Het Brede Economische en Handelsovereenkomst (Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA)) is een vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Europese Unie en haar lidstaten. Het verdrag is ondertekend, maar nog niet formeel in werking getreden. Wel worden grote delen sinds 21 september 2017 voorlopig toegepast. Op de Europees-Canadese top van 26 september 2014 in Ottawa werd de onderhandelde ontwerptekst van het verdrag vastgesteld. Het verdrag is ondertekend op 30 oktober 2016 en kwam op 21 september 2017, grotendeels, in werking.

Het verdrag is bedoeld om de handel te bevorderen en zou ook werkgelegenheid scheppen. Toch is heel wat tegenstand gerezen van onder meer ngo's en boerenverenigingen.

In tegenstelling tot een klassiek vrijhandelsverdrag, omvat dit akkoord ook een reeks afspraken inzake investeringen en intellectueel eigendom.

Geschiedenis Onderhandelingen De formele onderhandelingen werden aangekondigd op de Canada-EU-top van Praag, op 6 mei 2009. Eerder was reeds in principe overeengekomen een verruimd handelsakkoord te sluiten (het Trade and Investment Enhancement Agreement, TIEA, 2004-2006). Sedert 1998 waren verschillende rapporten gepubliceerd, het laatste in 2008, in samenwerking tussen de Europese Commissie en de regering van Canada.

Het finale akkoord werd op 26 september 2014 voorgesteld door de Canadese premier Stephen Harper en EU-Commissievoorzitter Barroso. De ontwerptekst, nadien nog bijgeschaafd en aangevuld, werd na volledige vertaling uiteindelijk eind oktober 2016 ondertekend. Daarna ging het ontwerpverdrag voor goedkeuring naar het Europees Parlement en Raad van de Europese Unie en ter ratificatie naar de EU lidstaten en Canada.

Publicatie Hoewel de lobby van Europese en Canadese CEO's CERT vanaf het begin bij de onderhandelingen betrokken lijkt te zijn, werd de tekst van het ontwerpverdrag lange tijd geheim gehouden. Enkel de hoofdlijnen van het verdrag werden aan het publiek bekendgemaakt. De bepalingen inzake intellectuele eigendom raakten in 2009 bekend via WikiLeaks. Pas in oktober 2013 werden de grote lijnen van het ontwerpverdrag officieel meegedeeld. Op 14 augustus 2014 publiceerde het Duitse tv-kanaal ARD een intern EU-document met de volledige tekst. Ruim een maand later gaf de Europese Commissie een eerste tekst uiteindelijk vrij.

Op 28 oktober 2016 publiceerde de Raad van de Europese Unie bij een persmededeling de uiteindelijke verdragtekst en een aantal aanvullende verklaringen.

Economisch belang Eens in werking, zou het akkoord 99% van de bestaande tariefbarrières tussen beide partijen opruimen.

Voor Canada is de Europese Unie als geheel de op een na belangrijkste handelspartner. CETA is voor Canada het grootste bilateraal handelsakkoord sedert NAFTA.

De Europese Commissie liet in juni 2011 de economische impact van het handelsakkoord onderzoeken door externe experts (Sustainability Impact Assessment, SIA) Het rapport maakt een prognose van een aantal macro-economische en sectoriële effecten; de EU zou een toename van het BNP met 0,02–0,03% kunnen tegemoet zien, voor Canada zou de toename 0,18–0,36% bedragen.

Voor Nederland levert het akkoord volgens minister Ploumen van Buitenlandse Handel de Nederlandse economie jaarlijks tot 1,2 miljard euro op. Nederland is dan ook een belangrijke investeerder in Canada en afnemer van Canadese producten.

België was in 2013 de 6e Europese leverancier van Canada (7,5% van de Europese export, EU-28). Belgische ondernemers zien het verdrag dan ook hoopvol tegemoet. De Belgische landbouwsector vreest echter voor een negatieve impact op de varkenssector.

Controverse thumb|Protest tegen CETA in Brussel Intellectuele eigendom Nog voor de volledige tekst kenbaar was, werd door de Electronic Frontier Foundation ervan uitgegaan dat het verdrag op het gebied van auteursrechten bepalingen zou omvatten, vergelijkbaar met het omstreden ACTA-verdrag. Hiertegen werd door een aantal zowel Canadese als Europese NGO's bezwaar aangetekend, waarbij verwezen wordt naar eerdere controverses over DMCA, PIPA, SOPA en TRIPs. In oktober 2013 liet de EU-Commissie weten dat die bepalingen niet zouden worden opgenomen.

Milieu Hier betreffen de discussiepunten vooral de voorgestelde regelingen inzake hormonenvrij vlees en anderzijds de ggo's. Ook het gebrek aan internalisering van de milieukosten van de verhoogde vrijhandel, leidt tot twijfel over de economische optimaliteit en eventuele winstgevendheid van het akkoord.

Anderzijds werd op 26 september 2018 in het verdrag wel een vermelding opgenomen dat beide partijen de verplichtingen van het Akkoord van Parijs zullen nakomen. Klimaatjuristen twijfelen er echter aan in hoeverre de EU deze verplichtingen kan en zal afdwingen. Het klimaatakkoord vergt immers vaak een aanpassing van nationale wetgevingen, waarover het verdrag geen zeggingskracht heeft.

Arbitrage Teneinde investeerders financieel te beschermen, was aanvankelijk voorzien dat schadeclaims van ondernemingen tegen staten beslecht zouden worden voor niet-publieke arbitragetribunalen, tegen wie geen beroep mogelijk is (via een ISDS-regeling). In latere versies werd de procedure meer transparant gemaakt. Over ISDS zijn binnen de EU ernstige meningsverschillen gerezen: EU-commissaris voor Handel Malmström verdedigt de regeling, terwijl onder meer de Duitse minister voor Economische Zaken Sigmar Gabriel reserves uit. EU-Commissievoorzitter Juncker besloot de ISDS-regeling voorlopig op te schorten, maar Malmström insisteert dat enkel minieme wijzigingen nog mogelijk zijn.

Omdat echter vanwege het omstreden arbitragemechanisme (ISDS) een goedkeuring door het Europees Parlement problematisch werd, is begin 2016 in alle discretie een wijziging onderhandeld met de nieuwe Canadese regering-Trudeau, waarbij de ISDS-clausule nu vervangen wordt door het investment court system.

Indirecte onteigening Het ontwerpverdrag voorziet ook dat staten mogelijk een compensatie moeten verlenen aan investeerders voor indirecte onteigening (indirect expropriation). Dat is in principe het geval voor elke overheidsinvestering die geen redelijke winst oplevert. In de eindtekst worden overheidsinvesteringen in het algemeen belang (gezondheid, veiligheid, milieu) van deze bepaling vrijgesteld, op voorwaarde dat de investering niet tegen individuele investeerders is gericht. Toch blijft hierover grote ongerustheid bestaan.

Soevereiniteitsverlies Landen die deelnemen aan CETA zouden een deel van hun soevereiniteit afstaan aan een supranationale rechtbank (het Investment Court System of Multilateral Investment Court) die de verdragsregels boven het nationale recht kan plaatsen, inclusief de grondwet. Zo hebben bedrijven volgens het ontwerpverdrag recht op een eerlijke en billijke behandeling (artikel 8.10). Als er nieuwe wetgeving wordt aangenomen die de toekomstige winst van een bedrijf vermindert, zal het land de buitenlandse investeerder moeten vergoeden alsof de nieuwe regels er niet geweest waren. De maatstaf hierbij zijn de legitieme verwachtingen van de investeerder en de specifieke voorstelling die een land gemaakt heeft om de investering aan te trekken (artikel 8.10.4). Dan riskeert een presentatie door een ambtenaar een investering voor eeuwig te immuniseren tegen de gevolgen van om het even welke wetgeving, al was het een grondwettelijke norm of een nieuw klimaatverdrag.

Nieuwe standaard Als CETA wordt aangenomen, zal het effect ervan via de clausule van meest begunstigde natie (MBN) doorwerken tot ver buiten de EU-Canada-relaties. MBN is de hoeksteen van bilaterale investeringsverdragen naar het model van de WTO en zorgt ervoor dat zulke verdragen automatisch mee evolueren als een van de verdragspartijen aan om het even wie een statuut toekent dat gunstiger is voor investeerders. De door CETA ontworpen rechten voor investeerders zijn op verschillende vlakken ingrijpend genoeg om de nieuwe MBN-standaard te worden, waardoor Canada en de EU verplicht zouden zijn om dezelfde rechten toe te kennen aan investeerders uit landen aan wie ze een MBN-belofte hebben gedaan.

Protest thumb|Protest tegen het CETA-akkoord

Verschillende organisaties, politieke partijen en burgers voerden reeds actie tegen de invoering van het vrije handelsakkoord. In Brussel werd een betoging georganiseerd waar 10.000 à 15.000 mensen aan deelnamen.RT.com over de 'Stop TTIP & CETA Day, 20 september 2016 Ook in andere landen wordt er geprotesteerd. In Duitsland bijvoorbeeld kwamen meer dan 320.000 mensen op straat.Global Info: Grote demonstraties tegen TTIP en CETA in Duitsland, 18 september 2016

In Nederland vormden Meer Democratie, Milieudefensie, Foodwatch en Transnational Institute in 2015 het TTIP CETA Referendum Platform om een raadgevend referendum over CETA af te dwingen als het verdrag aangenomen zou worden door de Eerste en Tweede Kamer. Later sloten negen andere organisaties zich bij dit platform aan. Op 28 maart 2017 overhandigden zij meer dan 200.000 handtekeningen aan een delegatie van de Tweede Kamer.Hans Nauta, Trouw, Tegenstanders TTIP en Ceta willen desnoods referendum. Geraadpleegd op 11 december 2017.The Guardian, Dutch campaigners gather signatures to derail EU-Canada trade deal. Geraadpleegd op 11 december 2017.

Goedkeuring en ratificatie Omdat een handelsverdrag als CETA naast Europese bevoegdheden zoals handel ook nationale beleidsdomeinen betreft zoals consumentenbescherming, doorloopt de goedkeuring verschillende fases, op meerdere niveaus.

Ontwerpverdrag De onderhandelingen over het ontwerpverdrag werden een eerste maal met succes afgesloten op de EU-Canada-top van 26 september 2014 in Ottawa.

Raad Het lag in de bedoeling om het verdrag goed te keuren tijdens de vergadering van de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2016, in afwachting van ondertekening op de Europees-Canadese top van 27 oktober 2016. Door een weigering van Paul Magnette, minister-president van de Waalse regering, in oktober 2016, daarin gesteund door de Brusselse Regering, kon België echter geen goedkeuring geven in de Raad.. Dat standpunt werd al enige maanden aangehouden en in april geformaliseerd in een resolutie in het Waals Parlement. Na lange en intense onderhandelingen met de Canadese minister van buitenlandse handel Chrystia Freeland en een ultieme bemiddelingspoging van premier Charles Michel en diens Canadese ambtsgenoot Justin Trudeau stelde de Waalse Regering op 20 oktober toch haar veto tegen de ratificatie. Volgens Magnette zou dit naar eigen zeggen "ultraliberale" vrijhandelsakkoord met zijn omstreden Investment Court System niet alleen de Canadese ondernemingen te veel bevoordelen, maar zou het verdrag ook een bedreiging vormen voor de Waalse landbouw en openbare dienstverlening. Terwijl Magnette met deze verzetsdaad vooral in Wallonië en bij andersglobalisten heel wat lofbetuigingen oogstte, lokte zijn 'njet' bij de politieke leiders in Vlaanderen en de Europese Unie vooral (scherpe) kritiek uit. Volgens deze critici is de stugge en protectionistische houding van Magnette veeleer te verklaren als politiek opportunistische profileringsdrang, ingegeven door electorale en communautaire motieven, dan als oprechte principiële ideologische bezorgdheid om de Waalse economie. Zij wijzen daarvoor naar het feit dat de PS tijdens het premierschap van Elio Di Rupo in 2013 en 2014 nooit enig bezwaar maakte tegen de (ontwerp)tekst van het Verdrag, de sterke opmars van de communistische PTB en het voor Wallonië relatief beperkte economische belang van CETA.Van Loy, Jasper, Wat na het njet van Magnette? 'Wallonië is bereid om CETA te laten mislukken', Knack, 21 oktober 2016Dedecker, Jean-Marie, Paul Magnette is geen rode ridder maar de heraut van een Failed State, Knack, 30 oktober 2016de Vries, Marijke, Waarom Wallonië tegen Ceta is, Trouw, 24 oktober 2016