James Longstreet (Edgefield District (South Carolina), 8 januari 1821 – Gainesville (Georgia), 2 januari 1904) was een beroepsmilitair en een van de meest vooraanstaande Zuidelijke generaals van de Amerikaanse Burgeroorlog. Hij was naast Stonewall Jackson de belangrijkste korpscommandant onder generaal Robert E. Lee die hem zijn "Old War Horse" noemde. Hij nam bijna aan alle veldslagen deel van het Army of Northern Virginia aan het oostelijke front. Hij werd ook naar het westelijke front gestuurd om het Army of Tennessee onder leiding van Braxton Bragg bij te staan.

Hij studeerde aan de United States Military Academy in West Point en diende tijdens de Mexicaans-Amerikaanse oorlog in het United States Army. Hij raakte gewond tijdens de Slag om Chapultepec. Tijdens zijn herstel huwde hij zijn eerste vrouw Louise Garland. Tijdens de jaren 1850 diende hij in het Zuidwesten. Toen de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak, nam hij in juni 1861 ontslag uit het leger en nam hij dienst in het Confederate States Army. Hij boekte een eerste overwinning bij Blackburn's Ford in juli en speelde een kleine rol in de Eerste Slag bij Bull Run.

Tijdens de Slag bij Seven Pines nam hij per ongeluk de verkeerde weg, waardoor hij te laat arriveerde op het slagveld. Maar in de zomer van 1862 speelde hij een doorslaggevende rol tijdens de Zevendagenslag waarbij de Noordelijke opmars naar Richmond gestopt werd. Zijn tegenaanval brak de Noordelijke slaglinie tijdens de Tweede Slag bij Bull Run in augustus en hij nam een defensieve rol op in Antietam en Fredericksburg. Hij speelde geen grote rol in de Zuidelijke overwinning bij Chancellorsville omdat zijn eenheden Suffolk belegerden. In juli 1863 was hij het oneens met de aanpak tijdens de Slag bij Gettysburg waar hij tegen zijn zin verschillende frontale aanvallen coördineerde op de Noordelijke stellingen. Na deze slag vroeg hij zijn overplaatsing naar het westelijke front om generaal Braxton Bragg bij te staan. Dankzij zijn aanval wonnen de Zuidelijken bij Chickamauga. De Knoxvilleveldtocht was echter geen succes. Toen hij ruzie kreeg met Bragg werden Longstreet en zijn mannen teruggestuurd Robert E. Lee. Longstreet raakte ernstig gewond tijdens de Slag in de Wildernis toen hij onder vuur genomen werd door Zuidelijke soldaten. Na zijn herstel diende hij nog in de Richmond-Petersburgveldtocht en de Appomattoxveldtocht.

Na de oorlog was hij een van de weinige leiders uit het verslagen Zuiden die hun medewerking verleenden aan de regering van de Verenigde Staten, die hij diende als bestuurder en diplomaat. Zijn kritische publicaties omtrent de prestaties van Lee werden slecht onthaald door zijn Zuidelijke collega’s. Zijn reputatie in de Zuidelijke staten verslechterde nog meer toen hij Afro-Amerikaanse militietroepen aanvoerde tijdens de anti-reconstructierellen die uitmondde in de Slag om Liberty Place in 1874. De voorstanders van de Lost Causebeweging hielden vol dat Longstreets acties bij Gettysburg een van de hoofdoorzaken was van de Zuidelijke nederlaag. Op late leeftijd trouwde hij met Helen Dortch Longstreet die alles in het werk zou stellen om het imago van haar man op te poetsen. Nu wordt hij door historici beschouwd als een van de beste tactische bevelhebbers van de oorlog.

Vroege jaren Kindertijd Longstreet werd geboren op 8 januari 1821 in in Edgefield District, South Carolina . Hij was het vijfde kind en de derde zoon van James Longstreet en Mary Ann Dent. Hij had Nederlandse voorouders die in 1657 naar Amerika emigreerden. Zijn ouders hadden een katoenplantage dichtbij Gainesville in het noordoosten van Georgia. Zijn vader gaf hem de bijnaam Pete of Peter omdat hij een standvastig karakter had waar je op kon rekenen en bouwen. Pete is sindsdien zijn roepnaam gebleven. Zijn vader wou dat Longstreet een militaire loopbaan zou volgen. Omdat hij dacht dat de lokale scholen niet goed genoeg waren, werd Longstreet op negenjarige leeftijd naar zijn oom en tante in Augusta, Georgia gestuurd. Hij zou negen jaar bij hen inwonen, terwijl hij school liep aan de Academy of Richmond County. Toen zijn vader op bezoek kwam in augustus 1833 stierf hij aan de gevolgen van cholera. Na zijn overlijden verhuisden zijn moeder en de rest van het gezin naar Somerville in Alabama. Longstreet zou bij zou oom, Augustus Baldwin Longstreet blijven wonen.

Als kind hield Longstreet van zwemmen, jagen, vissen en paardrijden. Hij werd ook een scherpschutter. De Zuidelijke aristocratische tradities waren hier nooit echt doorgedrongen. Vandaar dat hij een ruw kantje had. Hij kleedde zich zonder veel opsmuk en kon vloeken als een ketter, maar nooit waar dames aanwezig waren. Hij zou dierbare herinneringen koesteren aan zijn oom en tante. Hij was voor de oorlog niet echt geïnteresseerd in politiek en had ook geen uitgesproken meningen. Zijn oom; een advocaat, rechter, redacteur van de lokale krant en een dominee voor de methodisten; was een sterk voorstander van rechten voor de staat ten nadele van de federale regering. Dit bleek ook tijdens de Nullificationcrisis waar de staat South Carolina botste met de regering van president Andrew Jackson. (1828-1833) Ook was Augustus een liefhebber van whiskey en kaarten, gewoontes die Longstreet zou overnemen.

West Point en zijn eerste jaren in het leger In 1837 probeerde zijn oom Augustus om Longstreet naar het United States Military Academy te sturen, maar de quota voor dit district was reeds voldaan. Het jaar daarop werd hij voorgedragen door een familielid, Reuben Chapman die in het First District of Alabama woonde, net zoals zijn moeder. Longstreet was geen bolleboos, maar toch een vlijtige leerling die zich toelegde op de lichamelijke trainingen, paardrijden en schieten. Hij behaalde geen schitterende resultaten en moest soms herexamens afleggen. Zijn leraar in het vierde jaar, Dennis Hart Maham was een voorstander van snelle bewegingen, het strategisch opstellen van eenheden op sterke punten en het beschermen van de communicatielijnen dan voor de totale vernietiging van een vijandelijk leger. Iets wat Longstreet later veel probeerde toe te passen. In zijn laatste twee jaar had Longstreet ook problemen met discipline. Hij was vaak afwezig op het appèl, was slordig, had lang haar en volgde niet altijd bevelen op.

Longstreet was wel populair bij zijn medestudenten en werd al snel bevriend met personen die later naam zouden maken in de Amerikaanse Burgeroorlog zoals George Henry Thomas, William Rosecrans (zijn kamergenoot), John Pope, Daniel H. Hill, Lafayette McLaws, George Pickett en Ulysses S. Grant. Hij studeerde af in 1842 als 54ste in een klas van 56 kadetten. Hij werd benoemd tot gebrevetteerd tweede luitenant.

Na een kort verlof diende Longstreet twee jaar bij het 4th U.S. Infantry in Jefferson Barracks, Missouri onder leiding van luitenant-kolonel John Garland. In 1843 kreeg hij gezelschap van luitenant Ulysses S. Grant. Een jaar later zou hij de dochter van zijn bevelhebber ontmoeten, Maria Louisa Garland. Louise voor de vrienden. Terwijl Longstreet en Louise een verkering hadden, had Grant een oogje op een nicht van Longstreet, namelijk Julia Dent. Dit koppel zou op 22 augustus 1848 huwen en Longstreet was een van de genodigden.

In 1844 werd het regiment, samen met het 3rd U.S. Infantry, naar kamp Salubrity bij Natchitoches, Louisiana gestuurd waar ze ingedeeld werden bij het Army of Observation onder leiding van generaal-majoor Zachary Taylor. Op 8 maart 1845 werd Longstreet gepromoveerd tot tweede luitenant en ingedeeld bij het Eighth Infantry in Fort Marion in St. Augustine, Florida. Daarna werd hij naar Corpus Christi, Texas gestuurd waar hij opnieuw ingedeeld werd bij het Third en Fourth Regiments en Grant. De manschappen brachten de winter door met het opvoeren van toneelstukken.

Mexicaans-Amerikaanse oorlog Longstreet nam deel aan de Mexicaans-Amerikaanse oorlog met het 8th U.S. Infantry. In mei 1846 vocht hij in de veldslagen van Palo Alto en Resaca de la Palma. Op 10 juni kreeg Longstreet het bevel over Company A van het Eighth Infantry van William J. Worths Second Division. Hij zag opnieuw actie tijdens de Slag bij Monterrey in september 1846 waar 200 Mexicaanse Lansiers een doorbraak forceerden. Longstreet voerde met A en B company een tegenaanval uit waarbij de helft van de vijand gewond raakte of werd gedood. Op 23 februari 1847 werd hij gepromoveerd tot eerste luitenant. Generaal Winfield Scott detacheerde Worths divisie en voegde het bij zijn eigen leger om Mexico-Stad aan te vallen. Worths divisie werd naar Lobos Island gestuurd en zeilde dan 290 km in zuidelijke richting naar Veracruz. Op 9 maart arriveerde het leger via zee en belegerde de stad. Drie weken later, op 29 maart, gaf de stad zich over. Daarna rukte het Amerikaanse leger verder op in noordelijke richting. In augustus versloegen ze het Mexicaanse leger bij Churubusco en konden verder optrekken naar de vijandelijke hoofdstad. De Eight Infantry was het enige regiment die tijdens de slag de Mexicaanse defensieve stellingen bereikte. Longstreet droeg de vlag terwijl ze onder zwaar vijandelijk vuur kwamen te liggen. De Amerikanen zaten vast in een gracht en slaagden er enkel in om de verdedigingswerken te bestormen door op elkaar te gaan staan. Na hevige man-tot-man gevechten braken de Amerikanen door de stellingen. Longstreet werd voor zijn optreden bevorderd tot gebrevetteerd kapitein.

Hij werd tot gebrevetteerd majoor bevorderd na de Slag om Molino del Rey en op 12 september raakte hij tijdens de Slag om Chapultepec gewond in zijn dij terwijl hij de regimentsvlag droeg tijdens een aanval. Hij gaf de vlag door aan zijn vriend luitenant Pickett. De val van Chapultepec effende de weg om Mexico-stad in te nemen. Longstreet herstelde van zijn verwonding in het huis van de familie Escandón, die gewonde Amerikaanse soldaten verzorgde. Pas in December was hij voldoende hersteld. Na een kort bezoekje aan zijn familie reisde hij door naar Missouri om bij Louise te zijn.

Tussen twee oorlogen thumb|upright=1.1|Portret van Longstreet gedateerd na de Mexicaans-Amerikaanse oorlog in een blauw U.S. Army uniform Nadat hij volledig was hersteld van zijn verwondingen traden Longstreet en Louise Garland in het huwelijk op 8 maart 1848. Ze kregen samen 10 kinderen. Er is weinig bekend over hun huwelijk. Longstreet vermeldt ze zelden in zijn memoires en er zijn geen brieven bewaard gebleven. De meeste anecdotes zijn terug te vinden in de brieven van zijn tweede vrouw, Helen Dortch Longstreet. Uit de weinige gegevens blijkt dat ze samen een gelukkig huwelijk hadden en dat Longstreet dol was op zijn kinderen