thumb|350x350px|Het politieke systeem van de Verenigde Staten Het politieke systeem van de Verenigde Staten is een federale constitutionele republiek, waarin de President van de Verenigde Staten (het staatshoofd en de regeringsleider), het Amerikaans Congres en de rechterlijke macht de macht in de nationale overheid delen. De federale overheid deelt soevereiniteit met de deelstaatregeringen van de staten.

De uitvoerende macht wordt voorgezeten door de President en is onafhankelijk van zowel de wetgevende als de rechterlijke macht. De wetgevende macht is gezeteld in de twee kamers van het Congres: de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. De rechterlijke macht wordt uitgevoerd door het Hooggerechtshof en lagere federale gerechtshoven. De taak van de rechterlijke macht is om de Grondwet van de Verenigde Staten en federale wetten en regelingen te interpreteren. Hieronder valt ook het oplossen van conflicten tussen de uitvoerende en wetgevende machten. Hoe de federale overheid eruit moet zien, is vastgelegd in de Grondwet. Twee politieke partijen, de Democratische Partij en de Republikeinse Partij, zijn sinds de Amerikaanse Burgeroorlog de dominante partijen. Er zijn ook kleinere partijen, waaronder de Libertarische Partij, de Groene Partij en de Constitution Party.

Er zijn grote verschillen tussen het politieke systeem van de Verenigde Staten en dat van de meeste andere ontwikkelde democratieën, waaronder Nederland. Een paar van deze verschillen zijn een grotere macht in het hogerhuis van de wetgevende macht (vergelijkbaar met de Eerste Kamer), een uitgebreidere strekking van de macht van het Hooggerechtshof, de scheiding van macht tussen de wetgevende en uitvoerende machten en de dominantie van slechts twee politieke partijen. De overige partijen hebben minder politieke invloed in de Verenigde Staten dan in andere democratieën. Dit komt door een combinatie van strenge historische bepalingen. Deze bepalingen zijn gevormd door staats- en federale wetten, informele mediaverboden en de "winner-takes-all"aard van de verkiezingen.

De federale overheid is een entiteit gevormd door de Grondwet van de VS, en is het dominante orgaan van het Amerikaanse overheidssysteem. De meeste mensen vallen echter ook onder de deelstaatregering van hun staat en iedereen valt onder verschillende lokale overheden. Hieronder vallen de county's (een soort provincies), gemeenten en speciale districten.

Deze grote hoeveelheid rechtsgebieden is te danken aan de geschiedenis van het land. De federale overheid is gecreëerd door de staten, die apart waren gevestigd als koloniën en zelfregerend en onafhankelijk van de andere staten waren. De lokale overheden werden door de koloniën gevormd om verschillende staatsfuncties effectiever te kunnen uitvoeren. Met het groeien van het land, werden nieuwe staten toegelaten die hun politieke systeem baseerden op de bestaande systemen.

Politieke cultuur Sinds Alexis de Tocqueville bemerken geleerden een sterke continuïteit in de kernwaarden van de Amerikaanse politiek sinds de tijd van de Amerikaanse Revolutie aan het einde van de 18e eeuw.

Koloniale grondslagen Enkele Britse koloniën in Noord-Amerika waren uniek in de Europese wereld wat betreft hun levendige politieke cultuur, die de meest getalenteerde en ambitieuze jonge mannen tot de politiek aantrok.Patricia U. Bonomi, A Factious People: Politics and Society in Colonial New York (Columbia U.P., 1971) p. 281 Redenen voor dit exceptionalisme zijn onder andere: Ten eerste was het kiesrecht in Amerika het meest verspreid in de wereld. Iedere man met een bepaalde hoeveelheid bezit mocht stemmen. In tegenstelling tot Groot-Brittannië, waar zo'n 20% van de mannen mochten stemmen, was de meerderheid van Amerikaanse mannen kiesgerechtigd. Desondanks was er meer eerbied voor de sociale elite in de koloniale verkiezingen.Richard R. Beeman, "The Varieties of Deference in Eighteenth-Century America," Early American Studies: An Interdisciplinary Journal, Volume 3#2 Fall 2005, pp. 311–40 Deze eerbied verminderde sterk met het begin van de Amerikaanse Revolutie. Ten tweede hadden verkozen organen, met name de assemblages en countyoverheden, in elke kolonie zeggenschap over een breed scala aan openbare en privézaken.Patricia U. Bonomi, A Factious People: Politics and Society in Colonial New York (Columbia U.P., 1971) pp. 281–2 Onder de onderwerpen voor openbaar debat vielen onder meer landtoelagen, commerciële subsidies en belasting, net als het beheer van de wegen, armenzorg, tavernes en scholen. Amerikanen brachten veel tijd door in de rechtszaal, aangezien er veel privérechtszaken plaatsvonden. Juridische kwesties werden door lokale rechters en jury's beheerd en opgeleide advocaten speelden een centrale rol. Hierdoor breidde de advocatuur zich sterk uit. De belangrijke rol die advocaten speelden in de politiek was tegen de jaren 1770 duidelijk waarneembaar, zoals te zien is in de carrières van onder anderen John Adams en Thomas Jefferson en vele anderen.Anton-Hermann Chroust, The Rise of the legal profession in America (2 vol. 1965), vol. 1. Ten derde waren de Noord-Amerikaanse koloniën uniek in de wereld vanwege de groei aan vertegenwoordiging van verschillende belangengroepen. In tegenstelling tot Europa, waar de koninklijke rechtszalen, aristocratische families en de kerk de macht in handen hadden, stond de Amerikaanse politieke cultuur open voor marktlieden, landeigenaren, kleine boeren, ambachtslieden, Anglicanen, Presbyterianen, Quakers, Germanen, Schotten en Ieren, Yankees, Yorkers, en vele andere groepen. Meer dan 90% van de verkozen vertegenwoordigers in de wetgevende macht woonden in hun district, in tegenstelling tot in Engeland, waar het gebruikelijk was om een parlementslid te hebben, dat verder van de bevolking stond. De laatste en belangrijkste reden is dat de Amerikanen gefascineerd raakten en zich steeds meer aanpasten aan de politieke waarden van republicanisme, waarin gelijke rechten, het belang van deugdzame burgers en het kwaad van corruptie, luxe en aristocratie centraal stonden.Bonomi, A Factious People, pp. 281–86 Geen van de koloniën had het soort politieke partijen die ontstonden in de jaren 1790, maar er waren fracties die om de macht streden.

De Amerikaanse ideologie Republicanisme, gecombineerd met een vorm van klassiek liberalisme, blijft de belangrijkste ideologie. Centrale documenten hierin zijn, onder andere, de Onafhankelijkheidsverklaring (1776), de Grondwet (1787), De Federalist Papers (1788), de Bill of Rights (1791) en Abraham Lincoln's Gettysburg Address (1863). Politicoloog Louis Hartz beschreef dit thema in The Liberal Tradition in America (1955). Hartz beschouwt het Zuiden van voor de oorlog als losbrekend van deze centrale ideologie in de jaren 1820, toen er daar meer werd geneigd naar een hiërarchische, feodale gemeenschap. Anderen, onder wie David Gordon van het libertarische Mises Institute uit Alabama, zijn van mening dat de separatisten, die de Separatistische Confederatie stichtten in 1861, de waarden van het klassieke liberalisme behielden.Hartz, Louis. Onder de kernwaarden van deze ideologie vallen onder andere:Robert E. Shalhope, "Republicanism and Early American Historiography," William and Mary Quarterly, 39 (April 1982), 334–356 in JSTOR(registration required). Gearchiveerd op 17 augustus 2021. Burgerplicht: burgers hebben de verantwoordelijkheid om de overheid te begrijpen en te ondersteunen, deel te nemen aan de verkiezingen, belasting te betalen en in dienstplicht te gaan. Verzet tegen politieke corruptie. Democratie: De overheid is verdedigbaar tegenover het volk, die hun vertegenwoordigers mogen veranderen door middel van verkiezingen. Gelijkheid voor de wet: De wetten mogen geen speciale privileges geven aan bepaalde burgers. Overheidsambtenaren zijn onderworpen aan de wet, net als de anderen. Godsdienstvrijheid: De overheid mag godsdienst steunen noch onderdrukken. Vrijheid van meningsuiting: De overheid mag door de wet of door handelen de persoonlijke, niet-gewelddadige meningsuitingen van een burger niet beperken. Toen de Verenigde Staten werden gesticht, bestond de economie voor het grootste deel uit landbouw en kleine privéondernemingen en de staatsoverheden lieten welvaartsproblemen over aan privé- of lokale initiatieven. De laisser-faire-ideologie werd grotendeels opgegeven in de jaren 1930, tijdens de Grote Depressie. Tussen de jaren 1930 en 1970 werd het fiscale beleid gekenmerkt door de keynesiaanse consensus. In die tijd domineerde modern Amerikaans liberalisme het economisch beleid. Sinds het einde van de jaren 70 en de vroege jaren 80, werd de laisser-faire-ideologie, zoals uitgelegd door Milton Friedman, weer een sterke macht in de Amerikaanse politiek.Clark, B. (1998). Hoewel de Amerikaanse welvaartsstaat verdrievoudigde na de Tweede Wereldoorlog, staat het sinds eind jaren 70 op 20% van het bbp.Alber, J. (1988).Barr, N. (2004). Tegenwoordig zijn modern Amerikaans liberalisme en modern Amerikaans conservatisme verwikkeld in een voortdurende politieke strijd, die wordt gekarakteriseerd door wat The Economist beschrijft als "grotere verdeeldheid [en] nek-aan-nek, maar hard bevochten verkiezingen."

Gebruik van "links–rechts"politiek Het hedendaagse Amerikaanse politieke spectrum en het gebruik van de termen "links–rechts-politiek", "liberalisme" en "conservatisme" verschilt in de Verenigde Staten van dat in de rest van de wereld. Volgens de Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger, Jr. "heeft Liberalisme in de Amerikaanse zin van het woord weinig gemeen met hoe de term gebruikt in de Europese politiek, behalve misschien Groot-Brittannië" (1956). Schlesinger merkt ook op dat Amerikaans liberalisme niet dezelfde overtuiging toont voor beperkte overheid en laisser-faire-economie als klassiek liberalisme.Liberalism in America: A Note for Europeans by Arthur Schlesinger, Jr. (1956) from: The Politics of Hope (Boston: Riverside Press, 1962). Gearchiveerd op 8 oktober 2021. Omdat die twee posities over het algemeen genomen vaak door Amerikaanse conservatieven worden ondersteund, merkte historicus Leo P. Ribuffo in 2011 op dat "dat wat de Amerikanen tegenwoordig conservatisme noemen, wordt in de rest van de wereld liberalisme of neoliberalisme genoemd."Leo P. Ribuffo, "20 Suggestions for Studying the Right now that Studying the Right is Trendy", Historically Speaking Jan 2011 v.12#1 pp. 2–6, quote on p. 6

Kiesrecht Het kiesrecht is van toepassing op vrijwel alle burgers van 18 jaar of ouder. Alle staten en het District van Columbia dragen bij aan de electorale stemmen voor de President. Echter, het District, net als andere bezittingen van de VS, zoals Puerto Rico en Guam, zijn niet vertegenwoordigd in het Congres. Deze eenheden hebben geen recht om een politiek figuur te kiezen buiten hun eigen gebieden. Elke gemenebest, territorium, of district kan alleen een niet-stemmende afgevaardigde kiezen om plaats te nemen in het Huis van Afgevaardigden.