Beginperiode: 1934 – 1939255pxDe Parita gestrand bij Tel Aviv, augustus 193926 juli 1934: het vertrek van de Velos luidt het begin in van de Aliyah Betmaart 1937: de immigraties worden na tweeënhalf jaar met Operatie Af Al Pi hervat29 april 1939: de Hagana richt de Mossad Le'Aliyah Bet op23 mei 1939: in de MacDonald White Paper wordt het definitieve Britse immigratiebeleid verwoordTweede Wereldoorlog: 1939 – 1945255pxBritse soldaten enteren de Sakarya, februari 194025 november 1940: het deportatieschip de Patria wordt gesaboteerd door de Hagana24 februari 1942: de Stroema wordt getorpedeerd voor de kust van Turkije6-11 mei 1942: in de Biltmoreconferentie worden plannen gemaakt voor de vorming van een onafhankelijke Joodse staat24 juni 1944: David Ben-Gurion lanceert het One Million PlanBricha: 1945 – 1948255pxOpvarenden van de Exodus 1947, juli 194720 oktober 1945: de eerste schepen van de Palestine Patrol worden ingezet8 mei 1946: in de slotfase van de La Spezia-affaire emigreren ruim 1000 Joden legaal naar Palestina14 augustus 1946: het eerste kamp in Cyprus wordt in gebruik genomen14 februari 1947: de Britten besluiten tot een beëindiging van hun mandaatschap over Palestina18 juli 1947: de Exodus 1947 arriveert in Haifa29 november 1947: de door de Verenigde Naties voorgelegde resolutie voor een verdelingsplan wordt aangenomen14 mei 1948: Israël wordt uitgeroepen tot een onafhankelijke staat De Aliyah Bet (Hebreeuws: , 'aliyah B') of Ha'apala (, 'vermetel pogen') was de illegale immigratie van Joden in het mandaatgebied Palestina van 1934 tot 1948. Het overgrote deel van de meer dan 100.000 betrokken immigranten, ook ma'apalim genoemd, was afkomstig uit Europa en maakte de reis per schip.
Als gevolg van aanhoudende onlusten tussen Joden en Arabieren in Palestina legde de Britse mandaatregering de legale immigratie steeds verder aan banden. Door de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland vluchtten grote groepen Joden naar Palestina en nam de Aliyah Bet zijn aanvang. De zionistische jeugdbeweging HeHalutz en revisionistisch-zionistische groeperingen als de Betar voerden vanaf 1934 de eerste clandestiene reizen over zee uit. In 1939 bracht de Britse regering een witboek uit waarin zij het immigrantenquotum verlaagde naar 75.000, gespreid over vijf jaar. In datzelfde jaar werd de Mossad Le'Aliyah Bet opgericht, een eenheid van de Hagana die de immigraties over zee doeltreffender zou gaan organiseren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de organisatie van de illegale scheepsreizen ernstig bemoeilijkt. De Hagana trof in deze periode voorbereidingen voor de Bricha, de massale migratie van Holocaust-overlevenden. Na de oorlog bereikte de Aliyah Bet zijn hoogtepunt toen meer dan 70.000 Joodse vluchtelingen in overvolle schepen richting Palestina reisden. De Royal Navy onderschepte het grootste deel van de immigranten en deporteerde hen naar interneringskampen in Atlit en Cyprus. In de naoorlogse periode wisten slechts twaalf schepen met ruim tweeduizend immigranten aan boord de Britse blokkade te doorbreken.
Gebeurtenissen als het zinken van de Patria en de Stroema, de La Spezia-affaire in Italië en de deportatie naar Duitsland van de opvarenden op de Exodus 1947, trokken de belangstelling van de internationale pers. De Mossad Le'Aliyah Bet gebruikte die publiciteit in haar voordeel en zette almaar grotere schepen in. Duizenden vluchtelingen werden voor de ogen van de wereld gearresteerd en de publieke opinie keerde zich tegen de Britse mandaatregering. In 1947 riep zij de hulp in van de Verenigde Naties, die besloten tot een verdeling van Palestina in twee onafhankelijke staten. De onafhankelijkheid van de nieuwe Joodse staat Israël werd op 14 mei 1948 afgekondigd. De Aliyah Bet wordt sindsdien herdacht middels exposities, monumenten en tal van cultuuruitingen.
Etymologie De Hebreeuwse term aliyah, in het Nederlands ook wel getranslitereerd als alia, is afgeleid van alah (), dat letterlijk 'opstijgen', 'omhooggaan' of 'klimmen' betekent. Bible Hub: Alah Het is van oorsprong een Tenachische term voor het opstijgen naar een heilige plaats. Palestina is voor Joden het Beloofde Land, het Erets Israel ('Land Israël'), en daarom het heiligste land. De Rabbijnse literatuur adopteerde de term aliyah om de emigratie naar het oorspronkelijke Israël aan te duiden vanuit de verschillende landen van de Joodse diaspora, zoals Egypte, Babylonië en het Assyrische Rijk. Forward.com: Move On Up, The Forward. Gearchiveerd op 18 oktober 2011.
Bet () is de letter B in het Hebreeuws alfabet en staat in de term Aliyah Bet als afkorting voor bilti-legalit (), wat letterlijk 'illegaal' betekent. , A Pedigreed Jew: Between There and Here – Kovno and Israel (Amberley Publishing Limited, 2016) Aliyah Bet is derhalve een codenaam die de feitelijke betekenis moest verhullen: de illegale emigratie naar Palestina. Het is daarnaast een woordspeling; de Joodse gemeenschap in Palestina noemde de legale immigratie zoals toegelaten in het Britse witboek de Aliyah Alef, waarbij Alef () staat voor de eerste letter in het Hebreeuws alfabet. , Operatie Exodus (Het Spectrum, 2011) Daar de Britse quota te laag waren in de ogen van de zionisten, was de Aliyah Bet het 'Plan B'.
Voorgeschiedenis (tot 1934) thumb|Zitting van het eerste Zionistische Congres in 1897
Volgens de Joodse traditie begon hun diaspora met de val van het koninkrijk Israël in de 8e eeuw v.Chr., gevolgd door die van het koninkrijk Juda in de 6e eeuw v.Chr. In de middeleeuwen hadden de Joden zich verspreid in Europa, het Oostblok en de Arabische wereld. Nadat antisemitisme overal in Europa de kop op had gestoken, maakten kleine Joodse groepen rond 1880 de eerste kleinschalige alia's naar het Ottomaanse Palestina. , En zij werden verstrooid onder alle volken (La Rivière & Voorhoeve) Zij noemden zichzelf de jisjoev (: 'nederzetting').
In augustus 1897 werd tijdens het eerste Internationale Zionistische Congres in Bazel een programma aangenomen om in Palestina een Joods thuisland te vestigen. Voor de realisatie van dit doel richtten Theodor Herzl en Nathan Birnbaum de Zionistische Organisatie (ZO) op.Tegenwoordig de Zionistische Wereldorganisatie , Zionism & The British In Palestine (University of Maryland, 2007) In 1908 werd vervolgens de Palestine Zionist Executive opgericht, een onderdeel van de ZO dat was belast met het faciliteren van emigraties naar Palestina, de aankoop van grond en het bepalen van het algemene zionistische beleid. Organisaties als de Bilu, de Hovevei Zion en de HeHalutz richtten agriculturele communes op in Palestina, de eerste voorlopers van de kibboetsen die vanaf 1910 verspreid in het land werden gebouwd. , The Kibbutz: Awakening from Utopia (Rowman & Littlefield, 2000)Vanaf 1921 werden ook mosjavs gebouwd. Dit waren vergelijkbare landbouwnederzettingen, maar met een andere vorm van organisatie.
Brits mandaatschap thumb|De Balfour-verklaring afgedrukt in The Times, 9 november 1917
Het Ottomaanse Rijk was een van de Centrale mogendheden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Met het oog op een eventuele overwinning planden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 1916 het toekomstig bestuur van het gebied in het Sykes-Picotverdrag. Zij besloten bij voorbaat dat ze geen onafhankelijk Arabisch bestuur zouden erkennen. Een ander document dat de toekomst van Palestina betrof was de Balfour-verklaring van 2 november 1917. Hierin gaf de Britse regering te kennen dat zij de zionistische plannen voor een "Joods nationaal tehuis" zou ondersteunen, een belofte die resulteerde in een grootscheepse alia van Joden naar Palestina. Zowel het Sykes-Picotverdrag als de Balfour-verklaring strookten niet met eerdere toezeggingen in de Hoessein-McMahoncorrespondentie, een briefwisseling tussen Sir Henry McMahon, de Britse Hoge Commissaris in Egypte, en Hoessein bin Ali, de Sjarief van Mekka. Hierin beloofde McMahon de Arabieren grote gebieden in het Midden-Oosten. Palestina werd hierbij niet uitgezonderd. MidEastWeb.org: McMahon-Hussein Correspondence, 1915. Gearchiveerd op 14 december 2021.
Op 10 augustus 1920 werd in het Verdrag van Sèvres het mandaat over Palestina aan het Verenigd Koninkrijk toegekend. In dit verdrag werd de tekst van de Balfour-verklaring letterlijk opgenomen. Aanvankelijk legde het Britse mandaatbestuur geen beperkingen op aan de Joodse immigratie, maar bood de jisjoev ook weinig militaire hulp. Een van de Joodse milities die de kibboetsen beschermde tegen Arabische overvallen was de Hagana (: 'defensie'). Deze in juni 1920 door de Palestine Zionist Executive opgerichte organisatie zou een belangrijke rol gaan spelen in de Aliyah Bet., p. 8
Eerste restricties op immigratie Vijandelijkheden tussen Joden en Arabieren leidden in mei 1921 tot gewelddadige onlusten in Jaffa. De Britse regering trachtte het Arabische verzet te temperen door op 3 juni 1922 de Churchill White Paper te publiceren. In dit witboek werden de eerste restricties op de Joodse immigratie gelegd. Tekst van de Churchill White Paper op The Avalon Project PBS.org: Frontline - Shattered Dreams of Peace; Historic Documents Jewish Virtual Library: Churchill White Paper. Gearchiveerd op 29 november 2021. De Zionistische Organisatie ondernam weinig actie tegen dit nieuwe Britse beleid. Ze'ev Jabotinski stapte in 1923 daarom uit het bestuur en vormde een nieuwe, extremistische factie: het revisionistisch zionisme. In datzelfde jaar richtte hij de jeugdbeweging Betar op en twee jaar later de Palestijnse politieke partij HaTzohar.
Aanvankelijk was het effect van het Britse witboek op de alia's naar Palestina nog minimaal. Mede als gevolg van de economische crisis en toenemend antisemitisme in Polen groeide de jisjoev-bevolking in de periode tussen 1924 en 1929 van 90.000 tot bijna 150.000. Jewish Virtual Library: Fourth Aliyah Toen de invloedssfeer van het nationaalsocialisme zich uitbreidde naar Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije, arriveerde vanaf 1929 een volgende golf Joodse vluchtelingen in Palestina.
thumb|Immigratiecertificaat verstrekt op 16 september 1935 in Warschau door de Jewish Agency for Palestine Op last van de Britse mandaatregering werd de Palestine Zionist Executive op 11 augustus 1929 gereorganiseerd. Zij veranderde haar naam hierop in de Jewish Agency for Palestine., p. 5Na de onafhankelijkheidsverklaring werd de naam veranderd in de Jewish Agency for Israel. Nadat de onlusten in Palestina in 1929 een nieuw hoogtepunt hadden bereikt, legden de Britten in de Passfield White Paper van 20 oktober 1930 verdere beperkingen op aan de Joodse immigratie. De Jewish Agency werd aangewezen als de officiële instantie voor de regulering van de immigraties. The Avalon Project: Anglo-American Committee of Inquiry - Chapter III Jewish Virtual Library: The Passfield White Paper De Britten bepaalden per half jaar de quota van de certificaten op basis van de behoeftes op de Joodse arbeidsmarkt. Alleen immigranten met een door de Jewish Agency verstrekt immigratiecertificaat werden in Palestina toegelaten, overige immigratie werd beschouwd als illegaal. Ongeveer 20.000 Joden gebruikten daarop toeristenvisa om zich permanent in Palestina te vestigen. Nog eens duizenden werden in het land toegelaten na het sluiten van een schijnhuwelijk.
Teleurgesteld door de gematigde houding van de Jewish Agency tegenover de Arabische oppositie en het Britse mandaatbestuur splitste een grote groep zich af van de Hagana. Onder leiding van Avraham Tehomi vormde zij in 1931 de Etsel. Deze revisionistisch zionistische terreurbeweging voerde onder andere door middel van bomaanslagen actief verzet tegen zowel de Arabieren als de Britten., p. 10
Beginperiode (1934 – 1939)