thumb|De muntschat van Neupotz is direct gerelateerd aan plunderingen na de val van de Limes Germanicus en wordt daarom ook wel de "Alamannenbuit" genoemd. Onder de val van de Limes Germanicus verstaat men de opgave in het midden van de 3e eeuw door de Romeinen van de door hen sinds de 1e eeuw n.Chr. gebouwde Limes Germanicus (Duits: Obergermanisch-Raetischer Limes) alsmede de terugtrekking uit het achterland van deze limes eveneens rond het midden van de 3de eeuw.
Door een reeks van belangrijke archeologische vondsten schijnt de val van de Limes Germanicus niet langer als een enkelvoudige historische gebeurtenis te kunnen worden geïnterpreteerd, maar lijkt de val van deze limes meer een veelzijdig fenomeen te zijn geweest, waarvan de relaties tussen de verschillende gebeurtenissen tot nu toe niet volledig worden begrepen.
Omdat schriftelijke bronnen grotendeels ontbreken of van dubieuze betrouwbaarheid zijn, is het wetenschappelijk onderzoek veelal op archeologische vondsten aangewezen. In het verleden nam men vaak als enige oorzaak aan dat de Romeinen door oorlogshandelingen in het kader van de zogenaamde Alamannenstorm gedwongen waren om het gebied ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau te evacueren. Archeologische vondsten wijzen er echter op dat deze operatie het resultaat was een jarenlange ontwikkeling tijdens de crisis van het Romeinse Rijk in de derde eeuw en samenhing met een neergang van het grensgebied.
Dit resulteerde in de jaren vanaf 259/260 uiteindelijk tot de definitieve opgave van de zogenaamde Agri decumates en tot het terugplooien van de Romeinse militaire grens tot aan de rivieren de Rijn en de Donau., Staatskrise im 3. Jahrhundert. Die Aufgabe der rechtsrheinischen Gebiete. in: Imperium Romanum. Roms Provinzen an Neckar, Rhein und Donau., Esslingen, 2005, blz. 442-451, hier blz. 450, Krise - Rezession - Stagnation? Der Westen des römischen Reiches im 3. Jahrhundert n. Chr., Frankfurt am Main, 1999, blz. 210
Het grensgebied in de 3e eeuw Het sterk onder invloed van het leger staande grensgebied tussen de Rijn en de Limes Gemanicus (door Tacitus ook wel de Agri decumates genoemd) had sinds de Germaanse oorlogen van keizer Domitianus meer dan een eeuw een tijd van vrede beleefd, dit natuurlijk afgezien van bijna onvermijdelijke kleine regionale conflicten. in: D. Baatz, F.-R. Herrmann (red.): Die Römer in Hessen. 2e oplage, Theiss, Stuttgart 1989, , blz. 211–213. De Pax Romana was sterk afhankelijk van een functionerend limessysteem, onder bescherming waarvan zich bloeiende kleine steden met een burgerlijk bestuur (civitates) omgeven door een uitgebreid systeem van villae rusticae konden ontwikkelen. De in de Limesforten gestationeerde troepen garandeerden met hun behoefte aan eten voor henzelf en voor hun rijdieren en landbouwdieren een constante, hoge vraag naar landbouwproductenArcheobotanische onderzoekingen hebben alleen voor de Limesboog in de Wetterau een jaarlijkse vraag naar 3.034 ton graan (met uitzondering van zaaigoed) en 10.371 ton hooi vastgesteld. zie : Landwirtschaft und ihre ökologischen Grundlagen in den Jahrhunderten um Christi Geburt. Zum Stand der naturwissenschaftlichen Untersuchungen in Hessen. In: Berichte zur archäologischen Landesforschung in Hessen 3, 1994/95, blz. 79–81. en waren gelijktijdig ook de garantie voor een goed functionerend economisch, administratief en vestigingssysteem.
thumb|links|Zuidwest-Duitsland en het grensland in de 3e eeuw. Vooral in de 2e eeuw functioneerde dit systeem goed. Van kleinere aanvallen, mogelijk tijdens de Marcomannenoorlogen, die door de vondst van muntschatten en sporadische vernietigingshorizonten in villa’s voor de periode 160-180 zijn aangetoond,Münzschatz im Kastell Stockstadt zie : Ein Schatzfund aus dem Kastell Stockstadt, Lkr. Aschaffenburg. in: Germania 41, 1963, blz. 119–122; voor verdere bevindingen uit Hessen zie in: D. Baatz, F.-R. Herrmann (red.): Die Römer in Hessen. 2e oplage, Theiss, Stuttgart 1989, , blz. 211e.v. lijkt het grensgebied zich snel te hebben hersteld. In de Taunus werd de Limes versterkt door de Numeruskastelen Holzhausen, Kleiner Feldberg en Kapersburg. Vele Romeinse villa's en civitas-hoofdplaatsen werden vanaf het begin van de 3e eeuw grotendeels in steen verder uitgebouwd.
Forse gevolgen voor het dagelijks leven in het grensgebied zijn eerst vanaf het middelste derde deel van de 3e eeuw waarneembaar. Als gevolg van intra-Romeinse geschillen was het Romeinse leger vanaf toen niet langer in staat om de benodigde veiligheid te garanderen. Er dient ook te worden afgewogen of de Romeinse leger aan het einde van de 2e eeuw door gebeurtenissen, zoals de opstand van de usurpator Maternus al werd verzwakt. Dienstnemen in de hulptroepen, die de bewakingsdiensten aan de Limes uitvoerden, werd als gevolg van de Constitutio Antoniniana onaantrekkelijker voor hen binnen het Romeinse Rijk waren geboren, want waar voorheen aan het eind van de diensttijd gewoonlijk de uitreiking van het Romeinse burgerschap stond, was dit voor hen nu niet meer relevant. in: (red.): Gestürmt – Geräumt – Vergessen? Der Limesfall und das Ende der Römerherrschaft in Südwestdeutschland. Stuttgart 1992, blz. 36; : Vom römischen Provinzterritorium zum Siedlungsgebiet der alamannischen Bucinobanten. Die Wetterau im 3. Jahrhundert n. Chr. In: Egon Schallmayer (red.): Niederbieber, Postumus und der Limesfall. Stationen eines politischen Prozesses. Bericht des ersten Saalburgkolloquiums, Bad Homburg v.d.H. 1996, blz. 29. In het Magna Germania buiten het Rijksgebied hadden zich in dezelfde tijd uit een groot aantal kleinere Germaanse stammen, de nieuwe grote stamverbanden van de Franken en Alemanni gevormd als nieuwe en gevaarlijke tegenstanders van het Romeinse rijk gevormd.
Een veldtocht van Caracalla in het jaar 213 kon de situatie voor enige jaren stabiliseren. Mogelijk werd bij deze gelegenheid de Limestor Dalkingen tot een triomfmonument uitgebouwd. (red.): Archäologie in Württemberg. Ergebnisse und Perspektiven archäologischer Forschung von der Altsteinzeit bis zur Neuzeit. Konrad Theiss Verlag, Stuttgart 1988, , blz. 275. Maar reeds de invasie van de Alemannen in de jaren tussen 233 en 235 had voor het grensgebied verwoestende gevolgen. Aangezien het leger van Germania Superior zijn sterkste verbanden, met inbegrip van de cavalerie-eenheden (Alae), voor de Perzische campagne van Severus Alexander ter beschikking moest stellen, was het leger naar het lijkt niet meer in staat om de Alemannen effectief van repliek te dienen. Het is belangrijk zich te bedenken dat de Limes niet louter een militaire vesting was, maar in de eerste plaats ter controle van het verkeer van goederen en mensen diende.
Het is onduidelijk in hoeverre de externe druk toenam, omdat ongetwijfeld ook de toenemende binnenlandse instabiliteit van het imperium een belangrijke rol speelde in de verslechterende situatie: door een groot aantal burgeroorlogen verminderde het vermogen van de Romeinen de bescherming van de grenzen effectief uit te voeren. Aan de grenzen verslechterde de veiligheidssituatie vanaf ongeveer 230 snel. Naast de verschillende vernietigingshorizonten in verschillende forten en nederzettingen wordt de noodsituatie van de bevolking aangetoond door meerdere begraven muntschatten, waarvan de eigenaren later klaarblijkelijk niet meer in de gelegenheid zijn geweest deze weer op te graven. Zulke vondsten zijn bijvoorbeeld gedaan in Nida-Heddernheim: Die Fundmünzen der römischen Zeit in Deutschland (FMRD). Abt. V: Hessen. deel 2,2: Darmstadt: Frankfurt am Main. Mainz 1989, , blz. 298e.v. en in kasteel Ober-Florstadt.: Ein kaiserzeitlicher Denarfund aus dem Kastell von Ober-Florstadt. in: (red.): Archäologie der Wetterau. Friedberg 1991, blz. 271-285; ook in: Der Denarschatz von Ober-Florstadt. Ein römischer Münzschatz aus dem Kohortenkastell am östlichen Wetteraulimes. Wiesbaden 1994 (Archäologische Denkmäler in Hessen. blz. 118). Na de laatste grote Romeinse tegenaanval onder Maximinus Thrax in het jaar 235, is een duidelijke kentering herkenbaar, want in 238 werd Thrax in het zeskeizerjaar gedood, wat het onrustige tijdvak van de soldatenkeizers inluidde. Veel nederzettingen langs de Limes werden in het licht van onstabiele situatie niet meer of nog slechts in sterk verminderde omvang opnieuw opgebouwd. Inscripties op stenen monumenten en de ommuring van vici en Civitas-hoofdplaatsen getuigen echter van de wil van de overgebleven bevolking om zich te handhaven.
Het is niet duidelijk of de bevolking nu afnam als gevolg van vlucht of als een gevolg van gewapende conflicten. Slachtoffers onder de burgerbevolking als gevolg van plunderende soldaten en rovers worden door inscripties gedocumenteerd. De term Latronibus interfectus ("door rovers gedood") vindt men nu vaker op grafinscriptiesCIL.13,2667, CIL.13.3689, CIL.13.06429 (4, blz. 95); zie : Zeitenwende rechts des Rheins. Rom und die Alamannen. in: , , : Die Alamannen. Ausstellungskatalog, Theiss, Stuttgart, 2001, blz. 65.
Ecologische problemen Al in 1932 stelde Oscar Paret vast dat de Romeinen roofbouw op het bos pleegden.: Die Siedlungen des Römischen Württemberg. In: , , (red.): Die Römer in Baden-Württemberg. deel III,1. Kohlhammer, Stuttgart 1932, blz. 149. Aangezien het gebruik van steen- en bruinkool nog weinig bekend was, was men net als in het gehele pre-industriële tijdperk niet alleen in de castellums, vici en villa's met hun badruimtes, keukens, en hypocaustum-verwarmingen afhankelijk van het gebruik van hout als grondstof. Ook in de ambachtelijke productie werd hout veel gebruikt met name als bron van energie. in: (uitg.) Gestürmt - Geräumt - Vergessen? Der Limesfall und das Ende der Römerherrschaft in Südwestdeutschland. Stuttgart 1992, blz. 37.
Dat er in de 3e eeuw in de provincie sprake was van een tekort aan hout, valt uit verschillende feiten af te lezen. Het verkleinen van de badruimten in de castellums, zoals in Rainau-Buch, Schirenhof, Osterburken en Walldürn is een eerste sterke aanwijzing dat Parets gelijk had. in (uitg.): Gestürmt - Geräumt – Vergessen? Der Limesfall und das Ende der Römerherrschaft in Südwestdeutschland, Stuttgart 1992, blz. 68-70; : Keramik und Geschichte des Limeskastells Kapersburg. Eine Bestandsaufnahme. In: Saalburg Jahrbuch 52/53, 2002/03 (2006), blz. 9-281, hier: blz. 111 Daarnaast heeft men ook op talrijke castellums aan de Mainlimes uit de tijd rond 214 inscripties van houthakkerscommando’s ontdekt.Over de inscripties zie : Die Römer in Hessen. 2e oplage, Theiss, Stuttgart 1989, , blz. 103; Stockstadt: ; Obernburg: ; alsook : Die Römischen Steininschriften des Odenwaldes (RSO). In: Beiträge zur Erforschung des Odenwaldes und seiner Randlandschaften 2, 1977, blz. 237–308, nr. 28; Trennfurt: L’Année épigraphique 1899, 194. Doelen van deze houthakkerscommando’s waren waarschijnlijk de in deze tijd nog bosrijke middelgebergten de Spessart of het Odenwald. Door dendrochronologisch onderzoek aan het hout van de limespalisade kon men verder bewijzen dat dit in de 3e eeuw niet meer werd vernieuwd en vermoedelijk vanwege gebrek aan hout in Germania Superior werd vervangen door een aarden wal met gracht en in Raetia door een muur.