De langoorhaasrat (Leporillus conditor) is een knaagdier uit het geslacht Leporillus behorend tot de familie van muizen en ratten van de Oude Wereld. Deze soort komt voor in Australië, waar de langoorhaasrat wordt aangeduid als “greater stick-nest rat” of “wopilkara”.
Beschrijving De langoorhaasrat heeft het formaat van een klein konijn met een korte, brede kop. De zachte vacht is op de rug is grijsbruin, op de flanken roodbruin en aan de onderkant licht grijsbruingeel, met een geleidelijke overgang. De korte staart is van boven donkerbruin en van onder wit. De oren zijn breed, rond en donkergrijsbruin van kleur. De voeten zijn van boven grijsbruin aan de buitenkant, wit aan de binnenkant. De vacht is zacht en fijn. De kop-romplengte bedraagt 170 tot 260 mm, de staartlengte 145 tot 180 mm, de achtervoetlengte 42 tot 48 mm, de oorlengte 28 tot 32 mm en het gewicht 180 tot 450 gram. Vrouwtjes hebben 0+2=4 mammae.De cijfers voor het =-teken slaan op het aantal paren van mammae; het cijfer erna is het totale aantal mammae. Om die reden is het nummer na het =-teken altijd twee keer zo hoog als dat ervoor. Dit is de gebruikelijke notatie in de mammalogische literatuur.
Leefwijze De langoorhaasrat is voornamelijk 's nachts actief, hoewel het dier ook enige activiteit gedurende de dag vertoont. De vriendelijke natuur van de langoorhaasrat maakt het kwetsbaar voor roofdieren als de rode vos (Vulpes vulpes) en de verwilderde kat (Felis catus). Ook uilen, slangen en varanen maken jacht op langoorhaasratten. Het dier eet voornamelijk de bladeren, stengels, zaden en vruchten van vetplanten als de bluebush (geslacht Maireana) en de saltbush (geslacht Atriplex). De langoorhaasrat bouwt grote nesten van gevlochten twijgen en dode bladeren rond de stam van een struik, onder een overhangende rots of in een smalle grot. Deze nesten kunnen tot twee meter breed en één meter hoog zijn. In het midden zit een grasnest. Aan deze typische nesten heeft de langoorhaasrat ook zijn Engelse naam greater stick-nest rats aan te danken. Ook de minder gebruikte namen house-building rat en architect rat verwijzen naar de nesten. In de nesten leeft een paartje of een kleine kolonie van tien tot twintig langoorhaasratten. Per worp worden er bij de langoorhaasrat één tot vier jongen geboren. Hoewel de meeste worpen in maart en april voorkomen, paart het dier het hele jaar door met in totaal twee tot drie worpen per jaar. De draagtijd bedraagt 44 dagen en na twee maanden zijn de jongen zelfstandig.
Het aantal langoorhaasratten in een bepaald gebied is het hoogst gedurende de wintermaanden, gevolgd door een sterftegolf in de zomermaanden ten gevolge van hoge temperaturen. De zomersterfte is afhankelijk van de periode dat de dieren al in het gebied voorkomen en de lokale fauna. Hoe langer langoorhaasratten in een specifiek gebied voorkomen, hoe groter en ontwikkelder hun nesten en daarmee hun bescherming tegen omgevingsinvloeden worden. Bovendien maken langoorhaasratten ook gebruik van verlaten holen van buideldassen en buidelhazen als bescherming tegen de zomerhitte.The Fauna of Arid Recovery – Greater Stick-nest Rat
Verspreiding, habitat en status Verspreiding miniatuur|300px|Verspreidingsgebied van de langoorhaasrat Oorspronkelijk was de langoorhaasrat wijdverspreid in de droge delen van zuidelijk Australië. Het verspreidingsgebied liep vanaf Shark Bay aan de westkust van West-Australië via de Nullarborvlakte en de Flinders Ranges oostelijk tot aan de samengang van de Murray en Darling in het westen van New South Wales en noordelijk tot aan 28 graden zuiderbreedte.
Aan het einde van de negentiende eeuw nam het aantal langoorhaasratten op het vasteland drastisch af als gevolg van vernietiging van leefgebied door de toenemende Europese kolonisatie en de verspreiding van geïntroduceerde herbivoren, in eerste instantie schapen en later konijnen. De effecten van het verlies van leefgebied werden verergerd door de effecten van enkele ernstige droogtes en predatie door geïntroduceerde roofdieren. De laatste bekende populatie langoorhaasratten op het Australische vasteland leefde in de jaren dertig van de twintigste eeuw op de Nullarborvlakte. Toen in de jaren dertig ook deze populatie uitstierf, kwam de soort alleen nog voor op de Franklineilanden, twee eilanden in het Nuyts Archipelago Conservation Park voor de kust van Zuid-Australië.
Later is de langoorhaasrat heringevoerd op verschillende plaatsen in Zuid-Australië, New South Wales en West-Australië. Reïntroductie op verschillende eilanden is succesvol verlopen, maar de reïntroductiepogingen op het vasteland hadden aanvankelijk weinig succes vanwege predatie door vossen en verwilderde katten en een gebrek aan schuilplaatsen om te kunnen ontsnappen aan varanen en uilen. Recentere projecten op het vasteland lijken wel succesvol. Momenteel komt de langoorhaasrat in Zuid-Australië voor op de Franklineilanden, op Saint Petereiland in het Nuyts Archipelago Conservation Park, op Reevesby-eiland in het Sir Joseph Banks Group Conservation Park, in het Arid Recovery Reserve bij Roxby Downs, in New South Wales in het Scotia Wildlife Sanctuary, en in West-Australië in Shark Bay op Salutationeiland, op Faureeiland en bij Heirisson Prong.
Zuid-Australië miniatuur|300px| Reïntroductielocaties van de langoorhaasrat in Zuid-Australië. Franklineilanden West (247 hectare) en East Franklineiland (225 hectare) in het Nuyts Archipelago Conservation Park was de laatste locatie waar de langoorhaasrat vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw nog voorkwam. Het aantal dieren op de Franklineilanden wordt geschat op duizend, ongeveer gelijk verdeeld over de beide eilanden, en is al jaren min of meer stabiel. Gedurende de jaren tachtig van de twintigste eeuw vonden uitgebreide studies plaats naar de leefwijze van de langoorhaasratten op de Franklineilanden met als doel een plan te ontwikkelen om het voortbestaan van de soort veilig te stellen. Vier kernpunten werden geformuleerd: handhaving van de bestaande populatie op de Franklineilanden, opzetten van een populatie op het vasteland, het aantal wilde populaties vergroten van één naar vijf, en het totaal aantal langoorhaasratten vergroten van duizend naar minstens vijfduizend. Een fokprogramma werd opgezet in de Monarto Zoo om voldoende langoorhaasratten te verkrijgen om reïntroductie mogelijk te maken.
Saint Petereiland Saint Petereiland, dat 4.028 hectare groot is en evenals de Franklineilanden in het Nuyts Archipelago Conservation Park ligt, is altijd vrijgewaard gebleven van geïntroduceerde roofdieren. Wel leven er op het eiland zwarte tijgerslangen (Notechis ater) en zandvaranen (Varanus gouldii), mogelijke predatoren. In juni 1993 werd de eerste groep van twintig langoorhaasratten die in gevangenschap waren gefokt, bestaande uit acht mannelijke en twaalf vrouwelijke dieren, op Saint Petereiland uitgezet. Nog 133 langoorhaasratten, 63 mannelijke en zeventig vrouwelijke dieren, volgden tussen 1993 en 1998. Het aantal langoorhaasratten op het eiland groeide minder snel dan op andere locaties, wat wellicht te maken had met de aanwezige roofdieren en de verspreidheid van de dieren over het eiland. De populatie langoorhaasratten op Saint Petereiland wordt geschat op minstens duizend dieren.
Reevesby-eiland Op Reevesby-eiland, een 344 hectare groot eiland in het Sir Joseph Banks Group Conservation Park, waren voorafgaand aan de reïntroductie alle verwilderde katten van het eiland verwijderd. Met deze verwijdering werd in 1985 gestart en in maart 1990 werd de laatste verwilderde kat gevangen. In september 1990 werd de eerste groep langoorhaasratten op Reevesby-eiland uitgezet, bestaande uit zeven mannelijke en negen vrouwelijke dieren. Nieuwe groepen volgden in november 1990 en juni en september 1991 en in totaal 101 langoorhaasratten, 51 mannelijke en 50 vrouwelijke dieren, die in gevangenschap waren gefokt werden op Reevesby-eiland uitgezet. Schattingen gaan uit van een huidige populatie van duizend tot vijfduizend langoorhaasratten op Reevesby-eiland.
Yookamurra Sanctuary Tot tweemaal toe werd in het Yookamurra Sanctuary geprobeerd de eerste populatie langoorhaasratten op het vasteland op te zetten, maar beide keren werd geen succes bereikt. Het 1113 hectare grote reservaat bevindt zich in het oosten van Zuid-Australië aan de zuidoostelijke rand van het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de langoorhaasrat. In oktober 1991 werd een eerste reïntroductiepoging ondernomen met veertien dieren. In november 1992 vond een tweede poging plaats met tien dieren. Beide keren vielen de langoorhaasratten ten prooi aan vossen die het gebied waren binnengedrongen en uilen.
Venus Bay Conservation Park Het Venus Bay Conservation Park bevindt zich aan de westkust van het Eyre Peninsula tussen de plaatsjes Streaky Bay en Elliston en het heeft een oppervlakte van 1.460 hectare. Het park richt zich op de reïntroductie van verschillende bedreigde diersoorten in het gebied. Vier diersoorten zijn inmiddels gereïntroduceerd in het Venus Bay Conservation Park: de Australische griel (Burhinus grallarius), de borstelstaartratkangoeroe (Bettongia penicillata), de langoorbuideldas (Macrotis lagotis) en de langoorhaasrat. Tussen september 1995 en mei 1996 werden 102 langoorhaasratten uitgezet in het park. Een deel van de dieren was afkomstig uit een fokprogramma van de Monarto Zoo, een ander deel werden vanaf Reevesby-eiland naar het Venus Bay Conservation Park verhuisd. Hoewel enkele dieren al spoedig overleden, overleefden de meeste langoorhaasratten de eerste zes maanden en paringen vonden plaats. Kort na het eerste halfjaar stortte de populatie echter in vanwege predatie door verwilderde katten en de reïntroductie van langoorhaasratten in het Venus Bay Conservation Park werd als mislukt beschouwd. In de toekomst zal een tweede poging worden gewaagd wanneer het gelukt is om verwilderde katten binnen het park uit te roeien.Venus Bay Ecological Restoration
Arid Recovery Reserve