thumb|Van vlinders, bloemen en vogels : Langs dijken en wegen. Omslag van de eerste druk (1894) De serie Van vlinders, bloemen en vogels is een boekenreeks die werd geschreven door Eli Heimans en Jac. P. Thijsse tussen 1894 en 1901.De gegevens in dit lemma zijn - voor zover niet nader aangeduid - ontleend aan: ) en aan de collectie in de bibliotheek van de Heimans en Thijsse Stichting te Amsterdam. De serie bestond uit zes deeltjes en beleefde vele herdrukken. Na de Tweede Wereldoorlog verscheen de reeks onder de titel Van groei en bloei en jaargetijde.

De zes deeltjes van de serie 'Van vlinders, bloemen en vogels' zijn: 1894: Van vlinders, bloemen en vogels (ondertitel: Langs dijken en wegen) 1895: In sloot en plas 1896: Door het rietland 1897: Hei en dennen 1899: In de duinen 1901: In het bosch

Oorspronkelijk was het doel nog drie deeltjes uit te geven: Op de akker, In de weide en Aan het strand. Hierbij wilden de schrijvers ook landbouw, veeteelt en visserij betrekken, wat een andere aanpak voor een andere lezerskring betekende. Uiteindelijk heeft dit niet geleid tot publicatie in boekvorm.Brouwer 1958, p. 146-147

De laatste (negende) herdruk van het meest populaire deeltje uit de serie, In sloot en plas, verscheen in 1960.

Ontstaansgeschiedenis Eli Heimans (1861-1914) en Jac. P. Thijsse (1865-1945) kwamen voor het eerst met elkaar in contact in het najaar van 1893. Heimans had kort daarvoor De levende natuur gepubliceerd, een lesmethode voor het onderwijs in de natuurlijke historie. Het boekje behandelde de natuur die in het Amsterdamse Sarphatipark te vinden was. Thijsse, die de jaren daarvoor op Texel in het onderwijs had gewerkt, en eraan gewend was geraakt om met zijn leerlingen de natuur in te trekken, vroeg Heimans: “Waarom laat je op dat parkboekje geen boekjes van buiten volgen?” Dat vond Heimans blijkbaar zo'n goed idee dat hij antwoordde: “Laat ons dat samen doen.” “En zoo begon voor ons een trouwe en vertrouwelijke samenwerking, die meer dan twintig jaren heeft geduurd en pas met zijn dood is geëindigd,” aldus Thijsse in zijn “levensbericht” over Heimans in 1929.Thijsse 1929, p. 23 De boekjes vormden het begin van een lange reeks gezamenlijke publicaties van Heimans en Thijsse: in boekvorm, maar meer nog in de vorm van het tijdschrift De Levende Natuur.

Nog geen jaar na die memorabele ontmoeting in het najaar van 1893 verscheen bij uitgeverij W. Versluys het eerste deeltje: Van vlinders, bloemen en vogels : Langs dijken en wegen. Daarna verschenen met tussenpozen van één of twee jaar de andere delen.

De doelgroep van de boekjes was in eerste instantie: jongens en meisjes van ongeveer twaalf jaar. Een criticus in een “schoolblad” voorspelde: “Meen niet dat onze jongens en meisjes zulke lectuur bevallen zal. Geef roodhuiden- en neger-romans met moord en verraad, met rooftochten en zeegevechten voor de jongens en met preliminairen van vrijertjes voor de meisjes. (...) Wat malen onze 12 à 13-jarige jongelui om bloemetjes en vlinders en kevers en vogels. Ja, om de dieren dood te martelen en de nestjes uit te halen, als je de jongens dat leren wilt, zult ge succes hebben met boekjes, anders blijft de uitgever er mee zitten.””Bij de tweeden druk” in Van vlinders, bloemen en vogels : langs dijken en wegen (1898). De criticus kreeg ongelijk - zo konden de schrijvers al enkele jaren later in de tweede druk melden. Uiteindelijk zouden van het meest herdrukte deeltje (In sloot en plas) 9 drukken verschijnen, over een tijdspanne van 65 jaar. Overigens werd de serie niet alleen populair bij kinderen, ook bij volwassenen.Coesèl e.a. 2007, p. 13, 46

Aan het succes van de boekjes heeft het aantrekkelijke uiterlijk ongetwijfeld veel bijgedragen. De omslag van Van vlinders, bloemen en vogels is een vrolijk gekleurde afbeelding van een fladderend vlindertje boven een met warkruid omwoekerde brandnetel. Wie daarna het boekje openslaat vindt nog meer gekleurde en zwart-witte afbeeldingen. In het eerste boekje zijn de afbeeldingen nog gemaakt door andere illustratoren, maar latere delen illustreren de schrijvers zo veel mogelijk zelf “omdat zij bij voorkeur uitgaan van hun eigen waarnemingen en een hekel hebben aan oudbakken prentjes.” De teksten zijn fris. Heimans en Thijsse baseren zich vooral op eigen waarnemingen, en schrijven weinig over uit andere boeken.Coesèl e.a. 2007, p. 46

Tot aan de Tweede Wereldoorlog worden de in totaal zes deeltjes van de serie Van vlinders, bloemen en vogels verschillende malen herdrukt. Daarbij worden regelmatig kleine of grotere wijzigingen doorgevoerd, zowel in de tekst als in de afbeeldingen. Na de Tweede Wereldoorlog neemt uitgeverij Ploegsma de rechten van Versluys over en verschijnt de reeks onder de titel Van groei en bloei en jaargetijde. De boekjes krijgen een nieuw jasje. De tekst wordt herzien en uitgebreid door J. Heimans - de zoon van Eli Heimans - en W. Thijsse-Gerritsen - een schoondochter van Thijsse. Er worden veel nieuwe tekeningen toegevoegd van J. Wilcke, A. van Breda en J. Vuyk.

Levensgemeenschappen In het voorbericht bij het eerste deeltje van de serie schrijven de auteurs dat planten en dieren niet op zich zelf leven, maar in “levensgemeenschappen”. Zulke levensgemeenschappen “vindt men in slooten en plassen, op heiden en weiden. Elk van deze heeft zijn eigen fauna, zijn eigen flora, hier arm, daar rijk, naar omstandigheden; maar steeds een geheel uitmakend, waarvan de deelen innig met elkaar in verband staan. En enkele deelen vormen weer een groep op zich zelf. Een plant is weer in de eerste plaats afhankelijk van zijn bodem en niet minder van zijn bewoners en zijn buren, waarmede ze in nauwe gemeenschap leeft; nu eens in vriendschap elkander steunende, dan weer in den strijd om het bestaan met elkander worstelend op leven en dood. Die levensgemeenschappen zullen in hoofdzaak de volgorde der serie boekjes bepalen (…). Dijken en wegen, slooten, plassen en moerassen, bosch, park en plantsoen, duin en heide, strand en zee, hooge en lage weide zullen, hopen wij, alle aan de beurt komen.”'Voorbericht' bij Van vlinders, bloemen en vogels (ondertitel: Langs dijken en wegen), 5e druk (1921), p. 7

Verschoor en Willems hebben opgemerkt, dat het gebruik van de term 'levensgemeenschap' door Heimans en Thijsse voor die tijd "verrassend modern" was.Verschoor en Willems 2011, p. 253

Wat betreft doelgroep en inhoud merken Heimans en Thijsse (in hetzelfde voorbericht) op:

Opmerkelijk is dat de schrijvers ook uitdrukkelijk aanwijzingen hopen te geven voor het opsporen en kweken van bloemen en vogels, voor het vangen van vlinders en kevers, en voor het inrichten en onderhouden van een eenvoudig aquarium en terrarium. De schrijvers besluiten hun voorbericht met het uitspreken van de wens dat hun boekjes er toe zullen bijdragen dat ook in Nederland de “natuursport” tot een druk beoefende tak van sport zal uitgroeien.

Van vlinders, bloemen en vogels (ondertitel: Langs dijken en wegen) Atalanta Het eerste deel (ongeveer de helft) van het eerste boekje uit de reeks draagt de titel "Atalanta" en is geschreven (en ondertekend) door Heimans; het tweede deel is geschreven door Thijsse.Het tweede deel draagt geen titel. In de vijfde druk geldt: Atalanta: p. 11-94; tweede deel: p. 95-175

thumb|Van vlinders, bloemen en vogels : Langs dijken en wegen. Omslag van de derde druk (1907) Heimans begint zijn tekst met een beschrijving van Atalanta in de Griekse mythologie: de ("beeldschone") dochter van de koning van Scyrus. Mooi was ze, en vlug. Zo snel, dat ze al haar vrijers het nakijken gaf. Alleen Hippomenes wist haar met een list op de renbaan te verslaan: hij strooide stukjes goud op de renbaan, waar Atalanta telkens voor stopte, zodat hij als eerste de eindstreep haalde. Maar Atalanta legde zich niet neer bij haar nederlaag en ijlde er vandoor. Toen men haar bijna had ingehaald, verdween ze in een bos brandnetels. Aphrodite, de bondgenoot van Hippomenes verandert haar in een harige rups, en alleen aan het eind van haar leven mag ze nog even fladderen.

thumb|left|200px|afbeelding uit Van vlinders, bloemen en vogels : Langs dijken en wegen.(5e dr. p. 89) toont hoe vlinders kunnen worden opgezet Uitgebreid beschrijft Heimans hoe de Atalanta Vanessa atalanta eruitziet, wat de betekenis is van de organen en hoe de vlinder zich gedraagt door de seizoenen heen.

Hij bespreekt ook andere bekende vlindersoorten zoals de kleine vos Aglais urticae en de dagpauwoog Aglais io. De waardplanten waarop de rupsen leven komen ook aan bod. Bijvoorbeeld de grote brandnetel Urtica dioica en het duivelsnaaigaren Cuscuta epithymum dat op de brandnetel parasiteert.

Opmerkelijk is hier, maar ook op vele andere plaatsen in dit boekje en de volgende uit de reeks, dat veel aandacht wordt besteed aan het vangen, doden en prepareren van insecten. Hier geeft Heimans bijvoorbeeld raad over hoe men de rupsen kan opkweken in een weckfles en over de beste manier om vlinders op te zetten. In het tweede deel van dit eerste boekje gaat Thijsse uitgebreid in op het vangen en opzetten van hommels.

deel II (van Van Vlinders, bloemen en vogels (langs dijken en wegen) Thijsse gaat in het tweede deel van Van Vlinders, bloemen en vogels (langs dijken en wegen), dat geen titel draagt, in op de distels.

Thijsse beschrijft verschillende soorten, zoals de kale jonker (Cirsium palustre), gekrulde distel (Carduus crispus), de stekel- of akkerdistel (Cirsium arvense), de wegdistel (Onopordum acanthium) en de knikkende distel (Carduus nutans). Aan de hand van de bloem van de distel onderzoekt Thijsse nauwgezet de kenmerken van een samengesteldbloemige (Compositae) en wijst hij op de betekenis van de bloem voor hommels. Hij bespreekt diverse soorten hommels, wilde bijen en wespen, zoals de aardhommel (Bombus terrestris), de koolzwarte zandbij (Andrena pilipes) en de tuinbladsnijder (Megachile centuncularis).

Thijsse put, voor wat betreft de hommels en bijen, onder andere uit zijn waarnemingen in 1893 aan de Zuiderzeedijk en bij zijn "mooiste zandkuil", die op de Hoge Berg op Texel ligt.De Levende Natuur, jaargang 8 (1903-1904), p. 21-25 en p. 47-49.

Behalve de anatomie van de hommels komt ook hun gedrag uitgebreid aan de orde.

Vervolgens beschouwt Thijsse ook de vlinders die de distels bezoeken, zoals de distelvlinder (Vanessa cardui). En ook de groene schildpadkever – Thijsse spreekt van "groene schildkever" – (Cassida rubiginosa) passeert de revue. Ten slotte besteedt hij nog aandacht aan de putter, of distelvink (Carduelis carduelis).

Verschenen drukken: 1894 - 1954 1e druk: 1894. Amsterdam : Uitgeverij W. Versluys. 93 pgs. Met 6 zwart-wit afbeeldingen in de tekst en 6 ongesigneerde kleurenafbeeldingen op afzonderlijke bladen. De kleurenafbeeldingen zijn gemaakt door de heer Trap in Leiden.Brouwer 1958 p. 95De (ongesigneerde) afbeelding op de omslag komt ook voor in: (1896) - Pflanzenleben (Zweite Auflage). Leipzig und Wien : Bibliographisches Institut. Erster Band. t.o. pag. 166. Met de vermelding: “Teufelszwirn, auf Nesseln schmarotzend (Nach der Natur von J. Seelos.)” (Duivelsnaaigaren, parasiterend op brandnetels (naar de natuur door J. Seelos)). 2e (veel vermeerdere) druk: 1898. 173 pgs. “Met gekleurde platen en een groot aantal oorspronkelijke teekeningen van de schrijvers.” De 4 kleurenplaten zijn anders dan die in de eerste druk; nieuwe omslag. 12px|alt=Wikisource logo 3e druk: 1907, 173 pgs. Geen belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige druk. Opvallend is dat op de omslag de naam abusievelijk is vermeld als "Van vlinders, vogels en bloemen"!Van vlinders, bloemen en vogels: derde druk (1907) in Delpher (metadata). 4e druk: 1913, 173 pgs. De twee gekleurde platen zijn andere dan die in de vorige druk. Met nieuwe (tamelijk saaie) omslag. 5e druk: 1921, 175 pgs.