300px|rechts|Latijns-Amerikaanse voetbalregio Voetbal wordt beschouwd als een van de grootste sporten in Latijns-Amerika. Met name Brazilië en Argentinië worden gezien als vooraanstaande voetballanden. Hoewel Latijns-Amerikaanse landen maar weinig clubs tellen die mondiaal enige bekendheid genieten, worden meerdere nationale elftallen uit dit werelddeel zo sterk geacht dat ze op internationale podia als het wereldkampioenschap voetbal, een rol van betekenis kunnen spelen. Latijns-Amerika kent twee voetbalconfederaties: de CONCACAF in Centraal-Amerika en de CONMEBOL in Zuid-Amerika. Onder de CONCACAF valt ook de Caraïbische Voetbalunie (CFU), waartoe de landen uit het Caraïbisch gebied en de Guyana's behoren.
Aan het einde van de negentiende eeuw namen Britten vanuit Europa het voetbal mee naar Argentinië. Daar werd het spel aanvankelijk gespeeld in havengebieden, bij spoorwegwerkzaamheden en andere locaties waar westerlingen samenkwamen. Eenzelfde proces voltrok zich in vrijwel alle landen in de regio. Van jongeren uit Centraal-Amerikaanse landen als Costa Rica en Guatemala is bekend dat zij in dezelfde periode naar Groot-Brittannië trokken om daar een opleiding te volgen. De kennis over het nieuwe spel die deze jongemannen daar opdeden, brachten ze mee terug naar hun geboorteland, waar voetbal zich binnen korte tijd vestigde in de sportcultuur. In Centraal-Amerika en het Caraïbisch gebied zou het echter nog tot enkele decennia in de twintigste eeuw duren alvorens het voetbal daar een van de populairste manieren van vrijetijdsbesteding zou worden. Cricket en honkbal boden het nieuwe spel stevige concurrentie. In Zuid-Amerika groeide voetbal snel uit tot de grootste volkssport. Vanaf de introductie ervan beschouwden Europeanen die in Latijns-Amerika woonden het voetbal dat zij speelden superieur tegenover dat van de lokale bevolking. Dit veranderde pas toen vanaf de jaren 20 het Uruguayaans voetbal furore maakte bij wereldtoernooien als de Olympische Zomerspelen en het wereldkampioenschap voetbal. De verdere professionalisering en tactische ontwikkeling leidde er uiteindelijk toe dat Latijns-Amerika het voetbalcentrum van de wereld werd.
Geschiedenis thumb|Het clubhuis van de Buenos Aires Cricket & Rugby Club, waar op 26 juni 1867 de eerste voetbalwedstrijd op Argentijnse bodem gespeeld werd. Oorspronkelijk zou het duel plaatsvinden in La Boca, maar door overstromingen aldaar moest men uitwijken naar het stadsdeel Palermo.
Introductie in Latijns-Amerika Het voetbal vond in Zuid-Amerika zijn oorsprong in de negentiende eeuw. Europese zeemannen speelden het spel in de haven van het Argentijnse Buenos Aires, waarna het zich geleidelijk verspreidde in de nabijgelegen stedelijke gebieden. De Europese gemeenschap in Buenos Aires was rond 1867 van flinke omvang – velen waren afkomstig uit Groot-Brittannië en waren werkzaam in dienst van de Britse spoorwegmaatschappijen, die op grootschalige wijze het spoorwegnet uitbreidden – en een officieuze competitie had zich gevormd: de zogeheten "Great British League", die in de praktijk was opgedeeld in een Engelse en een Schotse competitie. Twee Engelse immigranten, Thomas en James Hogg, organiseerden een bijeenkomst in de Argentijnse hoofdstad op 9 mei 1867; op deze dag werd de eerste voetbalclub in Latijns-Amerika opgericht, Buenos Aires FC. De Buenos Aires Cricket Club gaf de voetbalvereniging toestemming gebruik te maken van zijn cricketveld in Parque Tres de Febrero. Ruim een maand na zijn oprichting speelde Buenos Aires FC daar – op 20 juni – zijn eerste voetbalwedstrijd. Er werd gespeeld met zestien spelers, aan beide kanten acht voetballers met uitsluitend de Britse nationaliteit. Er namen minder spelers deel dan gedacht, omdat sommige voetballers eerst wilden zien hoe een dergelijke wedstrijd eraan toe zou gaan. De oprichters van de voetbalclub sloten met hun zes medespelers het duel winnend af met vier doelpunten tegen nul.Een afbeelding van een wedstrijdverslag uit The Standard d.d. 23 juni 1867 is hier te vinden.
De geleidelijke verspreiding van het voetbal na 1867 werd met name veroorzaakt door de invloed van scholen en de daaraan verbonden sportverenigingen. Zo leerde in Paraguay de Nederlandse docent lichamelijke opvoeding William Paats zijn leerlingen het spel, maar hij was niet de man die voor de doorbraak van de sport in het land zorgde: dat was een Paraguayaan die in Buenos Aires getuige was geweest van een van de eerste competitiewedstrijden. In 1891 werd de eerste officiële competitie opgericht in Argentinië en bestond daarmee eerder dan alle voetbalcompetities van zowel het Amerikaanse als het Europese continent. De Primera División werd in 1891 gespeeld tussen vijf clubs, die elke opponent tweemaal troffen.
Verspreiding van het voetbal zoals het geschiedde in het havengebied van Buenos Aires en later in heel Argentinië, deed zich elders in het zuiden van Amerika ook voor. In Noord-Amerika voltrok zich eenzelfde proces. Kolonisatoren uit Europa, die zich gevestigd hadden in de Verenigde Staten en Canada, namen in de tweede helft van de negentiende eeuw het voetbal mee naar hun nieuwe thuis. Voor het einde van de negentiende eeuw vonden reeds informele voetbalwedstrijden plaats tussen elftallen uit verschillende hoeken van deze nieuwgevormde landen. In de Verenigde Staten legde het voetbal het uiteindelijk in de twintigste eeuw af tegen het American football. In het noordelijke deel van Latijns-Amerika bood het honkbal en het basketbal de ontwikkeling van het voetbal serieuze concurrentie. De infrastructuur van de voetbalsport vormde zich in Centraal-Amerika vergeleken met andere delen van het Latijns continent dan ook zeer traag. Costa Rica was het eerste land dat zich aanmeldde bij de in 1904 opgerichte Wereldvoetbalbond FIFA. In 1929, twee jaar later, volgde Mexico. Voetbal werd geïntroduceerd door Europeanen die in Amerika verbleven, maar jonge Latijns-Amerikanen trokken zelf ook naar Europa. Het kapitalisme deed zijn intrede in Centraal- en Zuid-Amerika; landen als Costa Rica werden een schakel in de wereldeconomie, met als gevolg dat Europese landen niet alleen op politiek en economisch gebied invloed kregen, maar ook op cultureel gebied. De jonge generatie trok naar West-Europa, vooral Engeland, en kwam daar in aanraking met het voetbal bij openbare voorzieningen als universiteitspleinen. Historia del fútbol en CR op de officiële website van de Costa Ricaanse voetbalbond. Geraadpleegd op 9 november 2014.
In de Britse koloniën van het Caraïbisch gebied won het cricket de populariteitsstrijd van het voetbal. In onder meer Jamaicaanse townships was de sport wel populair, maar op regionale schaal brak het pas aan het einde van de twintigste eeuw door. De eerste interland tussen twee Caraïbische landen vond plaats in 1925 – in een serie van drie ontmoetingen won Jamaica driemaal van Haïti. Vier jaar daarvoor werd de eerste landenwedstrijd op het Centraal-Amerikaanse vasteland gespeeld. Er vond een toernooi plaats om honderd jaar onafhankelijkheid van kolonisator Spanje te vieren.
Integratie in de samenleving thumb|Het eerste elftal van het in 1912 opgerichte Paraguayaanse Cerro Porteño. De spelers droegen een rood-blauw tenue; zo toonden zij aan geen zijde te kiezen in het toentertijd heersende conflict tussen de Coloradopartij en de liberale partij. De latere toevoeging van wit zorgde voor de completering van de nationale vlag. Na Argentinië wordt Brazilië beschouwd als het tweede Zuid-Amerikaanse land waar het voetbal zijn definitieve intrede deed. Nadat de Argentijnen in 1867 voor het eerst kennis hadden gemaakt met de nieuwe sport, bracht de in Brazilië geboren Brit Charles Miller de Brazilianen in 1894 het voetbal. Miller was geboren in São Paulo; zijn moeder was een Braziliaanse die behoorde tot de elite van de bevolking van São Paulo en zijn vader was een Schots spoorwegwerker. In 1884 werd hij op tienjarige leeftijd door zijn ouders naar Southampton gestuurd, waar hij naar school ging. Net als de Costa Ricaanse cirkelmigranten ontdekte Miller hier het voetbal, dat hij in 1894 ter overlevering meebracht naar Brazilië. Miller richtte het eerste elftal op in Brazilië – dat een onderdeel werd van de atletiekvereniging van São Paulo – en ook de eerste voetbalcompetitie, de Campeonato Paulista.
De Europeanen die leefden in Latijns-Amerika namen de sport van elkaar over. Het voetbal was in toenemende mate populair onder medewerkers van de spoorwegmaatschappijen en eiste naast het cricket ook steeds meer de aandacht op. In landen als Panama, Bolivia, Peru en Venezuela introduceerden Britten het voetbal, maar echte integratie in de samenleving volgde pas later. Brazilianen en Argentijnen waren de eersten die het voetbal opnamen in hun cultuur. De sport werkte aanstekelijk, vooral in de minder welgestelde wijken. Kinderen speelden van jongs af aan op straat, pleintjes of veldjes en bedachten strategieën en technieken. Voetbalclubs en jeugdopleidingen ontstonden; in de jaren dertig bestonden de hoogste competitiedivisies van de meeste landen in Latijns-Amerika al dan niet deels uit betaald voetbalclubs. Tegen die tijd had het voetbal zich definitief gevestigd in de cultuur en genoot het vrijwel overal een grote populariteit. Voorheen was het vooral een sport voor de Europeanen; het Braziliaanse CR Vasco da Gama was in 1923 de eerste professionele club die ook lokale – negroïde – spelers wierf en daarmee een onomkeerbare trend inzette.
thumb|Ook het Engelse Exeter City FC bezocht, een week voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, Latijns-Amerika. De ontmoeting tussen de club en het nationale elftal van Brazilië in het Estádio das Laranjeiras wordt beschouwd als de eerste interland van het Braziliaans elftal.
Hernieuwde Britse invloed De Britten brachten Latijns-Amerika het voetbal, maar een succesvolle en consequente integratiepolitiek volgden ze niet. Verspreid over het continent liepen binnen korte tijd de opvattingen over het voetbal uiteen; er was geen duidelijke algemene spelopvatting en er waren geen algemeen geaccepteerde regels. In het begin van de twintigste eeuw begonnen Britse voetbalclubs met tournees naar Amerikaanse landen, alwaar zij beoefenaars van de sport een Engelse speelwijze aanleerden en zorgden voor een nieuwe ontwikkeling van het Latijns-Amerikaans voetbal. Dankzij de rondreizen van de Britse clubs zou het tot dan toe (semi-)amateuristische spel veranderen in een professionele publiekssport. Southampton FC, zelf in 1885 opgericht, trok in 1904 naar Buenos Aires op invitatie van de Sociedad Hípica, een club voor welgestelden die in de Argentijnse hoofdstad woonden. Uit het grote aantal bezoekers bleek dat de oefenwedstrijd tussen de lokale club en Southampton niet alleen een sportief evenement was, maar ook een (elitair) sociaal gebeuren. Vergezeld door zijn minister van Oorlog en een militaire escorte – gezien de toen recente introductie van het voetbal in het Argentijns leger – bezocht ook de toenmalige president Julio Roca het duel. Gedurende zijn campagne in Buenos Aires en het Uruguayaanse Montevideo maakte Southampton met grote uitslagen indruk bij de lokale bevolking, met name de Britten. Zij werden gesterkt in hun geloof van sportieve superioriteit.