Het insigne voor scherpschutters (Duits: Scharfschützenabzeichen) werd op 20 augustus 1944 door Adolf Hitler ingesteld.Michaelis 2012, p.27.Angolia 1976, p.114.Ailsby 1987, p.183.Lumsden 2001, p.60. Op 14 december 1944 stelde het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) het insigne ook beschikbaar voor alle andere Wehrmachtsonderdelen.

Het uiterlijk Het insigne was gemaakt van een groenachtige-grijze stof, ovaal van vorm en geborduurd. Er stond een afgebeeld op van een naar rechts gedraaid zwart adelaarshoofd met witte veren, en okergele ogen en gesloten snavel. Het adelaarslichaam was afgedekt met drie eikenbladeren en een links geplaatste eikel. De randen van het insigne waren genaaid, met de door de klasse bepaalde koord, zilver (2e klasse) en goud (3e klasse).

Kwalificatie voor de toekenning De onderscheiding werd toegekend aan degenen van wie elke gedode vijand succesvol werd geregistreerd op de speciale scherpschutterslijst van de eenheid, met bevestiging door een getuige.

KlasseAilsby 1987, p.184. Het insigne werd in drie klasse toegekend: 1e Klasse voor ten minste 20 vijanden gedood 2e Klasse voor ten minste 40 vijanden gedood 3e Klasse voor ten minste 60 vijanden gedood

Toekenning van een onderscheidingLumsden 2001, p.61. voor ten minste 10 vijanden gedood; voordracht voor het IJzeren Kruis 1939, 2e Klasse, vermelding in de dagorder van de divisie en 7 dagen speciaal verlof. voor ten minste 20 vijanden gedood; insigne 3e Klasse voor ten minste 30 vijanden gedood; vermelding in de dagorder van het korps en 14 dagen speciaal verlof. Lumsden vermeldt: voordracht voor het IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse voor ten minste 40 vijanden gedood; insigne 2e Klasse (zilver) voor ten minste 50 vijanden gedood; voordracht voor het IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse, vermelding in het Wehrmachtsbericht en 20 dagen speciaal verlof. Lumsden vermeldt: voordracht voor het Erebladgesp voor ten minste 60 vijanden gedood; insigne 1e Klasse (goud) voor ten minste 75 vijanden gedood; Lumsden vermeldt: voordracht voor het Duitse Kruis in goudLumsden 2001, p.61. voor ten minste 100 vijanden gedood; voordracht voor het Duitse Kruis in goud, Lumsden vermeldt: voordracht voor het Ridderkruis van het IJzeren Kruis voor ten minste 200 vijanden gedood; voordracht voor het Ridderkruis van het IJzeren KruisMichaelis 2012, p.37.

Draagwijze De hoogste klasse van het insigne werd gedragen op de onderarm van de mouw van het uniform. thumb|Het eerste model van insigne, deze versie werd niet geïntroduceerd.

Bijzonderheid Begin 1945, vaardigde het OKW een voorschrift uit, waarin een scherpschutter voor zijn gevangenname het insigne moest verwijderen, omdat de Russische troepen iedere gevangengenomen scherpschutter onmiddellijk doodschoten.

Ontvangers van de insigne Josef Allerberger (3e Klasse) Matthäus Hetzenauer (3e Klasse) Bruno Sutkus (3e Klasse)

Triviaal Van de 50.000 opgeleide scherpschutters sneuvelde ongeveer de helft. De verliezen onder de Duitse onderzeeboten waren vergelijkbaar in aantallen.

Na de Tweede Wereldoorlog Het insigne is van een hakenkruis voorzien. Dat betekent dat het verzamelen, tentoonstellen en verhandelen van deze onderscheidingen in Duitsland aan strenge wettelijke regels is onderworpen. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. In de gedenazificeerde uitvoering mogen de badges wel worden gedragen.Ordensjournal met afbeeldingen. Gezien op 29 juli 2025.

Externe links Traces of War: afbeeldingen en klasse van het insigne. Wehrmacht Awards: Sniper Badge

Zie ook Ridderorden en onderscheidingen in nazi-Duitsland

Categorie:Onderscheiding in nazi-Duitsland