Dit is een lijst van fatale ongelukken op de Snaefell Mountain Course tijdens de Isle of Man TT en de Manx Grand Prix. miniatuur|350px|De Snaefell Mountain Course

De Snaefell Mountain Course werd pas in 1911 voor het eerst gebruikt voor de Isle of Man TT (IOMTT). Van 1907 tot 1910 gebruikte men de St John's Short Course. Vanaf 1923 werd in het najaar het Manx Amateur Road Race Championship (MARRC, vanaf 1930 Manx Grand Prix (MGP)) georganiseerd.

Victor Surridge was in 1911 het eerste slachtoffer toen hij bij Glen Helen tijdens een inhaalmanoeuvre viel en overleed. Hij was ook het eerste slachtoffer met een gemotoriseerd voertuig op het eiland Man. Zijn dood leidde in 1912 nog tot een boycot van de TT door een aantal teams.

Oorzaken Hoewel de oorzaken van de ongevallen op de eerste plaats gezocht moeten worden bij menselijk falen, zijn er altijd factoren geweest die de Mountain Course gevaarlijker maakten dan de meeste andere circuits. Maar zeker in de beginjaren waren er ook nog factoren die de gevolgen van oorzaken verergerden. Dan moet men vooral denken aan gewonden die overleden omdat hun val niet opgemerkt werd of omdat hulp uitbleef door gebrekkige of ontbrekende telefoonverbindingen, gebrekkig gewondentransport (paard en wagen of de trein) en de afwezigheid van baancommissarissen (marshals) en artsen. In 1927 viel Jack Cooke om half elf 's ochtends, maar hij kwam pas vier uur later aan in Noble's Hospital in Douglas, waar hij de volgende dag overleed.

De wegen en het parcours Tot in de jaren twintig werd gereden op zandwegen. Dat was weliswaar ongemakkelijk, maar men wist niet beter en hield er rekening mee. De eerste verharding (tarmac) werd in de tweede helft van de jaren twintig aangebracht. Toch had men in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog nog vaak last van lekke banden door verloren hoefnagels. Toen de A1, de A2, de A3 en de A18 eenmaal geasfalteerd waren, had men last van het gebruik door het normale verkeer. Zeker bij nat wegdek waren er gevaarlijke plekken waar auto's bij kruisingen en verkeerslichten olie hadden gelekt, maar ook de wegmarkeringen waren vaak glad. Op sommige plaatsen houden ondergrondse bronnen het wegdek lang vochtig als de rest van het circuit droog is. De Ballig Bridge was vroeger een "humpback"-brug, waar de toen nog veel tragere motorfietsen toch een sprong door de lucht maakten. Bij Ballaugh Bridge is dat nog steeds zo.

Het parcours is voor veel rijders een probleem, in het verleden meer dan tegenwoordig. Op de eerste plaats is het een stratencircuit, met alle noodzakelijke voorzieningen voor het normale verkeer, maar ook met de daarbij horende slijtage. Op de tweede plaats is daar de lengte van ruim 60 km, die het voor beginners moeilijk maakt om het circuit te leren kennen. Niet voor niets huurden buitenlandse merken als Indian, NSU, Motosacoche, BMW, Moto Guzzi, Gilera, MV Agusta, Mondial en anderen graag Britse coureurs in die het circuit goed kenden. Maar omdat het hele circuit uit openbare wegen bestaat zijn er ook gevaren langs de weg als heggen, muren, trottoirbanden, bomen en afzettingen van weilanden. Vroeger kwamen daar ook nog de schaapspoorten bij. De gevaren zijn groot in het zuidelijke en westelijke deel, waar men door steden en dorpen (Douglas, Union Mills, Glen Vine, Crosby en Kirk Michael) rijdt.

Extra gevaar voor zijspannen Opvallend is het aantal dodelijke ongelukken met zijspancombinaties bij Ago's Leap, 120 meter voorbij Bray Hill op de splitsing van Quarterbridge Road met Brunswick Road op de A2 in de stad Douglas. Lang niet alle gesneuvelde zijspancoureurs en bakkenisten vielen daar, maar alle dodelijke slachtoffers bij Ago's Leap waren zijspancoureurs en bakkenisten: Marty Ames (1980), Alan Jervis (1986), Ricky Dumble (1988), César Chanal, Olivier Lavorel en Roger en Bradley Stockton (2022).

Het weer Vanzelfsprekend is regen op het eiland Man heel gewoon. Het komt ook op andere circuits voor en de coureurs kunnen er rekening mee houden. De vele klassen maken met hun grote deelnemersveld echter ook veel trainingen nodig, die daarom vaak in de vroege ochtend begonnen. Op het noordelijke deel tussen Ballaugh en Ramsey reden coureurs dan ruim 10 kilometer tegen de laagstaande zon in, waardoor veel ongelukken gebeurden. Daarom werden ochtendtrainingen later verboden, maar soms "oefenden" coureurs de route toch in die periode, buiten de officiële trainingen om. Op het oostelijk deel tussen Ramsey en Douglas (de "Mountain Section") gebeurden veel ongelukken door de dikke mist, die "Mantle of Mona" wordt genoemd. Hier gebeurden ook regelmatig "niet opgemerkte ongelukken" omdat er niemand in de buurt was die een coureur zag vallen. Dat werd in eerste instantie opgelost door er extra marshalposten te plaatsen, later door trainingen en races bij mist te verbieden. Tegenwoordig wordt dat bepaald door het zicht dat de reddingshelikopters nodig hebben. Op de Mountain Section is tussen Water Works Corner en Hillberry Corner 18 kilometer lang nauwelijks begroeiing. Hier ligt dan ook "Windy Corner", want de wind heeft hier vrij spel.

Beschermende kleding miniatuur|links|150px|vliegenierskapje en wollen trui; Oliver Godfrey, winnaar van de Senior TT van 1911 miniatuur|150px|Cyril Pullin won de Senior TT van 1914 mét verplichte helm

De eerste bescherming kwam al in 1914, nadat Dr. Eric Gardner de Auto-Cycle Union had overtuigd van het nut en een Mr. Moss opdracht had gegeven 94 motorhelmen van canvas en schellak te produceren. De coureurs waren niet overtuigd, maar de helmen werden verplicht gesteld en later schreef de Medical Officer van de TT aan dr. Gardner dat hij voor het eerst geen hersenschuddingen had geconstateerd. De coureurs hadden in die tijd nog geen beschermende kleding, maar na de Eerste Wereldoorlog was leren motorkleding al gemeengoed bij de TT. In races op het Europese vasteland werd toen nog veel geracet met wollen truien, waar men het merk van de motorfiets in kon breien. Zowel de helmen als de kleding werden in de volgende decennia verbeterd. Desondanks verongelukte de Australiër Laurie Boulter in 1954 toen hij buiten de officiële training om het circuit ging verkennen. Daarvoor was een helm niet verplicht en dat werd hem fataal.

Het gewone verkeer miniatuur|150px|Het gewone verkeer moet tussen de races door de wegen kunnen gebruiken. Dit is de A3 in Ballaugh

Het gewone verkeer heeft nog slechts indirect invloed op het verloop van de races, in die zin dat het hele circuit uit openbare wegen bestaat, met wegmarkeringen en rotondes, maar ook trottoirbanden en een enkele vluchtheuvel. In het verleden waren de wegen tijdens de trainingen nog open voor het normale verkeer. Nadat Archie Birkin in 1927 verongelukte toen hij een viskar probeerde te ontwijken werden de wegen voor het openbare verkeer gesloten. In het verleden was het bij kruispunten weleens glad door uit auto's gelekte motorolie, maar met de moderne auto's is dat verleden tijd.

Dieren In de eerste jaren kon het nog voorkomen dat coureurs ontsnapte schapen op hun weg vonden. Niet iedereen maakte de talloze schaapspoorten dicht en soms sprong een schaap ook over de omheining van de wei. Verder had men nog tot kort voor de Tweede Wereldoorlog last van lekke banden door verloren hoefnagels van paarden. Tot dodelijke ongevallen leidde dat allemaal niet, maar dat gebeurde wel tijdens de Junior TT van 1986. Gene McDonnell werd het slachtoffer van een zeer bizar ongeluk. Na een val van Brian Reid bij Ballaugh Bridge werd Reid, die een sleutelbeen had gebroken, opgehaald door een helikopter die naast de baan landde. Een pony schrok van de helikopter en sprong over een aantal afrasteringen de weg op. McDonnell kon het dier niet meer ontwijken en rijder en pony werden op slag gedood.

Veiligheidsmaatregelen Behalve de beschermende kleding voor de coureurs, neemt de organisatie zo veel mogelijk beveiligingsmaatregelen, maar ze is daarin beperkt door de tijdelijke status van het circuit, dat tussen trainingen en races door weer bruikbaar moet zijn voor het normale verkeer. Permanente beveiligingsmaatregelen zijn nauwelijks mogelijk, maar - zoals geleiderails - ook niet altijd wenselijk. Waar mogelijk worden muren, telegraafpalen en bomen voorzien van strobalen, zandzakken of kleine airfences, maar de bescherming is altijd beperkt doordat coureurs niet zelden over de bescherming heen "gelanceerd" worden. Verder is zowel trainen als racen verboden als de reddingshelikopters door slecht zich niet kunnen vliegen. Langs het hele parcours zijn marshals geplaatst, indien nodig in speciaal gebouwde "shelters" met telefoon- en radioverbindingen en soms zelfs een klein weerstation. Travelling marshals zijn voorzien van snelle motoren en kunnen ook snel op de plaats van een ongeval zijn om daar als "incident manager" de zaken te regelen en eerste hulp te verlenen. Langs het hele circuit zijn EHBO-posten ingericht. Publiek wordt op gevaarlijke plaatsen niet toegelaten.

Interval start Een belangrijk veiligheidsaspect is de interval-start, waarbij coureurs in het verleden elke 10 seconden twee-aan-twee en later individueel startten. Het zorgt ervoor dat crashes in een groep, waarbij meerdere slachtoffers mogelijk zijn, vrijwel uitgesloten zijn. Inhalen komt dan ook niet vaak voor, maar is niet uitgesloten.

Verlies van de WK-status miniatuur|links|150px|Freddie Frith (rechts) won de allereerste WK-race, de Junior TT van 1949. miniatuur|150px|Rolf Steinhausen en Sepp Huber wonnen de laatste WK-race op Man, de Sidecar 500 cc TT van 1976 De Isle of Man TT had vanaf het begin deel uitgemaakt van het wereldkampioenschap wegrace. Sterker: de allereerste WK-race was de Junior TT van 1949. Begin jaren zeventig begonnen steeds meer coureurs en teams in te zien dat de Mountain Course te gevaarlijk was. Na de dood van Santiago Herrero in 1970 spraken de drie leidende 125cc-coureurs Gilberto Parlotti, Ángel Nieto en Dave Simmonds af om in 1971 niet naar Man te reizen. Tijdens het FIM-congres in oktober kreeg de organisatie van de TT de onmogelijke opdracht om het circuit veiliger te maken. Parlotti kwam in 1972 terug en verongelukte ook. Daarop volgde in 1973 een algehele boycot van de topcoureurs (met uitzondering van de zijspanklasse), waardoor de TT van Man degradeerde tot een nationale race. Zo scoorden onbekende coureurs hun WK-punten, tot de Fédération Internationale de Motocyclisme de WK-status in 1977 beëindigde.

Lijst van fatale ongelukken met deelnemers