thumb|Vlag van de Vlaamse Gemeenschapscommissie De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) is een Nederlandstalig bestuur dat werkt onder het administratief toezicht van de Vlaamse Gemeenschap en dat bevoegd is voor taken van de Vlaamse Gemeenschap in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De Franstalige tegenhanger is de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF). Daarnaast bestaat er in Brussel nog een Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), die beide gemeenschapscommissies verenigt voor gezamenlijk beheerde bevoegdheden. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en diens Regering, zijn dan weer bevoegd voor de gewestmateries. De raden van de eentalige gemeenschapscommissies zijn samengesteld uit respectievelijk de Nederlandse en Franse Taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk parlement; de bij die taalgroep horende ministers en gewestelijke staatssecretarissen vormen de uitvoerende colleges.
De Vlaamse Gemeenschapscommissie bestaat sinds 14 juli 1989 als opvolger van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratieraad (NCC - 1971). De NCC was bij haar ontstaan vooral bedoeld als een alternatieve inrichtende macht, om het gebrek aan Vlaamse culturele initiatieven en onderwijs bij de Brusselse gemeenten op te vangen. Bij de omvorming naar VGC kwamen daar de domeinen bijstand aan personen en gezondheid bij. Het ontstaan van deze instellingen past in het proces van de verschillende staatshervormingen die België omvormden van een unitaire naar een federale staat.
Bevoegdheden De Vlaamse Gemeenschapscommissie is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor de zogenaamde gemeenschapsaangelegenheden: het betreft culturele materies, onderwijs en zogenaamde persoonsgebonden aangelegenheden (welzijn en gezondheid). Sinds 1 januari 1995 treedt de Vlaamse Gemeenschapscommissie ook op als inrichtende macht van de Nederlandstalige onderwijs- en welzijnsinstellingen van de voormalige provincie Brabant die gelegen zijn op het Brusselse grondgebied.
De Vlaamse Gemeenschapscommissie is alleen bevoegd voor instellingen die uitsluitend ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap. Niet voor personen, want de Brusselaars kunnen nooit verplicht worden om een keuze te maken voor een van beide gemeenschappen om uitsluitend in aanmerking te komen voor de diensten van de gekozen gemeenschap.
Concreet zijn deze instellingen onder andere: Bibliotheken: er zijn meer dan 20 Nederlandstalige openbare bibliotheken in Brussel, en Muntpunt, de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek. De openbare bibliotheken zijn gemeentelijke instellingen met uitzondering van de vzw Muntpunt. Gemeenschapscentra: Er zijn 22 gemeenschapscentra. Elke Brusselse gemeente heeft een gemeenschapscentrum, Brussel-stad telt er vier. Scholen: Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel telt ongeveer 100.000 kleuters, leerlingen en studenten. Een belangrijk onderscheid tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschapscommissie, is dat de VGC altijd moet handelen binnen het kader van de Vlaamse decreetgeving die van toepassing is in de betrokken materie. Dat wordt bewaakt door de administratieve toezichtsfunctie daarop, vanuit de Minister bevoegd voor Brussel in de Vlaamse regering. De VGC is dan ook een bestuursniveau dat het algemene Vlaamse beleid oriënteert en vormgeeft in functie van de specifieke lokale context van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, dat optreedt als inrichtende macht daar waar hiaten bestaan en dat Vlaams-Brusselse initiatieven subsidieert en ondersteunt.
Langs Franstalige zijde heeft de Franse Gemeenschap heel wat bevoegdheden op het vlak van gezondheid en welzijn, sportinfrastructuur en schoolvervoer overgedragen aan het Waalse gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van Brussel. Voor die materies vaardigt de COCOF eigen Franstalige Brusselse decreten uit en is zij volledig zelfstandig in het uitzetten van de beleidsvoering en wetgeving. Dat is een evolutie in de staatshervorming waar men langs Nederlandstalige zijde uitdrukkelijk niet voor gekozen heeft. Daar wil men de band tussen Vlaanderen en Brussel inzake gemeenschapsmateries niet loslaten.
Organen De Vlaamse Gemeenschapscommissie bestaat uit de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (ook weleens Vlaams-Brussels parlement en Vlaams-Brusselse regering genoemd).
De Raad telt 17 leden en bestaat uit de Nederlandse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, gevestigd in het gebouw aan de Lombardstraat 61-67. De Raad oefent zijn bevoegdheden uit door het uitvaardigen van verordeningen.
Het College is samengesteld uit de twee Nederlandstalige ministers en de Nederlandstalige staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Het Brusselse lid van de Vlaamse Regering woont de vergaderingen van het College met raadgevende stem bij. Het College neemt zijn besluiten collegiaal en bij consensus.
Dat veel-petten-model heeft tot gevolg dat het meermaals gebeurt dat iemand die in Brussel tot de oppositie behoort en dus het bestuursakkoord van het College verwerpt, als raadgevend lid toch kan deelnemen aan de werking van het College. Dat is en was in het recente verleden onder meer het geval met de Vlaamse ministers voor Brussel Cieltje Van Achter en Benjamin Dalle. Bij conventie wordt tot nu toe echter algemeen gerespecteerd dat de Vlaamse minister voor Brussel zijn of haar rol altijd terughoudend opneemt, dat men aanvaardt dat een meerderheid wel voor het College heeft gestemd en dat men deze rol niet ziet als instrument vanuit de oppositie.
Literatuur Daniël Buyle (red.), Twintig jaar Vlaamse Gemeenschapscommissie (1989-2009). Van bescheiden speler tot onmisbare partner in Brussel, 2009,
Externe links Vlaamse Gemeenschapscommissie Raad van de VGC