Foliumzuur en folaat (de anionische vorm) zijn vormen van een in water oplosbaar vitamine uit het vitamine B-complex.
Folaat is de (tamelijk instabiele) vorm die in voedsel voorkomt, en is de vorm waarin deze vitamine in het lichaam actief is. In voedingssupplementen en verrijkte voeding komt het stabielere synthetische foliumzuur (pteroylmonoglutaminezuur) voor, dat in het lichaam in folaat wordt omgezet.
De stof is opgenomen in de lijst van essentiële geneesmiddelen van de WHO.
Geschiedenis Onderzoekster Lucy Wills ontdekte in 1931 dat vlees en gistextract een positieve rol kunnen vervullen bij het voorkomen, verminderen of opheffen van bloedarmoede bij zwangere vrouwen. Deze ontdekking leidde vervolgens eind jaren 30 tot de ontdekking dat foliumzuur in gist de factor is die voor dit effect verantwoordelijk is. In 1941 werd het door Herschel K. Mitchell voor het eerst geïsoleerd uit spinaziebladen en kreeg het de naam foliumzuur (naar het Latijnse folium, "blad"). Vijf jaar later werd het voor het eerst gesynthetiseerd.Hoffbrand AV, Weir DG (2001): "The history of folic acid". Br J Haematol, jrg.113 (nr.3): pp. 579-89.
Biochemie en naamgeving thumb|left|400px|Biosynthese van tetrahydrofoliumzuur. In diverse varianten op de basisvorm (onderste structuur) is foliumzuur/folaat in het lichaam actief. Het grootste verschil met foliumzuur wordt gevormd door de verzadiging met waterstof in de tweede ring vanaf links.Foliumzuur wordt in de meeste landen van de wereld ook wel vitamine B9 genoemd (aanvankelijk vitamine M), onder andere in Duitsland, Frankrijk, Polen en in de Verenigde Staten van Amerika.
In de voeding komt foliumzuur niet voor, wel folaat, wat staat voor een grote groep verwante verbindingen (pteroglutamaatverbindingen) met dezelfde vitaminewerking als foliumzuur. Ze bestaan uit drie hoofdbestanddelen: een aromatische pteridinering, verbonden aan para-aminobenzoëzuur (PABA) en een restgroep van een of meer glutamaat-eenheden. Ongeveer 90% van de folaten in de voeding bevat meer dan één glutamaatgroep en zijn pteroylpolyglutamaten gebaseerd op 5-methyl-tetrahydrofolaat (5-MTHF). Meestal gaat het om vijf à zeven groepen, tot maximaal elf, die middels peptidebindingen aan elkaar zijn verbonden. De in de voeding meest voorkomende folaten zijn 5,6,7,8-tetrahydrofolaten (THF) evenals 7,8-dihydrofolaat (DHF).Expert Group on Vitamins and Minerals, and New Author (2002). Review of folic acid (EVM/00/18.RevisedAUG2002), Consultation report on vitamins and minerals published www.food.gov.uk Gearchiveerd op 2007-08-13. Folaat is in het lichaam actief als (diverse vormen van) tetrahydrofolaat. Folaat uit de voeding wordt daarom gereduceerd tot dihydrofolaat, en vervolgens nogmaals gereduceerd tot tetrahydrofolaat. Het enzym dihydrofolaatreductase katalyseert beide omzettingen.
Foliumzuur (in voedingssupplementen en verrijkte voeding) is pteroylmonoglutaminezuur (PMG). Foliumzuur komt niet oorspronkelijk in de natuur voor, en wordt in het laboratorium geproduceerd via chemische synthese.
Foliumzuur is de meest (volledig) geoxideerde vorm van folaat en daarom ook de meest stabiele vorm. Folaat wordt biologisch actief na in het lichaam omgezet (gereduceerd) te zijn naar een actieve vorm, een vorm van tetrahydrofolaat. Dit is een ingewikkeld proces, in meerdere biochemische stappen, waarbij verschillende enzymen nodig zijn, plus de co-factoren vitamine B2, vitamine B3, zink en serine. De aanwezigheid van specifieke remmers van deze omzetting, zoals het geneesmiddel methotrexaat, kan de foliumzuurstatus negatief beïnvloeden.
Folinezuur (5-formyl-THF, citrovorum factor, leucovorine) is niet hetzelfde als foliumzuur. Het is een directe precursor (chemische voorloper) van 5,10-methyleen-THF, de belangrijkste van de tetrahydrofolaatverbindingen, en kan daarom de deconjugatie en reductiestappen "overslaan" die nodig zijn voor de biochemische activatie van foliumzuur. Verder heeft het een langere halfwaardetijd in het lichaam, en lijkt metabolisch actiever dan foliumzuur.Kelly G.S. (1998): "Folates: supplemental forms and therapeutic applications". Altern Med Rev, jrg.3 (nr.3): pp. 208-20. Gratis volledige artikel (na registratie): gearchiveerd op 2013-07-29. Als supplement biedt het dus een aantal voordelen boven foliumzuur. Nadeel is dat het duurder is dan foliumzuur. Het is verkrijgbaar als calciumfolinaat (leucovorin calcium) en wordt onder meer in de kankertherapie gebruikt als antidotum indien hoge doses methotrexaat worden gebruikt.
De term folacine is een term die gebruikt wordt voor alle foliumzuurderivaten (waaronder folaat).
Functies in het lichaam In de vorm van verschillende tetrahydrofolaten zijn voedingsfolaat en foliumzuur als co-enzym betrokken bij de overdracht van groepen met één koolstofatoom (zoals methyl-, methyleen- en formylgroepen). Vitamine B6, vitamine B12 en betaïne spelen in dit proces een ondersteunende rol. Deze reacties zijn op diverse plaatsen in de stofwisseling terug te vinden: rechts|400x400px|Gesimplificeerde weergave van de folaatstofwisseling en de interactie met de stofwisseling van vitamine B12. Legenda: DHF = dihydrofolaat, THFA = tetrahydrofolaat; Me = methyl, Cbl = cobalamine|alt=Gesimplificeerde weergave van de folaatstofwisseling en de interactie met de stofwisseling van vitamine B12. Legenda: DHF = dihydrofolaat, THFA = tetrahydrofolaat Foliumzuur is betrokken bij de aanmaak van rode bloedcellen. Foliumzuur is ook betrokken bij de ontwikkeling van de hersenen en het ruggenmerg bij een foetus. Folaat heeft onder meer een rol bij de vorming van nucleotiden, bouwstenen van het erfelijk materiaal (RNA en DNA) in de cellen van het lichaam. Folaat is een co-enzym bij de vorming van purine en pyrimidine (onderdelen van deze nucleotiden). Folaat is daarom belangrijk voor de celdeling en daarom voor alle (snelle) groei en weefselvorming, bijvoorbeeld bij de groei van een foetus of van een baby. Indirect is folaat betrokken bij de synthese van transfer RNA. Daarnaast is folaat ook betrokken bij omzettingen van sommige aminozuren. Folaat levert de methylgroep die nodig is om methylcobalamine te maken (Cbl+Me), een stof die nodig is om het schadelijke homocysteïne af te breken en om te zetten in het aminozuur methionine (Hcy→Met). Een te hoog homocysteïnegehalte is een belangrijke risicofactor voor onder andere hart- en vaatziekten. Hoewel ook vitamine B6, vitamine B12 en betaïne nodig zijn in de homocysteïnestofwisseling, is de rol van foliumzuur bij het verlagen van een verhoogde homocysteïnespiegel verreweg het grootst. Folaat functioneert daarnaast als methyldonor bij de productie van het aminozuur serine uit het aminozuur glycine. In combinatie met vitamine B12 en vitamine C is folaat nodig voor de afbraak van proteïnen en de vorming van hemoglobine, de component in rode bloedcellen die zuurstof en koolstofdioxide transporteert.
Bronnen Foliumzuur is een essentieel vitamine. De mens kan geen folaten of foliumzuur produceren en is voor de aanvoer ervan dus afhankelijk van de aanvoer via externe bronnen (voeding of voedingssupplementen).
Folaat in de voeding De beste bron voor folaat in de voeding is groene bladgroente, zoals in spinazie. Het Latijnse folium betekent dan ook 'blad'. Maar ook spruitjes, broccoli, kool, asperges, fruit, bepaalde citrusvruchten, en gist bevatten folaat. Verder bevatten sommige soorten vlees foliumzuur, vooral lever en in mindere mate nier.
De natuurlijke folaten zoals die in de voeding voorkomen, bijvoorbeeld 5-MTHF, zijn tamelijk instabiel. Ze zijn gevoelig voor licht, zuurstof uit de lucht en opslag. De verliezen tijdens opslag, verwerking en voedselbereiding zijn dan ook hoog. Binnen enkele dagen tot weken na de oogst is alle van nature aanwezige folaat geïnactiveerd.
Folaat is echter vooral gevoelig voor temperatuur. Geschat wordt dat bij het koken nog eens 50–95% van het aanwezige folaat vernietigd wordt of in het kookvocht verloren gaat. Bij het raffineren van granen worden alle folaten verwijderd.
Het is erg moeilijk een voedselpakket samen te stellen dat voldoende folaat bevat. Zelfs een volledig volgens de richtlijnen van het Hollandse Voedingscentrum samengesteld voedselpakket bevat nog minder dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van dit vitamine.Het Voedingscentrum Nederland vertaalt de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden vitaminen en mineralen (ADH) al jaren in lijstjes met aantal boterhammen, stuks fruit en glazen melk die per dag nodig zijn. Diëtiste Marie José Torenvliet uit Schiedam rekende deze hoeveelheden eens door met behulp van het programma de "Eetmeter" van het Voedingscentrum. Het door haar bekeken voedselpakket is geheel volgens de aanbevolen hoeveelheden samengesteld en er is uitsluitend gekozen voor voorkeursproducten. Dit wil zeggen weinig (verzadigd) vet, voldoende voedingsvezels en niet te veel suikers. Mevrouw Torenvliet kwam tot de conclusie dat je behoorlijk veel minder dan de ADH aan foliumzuur binnenkrijgt, als je precies eet volgens deze lijstjes. Ook vitamine B12, seleen en zink waren onvoldoende aanwezig. Het Voedingscentrum beaamde haar conclusies.
Bron: Metro 2 mei 2006 - pagina 17: "Onze voeding bevat niet genoeg vitamines". Mede om de foliumzuurinname te bevorderen wordt aangeraden dagelijks 200 gram groente en twee stuks fruit te nuttigen. Gezondheidsraad: Richtlijnen goede voeding 2015 Dit is ongeveer twee keer zo veel als de gemiddelde Nederlander daadwerkelijk blijkt in te nemen. Van de jongvolwassenen kwam in een onderzoek onder 750 proefpersonen zelfs niemand aan 200 gram groente per dag en slechts 7% at twee stuks fruit per dag.Voedingscentrum - Zo eten jongvolwassenen in Nederland; resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 2003 Zelfs wanneer de groente- en fruitinname verdubbeld zou worden, zou 33% van de volwassenen nog niet aan de 200 µg (microgram) folaat per dag komen.Konings EJ, Roomans HH, Dorant E, et al. (2001) "Folate intake of the Dutch population according to newly established liquid chromatography data for foods.". Am J Clin Nutr, jrg.73 (nr.4): p. 765-776. gratis volledige artikel
Voedselverrijking met foliumzuur Vanwege de precaire foliumzuurstatus van grote delen van de bevolking, mogen in sommige landen ontbijtgranen worden verrijkt met foliumzuur. De meeste met foliumzuur verrijkte producten bevatten tussen 125 en 200 µg foliumzuur per 100 gram. In de Verenigde Staten is het verplicht dat ontbijtgranen met 25–100% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor foliumzuur worden verrijkt.
In Nederland is het toevoegen van foliumzuur aan ontbijtgranen verboden. De door de gezondheidsautoriteiten opgegeven reden is dat foliumzuur de symptomen van een vitamine-B12-deficiëntie kan maskeren, waardoor een dergelijke deficiëntie niet opgemerkt wordt en permanente zenuwbeschadiging kan optreden.