Rhomaleosaurus is een geslacht van uitgestorven zeereptielen behorend tot de orde Plesiosauria. Rhomaleosaurus betekent 'sterke hagedis' en is een geslacht uit het Onder-Jura (Toarcien, ongeveer 183 tot 175,6 miljoen jaar geleden) van rhomaleosauride Pliosauroidea bekend uit Northamptonshire en uit Yorkshire van het Verenigd Koninkrijk. Het werd benoemd door Harry Govier Seeley in 1874 en de typesoort is Rhomaleosaurus cramptoni. Het was een van de eerste grote zeeroofreptielen, die in de zeeën van het Mesozoïcum jaagden. De lengte was ongeveer zeven meter. Net als andere pliosauriërs voedde Rhomaleosaurus zich met ichthyosauriërs, ammonieten en andere plesiosauriërs.

Naamgeving Rhomaleosaurus cramptoni In juli 1848 werd door arbeiders een fossiel van een grote plesiosauriër opgegraven in een aluinmijn in Kettleness, op de noordzeekust nabij Whitby in Yorkshire. Het werd verzameld uit de A. bifrons ammonietzone van de Whitby Mudstone-formatie, daterend uit het Onder-Toarcien, ongeveer 183 tot 180 miljoen jaar oud. Het dier werd in 1849 in een krantenartikel aan Plesiosaurus macrocephalus toegewezen.Anonymous. 1849. Plesiosaurus found at Whitby. Illustrated London News (26 May 1849) p. 367 Het complete skelet dat de schedel omvatte maar de linkerachtervin verloren had, specimen NMING F8785, werd vijf jaar bewaard in Mulgrave Castle, dat toen eigendom was van Constantine Phipps, 1st Marquess of Normanby, meteen eigenaar van de mijn. In 1853 liet de markies de interessante vondst zien aan de vooraanstaande Ierse chirurg en anatoom Sir Philip Crampton. In datzelfde jaar bracht Crampton het fossiel over naar Dublin om als topstuk te worden getoond op de jaarlijkse bijeenkomst van de British Association in 1853. De Zoological Society of Ireland bouwde een speciale twaalf meter lange tent voor het grote reptiel in de Botanical Gardens. Na een decennium, nog steeds onbeschreven, werd het exemplaar verplaatst naar de entreehal van het Royal Dublin Society Museum omdat de tent geen bescherming meer bood en officieel beschreven door Alexander Carte en William Hellier Baily als een nieuwe soort van Plesiosaurus.Carte, A. & Baily, W.H. 1863. "Description of a new species of Plesiosaurus, from the Lias, near Whitby, Yorkshire". Journal of the Royal Dublin Society 4: 160-170 / Dublin Quarterly Journal of Science 3: 291-301 Carte en Bailey hebben de soort in 1863 Plesiosaurus cramptoni genoemd naar de Ierse wetenschapper Sir Philip Crampton.Carte, A. & Baily, W.H. 1863. On a new species of Plesiosaurus from the Lias, near Whitby, Yorkshire". Annual Report of the British Association for the Advancement of Science for 1862: 68-69

In 1874 erkende de Britse geoloog Harry Govier Seeley een nieuw geslacht Rhomaleosaurus op basis van deze vondst, die nu bekend staat als het typegeslacht van de familie Rhomaleosauridae.Seeley, H.G. 1874. "Note on some of the generic modifications of the plesiosaurian pectoral arch". Quarterly Journal of the Geological Society, London, 30: 436-449. De geslachtsnaam is afgeleid van het Grieks rhomaleos, "fors". In 1877 werd het specimen voor £200,- verworven door het National Museum of Ireland. In 1890 werd het geplaatst in de speciale fossil hall. Die werd echter in 1979 gesloopt. Daarbij werd het specimen met een voorhamerAdam Stuart Smith. 2006. "Dublin's Jurassic “Sea-Dragon”" Science Spin. Geoscience 17: 26-27 opgebroken en in een tiental kratten over musea verspreid.O’Riordan, C.E. 1983. The Natural History Museum Dublin, Mount Salus Press, 75pp In 1992 werden die bijeengebracht in het depot van Beggars Bush. In al die tijd werd het fossiel bedekt met steeds dikkere lagen gips, verf en vernis. Pas in september 2006 werd de schedel van dit exemplaar eindelijk geprepareerd, wat in februari 2007 voltooid werd, een hernieuw onderzoek van dit geslacht mogelijk makend door Adam Stuart Smith, welke de schedel in 2008 apart beschreef. De postcrania waren toen nog niet gerestaureerd.

Het indrukwekkende exemplaar trok ook de aandacht van de fossielenhandelaar Henry A. Ward die zich gespecialiseerd had in het verkopen van afgietsels. In 1866 nam hij die op in zijn catalogus waarbij een stuksprijs van $150,- aangegeven werd. Afgietsels zijn nog aanwezig in het Natural History Museum, te Londen (NHMUK PV R.34), het Bath Royal Literary and Scientific Institution, de Cornell University in New York, de University of Illinois en de Monash University in Victoria, Australië. Opmerkelijk is dat de afgietsels niet identiek zijn. Bij dat in Bath zijn de achtervinnen, waaraan er immers een ontbrak, vervangen door gespiegelde afgietsels van de voorvinnen. Bij het stuk in Londen zijn bij alle vier de vinnen handen dan wel voeten, waarvan bij het origineel de elementen verschoven of vernietigd waren, aangevuld door restauraties, het aantal vingers en tenen vergrotend. De afgietsels, talloze malen geïllustreerd, zouden voor een groot deel de indruk bepalen die het grote publiek van pliosauriërs had.

Rhomaleosaurus zetlandicus

Lawrence Dundas, 1st Earl of Zetland was de eigenaar van de Loftus Alum Mine, een grote aluingroeve op twee kilometer ten noordoosten van Loftus gelegen. Tegen 1852 werd er een skelet van een plesiosauriër gevonden. Lord Dundas, een begunstiger van kunsten en wetenschappen, schonk het begin 1852 aan de Yorkshire Philosophical Society.Anonymous. 1853. "Donations to the Museum. Geology". Annual Report of the Yorkshire Philosophical Society for 1852: 20 Het exemplaar werd bestudeerd door hun conservator John Phillips en door deze in 1853 eerst benoemd als een Plesiosaurus ZetlandiAnonymous. 1853. "Report of the Council of the Yorkshire Philosophical Society". Annual Report of the Yorkshire Philosophical Society for 1852: 7-8 en toen als een Plesiosaurus Zetlandicus.Anonymous. 1853. "Communications to the monthly meetings 1852". Annual Report of the Yorkshire Philosophical Society for 1852: 19 Dat bleven echter nomina nuda omdat hij weliswaar stelde dat soort zich duidelijk onderscheidde van andere plesiosauriërs maar niet aangaf waarin dan, naar huidige normen een strikt vereiste. Pas in 1854 publiceerde hij een voldoende beschrijving, eerst nog anoniem.Anonymous. 1854. "Report of the Council of the Yorkshire Philosophical Society". Annual Report of the Yorkshire Philosophical Society for 1853: 7-8Phillips, J. 1854. "On a new Plesiosaurus in the York Museum". Annual Report of the British Association for the Advancement of Science for 1853: 54

R. zetlandicus is bekend van het holotype YORYM G503, een bijna volledige schedel en wervelkolom in combinatie met delen van de ledematen. Vooral de staart is zeer compleet. Het werd verzameld uit de Alum Shale van de Whitby Mudstone Formation, Yorkshire, daterend uit het Toarcien. Richard Lydekker hernoemde de soort in 1889 tot Thaumatosaurus zetlandicus.Lydekker. R. 1889. Catalogue of the fossil Reptilia and Amphibia in the British Museum (Natural History). Part II. Containing the orders Ichthyopterygia and Sauropterygia. British Museum (Natural History), London De combinatie Rhomaleosaurus zetlandicus werd pas in 1963 benoemd door Per-Ove Persson.Persson, P.0. 1963. "A revision of the classification of the Plesiosauria with a synopsis of the stratigraphical and geographical distribution of the group". Lunds Universitets Arsskrift (2) 59: 1-60 De schedel werd in detail beschreven door Michael Alan Taylor in 1992.Taylor, M.A. 1992. "Functional anatomy of the head of the large aquatic predator Rhomaleosaurus zetlandicus (Plesiosauria, Reptilia) from the Toarcian (Lower Jurassic) of Yorkshire, England". Philosophical Transactions of the Royal Society of London, Series B: 335. . Die had de schedel opnieuw geprepareerd. Het hele specimen was omsloten geweest in een knol keihard pyriet-houdend gesteente en alleen met wolfraamcarbide naalden lukte het hem de klus te klaren, zich verbazend over de inspanningen die men zich in de negentiende eeuw moet hebben getroost, toen alleen stalen naalden beschikbaar waren, zachter dan het pyriet. Hij concludeerde dat de vreemde verwrongen houding van het lichaam al bij het fossiel aanwezig moet zijn geweest. Later werd het taxon herzien door Arthur Cruickshank in 1996 als een ouder synoniem van R. cramptoni, naast R. thorntoni. Adam S. Smith (2007) en Smith en Gareth J. Dyke (2008) beschouwden deze soort echter als geldig. Zo niet dan zou Rhomaleosaurus cramptoni het jongere synoniem zijn en Rhomaleosaurus zetlandicus de geldige combinatio nova.

Rhomaleosaurus propinquus R. propinquus is bekend van het holotype WM 852.S, een in verband liggend bijna volledig skelet dat de schedel bewaart, zichtbaar in bovenaanzicht. Het werd in 1844 bij Kettleness verzameld uit de ammonietzone van A. serpentines, van de Whitby Mudstone-formatie, Yorkshire, daterend uit het middelste Toarcien, ongeveer 180-177 miljoen jaar geleden. Het werd in 1845 door Edward Charlesworth toegewezen aan Plesiosaurus macrocephalus.Charlesworth, E. 1845. "Notice of the discovery of a large specimen of Plesiosaurus found at Kettleness, on the Yorkshire coast". Annual Report of the British Association for the Advancement of Science for 1844: 49-50

R. propinquus werd door Ralph Tate en John Frederick Blake in 1876 benoemd als een nieuwe soort van Plesiosaurus: Plesiosaurus propinquus.Tate, R. & Blake, J.F. 1876. The Yorkshire Lias. Van Voorst, London De soortaanduiding betekent "de nauw verwante" en verwijst vermoedelijk — er werd geen etymologie gegeven — naar de gelijkenis met P. cramptoni die in het boek er direct voor behandeld werd. Propinquus kan ook "bijna" betekenen en volgens Ben Creisler verwees de naam naar het gegeven dat de naamgevers vonden dat de onderkaak na verdere studie zou kunnen wijzen op het behoren tot een eigen geslacht. D.M.S. Watson herbeschreef het in 1910 als een soort van Rhomaleosaurus: Rhomaleosaurus propinquus.Watson. D.M.S. 1910. "Upper Liassic Reptilia. Part II. The Sauropterygia of the Whitby Museum". Memoirs and Proceedings of the Manchester Literary and Philosophical Society, 54(11): 1-13 Adam Stuart Smith (2007) suggereerde in zijn proefschrift over de anatomie en classificatie van de Rhomaleosauridae dat R. propinquus een jonger synoniem is van Rhomaleosaurus zetlandicus.Adam Stuart Smith. 2007. Anatomy and systematics of the Rhomaleosauridae (Sauropterygia, Plesiosauria). Ph.D. Thesis, University College Dublin Smith en Gareth J. Dyke (2008) beschouwden deze soort echter als geldig. In 2009 keerde Smith echter weer terug naar zijn oude standpunt.Peggy Vincent & A.S. Smith. 2009. "A redescription of Plesiosaurus propinquus Tate & Blake, 1876 (Reptilia, Plesiosauria), from the Lower Jurassic (Toarcian) of Yorkshire, England", Proceedings of the Yorkshire Geological Society 57(3-4): 133-142.

Rhomaleosaurus thorntoni