thumb|120px|Graafschap Nassau Het wapen van Nassau wordt gebruikt door leden van de familie Nassau. Het wapen van Nassau wordt als stamwapen gebruikt voor de Nederlandse en de Luxemburgse koninklijke familie. Het wapen is al bekend vanaf de 12e eeuw onder historici.

Historie van het geslachtswapen In 1120 bouwde Rupert I, graaf van Laurenburg, de burcht Nassau. In 1193 werd zijn zoon (mogelijk ook: kleinzoon) Walram I graaf van Nassau. Zijn zoon Hendrik de Rijke was de vader van onder anderen Walram II en Otto:

Rupert I, was de (groot)vader van: Walram I was de vader van: Hendrik de Rijke was de vader van onder anderen Walram II en Otto

De graven van Laurenburg voerden al een rechtsgewende gouden leeuw in een (blauw) veld.Von Hefner, O.T. (1857) Siebmacher's Wappenbuch. Nürnberg: Verlag von Bauer und Raspe. Zie de digitale versie op books.google.de Het oudst bekende zegel van Nassau is van Walram I in 1198.Dek, Dr.A.W.E. (1970) Genealogie van het vorstenhuis Nassau. Zaltbommel: Europese Bibliotheek. Dit zegel, en ook dat van zijn zoon Hendrik in 1220 was nog niet door blokken omgeven. In 1246 zegelde dezelfde Hendrik wel met de gouden blokjes, waarbij het aantal nog niet vaststond tot 1785 (zie hieronder).

thumb|Wapen van Walramse liniethumb|Wapen van Ottoonse linie

Zijn twee zoons, Walram II en Otto, verdeelden in 1255 het Nassau eigendom. Walram kreeg het gebied ten zuiden van de Lahn en Otto het gebied ten noorden van de Lahn. Sindsdien zijn zij de stamvaders van de Walramse en respectievelijk Ottoonse linie, die aanvankelijk nog hetzelfde wapen voerden. In 1353 kreeg de Walramse linie van de paltsgraaf Ruprecht I het recht een verschillend helmteken te voeren. Dit helmteken bestond uit twee buffel- of ossenhorens van azuur met elk 3 gouden blokjes boven elkaar, met daartussen een aanziend gestelde, zittende en rood gekroonde, gouden leeuw. De Ottoonse linie voerde als helmteken een “vlucht” (= vleugel) van sabel beladen met een gebogen schuinbalk van argent met drie lindebladeren met de steel omhoog van sinopel.

In de jaren 1783 en 1785 legden beide linies in een aantal verdragen vast dat de gouden leeuw rode tong, kroon, en nagels kreeg, en dat er gouden blokjes omheen staan in een 2-2-2-1-verdeling.

Walramse linie In een van de zijtakken (Johan II van Nassau-Saarbrücken en zijn nakomelingen) werd vanaf 1450 (uitgestorven 1574) het Nassau geslachtswapen aangepast gevoerd: de leeuw in het wapenschild droeg een rode kroon. Deze rode kroon kwam ook in andere takken voor in de loop der eeuwen.

In 1653 veranderde Gustaaf Adolf van Nassau-Saarbrücken (de tweede tak Saarbrücken) zijn Nassau geslachtswapen door de leeuw een gouden kroon en rode tong en nagels te geven.

Ottoonse linie De Ottoonse linie bleef lange tijd het originele geslachtswapen voeren met gouden leeuw in een azuur veld met gouden blokjes, en vanaf 1785 de rode tong, kroon, en nagels. In 1815 veranderde Koning Willem I dit wapen door de leeuw een gouden kroon te geven, en (naar de Generaliteitsleeuw) een zwaard in zijn rechterhand en een bundel pijlen, met gouden punten en een gouden lint eromheen, in zijn linkerhand. Hij stelde dit wapen gelijk aan het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden.

In 1907 paste Koningin Wilhelmina dit wapen aan (zowel voor het geslacht als het land): de kroon van de leeuw werd gedefinieerd met 3 bladen en 2 parelpunten, de pijlen werden in aantal 7.

Beschrijving van het wapen van Nassau Samengevat is de beschrijving van het geslachtswapen van Nassau als volgt: Een rechtsgewende gouden leeuw in een azuur (blauw) veld — al door het voorgeslacht in de 12e eeuw Het veld is bezaaid met blokjes van goud — vanaf 1246 De blokjes zijn geordend: 2-2-2-1 — vanaf 1785 De leeuw heeft een tong, kroon, en nagels van keel (rood) — vanaf 1785

Walramse linie Als helmteken twee buffel- of ossenhorens van azuur met elk 3 gouden blokjes boven elkaar, met daartussen een aanziend gestelde, zittende en keel (rood) gekroonde, gouden leeuw — vanaf 1353

Ottoonse linie Als helmteken een “vlucht” (= vleugel) van sabel (zwart) beladen met een gebogen schuinbalk van zilver met 3 lindebladeren met de steel omhoog van sinopel (groen) De leeuw heeft in zijn rechterhand een zwaard en in zijn linkerhand een bundel pijlen, met gouden punten en een gouden lint eromheen — vanaf 1815 De kroon van de leeuw heeft 3 bladen en 2 parelpunten — vanaf 1907 De leeuw heeft 7 pijlen vast (zoals beschreven) — vanaf 1907

Tak van Walram Het wapen van de Roomse koning van 1292 tot 1298

Het wapen van Nassau-Saarbrücken van 1381 tot 1572

Na het uitsterven van de graven van Mehrenberg in 1328 werden hun bezittingen verenigd met het graafschap Nassau. In 1381 werd het belangrijke graafschap Saarbrücken door huwelijk verkregen. Dit graafschap was voortaan de belangrijkste bezitting van de graven.

Het wapen van Nassau-Saarbrücken van 1572 tot 1656

De successie van de graven van Meurs-Saarwerden verliep niet soepel. Deze graven waren afkomstig uit een zijtak van de graven van Meurs en waren niet in het bezit van het graafschap. De opname van het wapen van Mörs had dan ook geen staatkundige betekenis. Het graafschap Saarwerden werd aanvankelijk ingelijfd door het het hertogdom Lotharingen, maar uiteindelijk in 1629 aan Nassau-Weilburg overgedragen. De heerlijkheid Lahr-Mahlberg, die ook deel uitmaakten van deze erfenis, kwam slechts gedeeltelijk aan Nassau: Mahlberg kwam aan het markgraafschap Baden en Lahr aan Nassau.

Het wapen van Nassau-Saarbrücken van 1656 tot 1806

De verandering van het wapen werd niet veroorzaakt door nieuwe aanwinsten. Het wapen van Mehrenberg werd voor 1572 al eerder gevoerd en het graafschap Weilnau was al in 1405 gekocht. De graven van Weilnau waren verwant met de graven van Diez en dat komt tot uiting in hun wapens. Weilnau voert het wapen van Diez met verwisselde kleuren.

Het wapen van de hertog van Dillingen

Vorst Lodewijk van Nassau-Saarbrücken was na de dood van zijn eerste vrouw getrouwd met een hofdame, Katharina Kest. Zij voerde sinds 1784 de titel rijksgravin van Ottweiler. In 1789 kocht Lodewijk voor haar de heerlijkheid Dillingen. Lodewijk XVI verhief de heerlijkheid op zijn verzoek tot hertogdom, waarna Margaretha de Franse titel hertogin van Dillingen ging voeren. Ook de kinderen uit deze verbintenis voerden de titel hertog of hertogin van Dillingen.

Het wapen van het hertogdom Nassau (1806-1866)

In 1797 werd de linker Rijnoever bij Frankrijk ingelijfd, waardoor de graafschappen Saarbrücken en Saarwerden verloren gingen. Deze velden verdwenen dus uit het wapen. In 1799 werd het graafschap Sayn-Hachenburg geërfd, waarna de bijbehorende titels en wapens werden ingevoerd: graaf van Sayn, graaf van Wittgenstein, heer van Homburg en heer van Freusberg. Wittgenstein en Homburg bleven echter in het bezit van de graven van Sayn-Witgenstein. In 1803 veranderde de samenstelling van het gebied door de Reichsdeputationshauptschluss ingrijpend. De heerlijkheid Lahr werd afgestaan aan het keurvorstendom Baden en het gebied werd uitgebreid met delen van de voormalige keurvorstendommen Trier, Palts en Keulen. Er werden titels en wapens bij bedacht: heer van Limburg en burggraaf van Hammerstein voor gebieden die van het keurvorstendom Trier afkomstig waren. Het graafschap Königstein was afkomstig van het keurvorstendom Mainz. Bij de vorming van de Rijnbond in 1806 werd de vorst van Nassau tot hertog verheven en de gebieden en wapens van de verdreven prins van Oranje werden toegevoegd: de graafschappen Katzenelnbogen en Diez. Het Congres van Wenen veranderde weinig aan de samenstelling. De gebieden van de prins van Oranje werden teruggegeven, maar later toch weer voor een deel bij Nassau gevoegd in ruil voor het groothertogdom Luxemburg. Na de oorlog van 1866 werd het hertogdom Nassau bij het koninkrijk Pruisen ingelijfd.

Groothertogdom Luxemburg van 1815 tot 1890

Groothertogdom Luxemburg van 1890 tot 1898

Groothertogdom Luxemburg vanaf 1898

Nadat de tak van Otto in 1890 met koning Willem III in mannelijke lijn was uitgestorven, werd de voormalige hertog van Nassau groothertog van Luxemburg. Het wapen dat ze gingen voeren greep terug op de wapens van voor 1789. Volledig nieuw is het wapen van het graafschap Vianden, dat gedurende lange tijd door de tak van Otto was gevoerd. Vanaf 29 juli 1898 tot 2000 waren wapens in gebruik waarin het eerste kwartier Nassau was. Op 23 februari 2001 werd een wijziging ingevoerd. Het eerste kwartier nu met Luxemburg, de rechtse schildhouder kreeg een extra staart en Luxemburgse vlaggen, het grote wapen geheel nieuw, zonder de kwartieren van Sayn, Diez, Weilnau enz.Armoiries, via: monarchie.lu

Tak van Otto Verwijzingen naar de armen hieronder kan gevonden worden op de verwijzing in de voetnoot.

Wapen van Nassau-Dillenburg van 1420

In 1420 erfde de graven van Nassau het graafschap Vianden. Hoewel dit graafschap niet zelfstandig was, maar deel uitmaakte van het hertogdom Luxemburg, waren titel en wapen van belang. Het wapen was gelijk aan dat van het hertogdom Neder-Lotharingen, dat door de hertogen van Brabant werd gevoerd.

Wapen van Nassau-Dillenburg van 1493

Na het uitsterven van de graven van Diez trad er een langdurige erfstrijd op, waarin Nassau een deel van het graafschap wist te verwerven. Ook de landgraven van Hessen namen Diez in hun wapen op. Uiteindelijk blijft Nassau in het bezit van een deel van het graafschap, terwijl het andere deel aan het keurvorstendom Trier valt.

Wapen van Nassau-Dillenburg van 1559

In de Katzenelnbogische Successieoorlog die uitbreekt na het uitsterven van de graven van Katzenelnbogen in 1479 en die decennialang voortduurt leed Nassau een gevoelig verlies. Het graafschap kwam geheel toe aan het landgraafschap Hessen. Nassau kreeg slechts het recht om de titel en het wapen te voeren.

Wapen van Oranje-Nassau van 1530

René van Nassau-Breda erfde in 1530 van zijn moeder Claudia van Chalon het prinsdom Oranje. Het wapen dat de prinsen van Oranje hebben gevoerd bestond uit de velden voor Oranje, Chalon en Genève. Het wapen van René bevatte ook de wapens van Bretagne en Luxemburg.

Wapen van Oranje-Nassau van 1581

Willem van Oranje volgde zijn neef in 1544 op. Het wapen van Oranje-Nassau veranderde tijdens zijn regering enkele malen. In 1548 huwde hij Anna van Buren, die haar vader in 1548 was opgevolgd als gravin. Door dit huwelijk werd Willem ook graaf van Buren. In 1581 verkreeg Willem het markizaat Veere en Vlissingen. Voor deze twee aanwinsten werd het wapen uitgebreid met kleine veldjes.

Alles bij elkaar is het wapen van Willem van Oranje als volgt opgebouwd. De vier grote kwarten, van linksboven met de klok mee: graafschap Nassau graafschap Katzenelnbogen graafschap Diez graafschap Vianden In het hartschild: Linksboven en rechtsonder: graafschap Chalon Rechtsboven en linksonder: prinsdom Oranje In het midden: graafschap Genève Boven het hartschild: markizaat Veere Onder het hartschild: graafschap Buren

Wapen van Oranje-Nassau van 1584

Na de dood van Willem I in 1584 werd hij opgevolgd in het prinsdom door zijn zoon Philips Willem. Deze voerde het wapen zonder de schilden voor Buren en Veere.

Wapen van Oranje-Nassau van 1618

Philips Willem werd opgevolgd door zijn halfbroer Maurits. Deze voerde een wapen met dezelfde opzet als dat van Rene van Nassau-Breda. Hij voerde als nieuw veld het wapen van het graafschap Mörs, dat hij in 1600 had verworven. In het hart plaatste hij het wapen van zijn moeder: hertogdom Saksen. Als eerste Oranje was Maurits Ridder in de Orde van de Kousenband, hij legde de kousenband dan ook rond zijn wapenschild.

Wapen van Oranje-Nassau van 1625

Dit is een van de vormen die prins Frederik-Hendrik voerde. De volgorde van Maurits kwam ook voor. Ook deze prins voerde in het hart van zijn wapen het schild van zijn moeder: familie Coligny.

Wapen van Oranje-Nassau van 1647