Oreste Piccioni (Siena, 24 oktober 1915 – Rancho Santa Fe, 13 april 2002) was een natuurkundige uit Italië die belangrijke bijdragen aan de deeltjesfysica heeft geleverd.

Piccioni begon in 1934 met studeren aan de Scuola Normale Superiore di Pisa, maar ging nog datzelfde jaar naar Rome, naar de Universiteit La Sapienza. Hij studeerde onder Enrico Fermi en was in 1938 een van de laatste Italiaanse natuurkundigen, die bij Fermi promoveerden op een onderwerp over de kosmische straling. Hij bleef in de Tweede Wereldoorlog in Italië, waar hij onder moeilijke omstandigheden, in de kelder van een middelbare school en met weinig middelen fundamenteel onderzoek verrichtte. De mesonen die door de kosmische straling worden gemaakt werden in die tijd mesotronen genoemd. Piccioni, Marcello Conversi en Ettore Pancini konden vaststellen dat deze mesotronen niet de drager waren van de sterke kernkracht. Later werd gevonden dat deze deeltjes de muonen moesten zijn, die behalve de massa dezelfde eigenschappen als het elektron heeft. Hij emigreerde in 1946 als postdoc naar de Verenigde Staten, waar hij met Bruno Rossi begon te werken aan het Massachusetts Institute of Technology MIT, maar ging daarna naar het Brookhaven National Laboratory BNL in Upton, Long Island, New York. Hier werkte hij aan de bouw van het Cosmotron, het proton-synchrotron van het BNL, waarbij hij aan de techniek werkte voor de extractie, het transport en het sterk focussen van bundels hoogenergetische deeltjes met magnetische quadrupoollenzen. Het antiproton werd later in 1955 met deze techniek gedetecteerd.

Hij bleef vanuit zijn achtergrond als onderzoeker van kosmische straling belangstelling houden voor de zoektocht naar het antiproton. Het maximale vermogen van het in 1953 gereed gekomen Cosmotron was te klein om eventueel mogelijke antiprotonen te creëren. Daarom bezocht Piccioni eind 1954 het concurrerende Rad Lab van de Universiteit van Californië - Berkeley UCB,Het laboratorium was in 1954 nog het Radiation Laboratory van de Universiteit van Californië - Berkeley UCB, maar het werd na het overlijden in 1958 van Ernest Lawrence van naam veranderd in Lawrence Berkeley National Laboratory. waar eerder het Bevatron in werking was gesteld, een proton-synchrotron met wel het nodige vermogen. Hij besprak daar met Emilio Segrè, een voormalig lid van Fermi’s groep in Rome, Owen Chamberlain en Clyde Wiegand de techniek van de quadrupoollenzen. Segrè en Chamberlain ontdekten met het Bevatron in 1955 inderdaad het antiproton, maar omdat Piccioni niet bij het experiment zelf direct was betrokken werd hij niet als medeontdekker genoemd. Segrè en Chamberlain kregen in 1959 de Nobelprijs voor Natuurkunde voor deze ontdekking, maar bij de prijsuitrijking werd de bijdrage van Piccioni nog wel erkend. Piccioni heeft in 1972 nog een rechtszaak aan tegen Segrè en Chamberlain aangespannen, waarin hij $125.000 schadevergoeding en publieke erkenning van zijn bijdrage vroeg. Zijn klacht werd ongegrond verklaard omdat de zaak inmiddels was verjaard. Enige genoegdoening kreeg Piccioni doordat hij in 1956 samen met Bruce Cork, Glen Lambertson en William Wenzel het antineutron ontdekte.

Piccioni ging in 1960 naar de Universiteit van Californië - San Diego UCSD, waar zijn onderzoeksgroep de eerste metingen verrichtte aan het massaverschil van het neutrale kaon. Hij ging in 1986 met emeritaat, maar bleef actief als gastlezer en bleef onderzoek doen naar fundamentele problemen in de kwantummechanica. Hij werd in 1999 onderscheiden met de Matteucci-medaille van de Società Italiana delle Scienze, de academie van wetenschappen in Italië.

Piccioni, Oreste