De Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing (1879-1937) was een rijkscommissie die door de Nederlandse Rijksoverheid belast werd met het uitvoeren, wetenschappelijk begeleiden en coördineren van de nauwkeurigheidswaterpassing en de driehoeksmeting van Nederland. Het is een voorloper van het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica.

Geschiedenis In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond met de industrialisatie van Nederland, waarbij onder andere grootschalig kanalen en spoorlijnen werden aangelegd, de behoefte om het landschap nauwkeuriger in kaart te brengen. Hiervoor was de kennis en kunde ook verbeterd en speelde verdere institutionalisering (waarbij regulerende macht verschoof van personen (adel en religieuze instellingen) naar instituten) een rol.

Reeds eerder was L. Cohen Stuart, civiel ingenieur en directeur van de Polytechnische School te Delft, door de staat opgedragen te werken aan een nieuwe nauwkeurigheidswaterpassing, maar hij overleed voor dit werk voltooid kon worden in 1878.

Om meer eenheid te brengen bij de uitvoering van verschillende metingen werd per Koninklijk Besluit op 20 februari 1879 de Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing opgericht. Dit naar een advies van de toenmalige Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De al gepensioneerde hoogleraar van de Polytechnische School, dr. F.J. Stamkart, werd voorzitter tot hij stierf in 1882. Stamkart richtte zich vooral op graadmeting. Een andere hoogleraar uit het Delftse, prof. C.M. Schols, die in 1881 lid was geworden van de commissie, zou het werk van de twee eerdergenoemde voortzetten. De werkzaamheden waren nog niet voltooid toen Schols overleed in 1897.

De Nederlandse geofysicus en geodeet prof. Felix Vening Meinesz kwam in 1910 in dienst bij de Rijkscommissie en zou vanaf 1927 lid van de commissie zelf worden.

Vanaf 1930 werden verschillende uitvoerende taken van de commissie onderverdeeld bij andere rijksdiensten. Driehoeksmetingen werden vanaf 1930 uitgevoerd door de Bijhoudingsdienst der Rijksdriehoeksmeting (opgericht als onderdeel van het Kadaster) en het NAP door Rijkswaterstaat (zie RDNAP).

Opvolgers In 1937 werd de Rijkscommissie een adviescommissie van het Ministerie van OCW onder de naam Rijkscommissie voor Geodesie (RCG)(1937-1989). Prof. Vening Meinesz (die tot 1966 lid bleef) zou de commissie voorzitten van 1937 tot 1947. Namens Rijkswaterstaat was ir. W.F. Stoel een aantal jaar hun vertegenwoordiger.

In 1990 werd de structuur van commissies en adviesraden van het ministerie van OCW gereorganiseerd. De RCG is toen als Nederlandse Commissie voor Geodesie (NCG)(1989-2014) ondergebracht bij de KNAW.

Per 2014 is de NCG bij een reorganisatie van de KNAW opgehouden te bestaan. Haar activiteiten zijn toen overgenomen door de nieuw opgerichte Stichting Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (het NCG).

Draagpenningen In 1926 en 1935 werden door de Rijkscommissie herinneringsmedailles uitgereikt ter ere van twee onderzoeksreizen onder leiding van Meinesz, de Draagpenningen van de Rijkscommissie voor Graadmeting.

Externe links Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-informatica

Categorie:Geodesie Categorie:Nederlandse organisatie Categorie:Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen