Sumitomo (Japans: 住友) werd opgericht in Japan op het einde van de zestiende eeuw, waar het begon als een klein familiebedrijf. Het werd voornamelijk bekend dankzij de kopersmelterij. Langzaamaan groeide het bedrijf en begon het zich te engageren in andere domeinen van de economie, tot het als de Sumitomo Group (Japans: 住友グループ) uiteindelijk uitgroeide tot een van de grootste zaibatsu.
Oprichting Rond 1615 opende oud-boeddhistisch priester Masatomo Sumitomo in Kyoto een boekhandel. Zijn zaak wordt gezien als de basis van de Sumitomo Groep, maar het bedrijf won aan bekendheid na toevoeging van een kopersmelterij.
Riemon Soga, Masamoto Sumitomo’s schoonbroer, werkte rond 1590 in een kopersmelterij. Daar leerde hij hoe men goud en zilver uit koper kon halen, door middel van lood. Dankzij deze ontdekking kende hij veel succes en verdiende goed.
Riemon’s zoon Rihei Tomomochi opende omstreeks 1630 in Ōsaka een klein bedrijfje. Hij had het kopersmelttalent van zijn vader geërfd. Daarbij bezat hij een kopermijn, ruilde koper, en importeerde buitenlandse goederen (waaronder stoffen doeken, suiker, medicijnen, en andere grondstoffen). Later opende hij ook een wisselkantoor, maar zijn handel stopte na 1741.
Vervolgens werd Tomomochi opgevolgd door Tomonobu. Deze laatste was vooral bekend vanwege zijn betrokkenheid in de Yoshioka mijn in Bitchu (gelegen in het Okayama prefectuur). In 1690 werd de kopermijn van Besshi ontdekt. Dit vergrootte de rijkdom van de familie en bijgevolg die van het bedrijf. In 1762 nam het bedrijf de Tachikawa kopermijn over.
Gedurende de Tokugawa periode opende het bedrijf 120 mijnen. Het was in die tijd veruit de grootste binnen de koperhandel.
Geschiedenis Van Meiji restauratie tot uitbreken WOI Bij het begin van de Meiji restauratie werd de Besshi mijn geconfisqueerd door de leenheer van Tosa. Dit maakte dat de mijn voortaan ten dienste van het shōgunaat stond en het bedrijf in crisis belandde. Het geld dat op deze manier naar de daimyō doorstroomde, kon na het opbreken van het shōgunaat niet teruggevorderd worden.
Dankzij de inspanningen van Saihei Hirose verkreeg Sumitomo de toestemming om alvast tijdelijk het werk in de mijn verder te zetten. De wetten die door de nieuwe regering opgesteld werden met betrekking tot de mijnbewerking, zorgden ervoor dat Sumitomo zonder problemen verder kon blijven werken.
Om de crisis te overleven, concentreerde men zich vooral op de mijn van Besshi. Sumitomo had in deze tijd echter geen beschikking over moderne technieken om de mijn te bewerken, waardoor ze niet verder konden ontwikkelen. Buitenlandse ingenieurs werden door de Meiji regering uitgenodigd om te assisteren in de verdere ontwikkeling van de mijnbouw. Toen Sumitomo de mogelijkheid kreeg om een buitenlands ingenieur in dienst te nemen, kozen ze voor de Fransman L. François Coigny. Deze samenwerking werd mee mogelijk gemaakt dankzij de relaties met Lilienthal Cooperation in Frankrijk, waarmee Sumitomo koper uitwisselde.
Op advies van Coigny moderniseerde Sumitomo hun technieken. Dit leidde tot de exploitatie van nieuwe, moderne raffinaderijen, het aanleggen van nieuwe wegen, en het aanschaffen van moderne machines. Deze vernieuwen loonden ook: de productie verhoogde van 360 à 420 ton in de vroege Meiji jaren, naar 2022 ton in 1890.
Hoewel Sumitomo zich voornamelijk concentreerde op de Besshi mijn, breidden ze hun aandacht ook uit naar andere takken van de industrie. Bosbouw was belangrijk voor de levering van hout voor de stutpalen die gebruikt werden in de mijnen; steenkoolmijnen hielden belang als leveraar voor de raffinaderijen. De uitstootgassen van het Shisakajima smeltbedrijf dat bij de Besshi mijn gevestigd was, vervuilden de lucht. Daardoor wilde het bedrijf overstappen op de productie van kunstfosfaat met gebruik van zwavelzuur.
In 1873 ging het bedrijf opnieuw zakelijke transacties aan in Tomishima-cho te Ōsaka. Sumitomo had het geld uit deze transacties nodig om hun eerdere financiële problemen te overwinnen. Deze transacties leidden tot de oprichting van een bank in 1895. In 1912 werd deze bank ten slotte een aparte zijtak van de Sumitomo-groep, namelijk Sumitomo Bank Ltd. Tegen 1903 had de bank vestigingen opgericht, verspreid over Londen en verschillende andere steden en Europa en Amerika. Hiermee was het een pionier in de overzeese expansie.
In 1904 werd er voor het eerst gebruikgemaakt van hydry-elektriciteit, en in 1913 richtte Sumitomo een volgende zijtak op: Fertilizer Plant, wat zou uitgroeien tot het latere Sumitomo Chemical.
WOI en de naoorlogse periode Conglomeraten werden opgericht in verschillende domeinen van de economische wereld. Enkele voorbeelden hiervan waren: Steel Works Ltd., Tosa Yoshinogawa River Hydroelectric Power Plant, en Steel Tube and Copper Works Ltd. Na de Eerste Wereldoorlog startte Sumitomo Steel Works met de productie van KS magneetstaal, stalen banden, en andere delen waarmee ze meewerkten aan de ontwikkeling van treinwagons.
In de chemische industrie was Sumitomo Fertilizer Plant verantwoordelijk voor 12% van de productie van kunstmeststoffen. Nippon Sheet Glass Company Ltd. - waar Sumitomo ook mee samenwerkte - deelde de thuismarkt met Asahi Glass Company op het gebied van vlakglas.
In 1918 sloot Sumitomo, samen met Mitsubishi, een samenwerkingscontract met Libbey-Owens Sheet Glass Corporation. Daarbij richtte deze laatste ook Nichibei Sheet Glass Corporation Ltd. op. Het bedrijf verviel echter in financiële problemen, en in 1922 ging Sumitomo akkoord om het management over te nemen. De naam veranderde later nog in Nippon Sheet Glass Corporation Ltd.
Sumitomo Electric Wire and Cable Works ondertekende in 1920 een contract met de International western Electric Corporation, en het verwante Nippon Electric Company Ltd. Dit contract handelde over de samenwerking tussen deze bedrijven op vlak van kapitaal en technieken. Het stelde Sumitomo in staat om meer geavanceerde methodes te introduceren voor de fabricatie van communicatiekabels. Beide bedrijven bleven nauw verbonden sinds 1920, onder andere dankzij de uitwisseling van aandelen.
In hetzelfde jaar kocht Sumitomo een deel van de aandelen van Nippon Electric Company over van International Western Electric Corporation. Daarbij werden vertegenwoordigers van Sumitomo benoemd als bestuurders van Nippon Electric Company.
In het financiële domein richtte Sumitomo in 1925 Sumitomo Trust Company Ltd. en Sumitomo Life Insurance Company Ltd. op. De hoofdkantoren werden gereorganiseerd in gelimiteerde vennootschappen, waardoor het banto systeem in gebruik genomen werd. Bedrijven die eerder verwant waren aan Sumitomo werden nu onder directe controle van Sumitomo Gōshi-Kaisha geplaatst. Dit telde in 1928 dertien bedrijven. Gōshi-Kaisha trad in de eerste plaats op als centrale orgaan dat de vooruitgang van deze verwante bedrijven coördineerde en over hun productverkoop handelde. Daarbij stonden ze in voor het management van de steenkoolmijnen van Kōnomai, Ōgayu, en Takane. In 1930 fuseerde de Sumitomo Ban steenkoolmijn (in Hokkaidō) met de Sumitomo Kyūshū mijn en vormden ze de Sumitomo Coal Mining Company Ltd.
Sumitomo Metal Industries Ltd. sloot in 1931 een overeenkomst met Aluminium Ltd., met als doel de eigen productie van aluminiumfolie. Deze overeenkomst bestond uit een gezamenlijke investering door de twee bedrijven, dit in de vorm van het nieuw opgerichte Sumitomo Aluminium Company Ltd.
Van wereld recessie tot uitbreken WOII De Japanse economie was gericht op natuurlijke verdediging. Dit kwam tot uiting in de grote ontwikkeling die industrieën gerelateerd aan defensie doormaakten.
Op de herhaaldelijke vraag om de prodcutie te verhogen, besloot Sumitomo zijn aandacht te verleggen van mijnbouw naar zware industrie. Daarbij breidden ze hun activiteiten uit tot in het Manstjoerijnse gebied. Sumitomo kon echter op dat ogenblik niet de gevraagde hoeveelheid geld op tafel leggen om deze uitbreidingen uit te voeren.
In 1934 veranderde Fertilizer Works van naam, en stond voortaan bekend onder Chemical Company Ltd. Deze verandering kwam er nadat het zijn kapitaal had kunnen verdubbelen tot 20 miljoen yen. In diezelfde periode begon het bedrijf te werken met ammonium derivaten, en focuste het op de aanstelling van meerdere directies.
Deze Chemical Company was in 1938 de eerste van verschillende andere bedrijven die hun aandelen aanboden voor publieke consumptie. Dit zorgde ervoor dat het geld nodig voor de uitbreidingen van Sumitomo toch verzameld werd. Niihama Works fuseerde met de Besshi mijn, waardoor deze onafhankelijk werden. De naam werd later veranderd naar Sumitomo Machinery Corporation Ltd.
In 1934 werden Sumitomo Aluminium Reduction Corporation Ltd. en Manchuria Sumitomo Steel Tube Corporation Ltd. opgericht. Het doel van dit eerste was het vervaardigen van aluminium uit inheems ruw materiaal. Dit proces startte in 1936, met aluminium geleverd door Sumitomo Chemical Company.
Sumitomo Metal Industries Ltd. ontstond in 1935 door de fusie van Sumitomo Steel Tube and Copper Works met Sumitomo Steel Works. Het had een kapitaal van 50 miljoen yen. Bij de start bestond het bedrijf uit drie afdelingen; koper rollen, het maken van staal, en de creatie van stalen buizen. De afdeling verantwoordelijk voor het koper rollen breidde zich uit tot de fabricatie van metalen vliegtuigpropellers. Het slaagde erin om extra super duraluminium te creëren. De afdeling die instond voor het maken van staal, produceerde onder andere verschillende gelegeerde staalsoorten.
De uitbreiding van de afdelingen was in die tijd heel opmerkelijk. Om de nodige uitgaven tegemoet te komen, besloot Sumitomo Gōshi-Kaisha in oktober 1935 een deel van de aandelen van Sumitomo Metal Industries Ltd. te verkopen aan instanties die nauw verbonden waren met Sumitomo. Als gevolg hiervan verdubbelde het kapitaal in februari 1937 tot 100 miljoen yen.
In maart 1937 reorganiseerde Sumitomo Gōshi-Kaisha tot Sumitomo Honsha Ltd. Deze reorganisatie werd doorgevoerd op advies van andere grote bedrijven om de sociale en politieke situatie die er heerste na het Mantsjoerije-incident op te vangen. Aan het hoofd van Honsha stond Kichizaemon Sumitomo. Hij bezat op dat moment meer dan 98% van de aandelen van Sumitomo. Bestuurders van Honsha waren ofwel eerder reeds bestuurder van verwante bedrijven, of ze waren doorverwezen om de leiding over het management in sommige bedrijven over te nemen. Masatsune Ogura bekleedde als Chief Executive Director van Honsha de hoogste post. Hij was daarbij voorzitter van alle raden van bestuur van verwante bedrijven, met als enige uitzondering Sumitomo Bank. De hele organisatie centraliseerde zich bijgevolg rond Honsha.
De resultaten die verschillende verwante bedrijven van Sumitomo in deze periode boekten, waren opmerkelijk. In maart 1937 verdubbelde Sumitomo Chemical Company zijn kapitaal tot 40 miljoen yen, en in april van datzelde jaar fuseerde de kopermijn van Besshi met Sumitomo Coal Mining Company. Zij vormden samen Sumitomo Mining Company Ltd. met een kapitaal van 27 miljoen yen. In juni verdubbelde ook Sumitomo Electric Wire and Cable Works zijn kapitaal tot 30 miljoen yen. Nippon Electric Company verhoogde in maart 1938 zijn kapitaal van 12.5 naar 30 miljoen yen. De overzeese reputatie van Sumitomo producten steeg geleidelijk aan, en Sumitomo behield zijn relaties met bevriende bedrijven in het buitenland. In 1937 aanvaardde Sumitomo Electric Wire and Cable Works de opdracht om kabels te installeren in het Panama Kanaal, op aanvraag van de American Cable Company Incorporation.