thumb|350px|Hoofdkantoor Vestia in Rotterdam in 2012De Vestia-affaire was een affaire waarbij eind januari 2012 aan het licht kwam dat de grootste Nederlandse woningcorporatie van dat moment, stichting Vestia in Rotterdam, dreigde te bezwijken onder de aangegane verplichtingen van een enorme derivatenportefeuille. Aan de ineenstorting van Vestia waren ook grote financiële risico's verbonden voor alle andere Nederlandse woningcorporaties, die dreigden te worden meegesleurd bij een bankroet.
De interventie van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, met medewerking van de Bank Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Waterschapsbank en vijf grote collega-corporaties van Vestia voorkwam begin 2012 op het nippertje een totale ineenstorting van het corporatiestelsel, dat bestaat bij de gratie van verplichte onderlinge waarborg en solidariteit van woningcorporaties.
Financiële problemen Op 30 januari 2012 bracht Het Financieele Dagblad naar buiten dat er ernstige financiële problemen waren bij Vestia.Woningcorporatie in problemen door rente, NOS Binnenland, 30 januari 2012 Rond het rente- en valutamanagement bij de Treasury van Vestia waren grote tegenvallers met swaps als gevolg van jarenlange lage rentes op de kapitaalmarkt.Reddingsplan voor Vestia, Nieuwsbericht website Woonbond.nl, 30 januari 2012Reactie Vestia op berichtgeving in media, www.vestia.nl, 30 januari 2012De plain vanilla swaps van Vestia, De Financiële Telegraaf, 2 februari 2012 Faillissement was eind 2011/begin 2012 een dreigend scenario. De financiële situatie van Vestia was verre van rooskleurig na het aantrekken van extra leningen om het verlangde onderpand te betalen waar de banken recht op hadden. Banken hadden op grond van de verslechterde financiële positie van Vestia alle derivatencontracten kunnen ontbinden en de negatieve marktwaarde daarvan direct kunnen opeisen, die begin juni 2012 zelfs even meer dan 3 miljard euro bedroeg. Vestia beschikte bij lange na niet over de middelen om dat te betalen. Deze dreiging dat de banken de derivatencontracten zouden ontbinden, was vanaf de jaarwisseling 2011/2012 prominent aanwezig en dwong alle betrokken partijen tot behoedzaam opereren.Brief van Minister Spies aan de Tweede Kamer, juni 2012
De risico's van dergelijke producten waren reeds in 2009 aanleiding geweest voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om de banken te bewegen om minder onderpand te verlangen als er derivaten aan de solide corporatiesector werden verkocht, maar die weigerden toen om daarover afspraken te maken.WSW vroeg banken om ’derivatengenade’. De Telegraaf, 10 mei 2012
Volgens Liesbeth Spies, minister van Binnenlandse Zaken, bereikten de eerste berichten over de liquiditeitsproblemen van Vestia medio september 2011 het WSW, het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het WSW zag zich genoodzaakt om heel snel garant te staan voor 1,05 miljard euro en in januari 2012 nog eens voor 550 miljoen euro. De Bank Nederlandse Gemeenten heeft dat geld vervolgens aan Vestia geleend. In februari 2012 kwamen daar nog variabele leningen bij voor 1,8 miljard euro, verstrekt door de Nederlandse Waterschapsbank, die ook derivaten omzette in vaste leningen met een WSW-garantie.Overleg Tweede Kamer met minister Spies over de situatie bij woningcorporatie Vestia, 8 maart 2012
Achtergrond thumb|350px|Erik Staal, machtigste man bij Vestia tot februari 2012In februari 2012 kwam de volle omvang naar buiten van de derivatenportefeuille van Vestia: tegenover ruim 6 miljard euro aan uitstaande leningen stond begin 2012 een derivatenpositie van bijna 23 miljard euro met een netto nominale waarde van € 9,9 miljard, volgens Vestia veelal vooruitlopend op toekomstige leningen. In totaal had Vestia meer dan vierhonderd renteverzekeringen lopen bij 13 verschillende banken in binnen- en buitenland. De meeste contracten had Vestia met Fortis (later overgenomen door ABN Amro) en Deutsche Bank, maar er waren ook zaken gedaan met Credit Suisse, Barclays Plc, BNP Paribas SA, JPMorgan Chase & Co., Nomura Holdings Inc. (8604) en Société Générale SA (GLE). Het totaal aan derivaten was voor een deel bedrijfseconomisch noodzakelijk maar vooral puur speculatief.'Derivaten Vestia voor 80% overbodig'. RTL Nieuws, 7 mei 2012. Geraadpleegd 19 november 2015 Nu de rente nog steeds niet was gaan stijgen maar verder was gedaald, had de totale derivatenportefeuille een flinke negatieve marktwaarde gekregen, een verlies dat in sommige weken opliep tot meer dan 3 miljard euro. Als de negatieve marktwaarde onder een bepaald punt kwam, kregen de derivatenverstrekkers recht op miljoenenbedragen die als onderpand bij hen moesten worden gestald. Als de rente weer steeg, kwamen deze liquide middelen weer beschikbaar voor de kasstroom van Vestia, maar de rente bleef lange tijd te laag en Vestia kwam voortijdig in geldnood.
De top van Vestia leek onder leiding van bestuursvoorzitter Erik Staal nooit erg gewillig om informatie met de buitenwereld te delen. Minister Spies verklaarde dat het gevaar dat Vestia liep, pas medio december 2011 in volle omvang duidelijk werd bij haar ministerie. De minister lichtte toen Tweede Kamerleden en de Ministerraad vertrouwelijk in. Erik Staal informeerde pas op 30 november 2011 zijn raad van commissarissen over de bijstorting die al ruim twee maanden eerder nodig was. De Tweede Kamer werd op 31 januari 2012 opnieuw vertrouwelijk op de hoogte gesteld door minister Spies over de stand van zaken bij de woningcorporatie, en de risico's die dit gaf voor de gehele volkshuisvestingssector.Als Vestia valt dreigt voor meer corporaties malaise, De Volkskrant 1 februari 2012
Ontslag hoofdrolspelers thumb|350px|Marcel de Vries, treasurer Vestia tot april 2012De affaire leidde eind januari 2012 tot het vertrek van topman Erik Staal bij Vestia en begin maart 2012 tot de vervanging van leden van de raad van commissarissen.
Kasbeheerder Marcel de Vries bleef nog tot begin april 2012 werken bij Vestia, maar was daar volgens de nieuwe bestuursvoorzitter Gerard Erents onder curatele gesteld. Uiteindelijk kwam Vestia te weten welk spel De Vries al die jaren had gespeeld, dankzij financieel tussenpersoon Arjan Greeven. Greeven biechtte half maart 2012 bij de FIOD op dat hij namens een groot aantal banken jarenlang derivaten aan Vestia had verkocht. De helft van de € 20 miljoen provisie die banken hem daarvoor betaalden, maakte hij over naar De Vries. Erents zette De Vries toen direct op non-actief.Ministerie liet fraudeur bij Vestia weken ongemoeid. De Volkskrant, 20 maart 2015
Op 27 mei 2013 werd uiteindelijk ook financieel directeur Kees Wevers via de kantonrechter te Rotterdam ontslagen. Hoewel hij aanvankelijk meewerkte met het nieuwe Vestia-bestuur, meldde hij zich ziek na een FIOD-inval bij hem thuis. Hij kreeg 100.000 euro mee als schadeloosstelling.Financieel directeur Vestia krijgt ton mee. Financieel Dagblad
Reddingsplan thumb|350px|Financial District London, waar veel derivatencontracten van Vestia werden afgeslotenMaandenlang werd begin 2012 met de banken onderhandeld om onder de desastreuze verplichtingen uit te komen. Een strategische zet in het voordeel van Vestia werd gezet op maandag 21 mei 2012, toen Vestia één minuut voor het gesprek met de banken een maandenlange operatie wist af te ronden om op al zijn vastgoed hypotheekrecht aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw te verlenen. Ook meldde Vestia dat er geen geld meer was om nog meer bijstortingen te doen, en dat de woningcorporatie daarmee dus zou stoppen. De banken werden nu door een slechtere onderhandelingspositie onder druk gezet om voor het eind van de maand mei een akkoord te sluiten over gedeeltelijke kwijtschelding of afkoping van de verplichtingen van Vestia. De verliezen op de derivatenportefeuille schommelden grillig tussen december 2011 en juni 2012. In die periode was het onderpand dat Vestia bij de elf derivatenverstrekkers moest stallen een dagelijks wisselend bedrag tussen de 1,8 en 3 miljard euro. Vestia zou ernaar streven dat de banken ook een derde van het verlies voor hun rekening zouden nemen. De verder dalende rente in mei bracht anders het faillissement wel heel dichtbij. Op 30 mei kwam er een akkoord naar buiten tussen Vestia en de banken, inhoudende dat de rente voorlopig op de stand van die dag was bevroren en dat er voorlopig geen bijstortingen van onderpand meer gevraagd zouden worden bij verdere rentedalingen.
Op 19 juni 2012 werd bekend dat de derivatenportefeuille na flinke onderhandelingen voor ruim 2 miljard euro was afgekocht, waarvan 1,4 miljard euro voor eigen rekening van Vestia kwam: 1,3 miljard euro aan reeds gestort onderpand en 100 miljoen euro extra. Het bankenconsortium verstrekte een lening van 674 miljoen euro. Voor de rente en aflossing werd een beroep gedaan op de collega-corporaties, die via een verplichte saneringsbijdrage tien jaar lang hiervoor werden aangeslagen door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. Op diezelfde dag stuurde minister Spies een uitvoerig document naar de Tweede Kamer.
Tien van de elf derivaatbanken gingen hiermee akkoord. Alleen Credit Suisse bestreed de nieuwe overeenkomsten tussen Vestia en de banken en kreeg op 3 oktober 2014 van de rechter 83 miljoen euro toegewezen.Vestia moet Credit Suisse betalen. Nu.nl, 3 oktober 2014. Geraadpleegd 19 november 2015
Schade voor Vestia De kosten die waren gemoeid met het afkopen van de derivatenportefeuille werden later becijferd op 681 miljoen euro: lopende leningen hadden geen renteverzekering meer en werden dus duurder. Dat leverde een extra kostenpost op van 632 miljoen euro. En voor juni 2012 waren de gevaarlijkste derivaten al afgekocht met 49 miljoen euro. De hoogte van deze kosten kwamen pas maanden later aan het licht in het jaarverslag 2012. Daardoor bleef het beeld bestaan dat het oplossen van de problemen bij Vestia 2 miljard euro had gekost. Maar de werkelijke schade van de gekozen afwikkeling van de derivatenportefeuille (afkopen en omzetten in langlopende leningen, waardeverlies lopende leningen, schadevergoeding Credit Suisse), was hiermee minimaal 2,8 miljard euro.
Strafbare feiten De affaire trok de aandacht van het Openbaar Ministerie. Een justitieel onderzoek werd gestart, uitgevoerd door de nationale recherche en de FIOD onder leiding van het landelijk parket. Aanwijzingen dat er strafbare feiten zijn gepleegd, leidden op 11 april 2012 tot de aanhouding en voorlopige hechtenis van de kasbeheerder van Vestia Marcel de Vries. Via Arjan Greeven van tussenpersoon Fifa Finance zou hij 10 miljoen euro hebben ontvangen vanwege het afsluiten van derivatencontracten. Greeven wordt verdacht van omkoping, witwassen en belastingfraude. Arjan Greeven beschouwt zichzelf als klokkenluider, maar had zijn eigen € 10 miljoen afsluitprovisies buiten het zicht van de fiscus geparkeerd op een Zwitserse bankrekening.Openbare verhoren dag 7: Derivatencontracten, tussenpersonen en fees. Website Aedes, 16 juni 2014. Geraadpleegd 19 november 2015 De FIOD legde beslag op die Zwitserse bankrekening.Beslag op Vestia-miljoenen. De Telegraaf, 16 juni 2014. Geraadpleegd 19 november 2015 Vlak voor zijn eerste gesprek met de FIOD probeerde Greeven nog zo’n € 3 mln van zijn vermogen aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken met behulp van zijn vader en zijn toenmalige partner. Dat geld parkeerde hij onder meer in Zwitserland. Greeven senior en de inmiddels van junior gescheiden ex werden hiervoor als medeverdachten vervolgd. Marcel de Vries had zijn provisies steeds opgegeven als inkomsten bij de Belastingdienst. Hem kunnen daarom minder strafbare feiten ten laste worden gelegd.