Hendrik van Bergen (Frans: Henri de Bergues) (Bergen op Zoom?, 20 juli 1449 - Kamerijkskasteel, 7 oktober 1502) was een Nederlandse geestelijke. Hij was een zoon van Jan II van Glymes metten Lippen, heer van Bergen op Zoom, en broer van Jan III van Glymes, de latere heer van Bergen.

Hendrik was het vierde kind en de tweede zoon uit het huwelijk van Jan II van Glymes en Margaretha van Rouveroy. Naat de dertien kinderen uit dit huwelijk had Jan II nog vele bastaardkinderen, maar de vier wettige zonen speelden de hoofdrol. de oudste broer, Philips van Glymes sneuvelde in 1475 al op jonge leeftijd tijdens het beleg van Neuss. Aangezien Hendrik al een geestelijke carrière volgde, verschoof het recht op opvolging in Bergen op Zoom naar de derde broer, Jan III van Glymes. De vierde zoon was Anthonis van Glymes die abt van Sint-Truiden en later ook Sint-Bertinus werd.

Van Bergen werd in 1473 kanunnik in Luik, in 1479 coadjutor en van 1480 tot aan zijn dood bisschop van Kamerijk. Hij verbleef echter vooral in het Hof van Bergen en het nabijgelegen kasteel van Halsteren.

Als bisschop deed hij pogingen om de kerk in zijn bisdom te hervormen en misbruiken uit te bannen, maar stootte op verzet van zijn eigen clerus. Tijdens diocesane synoden haalde Hendrik uit tegen priesters die niet resideerden in hun parochie en onbekwame deservitors in hun plaats er de sacramenten lieten toedienen, die hebzuchtig inkomsten uit beneficies vergaarden en onfatsoenlijke kledij en kapsels droegen. Hij dreigde met gevangenisstraffen voor overtreders, maar kwam met zijn kritiek in conflict met het kapittel van de kathedraal van Kamerijk. Uiteindelijk kon hij zijn hervormingen niet doordrukken.; (2009): 'Voorgeschiedenis van het aartsbisdom Mechelen' in ; ; ; ; Het aartsbisdom Mechelen-Brussel, deel 1, Halewijn

Net als hun vader waren de drie overgebleven broers loyaal aan keizer Maximiliaan I tijdens de Vlaamse Opstand.

In 1493 werd Hendrik eerste raadsheer van Filips de Schone en daarna ook kanselier van de Orde van het Gulden Vlies. De uiteindelijke ambitie van Hendrik was echter om kardinaal te worden. Hiervoor kon hij goed gebruikmaken van de diensten van een secretaris die het Latijn uitmuntend beheerste. De zeer vaardige Erasmus werd hiertoe naar voren geschoven door de prior van klooster Emmaüs te Stein. Deze kreeg later een stipendium zodat deze in 1495 theologie kon gaan studeren aan de Universiteit van Parijs. Dit was echter veel minder dan beloofd, waardoor Erasmus in grote armoede leefde. Daarbij speelde mee dat Hendrik de financiering niet rond kreeg die nodig was om kardinaal te worden, waarmee Erasmus niet meer zoveel betekende voor Hendrik.

De positie van Hendrik van Bergen was echter wel dusdanig dat hij in 1496 in Lier het huwelijk van de eeuw mocht afsluiten tussen Filips en Johanna van Castilië, beter bekend als Johanna de Waanzinnige. Dit huwelijk legde de basis voor de eeuwenlange band tussen Spanje en de Nederlanden.

Er was echter een felle machtsstrijd gaande binnen het Bourgondische hof tussen een Fransgezinde factie en een Engelsgezinde factie. De welvaart in Bergen op Zoom was volledig afhankelijk van de lakenhandel en de band met Engeland was dan ook zeer belangrijk, wat de adviezen van Hendrik kleurde.

Filips de Schone wilde in 1501 echter koste wat kost vrede en goede banden met Lodewijk XII van Frankrijk. Als leider van de francofiele factie wist Frans van Busleyden, aartsbisschop van Besançon en daarvoor nota bene secretaris van Hendrik tot de komst van Erasmus, gebruik te maken van de reis van Filips en Johanna naar Spanje om Filips over te halen om zich tegen de Bergse broers te keren. Een ander belangrijk lid van de francofiele factie, Willem II van Croÿ, heer van Chièvres, wist juist de banden met de vader van Filips, keizer Maximiliaan, aan te halen. Zo werden in 1502 alle functies en privileges ontnomen van Hendrik en zijn broer Jan III van Glymes. Hendrik stierf korte tijd later als gebroken man. De aartsbisschop van Besançon was kort daarvoor in Spanje overleden, naar Erasmus in een brief aan Willem Hermansz van Gouda insinueerde door een vergiftiging. (1502): '172 Aan Willem Hermans' in De correspondentie van Desiderius Erasmus. Deel 2. Brieven 142-297 Hendrik werd als bisschop van Kamerijk opgevolgd door Jacob van Croÿ, oom van Willem II van Croÿ, waarmee dit stevig binnen het francofiele kamp kwam te liggen, terwijl don Juan Manuel de gunsteling (privado) werd van Filips.

Hendrik Categorie:Bisschop in de Nederlanden in de 15e eeuw Categorie:Zuid-Nederlands bisschop (voor 1830) Categorie:Ridder in de Orde van het Gulden Vlies Categorie:Adel in de Nederlanden in de 15e eeuw