De Landoorlog (Engels: Land War; Iers: Cogadh na Talún) was een periode van woelingen en onrust op het platteland van Ierland, met name in de periode 1870-1890. De Irish National Land League richtte zich op het verbeteren van de positie van pachters met als uiteindelijk doel de overdracht van het land van landheren, met name van de afwezige landheren, aan pachters. Hoewel er vele gewelddadige incidenten waren en er verschillende doden vielen, was het geen echte oorlog maar meer een lange periode van onrust.
Achtergrond Tijdens een openbare bijeenkomst in februari 1870 had de Land Conference een aantal resoluties aangenomen. Niet alleen werden de grillige en willekeurige uitzettingen veroordeeld, ook werden een aantal belangrijke eisen gesteld: Langlopende pachtcontracten voor de grondgebruiker Uitzetting alleen bij niet-betaling van de huur Recht van verkoop en/of compensatie van de investeringen, aangebrachte verbeteringen en overige belangen van de vertrekkende pachter De oprichting van speciale plaatselijke rechtbanken ter beoordeling en vaststelling van een redelijke huurIreland:From Our Own Correspondent; The Times; 4 Feb 1870; pg8 col A
Op dat moment hadden Ierse pachters buiten Ulster heel weinig wettelijke rechten. Pachtboeren hadden geen recht op een schriftelijk pachtcontract en na de pachtperiode (doorgaans 12 maanden) kon men zonder meer uit de boerderij gezet worden. Bij uitzetting had een pachtboer geen recht op compensatie voor de aangebrachte verbeteringen, iets waar men in Ulster en Groot-Brittannië wel recht op had. Het was ook niet mogelijk een pachtcontract te verkopen of over te dragen, wat opvolging in het bedrijf ernstig bemoeilijkte. De zogenaamde Ulster Custom gaf deze rechten wel aan pachters maar was feitelijk een bovenwettelijke regeling met als doel meer actieve en rijkere pachters aan te trekken. Godkin J., "The Land-War In Ireland A History For The Times" (1870), e-text on-line gepubliceerd door Project Gutenberg. Laatst bezocht 4 januari 2014
Irish Land Act 1870 In februari 1870 presenteerde de premier William Ewart Gladstone een wetsvoorstel genaamd "Act to amend the Law relating to the Occupation and Ownership of Land in Ireland", met de formele titel Landlord & Tenant (Ireland) Act 1870. Deze wet werd relatief snel al in augustus van dat jaar aangenomen door het parlement. Effect van de wet was de hervorming van een aantal contractuele onderdelen die met name unfair uitpakten in die gevallen waar de pachtboerderij wel winstgevend was.De meeste boerderijen hadden zuiver als taak de familie te voeden en in leven te houden. Winst maken was bijzaak. Boerderijen die wel winst maakten kregen vaak te maken met sterk verhogingen van de pacht waardoor de winsten uiteindelijk in de zak van de landheer verdwenen. Gladstone had namelijk ontdekt dat Ierse en Engelse pachters verschillende rechten hadden en met deze wet probeerde hij deze gelijk te trekken. Gladstone Feb 1870; first reading of Bill Laatst bezocht 4 januari 2014
Ongelukkigerwijs werden de hervormingen van 1870 minder relevant door de verslechterende economische situatie in het daarop volgende decennium. De prijzen voor landbouwproducten en derhalve de winst op die producten waren goed geweest in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw. De Ierse pachters waren daardoor akkoord gegaan met hogere pachtprijzen. Deze goede periode werd gevolgd door een periode met lage wereldprijzen, slecht weer en slecht oogsten in heel Europa na 1874, een periode die ook wel de Grote Depressie wordt genoemd. Nieuwe bronnen werden aangeboord: tarwe werd geïmporteerd uit Oekraïne en de Verenigde Staten en gekoeld vlees werd geïmporteerd uit Argentinië en Australië. Dit hield de prijzen laag voor producenten in Europa. De moord, in Carrigart op 2 april 1878, op de impopulaire landheer William Clements, derde graaf van Leitrim, is volgens Malcomson en anderen de stoot geweest die de Landoorlog op gang bracht. De drie plegers van de moordaanslag gingen vrijuit wegens gebrek aan bewijs omdat niemand tegen hen wilde getuigen.Malcomson APW, Virtues of a Wicked Earl (Four Courts Press, Dublin 2008)
De Grote Depressie leidde tot veel geweld, oproer en massale gedwongen uitzettingen toen de Ierse pachters niet meer in staat of bereid waren om hun pacht te betalen. Dit was met name het geval in Connacht, waar de grond van mindere kwaliteit is, het weer natter is, de boeren armer waren en er minder Royal Irish Constabulary aanwezig waren. De eerste Monster Meeting (een zeer massale protestbijeenkomst) van pachtboeren werd dan ook gehouden in Claremorris in County Mayo, op 20 april 1879. Dit werd gevolgd door een lokale, maar ernstige, hongersnood van 1879 die met name Connacht trof.
Land League, 1879 thumb|Uitzetting van een pachtboer op het Vandeleur landgoed in County Clare, ca. 1880/1890 thumb|Ierse pachters uitgezet in Moyasta, County Clare gedurende de Land War, ca.1879. In 1879 werd de Irish National Land League (doorgaans afgekort tot Land League) opgericht door Michael Davitt, een voormalig lid van de Irish Republican Brotherhood en een radicale politicus. In eerste instantie streefde de Land League naar hervormingen zoals de "drie F's": Fair Rent, Fixity of Tenure, Free Sale. Dit werd bereikt in de periode 1870-1881, toen de Britse regering toegaf en deze eisen wettelijk regelde. Met Charles Stewart Parnell, de leider van het gematigde Iers nationalisme en de Irish Parliamentary Party, als president, verenigde het ook agrarische activisten als William O'Brien, John Dillon, Timothy Healy en Willie Redmond. Als gevolg van het No Rent Manifesto (Ned.: Manifest tegen de Pacht), in de gevangenis geschreven door Parnell en O'Brien, verschenen in oktober 1881, betaalden veel pachtboeren hun pacht niet aan de landheer. Daarentegen betaalden zij het volle bedrag aan lokale Land League-medewerkers of de plaatselijke pastoor, waarna deze met de landheer in onderhandeling ging over verlaging van of korting op de uitstaande pacht. Hoewel de Land Commission, ingesteld na invoering van de Land Law (Ireland) Act 1881, op juridische wijze de pacht had vastgesteld, zochten de pachters vanwege de landbouwcrisis verdere kortingen op de pacht.
De traditionele opvatting is dat de Landoorlog geleid heeft tot de verdrijving van de Protestant Ascendancy (protestantse dominantie), een dominante klasse van protestantse grootgrondbezitters, geestelijken en beoefenaars van vrije beroepen (een minderheid in Ierland), en de afwezige landheren. Deze Ascendency ging als groep achteruit sinds de grote hongersnood in de jaren 1840-1849. Velen kwamen in de problemen doordat eerder overeengekomen pachten niet betaald konden worden als gevolg van de prijsval voor agrarische producten na 1874. Sommige landheren gingen de problemen van hun pachters te lijf door het genereus verlagen van de pachten terwijl andere landheren stug vasthielden aan de gesloten overeenkomsten en hun eigendomsrechten en pachten afdwongen. Een flink aantal landheren had inmiddels een fors bedrag aan onbetaalde pacht uitstaan terwijl zij zelf een hypotheek op hun landgoed moesten zien te betalen. Sinds de hongersnood waren er veel nieuwe landheren bijgekomen. Veel van hen waren katholiek maar werden gewantrouwd vanwege hun rijkdom. Een onderzoek in 1872 onder de 4000 grootste landheren toonde aan dat 29% daarvan buiten Ierland woonde. Op dat moment was 43% van de grondbezitters katholiek, maar de rijksten waren voornamelijk Anglicaans.2003 Paper by L. Perry Curtis Bron niet identificeerbaar.
Pachtstakingen leidden vaak tot gedwongen uitzettingen. Leden van de Land League verzetten zich massaal tegen de uitzettingen gedurende de landoorlog, met als gevolg dat gerechtelijke uitzettingsbevelen afgedwongen moesten worden met behulp van de semi-militaire Royal Irish Constabulary (RIC). Als represaille voor de uitzettingen zijn een aantal landheren, rentmeesters en politiemannen vermoord. Ook werden er aanvallen uitgevoerd op ondersteunende getuigen, hun bezittingen en dieren. Als antwoord op dit geweld werd het Britse leger regelmatig ingezet om de RIC te ondersteunen, recht en orde te herstellen en de uitzetting af te dwingen door een beroep te doen op speciaal aangenomen dwangwetten. Voor de protesterende pachters werkten deze wetten als een staat van beleg terwijl hun opponenten het zagen als de enige manier om hun rechten te beschermen.
Boycot als strijdmethode De meest effectieve strijdmethode van de Land League was de boycot, dat zijn naam ontleend heeft aan de actie tegen de impopulaire rentmeester Charles Boycott die door de bevolking in het zuiden van County Mayo totaal geïsoleerd en buitengesloten werd. Het middel van de boycot werd ook ingezet tegen mensen die hun pacht wilden betalen tijdens een pachtstaking, tegen de politie maar ook tegen winkels en bedrijven die zaken bleven doen met mensen die geboycot werden. De boycots waren doorgaans zeer effectief, want ze waren volledig legaal, geweldloos en een duidelijke vorm van vergelding. Niemand werd gedwongen deel te nemen aan een boycot en deelname was een vrijwillig, persoonlijk besluit. Als gevolg hiervan was er geen juridische oplossing mogelijk aangezien de bevolking gewoon het recht had niet te handelen of te verkopen, niet te socialiseren en/of geen vriendschappen te onderhouden met degenen die geboycot werden. Maar personen die een boycot doorbraken en hun families, konden verwachten dat ze zelf ook aangepakt zouden worden. De gehanteerde maatregelen konden afhankelijk van de ernst variëren van gemeden worden, geïsoleerd worden of zelf geboycot worden. Op die manier werd de boycot een uiterst effectief middel om misstanden aan te pakken waarbij mensen die van mening waren dat zij verkeerd behandeld werden terug konden slaan op een vrijwillige, geweldloze en legale wijze.
Een minderheid gebruikte geweld en bedreigingen tegen boycot-brekers om medewerking af te dwingen. Een voorbeeld hiervan was de moord op Peter Dempsey in 1881. Dempsey was een pachtboer nabij Loughrea die een boerderij had overgenomen van een uitgezette pachter. Hij werd doodgeschoten toen hij met zijn twee dochters op weg was naar de mis.
De boycot was met name effectief op het platteland van Ierland. De sociale isolatie als gevolg van uitstoting maakte het erg moeilijk om voedsel en andere benodigdheden te kopen; voldoen aan de eisen voor opheffing van de boycot of het verlaten van de gemeenschap waren de grimmige opties.
Parallel geweld Gelijktijdig met de landoorlog waren ook kleine, militante nationalistische groepen, zoals de Irish National Invincibles, actief, die met hun daden de spanningen nog verergerden. De Irish National Invincibles was bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de moorden in het Phoenix Park, de moord op twee hoge ambtenaren, in 1882. In hetzelfde jaar werden de moorden op gerechtsdeurwaarders nabij Lough Mask en op loyalisten in Maumtrasna en Castleisland breed uitgemeten in de pers. Nationalisten en leden van de Land League beweerden dat de processen in deze zaken oneerlijk was omdat de jury welbewust samengesteld was uit mensen met een pro-overheid standpunt en dat de verkeerde mensen veroordeeld en geëxecuteerd werden. Hun tegenstanders beweerden dat de families van de slachtoffers recht hadden op een schadeloosstelling.