thumb|Bezoekerscentrum Tenellaplas Heempark De Tenellaplas is een heempark in de Duinen van Voorne bij Rockanje (Nederlandse provincie Zuid-Holland). Het landschapspark werd aangelegd door Cees Sipkes in 1949-1950.

Sipkes gebruikte de naam 'Heempark De Tenellaplas',Bijv. in (de titel van) Sipkes 1982. de tegenwoordige eigenaar, stichting Het Zuid-Hollands Landschap, noemt het meestal 'Heemtuin Tenellaplas'.

Ligging Het heempark ligt aan de binnenduinrand aan de Duinstraat, bij Rockanje op het eiland Voorne. Het ongeveer drie hectare grote gebied ligt achter het bezoekerscentrum van Het Zuid-Hollands Landschap. Het 'instructief plantsoen', zoals het door de aanlegger werd genoemd, ligt op zandgrond rond een gegraven plas van ongeveer 0,75 ha groot. Het is deels beschaduwd en deels open en zonnig.Sipkes 1982, p. 1

Het bijbehorende bezoekerscentrum, dat door vrijwilligers draaiende wordt gehouden, werd in 2006 geheel vernieuwd. Het oude informatiepunt, dat dateerde uit 1970, was een eenvoudige zwart geteerde schuur. Er voor in de plaats kwam een in hout en glas uitgevoerd modern paviljoen. Dit gebouw biedt onderdak aan een permanente expositie, een winkeltje en een educatieve ruimte. De bezoekers kijken uit over de Tenellaplas.Over het bezoekerscentrum Tenellaplas; zie ook: deze pagina op architectenweb. op 20 juli 2023. Het centrum ligt op een centrale plaats in de gebieden van Het Zuid-Hollands Landschap in de duinen van Voorne (264 ha). Het is startpunt van een aantal fiets- en wandelroutes.Duinen van Oostvoorne op de website van Het Zuid-Hollands Landschap. Gearchiveerd op 23 oktober 2021. Bij het bezoekerscentrum is een parkeerplaats waaraan zich ook restaurant Paviljoen de Meidoorn is gevestigd. Iets verderop aan de Duinstraat bevindt zich openluchtmuseum 'De Duinhuisjes'.Openluchtmuseum De Duinhuisjes.

Heemtuin thumb|Uitzicht over Tenellaplas Rond de Tenellaplas zijn op een kleine oppervlakte alle kenmerkende biotopen uit de duinen van Voorne bij elkaar gebracht: een duinplas, drassige oevers, weide, droge zandhellingen, struweel en opgaand bos. Ook is er een stukje heideveld. In het heempark zijn meer dan driehonderd plantensoorten samengebracht. De tuin is ook interessant vanwege de er voorkomende paddenstoelen, vlinders, libellen en vogels.

In het heempark is veel variatie in levensomstandigheden voor planten gecreëerd: van nat naar droog en van voedselrijk naar voedselarm. Daardoor vindt men op elke plek van de heemtuin weer een andere plantengroei. Het onderhoud wordt door vrijwilligers gedaan. De rietkraag breidt zich bijvoorbeeld door de voedselrijkheid van het water uit, en moet regelmatig gefaseerd worden gemaaid. Ook de meeste andere delen van de tuin worden gemaaid, waarbij het maaisel moet worden afgevoerd. Ook worden bomen en struiken gesnoeid.

Heempark De Tenellaplas wordt wel aangeduid als een stukje natuurontwikkeling avant la lettre: de creatie van een stukje nieuwe natuur, waarbij de nadruk lag op het creëren van verscheidenheid, samenhang en duurzaamheid.Timmerman 1996, p. 39; zie ook Van Hest 1995, p. 2. Dankzij het initiatief dat Sipkes in 1949 nam heeft De Tenellaplas later een bijna 'museale' functie gekregen.

Geschiedenis Het terrein waarin de Tenellaplas zich bevindt, maakte vroeger deel uit van de Heveringen; er lag een golfbaan. Het werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter afgeplagd en afgegraven ten behoeve van de aanleg (en camouflage) van bunkers in de duinen. Wat overbleef was een 'woeste vlakte die na deze grondige vernieling was overgebleven"; die "lag na de oorlog als een gapende wond in het omgevende duinlandschap."Pilon 1989, p. 28

Cees Sipkes vatte het plan op om op dit terrein een heemtuin aan te leggen. Hij had ervaring opgedaan bij de aanleg van de eerste Nederlandse heemtuin, Thijsse's Hof in Bloemendaal.

De oudste schriftelijke vermelding van de start van het project stamt uit De Kampioen, het tijdschrift van de ANWB, van februari 1949:

In die tijd was het Administratiefonds Rotterdam eigenaar van het gebied. Sipkes was sinds 1945 beheersadviseur voor het fonds in het gebied. Hij trad ook enige tijd op als adviseur voor de duinterreinen van Natuurmonumenten op Voorne. Naast een groot aantal andere werkzaamheden die onder zijn leiding startten in de duinen van Voorne, zoals de opbouw en versteviging van de zeereep, het laten onderstuiven van bunkers, het verschralen van vochtige duinvalleien, maakte hij ook een plan voor een duinplas. Hij stelde zich voor "een begroeiing van heesters en kruidachtige planten, die tot onze wilde flora behooren, in de eerste plaats tot de duinflora. De begroeiing zal worden bevorderd door uitplanten en uitzaaien van soorten, waarvan op grond van de botanische samenstelling op andere dergelijke terreinen, verwacht kan worden dat ze zich blijvend of minstens voor een langen tijd op het terrein zullen vestigen."ongedateerde brief van Sipkes uit archiefje project 04.029 in TUIN (tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland) van “Special Collections” van Wageningen UR Library; een foto van de tekening die hij hierbij vervaardigde is hier in te zien. Gearchiveerd op 20 juli 2023. Zijn plan werd in 1950 uitgevoerd.

Nadat een zandzuiger de plas had gecreëerd en het vrijkomende zand op de noordelijke oever had geworpen, lag hier een, door het aanwezige schelpengruis, kalkrijke zandvlakte. Die werd met elzen en berken beplant. De elzen werden geplant om de bodem wat stikstofrijker te maken, ze zijn later weer grotendeels verwijderd.

Er lag nu een flauwe helling vanaf het grondwater tot enkele meters daarboven. Soorten zoals zwarte populier Populus nigra, grauwe abeel Populus canescens en kruipwilg Salix repens bleken langs natuurlijke weg op te komen, evenals teer guichelheil Anagallis tenella en knopbies Schoenus nigricans. Het spontane voorkomen van teer guichelheil, een zeldzame soort, inspireerde Sipkes tot de naam 'De Tenellaplas'.In 1970 publiceerde Sipkes in het tijdschrift De Levende Natuur een artikel over het voorkomen van teer guichelheil.

Al in 1950 schreef Sipkes over het 'instructief plantsoen' in aanleg: "Orchideeën zijn er geplant, soorten die niet zeldzaam waren uit eigen land. Soorten die bij ons te zeldzaam zijn om te verzamelen zijn in Frankrijk bijeengebracht."Sipkes 1950, p. 71. Hij schreef ook al over vogelsoorten die waargenomen waren, zoals de bosruiter tijdens de trek en "pleviertjes" die er broedden. Hij somt ook op welke plantensoorten reeds aangetroffen werden vóór het maken van de plas, met als meest bijzondere het teer guichelheil Anagallis tenella. Ook beschreef hij welke soorten er in 1949 werden aangebracht.

Sipkes wees er op, dat het terrein natuurlijk geen natuurmonument is, maar dat de resultaten van het gevoerde beheer er wel aan bijdragen dat men weet hoe men in een natuurmonument gunstige omstandigheden kan scheppen voor flora en fauna. Als voorbeeld noemde hij op het voormalige vliegveld in de duinen van Oostvoorne: door het jaarlijks maaien en afvoeren van het maaisel is dat volgens hem de rijkste groeiplaats geworden van de vleeskleurige orchis, die er bestaat.Sipkes 1965 (= derde druk van Sipkes 1950), p. 71.

Het streven was er door de jaren heen op gericht een ijle vegetatie te handhaven, waardoor niet hoeft te worden gewied. Wel werd enige keren per jaar gemaaid, om soorten als parnassia Parnassia palustris, wintergroen Pyrola spec. en orchideeën te begunstigen ten opzichte van grassen (waaronder riet Phragmites australis), kruipwilg en andere sterke groeiers. Het maaisel werd afgevoerd, waardoor verschraling (vermindering van de voedselrijkdom) op kon treden.

Rond 1960 vatte Sipkes de resultaten van zijn werk samen in een tekst van twee A4'tjes, getiteld Het instructief park 'De Tenellaplas' bij Rockanje.Sipkes, C - “Het instructief park 'De Tenellaplas' bij Rockanje”. Ongedateerd stencil in archiefje project 04.029 in TUIN (WUR Library) Sipkes schreef dat de opdracht tot aanleg van het park in 1950 werd gegeven, en dat de 'woestijn' zich in een tiental jaren heeft ontwikkeld tot een rijke groeiplaats van moeilijke en elders zeldzame soorten. De zuidwestelijke oever werd al na een jaar voor het publiek opengesteld. Zwanen, eenden en karpers moesten de aantrekkelijkheid voor bezoekers vergroten. Een ander deel - "ingericht als instructief plantsoen, heempark of hoe men het noemen wil" - werd alleen voor excursies opengesteld. Er verschenen verschillende orchideeënsoorten, "na uitzaaiing, en ook wel zonder dit".

Het heempark is kort voor de pensionering van Sipkes in 1961 in beheer gekomen bij de stichting Het Zuid-Hollands Landschap, dat in Voorne's Duin in totaal ongeveer 270 ha. in eigendom heeft.Over het bezit van Het Zuid-Hollands Landschap op Voorne en Enige informatie over de Tenellaplas op de website van Het Zuid-Hollands Landschap kan ook de 'terreinfolder' worden gedownload. In 1966 kwam ten noorden van de Tenellaplas een terrein vrij, dat tot dan landbouwgrond was. Dit werd bestemd voor een zogenaamde bloemenweide: een veld met gras en veldbloemen, met gemaaide paden erdoorheen. Een waterloop werd verlegd, en oevers werden flauw afgeschoven.Sipkes 1982, p. 14

De zomer van 1976 was zeer droog. De waterstand in de plas was toen heel laag. In het najaar is van die omstandigheid gebruik gemaakt om delen van de oevers, die in de loop der jaren waren afgekalfd, op te hogen met zand uit diepere delen. Daarmee werd tevens beoogd de vissterfte in warme perioden te verminderen, hetgeen gelukt is. Het werk werd uitgevoerd met een dragline. In 1979 werd een ander braakliggend stuk bij het park getrokken, gemaaid en deels beplant.

In 1989 is, na het overlijden van Sipkes, het beheer onder verantwoordelijkheid gekomen van J.F. Timmerman.Van Hest 1995, p. 3. Rond die tijd was beheer door maaien, snoeien, plaggen en kwaliteitsbewaking van het oppervlaktewater noodzakelijk gebleken om de kansen van grote stikstofminnende ruigteplanten te beknotten ten gunste van de vele gevoelige soorten. Al in 1996 bleek dat de hoeveelheid maaisel die afgevoerd diende te worden jaarlijks toenam. Ook de kwaliteit van het oppervlaktewater baarde zorgen.Timmerman 1996, p. 41

Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Heempark De Tenellaplas werd in 1995 een gidsje voor de tuin uitgegeven in de vorm van een geïllustreerde beschrijving van een wandeling door het heempark.Van Hest 1995. Daarin was ook een beknopte inventarisatielijst opgenomen die in de periode 1988-1990 was samengesteld door de plantenwerkgroep van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV), afd. Voorne. De lijst bevatte 380 soorten hogere planten.

Planten miniatuur|Bloedrode bremraap (Orobanche gracilis), een vooral in Oostenrijk voorkomende plant. De enige groeiplaats in Nederland is aan de Tenellaplas

In 1982 publiceerde Sipkes een verslag over de periode 1978-1982, dat hoofdzakelijk bestond uit een lijst van de plantensoorten in het heempark, en dat door hemzelf werd aangeduid als een momentopname op 1 januari 1982.Sipkes 1982 Hij deelde de planten in 'Heempark De Tenellaplas' in de volgende groepen in: Waterplanten; door de eenden en karpers handhaven zich in het open water geen planten (waterlelies werden herhaaldelijk tevergeefs geplant), gele plomp (Nuphar lutea) groeide alleen na bescherming met gaas. Langs de oever wordt gemaaid om de groei van grote lisdodde (Thypha latifolia) af te remmen. Hier ook waterdrieblad (Menyanthes trifoliata) en watermunt (Mentha aquatica). Pioniersoorten en soorten van betreden, vochtige plekken; waarvan het teer guichelheil het meest in het oog springend is. Ook soorten zoals vetblad (Pinguicula vulgaris), parnassia, blauwe knoop (Succisa pratensis), rondbladig wintergroen (Pyrola rotundifolia) en moerasgamander (Teucrium scordium) komen hier voor. Voor zonnedauw (Drosera spec.), die herhaaldelijk aangebracht is, is het grondwater waarschijnlijk te kalkrijk.