 2001 ging De Bonte Wever bij een grote brand verloren.

Geschiedenis

Ontstaan en uitbreiding Van der Most kocht het fabriekscomplex van de failliete Nederlandse Bontweverij in 1981. Hij liet de voormalige fabriek vervolgens gefaseerd verbouwen tot een hotel-, sport- en uitgaanscomplex. Een eerste gedeelte van het complex was in 1982 in gebruik. Er werd gewerkt aan een hotelcomplex met 120 kamers en voorzieningen als een sporthal, bioscoop, tennis- en squashbanen, kegel- en schietbanen, een overdekt tropisch zwembad, sauna's, een Turks stoombad, een fitnesscentrum en horecagelegenheden. Een restaurant, bar, bistro, hotelkamers en tennisbanen waren toen al gedeeltelijk in gebruik.

De Bonte Wever werd in de daaropvolgende jaren verder uitgebreid. Het hotel telde in 1986 160 kamers en het complex beschikte toen onder meer over kegelbanen, een sporthal, bioscopen, vergaderzalen, restaurants en cafés. Ook werd in dat jaar gewerkt aan een tropisch zwembad. Ongeveer 150 mensen werkten in 1992 bij De Bonte Wever en de jaaromzet bedroeg circa 23 miljoen gulden. Het complex omvatte halverwege de jaren negentig een hotel, uitgaanscentrum en zwemparadijs. De Bonte Wever besloeg ten tijde van de brand in 2001 ongeveer 16.000 vierkante meter en omvatte onder meer een hotel met 204 kamers, restaurants, een bioscoop, sportvoorzieningen, congres- en uitgaanszalen en een subtropisch zwembad.

Brandveiligheid Tussen De Bonte Wever, de gemeente Hardenberg en de brandweer bestond in de jaren voor de brand discussie over de brandveiligheid van het complex. De brandweer had het gemeentebestuur herhaaldelijk om maatregelen en om sluiting van De Bonte Wever gevraagd. De gemeente erkende na de brand tekortkomingen in de controle en handhaving van de veiligheidsvoorschriften. De terughoudende handhaving hing mede samen met de economische betekenis van De Bonte Wever voor Slagharen. Het complex trok jaarlijks ruim 600.000 bezoekers en bood werkgelegenheid aan inwoners van het dorp. Een vertegenwoordiger van de brandweer was op de ochtend van 7 mei 2001 nog in De Bonte Wever om te spreken over aanpassingen aan de brandveiligheid.

Brand van 7 mei 2001 Kort na het middaguur ontstond op 7 mei 2001 rookontwikkeling in de omgeving van het saunagedeelte. Personeelsleden ondernamen twee bluspogingen, waarna het complex werd ontruimd. Ongeveer honderd gasten en andere bezoekers konden het complex verlaten. Er vielen geen gewonden. De aanvankelijk beperkte binnenbrand ontwikkelde zich binnen korte tijd tot een grote uitslaande brand. Tijdens de brand explodeerden onder meer bierfusten en gasflessen. Meer dan tweehonderd brandweerlieden uit verschillende regio's werden bij de bestrijding ingezet. Zestig woningen in de omgeving werden uit voorzorg ontruimd.

Vliegvuur zette ook een rietgedekte woonboerderij op enkele honderden meters van De Bonte Wever in brand. De boerderij ging geheel verloren. Bij de brand in het complex kwam asbest vrij. Omwonenden werden gewaarschuwd om brokstukken die in de omgeving waren neergekomen niet aan te raken. De precieze oorzaak van de brand is niet vastgesteld. De eerste brandverschijnselen werden in de omgeving van de sauna waargenomen, maar later onderzoek wees geen definitieve ontstaansoorzaak aan.

Evaluatie van de brand Het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) onderzocht de brand in opdracht van de gemeente Hardenberg en de regio IJssel-Vecht. Het evaluatierapport werd in april 2002 gepresenteerd. De evaluatie wees uit dat De Bonte Wever niet voldoende brandveilig was en dat de eigenaar, de gemeente, de brandweer en de hulpverlening tekortkomingen hadden vertoond. De evaluatiecommissie concludeerde dat de gemeente onvoldoende bestuurlijke daadkracht had getoond bij de handhaving van de brandveiligheidsvoorschriften. De brandweer kreeg kritiek omdat aanvankelijk te weinig materieel en personeel was ingezet en de omvang van de brand verkeerd was ingeschat. De onderzoekers stelden dat Van der Most bij het uitvoeren van verlangde verbeteringen „klassieke vertragingstechnieken” had toegepast. Van der Most ontkende dat hij bewust regels had genegeerd. Hij erkende wel dat hij niet altijd snel genoeg had gereageerd en soms naar goedkopere oplossingen had gezocht. Ook de gemeentelijke rampenorganisatie kreeg kritiek. Verschillende betrokken functionarissen waren door een gemeentelijke herindeling en een burgemeesterswisseling onvoldoende vertrouwd met de geldende procedures.

Nasleep Van der Most maakte in november 2001 bekend van herbouw af te zien. De kosten van nieuwbouw waren volgens hem te hoog geworden door strengere landelijke bouwvoorschriften, waaronder eisen aan de geluidsisolatie. De plannen bleken daarmee niet definitief beëindigd. Van der Most wilde in april 2002 nog een nieuwe Bonte Wever realiseren, niet in Slagharen maar mogelijk elders in de gemeente Hardenberg. Vijf locaties in en rond Hardenberg werden datzelfde jaar onderzocht als mogelijke vestigingsplaats, terwijl Van der Most met verschillende instanties en overheden overlegde over een nieuw complex. Een van de resterende gebouwen op het terrein brandde op 29 juli 2003 af. Brandweer en politie vermoedden brandstichting. Het ongeveer 400 vierkante meter grote pand werd vanwege instortingsgevaar direct gesloopt, waardoor het bij een vermoeden bleef. Er vielen geen slachtoffers.

Ongeveer 28.000 ton puin lag in 2004 nog op het terrein. De gemeente Hardenberg liet het puin met een laag zand afdekken totdat het als fundering voor een rondweg kon worden gebruikt. De hoeveelheid asbest in het puin lag volgens de gemeente onder de geldende norm. Tijdens het opruimen werd de lucht gecontroleerd op verontreiniging. De gemeente kocht het terrein na de brand van Van der Most. De bodemverontreiniging bleek later groter dan verwacht. Over de verdeling van de saneringskosten ontstond een geschil tussen de gemeente en Van der Most. De gemeente probeerde in 2010 via haar huisadvocaat tot een financiële regeling te komen. Van der Most stelde zich sinds 2005 op het standpunt dat hij na de verkoop niet meer voor de saneringskosten verantwoordelijk was.

Categorie:Geschiedenis van Hardenberg