Het energiehandvestverdrag (Engels: Energy Charter Treaty of ECT) is een handelsverdrag dat integratie tussen verschillende energiemarkten moet bevorderen en zekerheid moet bieden aan investeerders. Het moet daarmee de leveringszekerheid van energie vergroten.Energy Charter Treaty and its Role in International Energy, Journal Of Energy & Natural Resources Law, november 2006, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 april 2023. Het is een juridisch bindend verdrag dat in 1998 in werking trad. Het is in 2019 door 53 landen of organisaties ondertekend.The Energy Charter Treaty, Energycharter.org, 18-02-2019, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023. Het energiehandvestverdrag is het enige omvangrijke multilaterale verdrag binnen de energiesector en het grootste multilaterale verdrag voor investeringsbescherming ter wereld. De Europese Unie, alsmede de meeste Europese landen, hebben het energiehandvestverdrag ondertekend en geratificeerd. Sommige landen, waaronder Noorwegen en Rusland, hebben het verdrag wel ondertekend, maar niet geratificeerd.
Het energiehandvestverdrag is een uitwerking van het in 1991 opgestelde Europese energiehandvest. In 2015 is er in Den Haag een nieuw handvest opgesteld, het internationale energiehandvest. In dit handvest wordt hernieuwbare energie benadrukt, het heeft echter geen juridisch bindende status.The International Energy Charter, Energycharter.org, 23-06-2016, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Geschiedenis Het Europese energiehandvest De voorloper van het verdrag, het Europese energiehandvest uit 1991 (Engels: European Energy Charter) had als doel de integratie van de energiemarkten van Oost-Europa met die van West-Europa, na het ineenstorten van de Sovjet-Unie.The European Energy Charter, Energycharter.org, 02-06-2015, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023. Na de val van het IJzeren Gordijn en het einde van de Koude Oorlog in 1989 werden voorheen strikt gescheiden economische markten in Europa voor elkaar opengesteld. Ook op het gebied van energie werd geconstateerd dat onderlinge samenwerking voor de betrokken partijen voordelig zou zijn, en dat hier een gemeenschappelijke basis voor gelegd moest worden. In juni 1990 stelde de Nederlandse minister-president Ruud Lubbers tijdens een bijeenkomst van de Europese Commissie in Dublin voor om een Europese energiegemeenschap te creëren. Dit leidde in december 1991 tot het ondertekenen van het Europese energiehandvest in Den Haag door de eerste landen.Politieke basis voor plan Lubbers gelegd; ondertekening Energie Handvest op 17 december in Den Haag, NRC Handelsblad, 08-11-1991, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 28 juni 2023.
Het Europese energiehandvest is inmiddels door 66 landen of partijen ondertekend (2019), waarvan de recentste Tsjaad en Niger (2015) zijn. Ook onder meer de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben het handvest ondertekend, evenals de EU en atoomenergiegemeenschap Euratom. Het Europese energiehandvest heeft de vorm van een politieke verklaring waarin men de principes voor internationale samenwerking op het gebied van energie onderschrijft, gebaseerd op een onderling belang bij leveringszekerheid van energie en duurzame ontwikkeling. Het is echter geen juridisch bindend verdrag; het ondertekenen ervan is tegenwoordig de eerste noodzakelijke stap op weg naar toetreding tot het energiehandvestverdrag. Ondertekenaars krijgen de status van waarnemer bij het besluitvormend orgaan van het energiehandvestverdrag: de Conferentie inzake het energiehandvest.
Het energiehandvestverdrag In 1994 werd in Lissabon een vervolgdocument opgesteld; het energiehandvestverdrag. Dit verdrag stelt regels voor energiehandel, energiedoorvoer, investeringsbescherming en investeerder-staatarbitrage. Er werd in de context van de toenemende onderlinge afhankelijkheid tussen importeurs en exporteurs van energie vastgesteld dat een juridisch bindend multilateraal instrument een evenwichtiger en efficiënter kader schept dan meerdere bilaterale of niet-juridisch bindende overeenkomsten. Het hoofddoel van het energiehandvestverdrag is het creëren van een gelijk speelveld met regels die door alle deelnemende overheden worden nageleefd, zodat deze wettelijke zekerheid de risico’s voor internationale investeringen en handel in energie verkleinen. Het is bedoeld om de energiezekerheid te bevorderen door de werking van meer open en concurrerende energiemarkten, met inachtneming van de beginselen van duurzame ontwikkeling en soevereiniteit over eigen energiebronnen.
In april 1998 trad het verdrag officieel in werking, tegelijkertijd met het Protocol voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten. Het verdrag is ondertekend door 53 landen of organisaties (2019). Een aantal ondertekenaars, waaronder Rusland en Australië, hebben het verdrag echter nooit geratificeerd.
Het Protocol voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten Het protocol voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten (Engels: The Protocol on Energy Efficiency and Related Environmental Aspects (PEEREA)) werd in 1994 gelijktijdig met het energiehandvestverdrag ondertekend, en trad eveneens gelijktijdig in 1998 in werking. In het Europese energiehandvest en het energiehandvestverdrag wordt reeds aandacht besteed aan energie-efficiëntie en de positieve effecten die dit op het milieu kan hebben. In het verdrag wordt van de ondertekenaars vereist dat zij de impact op het milieu door energieverbruik minimaliseren op een economisch efficiënte manier. Het protocol werkt dit verder uit met de vereiste dat deelnemende landen heldere beleidsdoelen opstellen voor het vergroten van de energie-efficiëntie en het verminderen van de impact op het milieu door energieopwekking en -gebruik. Het biedt deelnemende landen ook mogelijkheden om onderling kennis en ervaringen op dit gebied uit te wisselen.The Protocol on Energy Efficiency and Related Environmental Aspects (PEEREA), Energycharter.org, 09-04-2015, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Wijziging handelsbepalingen De bepalingen inzake handel uit het energiehandvestverdrag waren oorspronkelijk gebaseerd op de Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel. Toen deze overeenkomst in 1995 werd vervangen door de Wereldhandelsorganisatie, werd in 1998 ook het energiehandvestverdrag hiermee in lijn gebracht. Deze aanpassingen zijn in 2010 in werking getreden.The Amendment to the Trade-related Provisions of the Energy Charter Treaty, Energycharter.org, 09-04-2015, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Het internationale energiehandvest In het licht van de wereldwijde uitdagingen op het gebied van energie in de 21e eeuw, waaronder de energietransitie en de groeiende energievraag in opkomende economieën, is het internationale energiehandvest (Engels: International Energy Charter) opgesteld. Deze politieke verklaring zonder bindende juridische of financiële verplichtingen werd in mei 2015 door meer dan 70 landen formeel aangenomen en ondertekend op een ministeriële conferentie, die door de Nederlandse overheid in Den Haag werd georganiseerd. Dit handvest is opgesteld met het doel wederzijds voordelige samenwerking voor de ontwikkeling van leveringszekerheid en duurzaamheid van energie te bevorderen.
Conferentie inzake het energiehandvest In het energiehandvestverdrag is vastgesteld dat alle leden regelmatig bijeenkomen in de Conferentie inzake het energiehandvest (Engels: Energy Charter Conference). Ieder lid mag één vertegenwoordiger sturen. Tijdens de bijeenkomsten wordt het beleid van het energiehandvest en aanverwante overeenkomsten bepaald en gehandhaafd. Het voorzitterschap wisselt ieder jaar. Onder de Conferentie vallen verschillende ondersteunende of adviserende organen, ieder met een specifieke focus en rapporterend aan de Conferentie.Meetings of the Energy Charter Conference, Energycharter.org, 15-02-2019, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Het secretariaat is gevestigd in Brussel, waar het een assisterende en uitvoerende rol vervult voor de Conferentie en de ondersteunende of adviserende organen.
Bepalingen Investeringsbescherming Het besluit om in een land te investeren hangt in hoge mate af van de veronderstelde risico’s die een investering in een bepaald land met zich meebrengen. Wanneer deze risico’s hoog zijn, zal men niet of alleen bij zeer hoge verwachte opbrengsten tot een investering overgaan. Het energiehandvestverdrag heeft als doel deze risico’s te verminderen, zodat er meer geïnvesteerd wordt in deelnemende landen, ten voordele van zowel deze landen als de investeerders.
Buitenlandse investeerders worden onder het energiehandelsverdrag beschermd tegen politieke risico’s zoals discriminatie, onteigening, nationalisering, contractbreuk, door oorlog geleden schade en onrechtmatige beperkingen op de transactie van gelden.
De structuur van nationale energiemarkten, het nationale energiebeleid of de openstelling voor buitenlandse investeringen worden niet door het verdrag voorgeschreven. Ook het nationale systeem van eigendom van grondstoffen, en de mate waarin grondstoffen ter beschikking worden gesteld, wordt aan de deelnemende landen zelf overgelaten.The International Energy Charter Consolidated Energy Charter Treaty, Energycharter.org, 15-01-2016, geraadpleegd 03-01-2020. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Handel en vrije energiedoorvoer De handelsbepalingen in het energiehandvestverdrag zijn in lijn met de algemene handelsregels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dit betekent dat deelnemende landen die niet bij de Wereldhandelsorganisatie zijn aangesloten, wel op het gebied van energie deze regels volgen. Sommige gebieden, waaronder handel in diensten of intellectueel eigendomsrecht, worden in tegenstelling tot bij WTO niet in het verdrag behandeld. Op twee specifiek voor de energiesector van belang zijnde gebieden zijn juist aanvullende bepalingen opgesteld. Deze gebieden zijn investeerdersbescherming en energiedoorvoer. Zo verplichten de verdragsluitende partijen zich om de vrije doorvoer van energie (bijvoorbeeld door pijpleidingen) niet te blokkeren of onderbreken en hier een nationaal en niet-discriminatoir beleid voor te voeren.
Energie-efficiëntie en milieu Het energiehandvestverdrag vereist dat alle ondertekenaars op een kosteneffectieve manier nadelige milieueffecten van energieverbruik minimaliseren. Dit is verder uitgewerkt in het Protocol voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten. Middels de energie-efficiëntiegroep (Engels: Energy Efficiency Group), een instituut onder de Conferentie inzake het energiehandvest, worden beleid, wetgeving en andere maatregelen die energie-efficiëntie bevorderen besproken en worden ervaringen tussen leden uitgewisseld. De nadruk bij dit onderdeel van het verdrag ligt zodoende op kennisuitwisseling en op hoe deze politieke toewijding in de praktijk kan worden uitgewerkt.
Geschillen De bepalingen in het energiehandvestverdrag zijn overwegend juridisch bindend, daarom zijn er ook regels voor arbitrage opgezet. Er zijn twee basisvormen voor het beslechten van geschillen over aangelegenheden die onder het energiehandvestverdrag vallen: ad-hoc-arbitrage voor geschillen tussen verdragsluitende partijen over de interpretatie of toepassing van bijna alle aspecten van het verdrag (met uitzondering van concurrentie- en milieukwesties) en investeringsarbitrage voor geschillen tussen een investeerder en een verdragsluitende partij (investeerder-staatarbitrage of Investor State Dispute Settlement (ISDS)).
Er worden door het secretariaat van het energiehandvest ondersteunende diensten geboden, waaronder bemiddeling. Voor het beslechten van een geschil kan gekozen worden voor het volgen van de procedurele reglementen van een van de volgende instituten: