De Tendaguru-formatie (vroeger "Tendaguru Beds") is een geologische formatie in Zuidoost-Tanzania met voornamelijk afzettingen uit het Laat-Jura. De formatie bevindt zich 60 kilometer ten noordwesten van de zeehaven van Lindi. De afzettingen dateren uit het Kimmeridgien (157,3-152,1 miljoen jaar geleden) en Tithonien (152,1 tot 145 miljoen jaar geleden).

Ontdekking Tijdens prospecties naar granaatafzettingen in opdracht van het bestuur van Duits Oost-Afrika, vond de Duitse mijningenieur, chemisch analist en farmaceut Bernhard Wilhelm Sattler in 1906Hennig, 1914a; Wild, 1991 op weg naar een mijn ten zuiden van de rivier de Mbemkure gigantische beenderen die uit een pad dicht bij de basis van een heuvel geërodeerd waren. Deze heuvel stond in het gebied bekend als "de steile heuvel", of "Tendaguru" in de taal van het plaatselijke Wamweravolk. De vondsten vonden hun weg naar de Duitse natuurwetenschapper, paleontoloog en geoloog Eberhard Fraas die op dat moment op een rondreis door Afrika was. Fraas besefte de betekenis van zijn vondst en vermeldde het in zijn veldrapporten. Hij bezocht de locatie in 1907 en groef met de hulp van Sattler twee gedeeltelijke skeletten van enorme afmetingen opWild, 1991 dicht bij Tendaguru Hill, de typelocatie.Quennell et al., 1956 De skeletten werden overgebracht naar de Stuttgarter Naturaliensammlung in Stuttgart, waaraan Fraas verbonden was. In 1908 beschreef hij deze skeletten als Gigantosaurus africanus (= Tornieria africana) en Gigantosaurus robustus (= Janenschia robusta). De ontdekking baarde veel opzien en het lukte aanzienlijke sommen geld in te zamelen voor de grootste paleontologische expedities die tot dan toe georganiseerd waren. In Afrika is geen andere plaats bekend waar zulke aantallen beenderen voorkomt als in Tendaguru. De aangetroffen soorten dinosauriërs waren het onderwerp van honderden publicaties, waaronder uitgebreide monografieën die, tezamen met de beschrijvingen van vele andere fossielen, belangrijke informatie verschaffen over de paleo-ecologie, de paleohabitat, de paleontologie en de paleotafonomie van de unieke Dinosaurialevensgemeenschappen van de Tendaguru.

Expedities Tot in 2011, dus na meer dan 100 jaar onderzoek, werden in de Tendaguru-formatie in de loop der jaren op meer dan 100 locaties beenderen van Dinosauria geëxploreerd vanuit de expeditiekampen op en rond Tendaguru Hill,Janensch, 1914b vooral te Tingutinguti, Dwanika en Maimbwimet. Maar tot op de dag van vandaag bewaart Tendaguru nog veel van haar geheimen in de strata van het Boven-Jura en het Onder-Krijt van de Oost-Afrikaanse bush. Omvangrijke verzamelingen Dinosauria werden door de Duitse Tendaguru-expeditie (1909-1913)Janensch & Hennig, 1909; Hennig, 1912a, b; Janensch, 1914a, c en door de Britse expeditie naar Tendaguru tussen 1924 en 1931Migeod 1927, 1930, 1931; Parkinson, 1930 aangelegd. Tijdens de Duits-Tanzaniaanse Tendaguru Expedition (2000) werden ook stenen werktuigen ontdekt die uit kwartsiet vervaardigd werden (onder meer schrabbers, onbewerkte afslagen, choppers), en die onregelmatig verspreid lagen op het terrein rond Tendaguru Hill. Zij worden bewaard in het National Museum of Tanzania in Dar es Salaam. Gelijkaardige stenen werktuigen werden in 1910 voor het eerst door Werner Janensch langs de rivier de Dwanika gevonden, en later door Werth beschreven.Werth (1916)

Duitse Tendaguru-expeditie (1909-1913) Werner Janensch en Edwin Hennig, beiden verbonden aan het museum voor natuurlijke historie te Berlijn, leidden van 1909 tot 1913 een expeditie naar de Tendaguru-Lagerstätte, de gesteentelagen die in het Engels de "Tendaguru Beds" genoemd werden. Deze expeditie werd mogelijk gemaakt door private en openbare fondsen en was verbazingwekkend succesvol. Het doel was skeletten van Dinosauria te verzamelen en de relatieve ouderdom en stratigrafische opeenvolging van de sedimenten te bepalen. Bij de inleidende werkzaamheden werden 180 plaatselijke werkkrachten ingehuurd om vegetatie te verwijderen, een kamp op te zetten en om tonnen van de bedekkende, niet-fossielhoudende afzettingen te verwijderen. Afrikaanse veldploegen met tot 500 arbeiders legden de enorme hoeveelheid van 225 ton beenderen van Dinosauria bloot onder leiding van de Duitse expeditieleiders. Vele van deze beenderen waren extreem zwaar en groot, zoals een 2,13 meter lange bovenarm (humerus) van Giraffatitan (oorspronkelijk beschreven als Brachiosaurus). In januari 1910 moesten de werkzaamheden wegens moessonregens onderbroken worden en dit dwong Janensch en Hennig hun werkgebied noordwaarts langs de Usambaraspoorweg te verplaatsen. Daar verzamelden zij fossielen van ongewervelden en beschreven de plaatselijke geologie.

thumb|Duitse Tendaguru-expeditie: een hoofdopziener maakt een dorsale rib van Giraffatitan los uit het gesteente. Het tweede seizoen van het veldwerk begon in april 1910. Rond de basis van de heuvel die de "Tendaguru Beds" vormt, was inmiddels een dorp ontstaan omdat hun gezinnen zich bij de 420 Afrikaanse werklieden gevoegd hadden. Regelmatig werden in klei en plaaster verpakte fossiele beenderen op de hoofden en ruggen van dragers naar de kust getransporteerd. In Lindi werden de beenderen in kratten verpakt, in Arabische zeilboten geladen en later overgeladen op stoomboten. Weken later bereikte de enorme hoeveelheid beenderen het Berlijnse museum voor natuurlijke historie.

In 1911 startte het derde veldseizoen met in totaal 480 deelnemers. Een nieuwkomer was Hans von Staff, een Berlijns geomorfoloog. Er werden extra groeven geopend en uiteindelijk werden er meer dan honderd onderzocht in een gebied van dertig vierkante kilometer. De vondsten varieerden van losse beenderen tot skeletten die nog in anatomisch verband waren. Na tweeënhalf jaar keerden Janensch en Hennig terug naar Berlijn om toe te zien op de preparatie van de fossiele beenderen en om de resultaten van hun expedities te publiceren. In 1912 werd nog een expeditie geleid door Hans Reck, een vulkanoloog, en zijn echtgenote. Hun team telde 150 arbeiders. De laatste Duitse expeditie naar de "Tendaguru Beds" vond vroeg in het jaar 1913 plaats. Ongeveer 250 ton aan fossielen werd met mankracht naar Lindi overgebracht in meer dan vijfduizend draaglasten. Meer dan 850 houten kratten werden naar Berlijn verscheept.

British Museum East Africa Expedition (1924-1931) Na de Eerste Wereldoorlog werd Duits Oost-Afrika het Britse mandaatgebied Tanganyika. In 1924 organiseerde het Natural History Museum een expeditie, de British Museum East Africa Expedition, die de eerste zou worden in een reeks van vier. William Cutler, een ervaren Canadees fossielenverzamelaar, had de leiding, en zijn assistent was Louis Leakey, die later een beroemd paleoantropoloog zou worden. Honderd arbeiders heropenden de groeven. Leakey keerde terug naar zijn studies te Cambridge en Cutler ging verder met de opgravingen tot aan zijn dood door malaria in de zomer van 1925. Frederick William Hugh Migeod werd benoemd tot zijn vervanger. Onder zijn leiding werkten veertig arbeiders van het natte seizoen van 1925 tot het einde van 1926. In 1930 werd Migeod opgevolgd door de geoloog John Parkinson die de sedimentaire lagen zorgvuldig onderzocht en het met verschillende beweringen van zijn Duitse voorgangers over de geologie van de "Tendaguru Beds" oneens was. In dat jaar viel ook het laatste veldseizoen van de Britse expedities en uiteindelijk werden in januari 1931 de werkzaamheden stopgezet. Honderden kratten fossiele beenderen werden naar Londen getransporteerd, onder meer het gedeeltelijke skelet van een nieuwe soort grote sauropode, maar weinig van dit materiaal werd wetenschappelijk beschreven en/of tentoongesteld. De eerste expeditieleden bleven hun bevindingen publiceren tot in het begin van de jaren zestig en tot op vandaag worden Tendaguruspecimina opnieuw bestudeerd.

Canadian Museum of Nature (1977 en 1978) Alhoewel de vindplaats in 1931 verlaten werd, heeft de geoloog/paleontoloog Dale Alan Russell van het Canadian Museum of Nature in 1977 en in 1978 geprobeerd deze te heropenen. Russell werd door Tanzaniaanse wetenschappers vergezeld.

Technische Universität Berlin (1994) In 1994 heeft Christa Werner van de Technische Universiteit Berlijn de vindplaats aan een deskundig onderzoek onderworpen. Ook Werner werd door Tanzaniaanse wetenschappers vergezeld.

German-Tanzanian Tendaguru Expedition (2000) Een groep Tanzaniaanse, Duitse en Canadese wetenschappers keerde in augustus en september 2000 terug naar Tendaguru om nieuwe sedimentologische en stratigrafische gegevens en kleine gewervelden, ongewervelden en fossiele planten te verzamelen. Dit was de eerste grootschalige expeditie sinds de initiële Duitse en Britse opgravingen van de eerste drie decennia van de twintigste eeuw.

De veldrapporten van de Duitse Tendaguru-expeditie De oorspronkelijke velddocumentatie van de Duitse Tendaguru-expeditie is grotendeels onvolledig. Het omvat een gedetailleerde veldcatalogus met lijsten van de dinosauriërbeenderen die ontdekt werden, en handgeschreven notities van Werner Janensch, Edwin Hennig en Hans Reck. Er bestaan ook schetsboeken met tekeningen in potlood en in inkt door Janensch, Hennig en Reck, van zowel afzonderlijke beenderen als van skeletten, en gekleurde waterverftekeningen die mogelijk door Ina Reck gemaakt werden. De schetsboeken bevatten ook de topografische plannen van enkele groeves. Het fotoalbum van Janensch van de veldseizoenen van 1909, 1910 en 1911 maakt ook deel uit van de velddocumentatie, met belangrijke foto's van blootgelegde Sauropodaskeletten van onder meer Dicraeosaurus hansemanni (paleosite m) en Giraffatitan brancai (paleosites D en S). In het Museum für Naturkunde te Berlijn werden rond de millenniumwisseling drie olieverfschilderijen herontdekt die Ina Reck in 1912 te Tendaguru Hill voltooid heeft, en die een idee geven van de omvang van mogelijk de groeven lg, WJ en St, en van het veldwerk te Tendaguru. Deze oorspronkelijke velddocumentatie vormde de basis voor de vele studies van Tendaguru Hill en de Tendaguru-formatie. De tafonomische analyse van de Dinosauria van Tendaguru wordt door het verlies van veel velddocumentatie zwaar belemmerd. Delen van het veldboek en plannen van groeves en van opgravingen werden waarschijnlijk door brand vernietigd tijdens een bombardement op 12 november 1943, waarbij een opslagkamer met Dinosauria van Tendaguru volledig vernield werd. Sindsdien is het holotype van Dysalotosaurus lettowvorbecki onvindbaar.

left|thumb|Duitse Tendaguru-expeditie: Werner Janensch tijdens het maken van een veldschets van fossiele wervels. Tussen 1909 en 1913 werden door de Duitse Tendaguru-expeditie bijna 100 paleosites met beenderen van Dinosauria ontdekt. Maar we beschikken van slechts 15 locaties