De Confederate States Army of het Confederate Army of het Southern Army (Zuidelijke leger) was het leger van de Geconfedereerde Staten van Amerika tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861 – 1865). Dit leger was de tegenstander van Noordelijke Staten. Op 28 februari 1861 richtte het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika een tijdelijke leger op bestaande uit vrijwilligers. De nieuwe president Jefferson Davis kreeg de bevoegdheid om het leger te organiseren en militaire operaties te sturen. Davis was zelf een oudgediende van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Op 1 maart 1861 nam Davis, namens de regering van de Geconfedereerde Staten de militaire controle op zich in Charleston (South Carolina) waar een klein garnizoen Fort Sumter belegerde. In maart 1861 keurde het voorlopig congres de wetten goed om een permanent geconfedereerd leger op te richten.

Een correct cijfer geven omtrent het aantal personen die in het Confederate Army gediend hebben, is niet mogelijk omdat er veel archieven onvolledig of zelfs vernietigd zijn. De schattingen lopen uiteen tussen 750.000 en 1.000.000 soldaten. Dit cijfer houdt echter geen rekening met een onbekend aantal slaven die gebruikt werden om forten te bouwen of karren te besturen. Ook de zeelieden die dienst deden in het Confederate States Navy vallen buiten deze cijfers. Dt cijfer omvat het totaal aantal soldaten dat meevocht in de oorlog, maar weerspiegelt niet de grootte van het leger op gelijk welk ogenblik tijdens het conflict.

Hoewel het merendeel van de soldaten vrijwilligers waren, werd vanaf 1862 ook de dienstplicht ingevoerd om het vrijwilligersleger aan te vullen. Er wordt geschat dat ongeveer 12 procent van het leger uit dienstplichtingen bestond.Albert Burton Moore, Conscription and Conflict in the Confederacy (1924). Ook de cijfers omtrent het aantal slachtoffers is onvolledig en onbetrouwbaar. De beste schattingen geven 94.000 gesneuvelden, 164.000 doden door ziekte en tussen de 26.000 en 31.000 doden in krijgsgevangenschap. Eén schatting omtrent het aantal gewonden geeft een cijfer van 194.000 weer.

Tussen 9 april en 18 april 1865 gaven het Army of Northern Virginia, onder leiding van Robert E. Lee, de restanten van het Army of Tennessee en verschillende eenheden onder leiding van Joseph E. Johnston zich over. De andere Zuidelijk eenheden gaven zich over tussen 16 april en 28 juni 1865. Tegen het einde van de oorlog waren meer dan 100.000 soldaten gedeserteerd. De regering van de Geconfedereerde staten hield op te bestaan toen ze de hoofdstad ontvluchtte op 3 april 1865. Hierdoor viel de controle en algemene aansturing weg over de verschillende Zuidelijke legers.

Wat vooraf ging Toen Abraham Lincoln op 4 maart 1861 president van de Verenigde Staten werd, hadden zeven Zuidelijke staten zich afgescheurd. Ze vormden samen de Geconfedereerde Staten van Amerika. Alle Noordelijke bezittingen binnen hun nieuwe grenzen werden geconfisqueerd. Ook alle militaire versterkingen en forten werden verbeurd verklaard. Lincoln wou de nog overgebleven forten die in Noordelijke handen waren in bezit houden. Eén van deze forten was Fort Sumter in Charleston South Carolina. Reeds op 28 februari 1861 had het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika een "Provisional Army of the Confederate States” (PACS) opgericht.

In opdracht van de president van de confederatie, Jefferson Davis, bombardeerden Zuidelijke eenheden onder leiding van generaal P.G.T. Beauregard Fort Sumter op 12 en 13 april 1861. De dag erna capituleerde het Noordelijke garnizoen. Razend over de Zuidelijke aanval riepen de Noordelijken op tot oorlog. Na een persoonlijke oproep van Lincoln stuurden alle Noordelijke staten troepen om de verloren gegane forten te heroveren en de Verenigde Staten te redden van de totale ondergang.Weigley 2000, p. 24 Door deze actie scheurden zich nog vier staten af en sloten zich aan bij de Confederatie. Beide tegenstanders bouwden snel een groot leger op dat voornamelijk bestond uit vrijwilligers. Terwijl de Noordelijken de opstand wilden neerslaan en de unie tussen de verschillende staten redden, was het doel van de Zuidelijken om voor hun onafhankelijkheid en hun manier van leven te vechten.McPherson 1997, pp. 104–105.

Oprichting van het leger thumb|upright|Soldaat Edwin Francis Jemison, wiens portret een van de meest beroemde foto’s van de oorlog werd. Het Congres van de Geconfedereerde Staten gaf de goedkeuring om een leger uit te bouwen geënt op het United States Army. Het nieuwe Zuidelijke leger zou bestaan uit een klein regulier leger en een groter leger die alleen in tijden van oorlog zou opgetrommeld worden. Het grotere tijdelijke vrijwilligersleger werd via een wet van het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika ingesteld op 28 februari 1861. De wet voor het reguliere leger werd goedgekeurd op 6 maart 1861. Hoewel de twee legers gelijktijdig opgericht werden, werd er weinig werk gemaakt van het reguliere leger. De Provisional Army of the Confederate States (PACS) begon zich te vormen op 27 april. Vrijwel alle vrijwilligers, dienstplichtigen en beroepssoldaten sloten zich aan bij dit leger. Ze konden van bij het begin een hogere rang krijgen dan in het reguliere leger. Het was de bedoeling om dit leger te ontbinden na het winnen van de oorlog waarbij enkel nog het ACSA zou overblijven. De Army of the Confederate States of America (ACSA) was het beroepsleger die zou bestaan uit 15.015 manschappen waaronder 744 officieren. Deze basisbezetting zou nooit ingevuld worden. De Zuidelijke generaals met de hoogste rang, zoals Robert E. Lee en Samuel Cooper, maakten officieel deel uit van het beroepsleger zodat ze hoger in rang waren dan de generaals van de militie- en vrijwilligerseenheden. Uiteindelijk bestond het ACSA alleen maar op papier. Enkel enkele officieren werden officeel benoemd binnen dit nieuwe kader. Enkel drie regimenten zouden "Confederate" regimenten worden. Dit had echter geen invloed op hun organisatie of werking. Leden van alle machten van strijdkrachten van de geconfedereerde staten (leger, marine en marinekorps) werd naar verwezen als "Confederates" of Zuidelijken. Leden van het Confederate Army waren "Confederate soldiers". Daarnaast bestond het Zuidelijke leger eveneens uit militie-eenheden: Confederate States State Militias werden opgericht, georganiseerd en geleid door de regeringen van de individuele staten. Dit was gebaseerd op de Militia Act van 1792. Sommige van deze militie-eenheden hadden onafhankelijk gestreden voor ze opgenomen werden in het groter vrijwilligersleger. Een van de meer gekende was het Provisional Army of Virginia.

De Operationele controle van het leger en dienstplicht thumb|left|Een cartoon van tijdens de oorlog waarop een man met dwang gerekruteerd wordt in het Zuidelijke leger. Onder de cartoon staat te lezen dat de man in kwestie weigert, maar dat hij zal gelyncht worden als hij weigert. De operationele controle van het Confederate Army viel onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Oorlog van de Zuidelijke staten. Deze was opgericht bij wet op 21 februari 1861. Het congres gaf president Davis de volmacht op respectievelijk 28 februari en 6 maart. Op 8 maart vaardige Davis een proclamatie uit waarbij maximum 100.000 mannen onder de wapens werden geroepen. Het ministerie van oorlog riep 8.000 vrijwilligers op op 9 maart, 20.000 op 8 april en nog eens 49.000 vanaf 16 april. Op 8 augustus 1861 riep de confederatie echter nog eens 400.000 vrijwilligers op om één tot drie jaar te dienen. Op 16 april 1862 werd de eerste wet tot de dienstplicht goedgekeurd. Alle blanke mannen tussen de 18 en 35 jaar kwamen in aanmerking om een driejarige dienstplicht te vervullen binnen het PACS. Ook de voorwaarden waarbij soldaten voor één jaar getekend hadden, werd verlengd tot drie jaar. Een aantal beroepen die als vitaal beschouwd werden voor de continuïteit aan het thuisfront werden vrijgesteld van dienstplicht. Enkele van deze beroepen waren spoorwegwerkers, ambtenaren, telegraafoperatoren, mijnwerkers, apothekers en leraren.Civil War Conscription Laws: November 15, 2012 by Margaret Wood. Deze wet werd twee maal aangepast. Een eerste keer op 27 september 1862 waarbij de maximumleeftijd verlengd werd tot 45 jaar.Faust, Patricia L. ed Historical Times Encyclopedia of the Civil War: New York, 1986 Een tweede amendement (de Twintig Slavenwet) werd ingevoerd op 11 oktober 1862 waarbij alle slaveneigenaars die twintig of meer slaven hadden, vrijgesteld werden van dienstplicht. Deze aanpassing werd niet gesmaakt door de dienstplichtigen die geen slaven hadden. Tijdens de oorlog werd de wet nog enkele malen aangepast om enerzijds de verliezen te compenseren en anderzijds de grotere mankracht van de Noordeliiken bij te benen. In december 1863 werd de mogelijkheid tot het afkopen van een oproeping afgeschaft. In februari 1864 werden de mininum- en maximumleeftijd nogmaals aangepast. Nu konden alle blanke mannen tussen 17 en 50 jaar opgeroepen worden.

Moraal en motivatie thumb| Een rekruteringsposter van 1861 in Virginia, waarbij mannen aangespoord werden om dienst te nemen in het leger om te vechten tegen een "brutale en nietsontziende vijand" Volgens historici kan de motivatie om te vechten ingedeeld worden in twee grote categorieën. Een eerste grote groep wordt gedreven door ideologische of politieke beweegredenen. Dit kunnen het rotsvaste geloof zijn in het vrijwaren van vrijheden, het behouden van de unie, rechten voor de deelstaten of het behoud of afschaffen van de slavernij. Een tweede groep vindt het verdedigen van hun manier van leven, hun huis en hun gezin belangrijk. Ook de speciale broederband tussen soldaten wordt vaak geciteerd.James McPherson, For Cause and Comrades: Why Men Fought in the Civil War (1998) pp 104–5.

Geloof De kerken van de Zuidelijke staten vulde het tekort aan legerkapelanen aan door missionarissen te sturen naar de troepen. De Zuidelijke doopsgezinden stuurden vanaf 1862 78 missionarissen naar het front. Tegen het begin van 1865 hadden de presbyterianen zelfs 112 missionarissen het veld ingestuurd. Ook de andere geloofsstrekkingen zoals de Episcopale kerk, de Methodisten en de Lutheranen droegen hun steentje bij.W. Harrison Daniel, "Southern Protestantism and Army Missions in the Confederacy." Mississippi Quarterly 17.4 (1964): 179+. Eén van de gevolgen was de grotere rol die geloof speelde onder de strijdkrachten. Ze zagen hun militaire rol als de vervulling van Gods wensen. Religie vormde dus een grote motivatie om als vrijwilliger dienst te nemen in het leger en als steun in moeilijke tijden die zich afspeelden op en rond het slagveld. Zo werd geloof ervaren als een troost voor medesoldaten, een schild tegen angst en het verminderde onderlinge ruzies en drankproblemen.Samuel J. Watson, "Religion and combat motivation in the Confederate armies." Journal of Military History 58#1 (1994): 29+.

Desertie Hoe langer de oorlog duurde, hoe meer de Zuidelijke staten leden onder van de blokkade de Noordelijke marine. Zowel in het leger als aan het thuisfront werden de tekorten groter en de kans op hongersnood reëler. Veel soldaten keerden tijdelijk naar hun huis terug tot de problemen bij hun gezinnen voor korte of langere tijd opgelost waren. Tegen september 1864 moest Davis toegeven dat soms tot twee derde van de soldaten onwettig afwezig was. Daarna zou het probleem alleen maar groter worden. Veel soldaten meldden zich niet meer bij hun eenheid. Soldaten die vochten om hun manier van leven te vrijwaren en hun huizen en gezinnen te beschermen, beseften dat dit niet kon terwijl ze dienst deden in het leger. Er worden soms cijfers gegeven dat meer dan 100.000 soldaten gedeserteerd waren, maar deze schattingen zijn hoogstwaarschijnlijk te laag.Mark A. Weitz, A higher duty: desertion among Georgia troops during the Civil War (U of Nebraska Press, 2005).