Het kabinet-Suchocka was de Poolse regering van premier Hanna Suchocka, die van 11 juli 1992 tot 25 oktober 1993 heeft geregeerd. Het was een centrumrechtse coalitieregering van zeven partijen: Democratische Unie (UD) Liberaal-Democratisch Congres (KLD) Christelijk-Nationale Unie (ZChN) Partij van Christen-Democraten (PChD) Christelijke Volkspartij (SLCh) Poolse Volkspartij - Volksalliantie (PSL-PL) Poolse Partij van Vrienden van het Bier (PPPP) Een achtste partij, de Unie van de Arbeid (UP), maakte weliswaar niet officieel deel uit van de coalitie, maar was wel met één minister vertegenwoordigd.
Op 28 mei 1993 nam het Poolse lagerhuis, de Sejm met een meerderheid van één stem een motie van wantrouwen aan tegen de regering, zonder evenwel een nieuwe premier aan te wijzen. President Lech Wałęsa maakte hierop gebruik van zijn constitutionele recht om het ontslag van de regering te weigeren en in plaats daarvan het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Als gevolg hiervan heeft het kabinet-Suchocka zonder controle van het parlement geregeerd tot 25 oktober 1993, toen president Wałęsa de nieuwe regering van Waldemar Pawlak installeerde. In deze periode heeft de regering onder meer een zeer ingrijpend concordaat met de Heilige Stoel ondertekend. Later heeft de Sejm een speciale commissie ingesteld om de activiteiten van de regering-Suchocka in deze periode te onderzoeken. De slechte ervaring met een regering die niet door het parlement wordt gecontroleerd, heeft later tot een bepaling in de grondwet geleid op basis waarvan het parlement niet kan worden ontbonden, maar alleen de zittingsduur ervan kan worden verkort.
Het kabinet-Suchocka is de laatste Poolse regering geweest die door de Sejm is benoemd en niet door de president.
Samenstelling Ministerie Minister Partij Ambtsperiode van tot Voorzitter van de Ministerraad UD 10 juli 1992 25 oktober 1993 Vicepremier, voorzitter van de Economische Raad ZChN 11 juli 1992 25 oktober 1993 Vicepremier, voorzitter van het Sociaal-Politieke Comité van de Ministerraad PChD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Arbeid en Sociale Zaken UD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Binnenlandse Zaken partijloos 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Buitenlandse Zaken partijloos 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Communicatie KLD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Contacten met de Europese Economische Gemeenschap KLD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Defensie UD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Economische Samenwerking met het Buitenland KLD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Financiën UD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Gezondheid en Sociale Bijstand SLCh 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Industrie en Handel SLCh 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Justitie ZChN 11 juli 1992 17 maart 1993 ZChN 17 maart 1993 25 oktober 1993Minister van Kunst en Cultuur (a.i.) *) partijloos 11 juli 1992 11 februari 1993 ZChN 11 februari 1993 25 oktober 1993Minister van Landbouw en Levensmiddelen PSL-PL 11 juli 1992 8 april 1993 (a.i.) *) PSL-PL 8 april 1993 (a.i.) *) partijloos 25 oktober 1993Minister van Milieubescherming, Natuurlijke Hulpbronnen en Bosbouw partijloos (PSL-PL) 11 juli 1992 4 mei 1993 (a.i.) *) partijloos 4 mei 1993 25 oktober 1993 Minister van Onderwijs ZChN 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Privatisatie KLD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Ruimtelijke Ordening en Woningbouw UP 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister van Verkeer en Zeevaart ZChN 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister zonder portefeuille, voorzitter van het Centraal Planbureau ZChN 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister zonder portefeuille, kabinetschef van de regering UD 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister zonder portefeuille belast met ondernemingen PPPP 11 juli 1992 25 oktober 1993 Minister zonder portefeuille belast met contacten met politieke partijen PSL-PL 11 juli 1992 25 oktober 1993 Voorzitter van het Comité voor Wetenschappelijk Onderzoek partijloos 11 juli 1992 25 oktober 1993
*) Cursief weergegeven namen betreffen personen die weliswaar leiding gaven aan een ministerie, maar geen deel uitmaakten van de ministerraad.
Suchocka