Gerard (de) Lairesse (ook Gérard de Lairesse) (Luik, gedoopt 11 september 1640 – Amsterdam, begraven 21 juli 1711) was een classicistisch kunstschilder en graficus uit de Gouden Eeuw. Hij schilderde voornamelijk historische, allegorische en mythologische scènes, vaak gebaseerd op Ovidius of andere letterkundige werken. In Frankrijk noemde men hem dan ook de "Nederlandse Poussin".
De Lairesse is vooral bekend door zijn plafond- en schoorsteenstukken, en de geleerde boeken Grondlegginge der teekenkonst (1701) en Het groot schilderboeck (1707), die van grote invloed waren op de 18e-eeuwse (behang)schilders, zoals Jacob de Wit. Bekende werken van De Lairesse zijn Allegorie van de vijf zintuigen (1668), De zelfmoord van Dido (1668), Diana en Endymion (circa 1680).werken in het Rijksmuseum
Werk van De Lairesse hangt in het Rijksmuseum en het Amsterdams Historisch Museum; het Louvre in Parijs; de National Gallery of Art in Washington D.C.; de National Portrait Gallery en Tate Gallery in Londen; het Neues Schloss in Bayreuth en vele andere musea. In de winter van 2016/2017 was er een overzichtstentoonstelling van Gerard de Lairesse's werk in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Er werd ook een internationaal congres over De Lairesse gehouden.Overzichtstentoonstelling werk van Gerard de lairesse in Rijksmuseum Twenthe Gearchiveerd op 28 december 2016.
Levensloop
Gerard de Lairesse werd geboren in Luik uit een schildersgeslacht: zijn vader, Reinier de Lairesse, en diens schoonvader, Jean Taulier, waren beiden schilder. Gerard werd op 11 september 1640 in een kerk in Luik ten doop gehouden door Gerard Douffet, schilder, waarnaar hij vernoemd was. Douffet was ook in de leer geweest bij Jean Taulier. Beltman, Eindelijk ! De Lairesse, hoofdstuk Zijn Leven
Zijn eerste opleiding kreeg hij, evenals zijn drie broers, bij zijn vader. Vanaf 1655 volgde hij lessen bij de Luikse schilder Bertholet Flémal, wiens classicistische stijl grote invloed had op de jonge De Lairesse. Toen zijn oudste broer van een studiereis terugkeerde uit Italië, bracht deze het boek van Cesare Ripa mee. Gerard oefende elke dag en had met zijn tekeningen al succes op school. Zijn eerste opdrachten kreeg hij in Keulen van keurvorst Maximiliaan Hendrik van Beieren, die tevens prins-bisschop van Luik was. In 1664 vluchtte hij naar Maastricht, na een vechtpartij met twee zussen, waarvan hij aan één een trouwbelofte had gedaan, maar die hij verbrak. Hij liep een snee in zijn kaak op en zat vervolgens de vrouwen achterna met zijn degen. Door dat schandaal moest hij vluchten. Houbraken, De groote schouburgh …, hoofdstuk Gerard de Laires
Onderweg, in Navagne bij Maastricht, trouwde hij met zijn nicht Maria Salme en ging daarna naar Utrecht. Samen kregen zij drie zoons, waarvan twee schilder werden, en één dochter. Alle kinderen werden gereformeerd gedoopt.
In 1665 werd hij als schilder aangenomen bij Gerrit Uylenburgh en betrok hij een huis op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Ook werden hij en zijn vrouw lid van de Waalse kerk. De Lairesse gaf veel om uiterlijk vertoon en onthaalde zijn vrienden altijd royaal. Een kunstbiograaf laat zich zelfs negatief uit over zijn losbandige leven. In het rampjaar 1672 kwam De Lairesse op straat in de problemen vanwege zijn Franstaligheid en werd korte tijd opgesloten onder het stadhuis. Vanaf 1676 werden de wekelijkse vergaderingen van gezelschap van intellectuelen Nil Volentibus Arduum in het huis van De Lairesse gehouden. In 1684 huurde De Lairesse een huis aan de Oudezijds Achterburgwal. In 1690 werd De Lairesse, vanwege een aangeboren afwijking syfilis, blind. Omstreeks 1700 verhuisde hij naar de Prinsengracht (tussen Spiegelgracht en Weteringstraat), waar hij in 1711 overleed; zijn vrouw Marie overleed in 1723 in de Zandstraat in de woning van haar zoon Abraham.
Schilder
thumb|left|300px|Plafondschildering afkomstig uit Herengracht 539, nu in het Metropolitan Museum of Art, New York.
Nadat zijn schilderstalent was ontdekt door Gerrit van Uylenburgh, verhuisde hij in 1665 naar Amsterdam als gevolg van een sentimenteel drama.Gerard de Lairesse, Judith, 1687 in een naamloze brochure van La Boverie: Het essentiële van de collecties Bij zijn eerste bezoek aan het atelier van de kunsthandelaar op de Lauriergracht, was iedereen zichtbaar onder de indruk van zijn uiterlijk. De Lairesse sprak nauwelijks Nederlands, haalde een viool tevoorschijn en begon te spelen. Uylenburgh betaalde slecht en na twee maanden begon De Lairesse voor zichzelf.Timmers, J.J.M. (1942) Gérard Lairesse. Hij schilderde in deze periode voornamelijk decorstukken voor het theater en maakte illustraties voor het toneelwerk van Andries Pels en voor de kunstverzamelaar Gerrit Reynst. De Lairesse werd gastheer van Nil Volentibus Arduum in zijn huis op de Nieuwmarkt.
De Lairesse werd een van de populairste schilders in Nederland in de tweede helft van de 17e eeuw. Veel notabelen stelden prijs op zijn gezelschap en plaatsten opdrachten. Hij maakte enkele portretten o.a. van stadhouder Willem III.
Tussen 1668 en 1688 was De Lairesse te vinden in herenhuizen aan Herengracht en Keizersgracht en in verschillende paleizen, die hij voorzag van wand- en plafondschilderingen.
De veelzijdige kunstenaar tekende elke week naar model en illustreerde een belangrijk anatomisch werk van Govert Bidloo, Anatomia Humani Corporis (Ontleding des menschelyken lichaams) (1685). Hij beschilderde de buitendeur van het Theatrum Anatomicum in de Waag met een skelet en het plafond van het Leprozenhuis en de luiken van het orgel in de Westerkerk. De Lairesse was klein van stuk en legde een uitgesproken voorkeur voor gedrongen figuren aan de dag. Hij ried het gebruik van een (bolle) spiegel of waspoppetjes, die in alle standen konden worden opgeprikt, aan om een aanvaardbare voorstelling te creëren.
Plafondschilderingen
Volgens zijn eigen zeggen hield De Lairesse zich vanaf 1668 bezig met het schilderen van interieurs in Amsterdamse koopmanshuizen, waaronder plafondschilderingen Beltman, Eindelijk ! De Lairesse, hoofdstuk 'Zijn Werken', onderdeel Hemelen op aarde; zijn tijdgenoten noemden ze hemelen op aarde. Deze zolderwerken, zoals zij door zijn biograaf werden genoemd, waarmee menig pand aan de Herengracht en aan de Keizersgracht was gesierd, werden op doeken vervaardigd, zodat zij later konden worden vervangen. Er is slechts één plek bekend waar een deel van de plafondschilderingen nog op de oorspronkelijke plek lijkt te hangen: Herengracht 476, getiteld: vader Tijd omgeven door vier deugden.
In 1672 signeerde De Lairesse zijn serie van drie plafondschilderingen in het burgemeestershuis van Andries de Graeff aan de Herengracht (huidig nummer 446). De titel was Eendracht, Handelsvrijheid en Bescherming. Links hangt de Eendracht, die twee geketende vijanden vertrapt. In het midden de Vrijheid, gekroond met een scheepskroon en vergezeld door Mercurius, de handelsgod, en door de Hollandse leeuw. En rechts zien we dan de Bescherming die de Nijd verjaagt met harpijen. Bezoekers betraden de ruimte in het midden, recht tegenover de open haard en midden onder het middelste paneel, op het punt van waar de zoldering in zijn optimale proporties bekeken kon worden.
Voor De Lairesse was een plafondschildering één tafereel dat slechts op één plek in de kamer met het juiste perspectief kon worden bekeken. Hij hield rekening met: ooghoogte: je ziet de figuren van onderaf lichtinval: je kijkt naar de lucht toe en de lichten en schaduwen in de voorstelling moesten de werkelijke lichtinval volgen eenheid: één plafondschildering was één doorlopende voorstelling verdwijnpunt: een plafondschildering kent slechts één verdwijnpunt 'stevigheid': elke plafondbalk moest ondersteund worden door een verticaal element op de muur Hij ergerde zich aan plafondschilderingen waarin geen, of een verkeerd geconstrueerd, perspectief voorkwam; je kreeg dan, volgens zijn zeggen: een mishaagelyk en wanschapen gezicht.
Tussen 1675 en 1683 decoreerde hij het huis Messina van de textielmagnaat Philips de Flines aan de Herengracht 164 met vijf allegorieën op de kunst, geschilderd in grisaille. In 1687 maakte hij met de landschapsschilder Johannes Glauber vier schilderingen voor het huis van Jacob de Flines (Herengracht 132), nu in het bezit van het Rijksmuseum. Ook de plafonddecoraties van Herengracht 446 (bovengenoemd), bewoond door burgemeester Andries de Graeff, en Herengracht 539, nu in het Metropolitan Museum of Art en Herengracht 458, een Allegorie op de Vrede van Munster, nu in het Vredespaleis, zijn van zijn hand. Hij leverde plafondstukken voor een zaal in het Binnenhof, die hij in 1688 beschilderde en naar hem is vernoemd, het Paleis van Justitie, Paleis Soestdijk en Paleis 't Loo.
Reeds tijdens zijn leven zag De Lairesse dat plafondschilderingen op zolder, by oude prullen gezet waren. Talrijke plafonds verdwenen vanwege onder andere veranderde interieurmode.
De plafondschilderingen uit het burgemeestershuis, Herengracht 446, zijn in 1903 verkocht om in het te bouwen Vredespaleis in Den Haag in te bouwen. Helaas zijn er bij het aanbrengen van de hierboven besproken plafondschilderingen in het Vredespaleis een aantal fouten gemaakt: bij binnenkomst zie je aan de 'onderkant' de lucht en aan de 'bovenkant' de figuren; ten opzichte van wat we in ons normale leven zien, dus andersom en 'op de kop' ! de panelen hangen in de verkeerde volgorde; de figuren op de buitenste panelen staan met de ruggen naar elkaar toe Hierdoor ontstaat dus het door De Lairesse benoemde mishaagelyk en wanschapen gezicht !
Toneeldecors Vanwege de wekelijkse vergaderingen van vereniging Nil Volentibus Arduum in het huis van De Lairesse kwam hij ook in contact met toneel en met de Schouwburg van Van Campen aan de Keizersgracht. Tussen 1678 en 1681 maakte De Lairesse verschillende toneeldecors na de renovatie van laatstgenoemd theater. Beroemd werd de Aloude Hofgalery, die gedurende negentig jaar dienst gedaan heeft. Het decor is, tijdens de brand van 1772, gesneuveld, maar van de decors zijn, ongeveer veertig jaar na het ontstaan, wel prenten gemaakt, o.a. door Willem Writs. Eén decor bestond uit maximaal: een achterdoek, zeven paren zijcoulissen en een aantal bovenschermen. Door combinaties van verschillende decorstukken konden zij in vele toneelstukken worden gebruikt. Beltman, Eindelijk ! De Lairesse, hoofdstuk Zijn Werken
Anatomische atlas thumb| Gewassen penseeltekening van een linkerhand met pezen, 1680-1685. Uit Govard Bidloo: Ontleding des menschelyken lichaams. Tussen 1680 en 1685 produceerde De Lairesse 105 gewassen penseeltekeningen voor de anatomia humani corporis, de anatomische atlas van Govert Bidloo, lector in de ontleedkunde in 's Gravenhage en later lijfarts van stadhouder Willem III. Zij kenden elkaar van intellectuelenvereniging Nil Volentibus Arduum. Deze anatomische atlas werd uitgegeven in het Latijn in 1685 en in 1690 in net Nederlands. In het voorwoord van dat boek wordt De Lairesse gekwalificeerd als dat groote licht der Schildersonzer eeuw.
Het vernieuwende in dit boek was dat er, behalve tekeningen van het beenderstelsel en spierstelsel, tekeningen voorkomen van ingewanden, vetlagen, vaatstelsel, zenuwstelsel, lymfevatenstelsel. Tevens werden vergrotingen van organen weergegeven. In een bespreking van het boek in het Parijse Journal des sçavans werden de illustraties betiteld als: overtreffen in schoonheid en precisie alles wat we tot nu toe hebben gezien. De heer Bidloo heeft ze naar de natuur laten graveren door de heer Layresse, een bekwaam schilder, en ze zijn dan ook volkomen nieuw en niet ontleend aan enig ander anatoom.
't Groot Schilder-Boek