De Sint-Petrus' Bandenkerk is een kerkgebouw in de Maastrichtse wijk Heer. De kerk (en haar voorgangers) doet al eeuwenlang dienst als kerkgebouw van de Rooms-katholieke parochie van Sint-Petrus' Banden in het voormalige dorp Heer ten zuidoosten van Maastricht. De neoromaanse kerk uit 1905 is sinds 1997 een rijksmonument (het orgel al eerder) en bezit een groot aantal kunstschatten.

Geschiedenis Oudste kerk(en) van Heer Waarschijnlijk is de huidige kerk van Heer de derde of vierde op deze plaats. Wanneer de eerste kerk gebouwd werd, is niet te achterhalen, maar het nog bestaande torenfragment van de middeleeuwse kerk met visgraatmetselwerk duidt op een hoge ouderdom. Waarschijnlijk ging het om een georiënteerd preromaans zaalkerkje met een halfrond koor. De zuidbeuk werd vermoedelijk later toegevoegd.

thumb|left|175px|Gezicht op Heer (1632) thumb|left|175px|Plattegrond oude kerk (Soiron, 1786) thumb|left|175px|Ontwerp nieuwe kerk (Soiron, 1786) Heer was in de middeleeuwen een van de Elf banken van Sint-Servaas, behorende bij het vrije rijkskapittel van Sint-Servaas in Maastricht en werd voor het eerst als zodanig vermeld in 1202. Om die reden bezat het kapittel tevens het collatierecht in Heer, het recht om de pastoor te benoemen. In 1292 erkent de pastoor van Heer, Udo van Colmont, dat het kapittel er "sinds onheuglijke tijden" de tienden trok. In 1472 was Herman Pijpen, meester van het Sint-Servaashospitaal op het Vrijthof, rector van de Heerder kerk. De sterke band met het Sint-Servaaskapittel blijkt verder uit de nalatenschap van 2000 gulden van kanunnik Vaes aan de kerk in 1713.Ubachs/Evers (2005), p. 217: 'Heer'.

In 1613 bleek de toestand van de kerk zeer slecht. In de aantekeningen van de toenmalige pastoor Egidius Rutten wordt melding gemaakt van herstelwerkzaamheden, onder andere aan het dak en de entree. In de kerkrekening komt een uitgavepost voor van 3 gulden en 10 stuivers, bedoeld voor bier voor degenen die stenen hadden gehaald voor de kerk. Op 28 februari 1662 woedde er een hevige storm waardoor de toren dreigde om te vallen. Bij het herstel van de toren werd het 213 pond wegende kruis opnieuw vastgezet en kreeg de koperen torenhaan een nieuwe staart. Ook bij die gelegenheid ontvingen de werklieden als beloning slechts bier. In 1705 werd het kerkportaal hersteld.

In 1752 stelde het kapittel een onderzoek in naar de bouwkundige staat van de kerk van Heer, die zeer slecht bleek te zijn. De pastorie was al evenzeer bouwvallig. De bouw van een nieuwe kerk en pastorie leek onvermijdelijk.

Voorganger huidige kerk De nieuwe kerk die plaats moest bieden aan 600 kerkgangers kwam er pas in de jaren 1788-89. Opdrachtgever was het Sint-Servaaskapittel, bouwpastoor was Joannes Lambertus Dolmans. De architect van de nieuwe kerk was Mathias Soiron, de aannemer was J. Renette. De keuze voor Soiron zal geen toeval zijn geweest; niet alleen was hij stadsbouwmeester van Maastricht, maar via zijn broers Andreas en Wilhelmus, beiden kanunniken van Sint-Servaas, onderhield hij ook uitstekende contacten met het kapittel.

Plattegrondtekeningen van Soiron van zowel de afgebroken kerk als de nieuw ontworpen kerk worden bewaard in het Regionaal Historisch Centrum in Maastricht (zie afbeeldingen hiernaast). De nieuwe kerk was niet georiënteerd (zoals de voorgaande kerk), maar werd een kwartslag gedraaid, waardoor de lengte van het oude kerkschip nu de breedte van het nieuwe schip werd. Waarschijnlijk koos Soiron hiervoor om de oude kerktoren en de pastorie te kunnen handhaven en om een deel van de funderingen en het muurwerk van de oude kerk te kunnen hergebruiken. De toren van de middeleeuwse kerk vormde het scharnierpunt tussen de nieuwe kerk en de aan het kerkschip vast gebouwde pastorie.

Aan de aannemer werd tussen 14 juni 1788 en 12 oktober 1789 in totaal rond 16.300 gulden uitbetaald. De smid M. Verlain leverde in die periode voor 60 gulden en 6 stuivers aan ijzerwerk. Bij de bouw van de kerk werd ook nu weer een beroep gedaan op de dorpsbewoners voor het aanvoeren van materialen, onder andere mergelblokken en Naamse steen. Het hout kwam uit het Savelsbos bij Gronsveld. Leisteen kwam uit België. In de tijd tussen de afbraak van de oude en de ingebruikname van de nieuwe kerk werden missen gehouden in een schuur van landbouwer Aerts.

thumb|De ingestorte toren in 1890 In de Franse tijd was pastoor Lousberghs pastoor van Heer, Scharn, Heugem en een deel van Cadier en Keer (in totaal 1296 zielen). Lousberghs weigerde in 1798 de voor geestelijken in het departement Nedermaas verplicht gestelde eed van haat tegen het koningschap en de anarchie af te leggen en werd om die reden gevangengenomen om op transport te worden gesteld naar de strafkolonie Cayenne in Frans-Guyana. Voordat dat kon gebeuren werd hij bevrijd door twee knechts van hoeve De Croon. Lousbergh dook onder, afwisselend op hoeve De Croon (bij Huis Eyll) en in de kelder van de kerk, en ging in het geheim verder met zijn pastorale werk.Ubachs/Evers (2005), p. 319: 'Lousberghs'.

In 1890, onder het pastoraat van J.H. Timmermans, moest de middeleeuwse toren gerestaureerd worden. Terwijl bouwmeester Jos Kerckhoffs op 16 augustus 1890 met het herstellen van de fundamenten bezig was, stortte de oude toren in. Gelukkig deden zich geen ongelukken voor en bleven de drie klokken behouden, maar de toren was grotendeels verloren.

Bouw en gebruik van de huidige kerk thumb|Prentbriefkaart van de nieuwe kerk met plattegrond, 1905-06 In het begin van de 20e eeuw nam het aantal inwoners van Heer sterk toe (in 1900 ca 3800) en ontstond er behoefte aan een grotere kerk. Pastoor J.M.A. de Wever kreeg de taak om een nieuwe kerk te bouwen. Als architect werd Caspar Franssen uit Roermond aangezocht. Aannemer J. Schenk uit Maastricht werd bereid gevonden de kerk voor 60.000 gulden te bouwen. Van dat bedrag nam de gemeente Heer 15.000 gulden en een hoeveelheid mergelblokken en metselzand voor haar rekening.Ubachs/Evers (2005), p. 411: 'PetrusBandenkerk'. Op 13 september 1903 werd de eerste steen gelegd en op 16 april 1905 kon de kerk feestelijk worden gewijd. De oude kerk van Soiron werd daarna voor verschillende doeleinden gebruikt; vanaf 1917 als school en patronaatsgebouw.

Het interieur werd in 1969, onder pastoor Wiertz, aangepast aan de nieuwe liturgische eisen van na het Tweede Vaticaans Concilie. Bij de inrichting van de kerk werd ervan uitgegaan - geheel in de geest van de tijd - dat de kerk een heldere en sobere uitstraling moest hebben. De somber ogende muren werden wit geschilderd. Alles wat niet functioneel was, verdween of kreeg een modern jasje, onder andere het hoofd- en sacramentsaltaar. In 1986 werd de kerk opnieuw geschilderd.

Het verkeer dat decennialang door de drukke Dorpstraat langs de kerk raasde, heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat eind 20e eeuw een vervroegde restauratie van de Heerder parochiekerk noodzakelijk was. Zo waren de glas-in-loodramen in de loop der jaren niet alleen vuil geworden, maar begonnen ook kieren te vertonen ten gevolge van slijtage van het lood. In de periode van december 1999 tot april 2001 zijn alle ramen gerestaureerd. Van september 2004 tot juli 2005 zijn onder andere de dakconstructie van de kerk en de tussenvloeren van de torens grondig onder handen genomen. In 2011 werd het interieur opnieuw geschilderd.

In 1989 werd het nieuwe Petrusaltaar gewijd, waarbij een aantal relieken in het altaar werden geplaatst. Daaronder bevond zich een fragment van twee centimeter van de vermeende ketting die de apostel Petrus droeg in de gevangenis en die op miraculeuze wijze van hem afvielen. Het relikwie is afkomstig uit de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek, waar anderhalve schakel van deze ketting wordt bewaard.

Het huidige pastorale team van de fusieparochie Heer-De Heeg bestaat uit pastoor P. Horsch, kapelaan P. Lipsch, kapelaan-diaken A. Antony en diaken G. Roquet. Deze priesters zijn daarnaast ook werkzaam in de parochies van Heugem, Scharn en Amby. In de kerk van Heer zijn een drietal koren actief: de Schola Cantorum (gregoriaans koor), het Koninklijk Sint-Caeciliakoor (gemengd koor) en het Dameskoor.

Beschrijving Oude kerk, torenrestant, pastorie en grafstenen thumb|Tot school verbouwde oude kerk De laat-18e-eeuwse kerk ontworpen door Mathias Soiron is in rudimentaire vorm bewaard gebleven in het huidige schoolgebouw aan de Oude Kerkstraat.Het 'vogelperspectief' op Bing Maps toont de zeer herkenbare kerk van boven. De door een schilddak gedekte kerk is opgetrokken uit baksteen met hoekblokken van mergel en hardsteen. Het oorspronkelijke ontwerp van de zaalkerk bestond uit een op het zuiden gericht driezijdig priesterkoor met een breder, rechthoekig schip. Aanvankelijk bevond de sacristie zich in het verlengde van het koor (zie tekening Soiron); later werd deze verplaatst naar de zuidwesthoek. Het schip was ongeveer 20 meter lang en 11 meter breed en voorzien van drie ramen aan elke zijde. De nog bestaande buitenmuren van baksteen herinneren aan de Soironkerk, maar de rondboogvensters zijn vervangen door rechthoekige ramen verdeeld over twee verdiepingen. Van het interieur is de oorspronkelijke functie niet meer af te lezen; slechts een versierde, met hardsteen omlijste nis in een muur herinnert nog hieraan.

Op de noordoostelijke hoek van het perceel bevindt zich nog een 2 tot 4 meter hoog fragment van de middeleeuwse kerktoren, dat in 1913 geïncorporeerd werd in een toiletgedeelte voor het patronaatsgebouw. De ca 1,40 m dikke muren zijn samengesteld uit onregelmatig breuksteenwerk met brokken zandsteen, harde mergel, kiezel en specie met baksteengruis. In 1903 was er nog opus spicatum te zien, een aanwijzing voor de hoge ouderdom van het bouwwerk. In de toren bevond zich begin 20e eeuw een kleine grafsteen uit 1791. Tegen de achterkant van de toren stonden ooit drie grafstenen met het wapen Van Eyll uit 1764, 1792 en 1817. Niet duidelijk is wat met deze grafstenen is gebeurd.

De pastorie, gebouwd tegen de noordzijde van de oude kerk, bestaat uit een 17e-eeuws deel van baksteen met speklagen van mergel, een 18e-eeuws deel van mergel met segmentboogvenster in hardsteen, en een 19e-eeuws deel van baksteen met hardstenen vensterdorpels. In het interieur is een vroeg-19e-eeuwse schoorsteenmantel van rood marmer aanwezig en een 18e-eeuwse kast in Régencestijl.

In de tuin van de voormalige kerk en tegen een van de buitenmuren bevinden zich nog diverse grafstenen. Deze vormen een gemeentelijk monument.Beschrijving gemeentelijk monument GM 277, op flexinext.maastricht.nl (gearchiveerde link).

Exterieur huidige kerk De huidige parochiekerk van Heer heeft het uiterlijk van een neoromaanse kruisbasiliek. De kerk is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband, met hardstenen plinten en dorpels. Alle gevelvelden zijn geleed door middel van lisenen, uitlopend in kroonlijsten met rondboogfriezen. De gemetselde gewelven in het interieur worden aan de buitenkant ondersteund door steunberen. De diverse zadel-, tent-, lessenaarsdaken en dakkapellen zijn gedekt met leien in maasdekking.

De westzijde van de georiënteerde kerk wordt gedomineerd door een dubbeltorenfront aan de Dorpstraat, aan de zuidzijde voorzien van een zijkapel, aan de noordzijde van een traptoren. In de voorgevel bevinden zich drie dubbele deuren. Het timpaan van de middendeur is versierd met een kruis en de Griekse letters Alfa en Omega; de timpanen van de andere twee deuren zijn versierd met eenvoudige rozetten. Aan een van de torens sluit de voormalige doopkapel aan, thans Mariakapel. Tussen de torens en de transeptarmen bevinden zich de zijbeuken. De halfronde apsis aan de oostzijde wordt geflankeerd door twee kranskapellen.Van den Boogard/Minis (2001), p. 57.

Buiten de kerk bevinden zich enkele hardstenen grafkruisen,onder andere uit 1618, 1622, 1628 en 1657.

Interieur huidige kerk Ruimtelijke indeling