miniatuur|Oud type overweg bij het Britse station Fiskerton thumb|Nederlandse overweg met automatische halve overwegbomen thumb|Belgische categorie 2 overweg thumb|Bioscoopjournaal uit 1951. Beelden van treinen die diverse spoorwegovergangen passeren; zowel bewaakte (met spoorbomen), beveiligde (met knipperlichtinstallaties) als onbewaakte. Verder een oproep aan de kijkers om uiterst voorzichtig te zijn bij het passeren van een onbewaakte overweg. thumb|Bedienen van spoorwegovergangen in 1959 miniatuur|260x260px|Overweginstallatie Stoomgroep West Een overweg of spoorwegovergang is een gelijkvloerse kruising van een spoorlijn of (snel)tramlijn met een weg. Een kruising met een fiets- of voetpad wordt overpad genoemd. Op veel stations (in Nederland nog bij kleinere stations) is er een overpad, zodat reizigers het perron kunnen bereiken. Deze worden vaak door tunnels vervangen.
De woorden overweg en overpad zijn vanouds spoorwegjargon. In de verkeerswetgeving werd spoorwegovergang gezegd. In de volksmond was overweg gebruikelijk. In 1990 werd in het RVV de officiële benaming veranderd in overweg.
Rondom een overweg zijn maatregelen gewenst om de verkeersveiligheid van het kruisende wegverkeer en spoorverkeer op een acceptabel niveau te krijgen. Treinverkeer heeft bij een overweg in principe altijd voorrang op wegverkeer. In vrijwel alle landen zijn openbare overwegen meestal te herkennen aan het andreaskruis. Meestal wordt het wegverkeer ook actief gewaarschuwd voor de komst van een trein, hetzij door een automatische installatie met knipperlichten of slagbomen, hetzij doordat het treinpersoneel/de overwegwachter zelf signalen geeft of een overweginstallatie in werking stelt.
In 2003 telde Nederland 2895 overwegen. In 2010 was dit afgenomen tot ruim 2600.Cijfers Nederlands spoor In 2018 waren er nog ca. 1800 overwegen.
In 2012 telde België 1857 overwegen. In 2022 was dit afgenomen naar 1630.
Ontstaansgeschiedenis De komst van spoorwegen hield van meet af aan in dat er overwegen kwamen. In Nederland werd ingaande 1859 bepaald dat alle overwegen gesloten moesten kunnen worden. Dat hield in dat bij iedere overweg een overwegwachter moest zijn, wonende in een wachterswoning. De echtgenote was ook overwegwachter.
Zij werden attent gemaakt op een naderende trein door middel van een seinklok. Op de museumstoomtramlijn Hoorn - Medemblik is die nog in gebruik. Vervolgens sloot de wachter de overweg met een hek of rolhek.
In het Spoorwegmuseum te Utrecht zijn onder andere rolhekken in gebruik. Diverse Britse overwegen hebben nog klaphekken/draaihekken, die soms nog door een lopende beambte gesloten moeten worden.https://web.archive.org/web/20230328070205/https://www.sabre-roads.org.uk/wiki/index.php?title=Level_Crossing.
Vooral op lokaalspoorwegen was al dat personeel een kostbare zaak. Daarom werd het in 1880 mogelijk om onbewaakte overwegen in te stellen en wachtposten op te heffen. Vanaf 1922 kon dit ook op hoofdlijnen. De weggebruiker moest dus zélf opletten, en dús nam het aantal ongelukken toe. Om dit tegen te gaan kwam er één oranje knipperlicht aan beide kanten. Het knipperde echter altijd, dus je moest toch nog zelf opletten. In 1935 werd de automatische knipperlichtinstallatie (AKI) uitgevonden. Bewaakte overwegen zonder AKI kregen later ijzeren slagbomen, die via kettingen bediend werden en de hele weg afsloten. De ijzeren buizen werden later door hout vervangen.
Tussen 1930 en 1940 werd de elektrische overweg ontwikkeld. Vanaf 1959 werden AHOB-installaties aangelegd. Wachtposten werden uiteindelijk helemaal afgeschaft in Nederland. In vele landen, ook in Europa, zijn er echter op sommige plaatsen nog wachtposten en overwegen die door middel van hendels in of bij de wachtpost gesloten en geopend worden door een overwegwachter. Lichten en geluiden ontbreken daarbij dikwijls.
Uitrusting in Nederland thumbtime=52.5|thumb|Een Nederlandse overweg van het type mini-AHOB. Er is een station circa 1650 m vóór deze kruising, wat het lange wachten verklaart voordat de trein de kruising passeert. thumb|Belgische overwegsignalering Afhankelijk van de mate van beveiliging kunnen Nederlandse overwegen met de volgende onderdelen uitgerust zijn. Beveiligingsinstallatie (actief) Treinsignalering Aankondiging aanrijzijde Afkondiging uitrijzijde Regelkasten Palen, met daaraan Overwegbomen Bellen Knipperlichten Gele voorwaarschuwingslichten op enige afstand van de overweg (tegenwoordig aangeduid als PAG,Overheid.nl Pre Advanced siGnal), vroeger als voorijlende waarschuwingslichten; Filebakken ("Bij file overweg vrijlaten") Waarschuwing (passief) Andreaskruisen Schrikhekken Schuin roodwit gestreepte planken Wachtborden ("Wacht tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein komen.") Bebording F5, F6 (doorgangsregeling, smalle overwegen) J1 (slecht wegdek) met onderbord (diepladerbord, bolle overwegen) J10 (overweg met overwegbomen) J11 (overweg zonder overwegbomen) BB23 (bakens op afstanden van 240, 160 en 80 meter vóór de overweg, links en rechts van de weg) Witte rechthoeken met kruizen op het wegdek (één per rij-/loopstrook en per spoor). Deze worden niet altijd toegepast, ze komen het meest voor op voetgangers- en fietsstroken. Hoewel het de bedoeling is dat de hele overweg ontruimd wordt als een trein in aantocht is geven deze kruizen aan welke delen in ieder geval vrij moeten komen, gezien het profiel van een trein, plus veiligheidsmarges. De resterende delen van de rij-/loopstrook zijn stroken langs de spoorbomen (als die er zijn), en soms ook ergens tussenin, waar de afstand tussen de sporen groter is. Op deze plaatsen kan een voetganger desnoods wachten. Waarschuwingsportaal/-uitlegger Verkeersgeleiding Bevloering Middengeleider Scheidingshekken/-kettingen Zigzaghekken
Aanwijzingsborden voor het wegverkeer
De kruisende latten symboliseren een kruising, maar de andreaskruisen vormen toch niet echt een schema van de echte kruising: het dubbel uitvoeren van beide wordt alleen bepaald door het aantal sporen.
In Nederland wordt een overweg in buitenstedelijke gebieden veelal voorafgegaan door de waarschuwingsbakens BB23, die op afstanden van respectievelijk 240, 160 en 80 meter vóór de overweg zijn geplaatst. Het baken op 240 meter afstand wordt gecombineerd door het erboven geplaatste verkeersbord J10 of J11. Bord J10 wordt ook wel gecombineerd met oranje voor-waarschuwingslichten.
Actief beveiligde overwegen Een overweg kan actief beveiligd zijn. Dit houdt in dat de komst van een trein wordt aangekondigd met signalen: lichten, belsignaal of slagbomen.
Bij een actief beveiligde overweg is het criterium voor (het beginnen en voortduren van) de signalering vaak de aanwezigheid van de trein in het zogenoemde aankondigingsgebied; dit is het traject vanaf een bepaalde afstand vóór de overweg tot direct erna, waarbij in het systeem de rijrichting is ingevoerd (ook van toepassing op momenten dat de trein stilstaat), waarmee het systeem onderscheid maakt tussen "voor" en "na". Gedurende de tijd dat de overweg door het wegverkeer wordt gebruikt omdat niet aan het criterium voldaan is en de overweg dus geen trein aankondigt, staat er niet noodzakelijk een sein op rood.
Deze treindetectie kan plaatsvinden door middel van een kortsluiting via de wielen en assen, een massadetectielus, assenteller of pedalen. De grootte van het aankondigingsgebied wordt bepaald door de maximaal toegestane snelheid van de treinen en de breedte van de overweg. Gevolg is dat de overweg langer gesloten is als de trein langzamer rijdt dan de maximumsnelheid ter plaatse. Bij treinen die binnen het aankondigingsgebied stoppen, kan een ander criterium worden toegepast, zie onder.
Soorten actief beveiligde overwegen Nederland Er zijn in Nederland ongeveer 1600 actief beveiligde overwegen, van verschillende soorten. Meestal zijn er onder meer twee rode lampen naast elkaar die om en om knipperen.
Overweg-categorieën die beveiligd zijn met overwegbomen (Steeds voorzien van afwisselende bellen, die in toenemende mate niet meer mechanisch maar elektronisch zijn.) thumb|AHOB bij Echten Automatische halve overwegbomen (AHOB) Automatische spoorbomen die de toegang tot de overweg alleen op de rechterweghelft -of rijbaan/rijbanen afsluiten. De meest gangbare overwegbeveiliging in Nederland. Naar Amerikaans model, maar de houten spoorbomen met lampjes er op worden steeds meer vervangen door steviger aluminium spoorbomen zonder lampjes er op, maar met LED-lichtjes er in. Op enkele plaatsen zijn er afwijkende slagbomen, die niet aan de palen met rode lichten vastzitten. Mini-AHOB AHOB met alleen maar een aluminium boom aan weerszijden van de overweg; voor smalle overwegen. Op kleinere en landelijke locaties. Veelvoorkomend in Nederland, over het algemeen zijn het omgebouwde AKI's. Ook op dienst-overpaden, zonder rode lampen. Elektrisch bediende overwegbomen (EBO) Wordt bediend door personeel op afstand dat via camera's meekijkt. Wordt toegepast bij overwegen met meer dan vier sporen. Er is in Nederland een EBO bij station Roermond. De voorlaatste EBO bij station Naarden-Bussum is in 2019 verwijderd. Automatische dubbele overwegbomen (ADOB) Automatische spoorbomen die beide weghelften afsluiten. Met radar en detectielussen, bij een ingesloten persoon of voertuig gaan de bomen na de overweg omhoog. Er is nog één actieve overweg van deze soort, in Almelo. De slagbomen zijn op twee manieren afwijkend van het gebruikelijke Amerikaanse model: ze zijn rond, en staan apart. De eerste ADOB stond in Bilthoven, maar die was nog veel afwijkender. Langzaam-verkeer-overweg met volledige afsluiting gescheiden van de overweg voor snelverkeer en voetgangers Automatische overpadbomen (AOB) op stations Automatische spoorbomen die een voetpad afsluiten dat de toegang tot een perron verschaft. Met of zonder rode lampen, maar doorgaans met een hek onder de boom dat voorkomt dat onder de boom door wordt gekropen. Automatische lichtinstallatie met Boom (ALIB). Handbediende halve overwegbomen (HBHOB) Als een AHOB, maar wordt door de machinist gesloten en weer geopend met behulp van drukknoppen langs het spoor. Wordt niet meer toegepast. Half-automatische halve overwegbomen (HAHOB) Als een HBHOB maar alleen het sluiten gebeurt met een drukknop, het openen gaat automatisch. Mechanisch bediende overwegbomen (MBO) Spoorbomen die met handkracht in plaats van een motor worden gesloten en geopend. Wordt niet meer toegepast, behalve op sommige museumlijnen. De grote overweg in het Zuiderpark in Den Haag op de openbare weg valt buiten alle categorieën, want hij wordt zowel met kabels/kettingen als met drukknop bediend. Ook heeft hij mechanische én elektrische bellen. De afkorting HBDOB (Handbediende Dubbele Overweg Bomen) zou hier van toepassing zijn.
Aantallen: Einde van AHOB Mini-AHOB AOB ADOB HAHOB HBHOB EBO Totaal 2000 1023 0 118 1 15 2 8 1167 2001 1087 0 117 1 15 2 8 1230 2002 1094 112 115 1 15 2 8 1347 2003 1088 207 115 1 15 2 6 1434 2004 1087 348 115 1 14 2 5 1572 2005 1073 416 115 1 12 0 4 1621 2006 1063 425 116 2 12 0 4 1622 2007 1051 426 115 2 12 0 3 1609 2008 1049 423 ? 3 ? ? ? 2065 2009 1056 405 ? 3 ? ? ? 2035
Bij een storing gaan de bomen automatisch dicht voor de veiligheid. Effectief komt dit neer op een tijdelijke opheffing van de overweg, maar voor zover mensen er door kunnen gebruiken ze de overweg dan soms als niet actief beveiligde overweg (al is dit niet toegestaan). Als de bomen 5 minuten dicht zijn, gaat er een automatische melding naar de verkeersleidingspost. Machinisten krijgen dan de opdracht om langzaam te rijden en te toeteren als alternatieve actieve beveiliging.
Overwegen actief beveiligd zónder overwegboom thumb|Hengelo raccordement AKZO, Boortorenweg Hengelo (deze spooraansluiting en de overweg zijn inmiddels opgeheven) thumb|HALI, Westelijk Havengebied, Amsterdam. De lichten zijn tweekleurige verkeerslichten die geel en rood kunnen tonen.