thumb|Hervormde kerk uit 1776 thumb|Freytag-orgel van Oostwold uit 1811 thumb|Hervormde pastorie uit 1771 thumb|Huningaheerd uit 1882 thumb|Dwarshuisboerderij Goldhoorn 33 uit 1895 thumb|Gereformeerde kerk uit 1930 thumb|Steenpers, kunstwerk door Hans Mes uit 1990 Oostwold is een dorp in de gemeente Oldambt in de Nederlandse provincie Groningen. Het behoorde van 1808 tot 1989 tot de gemeente Midwolda, daarna tot 2009 tot de gemeente Scheemda. Het dorp telt inwoners (). Oostwold is sinds 1991 een beschermd dorpsgezicht, dat in 2011 werd uitgebreid.
Bij Oostwold ligt Vliegveld Oostwold, gesticht in 1960.
Topografie Tot Oostwold behoren de buurtschappen Oostwolderpolder, Lutje Loug (vroeger Oude Zijl genoemd), Meerland en Ekamp (deels). Een deel van het Meerland (de Nieuweweg) en Ekamp maken sinds 2005 deel uit van het nieuwe dorp Blauwestad (maar hielden hun oude adressering), terwijl het gebied De Binnenlanden werd opgenomen in het Oldambtmeer. Het westelijke deel van Oostwold wordt ook wel Moushörn genoemd.
De polders rond Oostwold waren Kerkelaan (1558), Oud-Nieuwland (1665), Nieuwland (1701), Oostwolderpolder (1769), Finsterwolderpolder (1819) en Huninga-Meerland (1636, 1848). Tot de belangrijkste kanalen behoren Oude Geut en Molensloot, vroeger ook Goldhoorner Zwet, Koediep, Oude Ae, Meerlandse Uitwatering en Papegat.
Op het grondgebied van Oostwold ontstonden de waterschappen Huininga-Meerland (1848), De Groeve en Binnenlanden (1850), Oostwolderpolder (1863, gedeeltelijk) en Finsterwolderpolder (1863, gedeeltelijk). De taken van de watermolens en stoomgemalen in deze polders zijn overgenomen door het elektrische gemaal Oude Zijl en enkele kleinere gemalen.
Historische boerderijnamen zijn Dollardhof, Huningaheerd en Mascotte, recenter zijn de benamingen Christinahoeve, Demalihoeve, Erve Oostwold, Huninga's heem, Princehoeve en Landjuweel Rijlaarsdam.
Het dorp werd in de loop der jaren verder uitgebreid. De bebouwing aan de oostzijde van de Noorderstraat, de WIlhelminalaan en de Bernhardlaan dateert uit de 18e eeuw. Rond 1900 volgden de Klinkerstraat en de Julianalaan (later grotendeels gesloopt), rond 1950 de Beatrixstraat, daarna de nieuwbouw rond het Tichelwerk en de Margrietstraat .
Geschiedenis Oostwold ligt in het Oldambt. Het was oorspronkelijk een veenontginningsdorp, dat in de 10e of 11e eeuw moet zijn ontstaan. Door de inbraak van de Dollard in de 15e eeuw moesten bewoners uitwijken naar de hogere gronden in het achterland. Het dorpslint ligt grotendeels op een keileemhoogte, die rond 1600 bekend stond als de Oostwolder Gar(s)t. Het dal van het veenriviertje Oude Ae vormde de grens met Finsterwolde.
Buiten het dorp, aan de weg naar Midwolda en in de Oostwolderpolder (1769) staan kapitale boerderijen; in het dorp woonden vooral landarbeiders en middenstanders. De tegenstellingen tussen herenboer en arbeider waren in deze streek van oudsher groot. In het nabijgelegen Finsterwolde heeft die tegenstelling geleid tot een zeer sterke positie van de Communistische partij. In Oostwold en in het nabijgelegen Midwolda waren en bleven de meeste landarbeiders streng protestants.
De huidige Hervormde kerk dateert uit 1776 en kwam in de plaats van een gebouw uit het midden van de 16e eeuw dat volgens een bericht uit 1778 enkele schreden noordelijker stond. De pastorie aan de Huningaweg dateert uit 1771.
Middeleeuwen De kerk had drie voorgangers, waarvan de oudste mogelijk uit de twaalfde eeuw dateerde.O.D.J. Roemeling, Patroonheiligen, priesters en predikanten in Groningen en Drenthe tot omstreeks 1640, zeer voorlopige versie, Leeuwarden 2019, p. 688-690.Jan Pieter Koers, 'Waar stond de middeleeuwse kerk van Oostwold?', in: Duvekoater 26 (2013), nr. 52, p. 23-26. Deze bevond zich ter hoogte van de Polderweg in een gebied dat nu bedekt is met Dollardklei. Hij was gewijd aan de apostel Simon. Het gebouw is later verplaatst naar hogere gronden. Volgens Johan Rengers van Ten Post was Oostwold een groet dorp west und had een grote kercke. Dat laatste is niet onwaarschijnlijk, gezien het feit dat de landerijen zich ver over de Dollard tot voorbij Oostwolderhamrik uitstrekten.
De tweede kerk bevond zich dieper landinwaarts op de plek van de boerderij 'Kloosterheem' (Goldhoorn 19), aan de oostkant van het huidige dorp. Hier was ook de oude pastorieboerderij te vinden, die tot 1701 buitendijks stond. In 1951 werden bij deze boerderij drie grafkelders van kloosterstenen en een deel van de kerkhofmuur blootgelegd, in 1998 werden aanvullende opgravingen in het veld gedaan.Herre Halbertsma, Overzicht van de stand van het oudheidkundig onderzoek in de Dollardgebieden, in opdracht van de "Dollard-Commissie" verricht, ongepubliceerd stencil, Amersfoort 1951. Johan F. Feikens en Jan Pieter Koers, 'Bewoning in het Oldambtster veen (1)', in: Duvekoater 57 (april 2016), p. 27-31. Wanneer deze kerk is gebouwd, is niet bekend. Het gebouw werd in 1530 gesloopt, waarna de stenen werden gebruikt om een nieuw blokhuis bij Delfzijl te bouwen. De restanten dienden de bouw van een stenen hoofd bij het Hamkenpad te Klein-Termunten in 1543. Het kerkbezit werd tijdelijk ondergebracht bij het Grijzevrouwenklooster, terwijl de parochianen zich bij Midwolda moesten vervoegen.
Nog in 1583 was sprake van twee vroegere kerkhoven. Dit naar aanleiding van de verkoop van drie akkers land by Oestwoltmer olde kerckhoff gelegenn streckende de twe ackeren van den olden tuyn aldaer int noerden an dat ander olde kerckhof by den Dullart gelegen.Groninger Archieven, 619: Borg Farmsum, inv.nr. 0416, reg. 553.
Nieuwe tijd Omstreeks 1554 beschikte Oostwold vermoedelijk weer over een nieuwe kerk, niet ver van het huidige kerkgebouw.Er was in 1554 ten minste sprake van de kerkvoogden van Oostwold. A.S. de Blécourt, Oldambt en Ommelanden, Groningen 1935, p. 337. Het gebouw werd na de Reductie van Groningen geschikt gemaakt voor de protestantse eredienst. Een balk vermeldde het opschrift: All dinck is vorghencklick sunder Ghodes woert –1598 (?) (zie 1 Petrus 1:23-25).Lambertus van Bolhuis, Tweetal van plegtige redevoeringen … ter inwijding van een nieuw kerk-gebouw te Oostwold, Groningen 1778, p. 74. De beide laatste cijfers waren enigszins afgesleten. De zware fundamenten waren nog in de 19e eeuw te zien. In 1892 kwamen meer dan 50 tot 60 menselijke geraamten tevoorschijn, deels van hele lange mensen en meest met kalk bestrooid.Brief van burgemeester Pieter Dijkhuis aan rijksarchivaris J.A. Feith, 1 januari 1896. Kopie in archief Groningen Institute of Archaeology (dossier Grijzevrouwenklooster). ‘Oostwold’, in: Nieuwe Groninger Courant, 27 mei 1898.
Oostwold had aanvankelijk een eigen sluis aan het einde van de Noorderstraat, die het water van de polder aan de Kerkelaan bij Midwolda (1558) en later ook van het in 1638 drooggelegde Huningameer afvoerde.Nationaal Archief, Hingman cat. nr. 3083: Cornelius Edskens, Kaart van landen en venen aan de Dollard, ca. 1638.. Ds. Lambertus van Bolhuis bericht in 1778 uit overlevering "dat hier veel nering en schipvaart geweest is bij de zijl, die niet ver ten oosten van deze kerk gelegen was".Van Bolhuis, Redevoeringen, p. 78. Ook enkele vissersschepen maakten gebruik van het haventje, aldus een bericht uit 1643.Sebo Abels, Doopsgezinde families in het Oldambt, Eexterzandvoort 2002, p. 1763. De sluis raakte bij de stormvloed van 1636 zwaar beschadigd.'Reisgelden', in: Groningsche Volksalmanak (1892), p. 221. Op de provinciekaart van Nicolaes Visscher van omstreeks 1680 staat de Oude Zijl van Oostwolt nog afgebeeld.Nicolaas Visscher, Groningae et Omlandiae dominum vulgo de Provincie van Stadt en Lande, 1680-1684 Het overtollige water werd toen al afgevoerd via het Koediep. De kaden langs het Olde Meulendiep (1728) stonden bekend als Ooster- en Westerdiepswal.Kaarten uit de tijd rond 1800 laten zien dat het ontwateringskanaal aan de oostzijde langs de Klinkerstraat en de Hoofdstraat en aan de westzijde van de Noorderstraat liep.
Huningaheerd Ten westen van de huidige kerk lag het middeleeuwse Oude Steenhuis van de familie Huninga, dat later als buitenplaats voor de familie Sparringa diende. Het oude gebouw werd n 1772 gesloopt en vervangen door een deftige boerderij met een wandelbos. Bij de bouw van de boerderij vond men de fundamenten van een middeleeuws steenhuis met een omtrek van 120 voet (ca. 11 bij 15 m), muren van zes voet (1,80 m) en in het midden een vierkant fundament van 2 bij 2 m, waarvan de betekenis onduidelijk was.Groninger Archieven: schoolmeestersrapport Midwolda (1828). In vergelijking met andere steenhuizen was het een flink gebouw.D.B.M. Steenhuis, Middeleeuwse woontorens in Nederland. De bouwhistorische benadering van een kasteelvorm, Leiden 2013, dl. 1, p. 159. Het verhaal ging dat er zoveel kloostermoppen waren vrijgekomen als men benodigde voor de bouw voor de nieuwe boerderij (althans de fundamenten daarvan).
De Huninga's behoorden tot de oude adel van het Oldambt, ze beweerden dat hun voorgeslacht hier al sinds de 13e eeuw woonde. Ook vertelden ze dat hun landerijen oorspronkelijk één geheel vormden met de boerderij Huningaweer bij Woldendorp, maar door de inbraak van de Dollard grotendeels verloren waren gegaan. In de 19e eeuw woonde hier de grootgrondbezitter en kerkvoogd ds. Tiddo Waldrik Siertsema (1752-1842). Vier jaar na zijn dood lieten zijn erfgenamen het bos kappen en de vierhonderd eikenbomen verkopen. De huidige boerderij Huningaheerd dateert uit 1882.
Tegen de grens met Midwolda lag nog een tweede steenhuis, dat in 1563 het Wester Stienhuys werd genoemd. Het werd vermoedelijk na 1635 gesloopt.
Welvaart en geloof Dankzij de bedijking van de Oostwolderpolder in 1769 kon Oostwold zich voortaan met de rijkste dorpen in de Ommelanden meten.Zie de Facebookpagina '250 jaar Oostwolderpolder', 2019. Het grondgebied van het dorp verdubbelde. Dat was tevens aanleiding om de kerk te vernieuwen. God had dit dorp wel bijzonder gezegend met een groot oppervlak vruchtbaar kleiland, zo stelde de predikant bij de inwijding van een nieuwe kerkgebouw in 1776:Wat is onze Plaats door dit alles tot merkelijken trap van luister gestegen. ... Door den nieuwen aanwas groeide ook ons dorp aan in veelheid van vette akkeren, in veelheid van inwooneren.Van Bolshuis, Redevoeringen, p. 72-73.Het kleine, oude kerkgebouw dat "door ouderdom reeds te zwak geworden" was, paste niet meer bij dit nieuwe welvaartspeil. Eerder al had men de pastorie vervangen door representatieve nieuwbouw. Dankzij de opbrengsten van het nieuwe land werd het mogelijk welbespraakte predikanten aan te trekken die veel invloed kregen op hun kerkgemeente.
Strenge protestanten De Oldambster boerenstand was in de 18e eeuw op de hand van de Nadere Reformatie en overwegend oranjegezind. In de 19e eeuw veranderde dat: het liberalisme greep in het Oldambt snel om zich heen. In Oostwold bleven de meeste landarbeiders en een deel van boeren en middenstand echter trouw aan de orthodoxie. Dankzij de steun van enkele strenggelovige boerenfamilies ontwikkelde het dorp zich tot centrum van de confessionele tegenbeweging.Otto S. Knottnerus, Predikers op boerengrond. Een geschiedenis van de familie Knot(t)nerus (internetpublicatie 2017), daarin over Oostwold het hoofdstuk 'Van Réveil tot stammenstrijd'. Een tijdlang gold Oostwold zelfs als hoofdplaats van de nieuwe gemeente Midwolda. In 1869 werd in Oostwold een van de eerste christelijk-nationale scholen van Nederland gesticht, bedoeld voor beide dorpen. De eerste hoofdonderwijzer was Abraham Meyer uit Vlaardingen.