thumb|202px|Afbeelding van Hermes Trismegistus. In de middeleeuwen werd een reeks geschriften aan hem toegeschreven, bekend onder de naam Hermetica. Deze teksten, zoals de Smaragden Tafel en het Corpus Hermeticum, vormen de kern van de esoterische wetenschappen

Westerse esoterie is een vakgebied binnen de geesteswetenschappen dat onderzoek verricht naar uiteenlopende stromingen uit de westerse cultuurgeschiedenis. Deze stromingen hebben gemeen dat ze door de heersende religieuze en academische instellingen werden verworpen als legitieme bronnen van kennis; door religie als ketters, door de wetenschap als irrationeel.The Cambridge Handbook of Western Mysticism and Esotericism. Introduction, 3. 'Approaches to understanding esotericism' stelt dat esoterische stromingen werden beschouwd als tegentraditie. Zie verder het hoofdstuk Westerse esoterie als wetenschappelijke constructie.HHP - Faculty of Humanities of the University of Amsterdam: What is Western Esotericism? Daartoe behoren onder meer gnostiek, hermetica, alchemie, astrologie, magie, theosofie, mystiek en het moderne occultisme. Het vakgebied ontstond eind 20e eeuw.UvA: Westerse esoterie: een uniek specialisme

Aan deze esoterische stromingen werd vroeger gerefereerd als occultisme, maar die benaming is in het wetenschappelijk discours niet langer gebruikelijk. De benaming westerse esoterie suggereert dat er naast een westelijke esoterie ook een oostelijke esoterie zou zijn, maar dat is niet zo. Dezelfde term wordt ook wel in engere zin gebruikt en slaat dan op een diffuse verzameling geschriften over het paranormale, occulte wetenschappen, exotische wijsheidstradities en dergelijke.

Als wortels van westerse esoterie kunnen ruwweg vier filosofisch-religieuze tradities worden onderscheiden: neoplatonisme, gnosticisme, hermetisme en kabbala, en de traditionele wetenschappenA. Faivre, in Faivre & Hanegraaff (ed.) 1995, pp. 6-7 astrologie, magie en alchemie. Vooral neoplatonisme en hermetisme vormden de inspiratie voor latere stromingen zoals rozenkruisers, christelijke theosofie, het 19e-eeuwse occultisme, spiritisme, de 20e-eeuwse new agebeweging en andere vormen van moderne alternatieve spiritualiteit.Hanegraaff 2013, p. 138 e.v. Esoterische ideeën zijn doorgedrongen in westerse filosofie, religie, pseudowetenschap, kunst en populaire cultuur.

De eerste pogingen om te komen tot een wetenschappelijke constructie die de verworpen stromingen uit het westers gedachtegoed bundelt werden eind 17e eeuw ondernomen. Sinds eind 20e eeuw zijn de invloed van westerse esoterie en de ideeëngeschiedenis ervan onderwerp van academische studie geworden. Het interdisciplinairZie UvA/Esotericism in the Academy: "As an academic field of study, Western esotericism is therefore a highly interdisciplinary enterprise." onderzoek concentreert zich op de geschiedenis van de westerse esoterie vanaf de renaissance tot heden, met ook aandacht voor de wortels ervan in de laatantieke cultuur.

Westerse esoterie als wetenschappelijke constructie Dat de term esoterie zo moeilijk te definiëren is, heeft er alles mee te maken dat het een constructie is, die nu als parapluterm voor sterk uiteenlopende stromingen wordt gehanteerd. Wouter Hanegraaff geeft een historische verklaring voor het ontstaan van deze categorie., Esotericism and the Academy Rejected Knowledge in Western Culture. Hij stelt dat het verhaal van de constructie van esoterie begint in de renaissance bij de Florentijnse humanisten, die dachten op het spoor te zijn van de ultieme bron van eeuwige wijsheid: de "Philosophia perennis". Deze (goddelijke) wijsheid zou volgens hen doorgegeven zijn door antieke filosofen als Plato, Plotinus en Hermes Trismegistus.

In de tweede helft van de 17e eeuw zetten Duitse theologen echter de aanval in tegen dit invloedrijke verhaal, dat inging tegen de christelijke leer. Hun uiteindelijke doel was om de christelijke theologie te 'zuiveren' van heidense fouten. Hierdoor kwamen stromingen zoals het antieke platonisme, kabbalisme, gnosis, hermetisme en alchemie terecht in wat Hanegraaff een soort "afvalmand van verworpen kennis" noemt. Hetzelfde lot ondergingen renaissancehumanisten als Marsilio Ficino en Pico della Mirandola met hun verdachte verhaal over de antieke bron van wijsheid. Zonder het bewust te willen, hadden deze theologen een nieuwe categorie gecreëerd die nu bekendstaat als "esoterie". Allerlei stromingen en figuren, die soms weinig gemeen hadden met elkaar, kwamen hierin terecht omdat men oordeelde dat ze deel uitmaakten van een soort 'tegentraditie'.

Tijdens de verlichting verwierpen historici net als de Duitse theologen de esoterische denkbeelden, niet omdat ze onverenigbaar waren met de christelijke leer, maar omdat ze irrationeel waren. Het resultaat, zo zegt Hanegraaff, is de (constructie van) de wetenschapsgeschiedenis zoals we die nu kennen. Een nog radicaler constructivistische opvatting is te vinden bij de Duitse religiewetenschapper Kocku von Stuckrad: hij is van oordeel dat het enige dat vormen van wat nu esoterie heet gemeenschappelijk hebben, het feit is dat ze verworpen zijn door moderne opvattingen., Locations of knowledge in Medieval and Early Modern Europe, Leiden, Brill, 2010.

Wetenschappelijke omschrijving Belangrijke pioniers die de rol en betekenis van de verschillende esoterische stromingen binnen de westerse culturele en intellectuele geschiedenis onderzochten, waren Antoine Faivre en Wouter Hanegraaff. In hun publicaties over de methodologie van de westerse esoterie beschreven zij wat volgens hen de kenmerken zijn van esoterie.

Antoine Faivre De Franse esoterie-onderzoeker Antoine Faivre gaf als eerste een systematische beschrijving van esoterie.Von Stuckrad 2005, pp. xii-xiii, pp. 2-5. Zijn studie van de overeenkomsten tussen neoplatonisme, hermetisme en kabbala tijdens de renaissance, samen met astrologie, alchemie en magie, bracht hem ertoe om aan esoterische spiritualiteit vier fundamentele kenmerken toe te kennen:Goodrick-Clarke 2008 over Faivres criteria, Kindle location, 152 e.v. Correspondentie (overeenstemming) van het natuurlijke en bovennatuurlijke:Op te merken valt dat het idee van correspondentie tussen hemel en aarde al veel ouder dan de renaissance is, en reeds bij de Oude Babyloniërs uit het 3e en 2e millennium v.Chr. wordt aangetroffen. Stuckrad 2005, pp. 12-13. alles binnen de natuur – mensen, dieren, planten, sterren, gemoed en geest, enzovoort – wordt in esoterische teksten beschreven als onderling verbonden via analogieën en overeenkomsten; de mens kan leren deze overeenkomsten te zien en zo toegang krijgen tot het natuurlijke en het bovennatuurlijke om deze te manipuleren of om zijn inzicht te verhogen (zie microkosmos en macrokosmos, synchroniciteit) De natuur als levende entiteit: de hele kosmos wordt beschouwd als bezield (vgl. de Wereldziel), een meervoudig, complex geheel waarbinnen een strenge hiërarchie heerst.Dergelijk eenheidsdenken kwam voor in het klassiek Griekse cultuurgebied, maar vooral binnen het stoïcisme maakte de notie van het pantheïsme opgang. Het mechanisme van verbeelding: verbeelding is een macht waarmee toegang kan worden verkregen tot werelden en niveaus van werkelijkheid tussen de materiële wereld en het goddelijke. Faivre spreekt hier over "een orgaan van de ziel". Innerlijke beleving: kennis wordt niet om de kennis zelf nagestreefd, maar als middel om de mens te verheffen, en zelfs te transmuteren. Daarnaast onderscheidt Faivre nog twee 'secundaire' karakteristieken, die vaak, maar niet noodzakelijk, voorkomen: Overeenstemmende praktijken en bron: het idee dat alle esoterische tradities (bijvoorbeeld neoplatonisme, hermetisme en kabbala) ontsproten zijn uit een gemeenschappelijke, primordialePrimordiaal: behorend bij een stadium van wording, oorspronkelijk. spirituele bron. Overdracht: via een systeem van overdracht, van geïnitieerde tot meester, wordt de totale kennis van esoterische leerstellingen binnen de groep zo goed mogelijk verspreid. Dit proces is geritualiseerd.

Wouter Hanegraaff Wouter Hanegraaff, hoogleraar in de geschiedenis van de hermetische filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, onderscheidt vijf betekenissen die westerse esoterie in verschillende contexten kan hebben:Hanegraaff 2010, 'Some Remarks on the Study of Western Esotericism'. In Esotericism, Religion, and Nature. als synoniem voor "het occulte" (het paranormale, de occulte wetenschappen, verschillende wijsheidstradities, New Age-spiritualiteit, enzovoorts); dit is de betekenis die eraan wordt gegeven door uitgevers en schrijvers van populaire esoterische boeken; als aanduiding van een geheim leerproces dat alleen toegankelijk is voor ingewijden; als object en domein van studie binnen vergelijkende religiestudies; in deze betekenis verwijst het naar de visie dat de religieuze tradities één metafysische waarheid of oorsprong delen waaruit alle esoterische en exoterische kennis is gegroeid: de 'Philosophia perennis'; als synoniem voor gnosis; Hanegraaff zegt hierover dat het in deze context om verschillende religieuze fenomenen gaat die eerder de nadruk leggen op ervaringsgerichte dan op rationele en dogmatische manieren van weten; als containerbegrip voor een complex van onderling samenhangende stromingen en tradities vanaf de vroegmoderne periode; in deze betekenis liggen de historische oorsprong en het fundament van westerse esoterie in het syncretische fenomeen van het renaissance-'hermetisme' in de brede zin van het woord. De vijfde betekenis omschrijft volgens Hanegraaff het eigenlijke studiegebied van westerse esoterie.

Geschiedenis Hellenisme

De westerse esoterische tradities zijn terug te voeren op denkwijzen uit het begin van de christelijke jaartelling, met name het hermetisme, het neoplatonisme en het gnosticisme. Deze denkbeelden zijn ontstaan uit een vermenging van filosofische en religieuze denkbeelden die plaatsvond in het hellenistische Egypte. Platonisme en stoïcisme werden getransformeerd tot een religieus wereldbeeld met eigen rituelen en mythes, waarin verlossing van de ziel door kennis (gnosis) centraal stond. Ook het Alexandrijnse jodendom was erop van invloed, via denkers als Philo van Alexandrië.Zie bijv. Stuckrad 2005, p. 17. Een van de belangrijkste manifestaties van deze filosofisch-religieuze hybridisatie was de Egyptisch-hellenistische traditie van het hermetisme.Van den Broek & Quispel 1991, pp. 22-23.

Overigens was er niet één esoterisch wereldbeeld. Wat ze gemeen hebben, zijn de opvattingen over het goddelijke (spirituele) en de wereld (aarde), in een bezield universum. Tussen de lagere en hogere werelden of "sferen" treden wezens op, engelen (daimons), die de mens helpen om in bewustzijn hoger in de hiërarchie van werelden te klimmen. In een proces van sterven en herboren worden transmuteert de ziel en keert zij terug naar de hogere werelden.De zielsverhuizing vormde reeds een onderdeel van de pythagoreïsche en platonische filosofie.

Hermetisme miniatuur|Corpus Hermeticum, eerste editie door Marsilio Ficino. Latijn, 1471. De belangrijkste oude bronnen van het westers esoterisme zijn de hermetica, een reeks teksten uit de late oudheid toegeschreven aan Hermes Trismegistus. Het gaat om een in het Romeinse Alexandrië ontstane verzameling teksten over onder meer kosmologie, magie, astrologie en theosofie. Deze uiteenlopende collectie heeft het westers esoterisme in aanzienlijke mate vormgegeven. Een belangrijk onderwerp in het Corpus Hermeticum, en wat het ook "hermetisch" maakt, is de val van de mens in de materie en de uiteindelijke verlossing door hereniging met het goddelijke. De sleutelthema’s die in dit hermetisme voorkomen worden in latere esoterische stromingen overgenomen:Goodrick-Clarke 2008, Kindle location 392; Van den Broek & Quispel 1991, inleiding. Zo Boven, zo Beneden: de menselijke geest weerspiegelt het universum.