thumb|280px|Logo van het WK van 2014 dat in Brazilië georganiseerd werd Voetbal is een nationale sport in Brazilië, het is tevens de populairste sport van het land.
Overzicht De Braziliaanse voetbalbond (CBF) is het overkoepelende sportorgaan. Het nationale elftal won het WK vijf keer, in 1958, 1962, 1970, 1994 en 2002 en is het enige team dat nog geen enkele editie van het WK miste. Elk WK is Brazilië een van de favorieten voor de eindoverwinning. Na de derde wereldtitel in 1970 mocht het land de wereldbeker, de Jules Rimet-beker permanent houden. In 2013, één jaar voor het WK in eigen land startte stond het land slechts 22ste op de wereldranglijst, een laagterecord.
Het nationale elftal domineerde in de late jaren vijftig en de jaren zestig het internationale voetbal. Sinds de invoering van de FIFA-wereldranglijst in 1993 stond het land van 1995 tot 2007 met uitzondering van één jaar aan de top van de ranking.
Vele Braziliaanse spelers zoals Arthur Friedenreich, Garrincha, Pelé, Zico, Sócrates, Romário, Rivaldo, Ronaldo, Ronaldinho en Kaká worden beschouwd als de beste spelers uit de geschiedenis.
De grootste clubs bevinden zich in Rio de Janeiro en São Paulo, waardoor er een heuse rivaliteit heerst in de stadsderby’s. De clubs kunnen financieel evenwel niet op tegen de grote Europese clubs waardoor ongeveer 5.000 Brazilianen actief zijn in andere profcompetities.
Pelé is ongetwijfeld de beste voetballer ter wereld, hij won met Brazilië drie WK's als speler en is de topschutter aller tijden in de sport. Door de jaren heen bereikten vele spelers een heldenstatus.
Pas in 1959 kwam er met de Taça Brasil een landelijke competitie. Aan de Taça mochten alle staatskampioenen deelnemen. In 1967 werd het Torneio Roberto Gomes Pedrosa opgericht. Ook deze competitie leverde een landskampioen op, maar hieraan namen enkel de sterkste clubs deel uit de sterkste competities omdat het verschil te groot was met clubs uit de kleinere competities die zich elk jaar voor de Taça plaatsten. In 1968 werd de laatste editie van de Taça gehouden en tot 1970 was het Torneio Roberto Gomes Pedrosa de enige competitie. In 1971 werd de Campeonato Brasileiro Série A opgericht. Opnieuw mochten hier clubs uit alle staten aan deelnemen, tot 1986. Hierna slaagden vele kleine staten er niet meer in om een deelnemer in de hoogste divisie te leveren.
Het voetbal groeide door de jaren heen uit tot de populairste sport in het land. Brazilianen noemen hun land weleens o País do Futebol (het land van de voetbal). Meer dan 10.000 Brazilianen spelen profvoetbal over de wereld verspreid.
Een uniek aspect aan het Braziliaanse voetbal is dat het regionale voetbal nooit verdween. De meeste landen hebben al sinds de competitiestart één hoogste klasse, maar net zoals in Duitsland was het voetbal in het begin erg regionaal vanwege de grote afstanden. Hoewel in Duitsland al sinds 1963 één competitie is blijven de regionale competitie per staat in Brazilië bestaan. De competitie wordt gespeeld van januari tot mei en daarna wordt de landelijke competitie gespeeld.
Bond De Braziliaanse voetbalbond (Confederação Brasileira de Futebol - CBF) werd op 20 augustus 1914 opgericht, volgens andere bronnen op 6 juni, als de Federação Brasileira de Sports. 1919 werd de naam gewijzigd in Confederação Brasileira de Desportos, de huidige benaming werd in 1979 aangenomen. Sinds 2012 is José Maria Marin de voorzitter. De CBF was in 1916 een van de medeoprichters van de Zuid-Amerikaanse voetbalbond CONMEBOL en is sinds 1923 lid van de wereldvoetbalbond FIFA. De bond heeft zijn hoofdzetel in Rio de Janeiro. Van 1958 tot 1975 was João Havelange voorzitter van de CBF, hij was van 1974 tot 1998 ook voorzitter van de FIFA.
Ontwikkeling van het clubvoetbal Eerste verenigingen en competities
Het voetbal werd in 1894 geïntroduceerd door de Schot Thomas Donohue. In april 1894 werd in Bangu, een wijk van Rio de Janeiro de eerste wedstrijd gespeeld.
Een andere Schot, John Miller, emigreerde in de jaren 1870 naar Brazilië om er net zoals vele andere Britse emigranten voor de spoorwegen te werken. In 1884 stuurde hij zijn tienjarige zoon Charles William Miller naar het Engelse Southampton om daar naar school te gaan. Charles was een atleet en leerde al snel het voetbalspel. In 1892 begon hij te voetballen bij Corinthian FC. In 1895 keerde hij met twee voetballen terug naar Brazilië. Hij sloot zich aan bij São Paulo Athletic Club, de eerste sportclub van het land. De club speelde voorheen cricket maar Miller legde de leden ook het voetbalspel uit. De eerste wedstrijd van het team vond zes maanden na die van Donohue plaats.
Miller onderhield goede contacten met Engeland en zowel Corinthian als Southampton FC reisden naar Brazilië om er tegen São Paulo Athletic en andere teams uit de stad te spelen. Na een tour van Corinthian in 1910 werd er in de stad een nieuwe voetbalclub opgericht, die op aangeven van Miller de naam SC Corinthians aannam. In 1901 werd er voor het eerst een wedstrijd gespeeld tussen een team uit São Paulo en Rio de Janeiro. In 1902 werd in São Paulo ook de eerste competitie opgezet, de Campeonato Paulista. São Paulo Athletic werd de eerste kampioen en won ook de volgende jaren de titel. Bij deze club speelden enkel Britten. CA Paulistano werd in 1905 de eerste club waarin Brazilianen speelden die kampioen werd. Datzelfde jaar ging in de staat Bahia een tweede staatskampioenschap van start, het Campeonato Baiano, topclub Vitória was er van het eerste seizoen bij.
De toenmalige hoofdstad Rio de Janeiro volgde pas in 1906 met het staatskampioenschap, het Campeonato Carioca. Fluminense en Botafogo waren twee van de oprichtende clubs.
Jarenlang bleef sport voorbehouden voor de blanke elite en werd door Britten gedomineerd. De Engelse voetbaltermen kregen een Portugees jasje, zo werd goal gol, team werd time en voetbal werdFutebol, voet in het Portugees is namelijk pé.
Ook Duitse inwijkelingen drukten hun stempel op het voetbal in de begindagen. Reeds in 1899 richtte de uit Hamburg afkomstige Hans Nobiling de clubs en Sport Club Internacional en Sport Club Germânia op, deze laatste club nam tijdens de Tweede Wereldoorlog de naam EC Pinheiros aan. De tweede voetbalclub van São Paulo, AA Mackenzie College werd door Belfort Duarte opgericht. In 1900 richtten andere Duitsers dicht bij de Uruguayaanse grens in het stadje Rio Grande de club Sport Club Rio Grande op, het is de oudste nog bestaande voetbalclub van het land. Ongeveer een maand later werd in Campinas in de staat São Paulo Ponte Preta opgericht, dit is de tweede oudste club en de oudste club die actief is in de hoogste reeksen.
In 1899 werden in de noordelijke stad Salvador de clubs Clube Internacional de Cricket en Vitória opgericht, die eerst als cricketclub startten maar later ook een voetbalafdeling kregen.
Fluminense is de oudste club van Rio de Janeiro en werd in 1902 opgericht. In 1904 volgden ook Botafogo FC en America.
Op 15 september 1903 werden in de zuidelijke stad Porto Alegre maar liefst twee voetbalclubs opgericht, Grêmio Foot-Ball Porto Alegrense door Britten en Duitsers en Fussball Club door Duitsers. Zij speelden vanaf 1904 tegen elkaar voor de Troféu Wanderpreis. Vanaf 1910 kwam er een stadscompetitie.
In 1910 bezocht het Engelse Corinthian FC de stad São Paulo, dit bezoek was de inspiratie voor de naam van de nieuwe club SC Corinthians Paulista.
Voetbal wordt volkssport
In de jaren twintig van de twintigste eeuw evolueerde voetbal naar een volkssport. In deze tijd werden spelers van de betere clubs al semiprofs. Vanaf 1918 moesten clubs verplicht ook Afro-Brazilianen in hun team opnemen.
Een van de eerste voetballegendes van het land was Arthur Friedenreich (1892-1969) uit São Paulo, zijn vader was een Duitser en zijn moeder Afro-Braziliaans. Hij begon zijn carrière voor SC Germânia, waar hij binnengehaald werd door een van de bekendste Braziliaanse sporters uit die tijd, Hermann Friese. Hij was speler en trainer van de club en ook een befaamd atleet, die al medailles gewonnen had. Hij zorgde ervoor dat de regel afgeschaft werd bij Germânia dat Afro-Brazilianen niet bij de club mochten spelen.
Ondanks zijn donkere huidskleur was het zijn geluk dat zijn vader een blanke Duitser was waardoor hij in 1914 mocht aantreden in de allereerste wedstrijd van het nationale elftal. In 1919 en 1922 werd hij met het team Zuid-Amerikaans kampioen. Friedenreich moest wel zijn kroezelhaar stijlen en om blank uit te zien meel op zich smeren. In 1921 beval president Epitácio Lindolfo da Silva Pessoa dat er geen spelers met een donkere huidskleur mochten aantreden in het Zuid-Amerikaans kampioenschap van dat jaar om geen aanzien te verliezen. Nadat Brazilië de titel niet won en er openlijk protest kwam trok hij zijn beslissing weer in en een jaar later werd Brazilië terug kampioen. Friedenreich speelde in totaal 26 jaar lang voetbal en kreeg verscheidene bijnamen: in Brazilië Pé de Ouro (Gouden voet), in Uruguay El Tigre (de tijger) en in Paris Roi du Football (koning van het voetbal).
De eerste professionele voetbalclub van het land was Vasco da Gama uit Rio de Janeiro. Deze club speelde in 1923 voor het eerst in de hoogste klasse van het Campeonato Carioca en werd meteen kampioen. Bij de basisspelers waren drie zwarten, één mulat en zeven blanken. De aristocratische clubs Fluminense, Botafogo, Flamengo en America wilden echter geen Afro-Brazilianen en verlieten het jaar erop de competitie en richtten een nieuwe bond op. Na één seizoen werden de racistische bepalingen echter overboord gegooid en speelden de grote clubs weer samen.
In de jaren dertig werd het profvoetbal ingevoerd, vooral in São Paulo leidde dit ertoe dat grote traditieclubs, die hun amateurstatus niet wilden opgeven, uiteindelijk besloten om te stoppen met voetbal.
Competitie- en bekervoetbal Naast de vier nationale competities en de Braziliaanse beker zijn er nog talrijke competities in de staten en steden, waaraan ook teams deelnemen die in de hogere reeksen spelen. Aangezien een aantal teams uit de Série A ook nog eens actief is in de Zuid-Amerikaanse internationale competities is er voor de club een hoge druk en spelen ze praktisch het hele jaar door.
Het aantal regionale bekercompetities ging hierdoor fors achteruit en de Série A wordt sinds 2003 naar Europees voorbeeld gespeeld. Er spelen twintig clubs in en degene die na 38 dagen aan de leiding staat is de kampioen, dit was erg ongewoon in het Braziliaanse voetbal. Tot dan toe, waren er vele systemen van play-offs waarin de kampioen bepaald werd.
Het voetbalseizoen volgt het kalenderjaar. Vanaf januari februari beginnen de 27 staatskampioenschappen, die duren tot april mei. Het nationale seizoen wordt gespeeld van mei tot december. De afgelopen jaren werden enkele interstaatcompetities terug opgestart, vaak nemen de grote clubs hieraan deel en spelen ze de eerste fase van de staatscompetities niet. De spelwijze van de staatscompetities wijzigt ook met de regelmaat van de klok.
Toeschouwersaantallen kunnen sterk variëren, voornamelijk bij de staatskampioenschappen, waarin clubs verzameld worden die in de Série A, B, C of D actief zijn aangevuld met een aantal clubs die zelfs niet op nationaal niveau spelen. Aangezien de meeste grote steden meerdere clubs hebben die op nationaal niveau niet elk jaar in dezelfde competitie spelen worden in de staatscompetitie vaak derby’s gespeeld voor 70.000 toeschouwers. Andere mindere belangrijke wedstrijden trekken dan soms maar enkele honderden toeschouwers, wedstrijden met maar vijftig supporters zijn geen uitzondering. Ook prijzen kunnen variëren en bij belangrijke wedstrijden vragen de clubs soms een pak meer entree.
Nationaal kampioenschap