thumb|Free Souffriau tijdens een open repetitie als Anna, echtgenote van Jan thumb|Jelle Cleymans tijdens een open repetitie als Jan thumb|Maaike Cafmeyer tijdens een open repetitie als de verpleegster Céline thumb|Peter Van De Velde tijdens een open repetitie als Sergeant Dedecker '14-'18 was een Vlaamse musicalproductie van Studio 100 uit 2014 in regie van Frank Van Laecke. Ze ging in première op 20 april 2014.

De spektakelvoorstelling werd vertolkt in de grote ruimtes van de Mechelse Nekkerhal op een speelvlak van 18.000 m², waar het publiek het schouwspel kon bekijken vanop een rijdende tribune. Het script is van Frank Van Laecke en Allard Blom, die ook de liedteksten schreef. De muziek werd gecomponeerd door Dirk Brossé. Daarmee bestond het creatief team uit dezelfde personen die ook Daens uitwerkten.

De voorbereiding van de musical nam drie jaar in beslag. Bij de voorstelling speelden bijna 150 acteurs en figuranten mee, naast enkele paarden. De dag van de première waren al 120.000 tickets verkocht voor de voorstellingen van de volgende maanden.Achter de schermen van grootste Vlaamse musical ooit, Het Laatste Nieuws, 21 april 2014. Gearchiveerd op 24 september 2015.Spektakelmusical 14-18 in première, deredactie.be, 20 april 2014 In totaal gingen 335.000 bezoekers naar de musical kijken.

Op 22 mei 2023 werd aangekondigd dat Studio 100 de musical opnieuw op de planken zou gaan brengen vanaf juni 2024 in het Studio 100 Pop-Up theater in Puurs.

Het verhaal

De musical is gesitueerd in de Belgische loopgraven van de Grote Oorlog. Jan en zijn jongere broer Kamiel, hun beste vriend Fons, en de stoere Albert zijn gemobiliseerd. Waar ze eerst nog geloven dat het een korte strijd zal worden, komen ze in de langdurige stellingenoorlog terecht in gruwelijke omstandigheden.

Jan wil zijn echtgenote Anna en zijn pasgeboren zoon kunnen bezoeken, Albert wil zijn vriendinnen zien, Kamiel wil vooral weg uit de loopgraven en Fons hoopt iets te kunnen beginnen met de verpleegster Céline. Maar bovenal moeten de vier zien te overleven in de Grote Oorlog.

De voorstelling wordt geopend met een uitleg over het begin van de Eerste Wereldoorlog. Op 28 juni 1914 wordt de Aartshertog van Oostenrijk-Hongarije door een Servische Nationalist vermoord. Door het sneeuwbaleffect raken verscheidene landen, waaronder België, mee betrokken in de oorlog, die tot 100 jaar later nog altijd zijn gevolgen zal tonen. ("Ouverture"). Duitse troepen trekken België binnen, dit gevolgd met vrij veel geweld. De burgerbevolking slaat op de vlucht, met alle materialen die ze mee kunnen nemen, gaande van kleren tot meubels. Terwijl er vluchtig afscheid wordt genomen van vrienden en familie, schiet het leger ook in actie en nemen ze hun posities in aan het IJzerfront in oktober 1914. Onder deze soldaten bevinden zich Jan en Kamiel Laenens, Fons de Rudder en Albert De Smet. Kamiel, die niet op zijn post zit wordt daar hardhandig terug naartoe gebracht door Sergeant Dedecker. Na een tegenaanval beslissen de Duitsers zich terug te trekken ("Dies Irae"/"On les Aura!").

Tijdens een moment rust buigt de Generaal zich over het vastgelopen front en legt aan Dedecker uit dat hij en zijn mannen een sluis gaan moeten openen bij de Ganzepoot om het gebied te inunderen. Terwijl de vrienden zich afvragen hoe het er nu thuis aan toe gaat, beslist Dedecker dat zij met hem de sluizen gaan openen en verplicht hen om een brief te schrijven in het geval zij zouden sneuvelen. Hier komt de nodige paniek, maar deze keert geleidelijk terug wanneer Jan duidelijk maakt dat dit standaard is. Fons is hier de enige die niet weet naar wie hij moet schrijven en krijgt het advies naar de "grote, onzichtbare liefde" te schrijven. Toch valt heel even zijn oog op een nieuwe verpleegster die voorbij komt gewandeld. De jongens beginnen met het schrijven met hun afscheidsbrief, respectievelijk naar hun vrouw, moeder, liefje of "de grote, onzichtbare liefde" ("Lieve Liefste").

Augustus 1914, het begin van de oorlog. In Stene maken de vier vrienden, samen met andere mannen uit het dorp zich klaar om naar het front te vertrekken en neemt Jan afscheid van Anna, zijn hoogzwangere vrouw. Hij stelt haar gerust, mits de oorlog toch maar enkele weken gaat duren en hij dan toch tijdig thuis gaat zijn voor haar bevalling. Vol goede moed neemt iedereen afscheid en vertrekken de mannen naar het front ("Scènechange 'Wanneer'"/"Voor dat ge 't weet").

De Ganzepoot, 29 oktober 1914. Dedecker en zijn peloton zijn terug aan de sluizen, die onder Duitse controle staan, om nogmaals de sluizen te openen met de hulp van Hendrik Geeraert. Echter, wordt deze poging ontdekt, en nemen de Duitsers de sluis onder vuur. Fons wordt getroffen in zijn been en Kamiel, onder instructies van zijn broer, vlucht weg van zijn post. Met hulp van Jan, Albert en Dedecker raken ze weg en wordt Fons naar een veldhospitaal gebracht ("De sluizen"). In het veldhospitaal leert Fons Celine kennen, de verpleegster die hij eerder had gezien. Ze lijkt hem wel leuk te vinden en stelt zelfs voor om hem te leren dansen, zodra hij genezen is. Jan krijgt er ook goed nieuws: hij is immers vader geworden, van een zoon - zoals hij had voorspeld. Terwijl de vrienden dit vieren, blijft Albert cynisch. Hij is immers voorstander van de vrije liefde en brengt met veel plezier zijn visie ("Schol!"). De feestvreugde is echter van korte duur, want Dedecker beschuldigt Kamiel van desertie. Ook is de oorlog nog lang van voorbij, want het hele front zit vast nu alles onder water staat. Jan gaat zijn zoon nog lang niet zien.

Stene, 1905. Tijdens een spelletje 'Cowboys en Indianen' snijdt Kamiel zijn hand. Dit prompt Fons om aan zijn vrienden voor te stellen een bloedband te vormen. Dit zal hen verbinden tot de dood. Een jonge Anna benadrukt dat echte helden nooit sterven. Jan valt als een blok voor haar ("'Ten aanval!'"). In 1914 vragen Jan en Anna, nu een kersverse moeder van hun zoontje Louis, wanneer hun gemis eindelijk tot een einde komt en ze terug samen kunnen zijn als gezin ("Wanneer").

December 1914, de loopgraven aan het IJzerfront. De verveling onder de Belgische soldaten is enorm, zonder enige vooruitzichten. Jan wilt niets liever dan terug bij Anna zijn en wordt bijna radeloos. Om zijn gedachten te verzetten, polst hij naar de vooruitgangen van Fons, die nu een relatie heeft met Celine. Kamiel is echter in volle paniek, zeker wanneer een van de wachtposten wordt neergeschoten door een sluipschutter. Radeloos vraagt hij een sigaret en laat hij zichzelf verwonden door zijn hand boven de loopgraaf uit te steken. Dedecker, die dit als een tweede daad van desertie ziet, sleept hem voor de krijgsraad, desondanks de smeekbedes van Jan en Fons. Tijdens de krijgsraad wordt Kamiel, desondanks de verdediging van zijn broer en Fons ter dood veroordeeld door vuurpeloton. In zijn laatste momenten blikt hij nog even terug op zijn leven, waarin hij duidt dat hij geboren was om muzikant te zijn, niet om mensen te doden. Met een fataal schot sterft hij op de executieplaats ("Ter dood!"/"Mijn handen"). Jan is ontroostbaar om het verlies van zijn broer. Hij was immers de lieveling van zijn moeder, die zo graag naar Kamiels accordeonmuziek luisterde.

Stene, april 1914. De trouwdag van Jan en Anna is eindelijk aangebroken. Echter breekt lichte paniek uit wanneer Jan zijn trouwring niet kan vinden, iets dat hij aan Kamiel had gegeven. Met veel vreugde wordt het nieuwe echtpaar gevierd door hun vrienden en familie. Na het trouwfeest neemt Jan zijn broer nog even terzijde, om aan te kondigen dat Kamiel binnen enkele maanden nonkel gaat worden, want Anna is in verwachting ("Het Dansfeest"). Jan wordt echter terug in de harde realiteit gesleurd, met zijn broers accordeon als enige aandenken aan hem. Drie jaar gaat voorbij, maar geen enkele brief lijkt Jan of Anna te bereiken. Wanneer de post eindelijk doorkomt, wordt Moeder Laenens ingelicht dat haar zoon Kamiel is gestorven ("Nooit alleen").

3 december 1917, aan het front vindt een gasaanval plaats, waarin Albert zwaar getroffen wordt, mits hij zijn gasmasker is vergeten. Hij wordt in alle spoed naar het veldhospitaal gebracht, waar hij blind blijkt te zijn en zwaar aangetaste longen heeft ("De gasaanval"). Ook de rest van de frontlinies lijken vast te zitten, dus deelt de Generaal mee dat zij een verrassingsaanval zullen uitvoeren, op kerstdag. Dedecker, wiens moraal zwaar gezakt is door de oorlog, ziet niet in hoe hij dit aan zijn mannen uitgelegd gaat krijgen. Toch moet hij dit doen, zelfs de lichtgewonden zullen moeten vechten. Jan krijgt nog een laatste advies van Albert. Hij moet door de Duitse linies geraken om Anna en Louis te zien, voor het te laat is. Fons wilt met hem mee gaan, maar Jan raadt dit af. Hij heeft nu immers Celine om zich zorgen over te maken. Dedecker brengt de boodschap van de aanval op Kerst over, maar krijgt hier tegenstand in. Hij geeft hier een draai aan, dat dit een laatste offensief zal zijn. Zonder het te beseffen is Albert bezweken aan zijn verwondingen en wordt hij, net als zovele strijdmakkers voor hem, begraven. De soldaten stellen de strijd in vraag en verzamelen zich als een troep ("Als één man"/"De reis").

Terwijl Jan de oversteek waagt naar bezet gebied, krijgt Fons ernstig nieuws. De aanval is vervroegd naar kerstavond, waardoor Jan mogelijks niet op tijd terug is. Hij beslist dat hij Jan moet terughalen en geeft zijn afscheidsbrief aan Celine, voor "het geval dat...". Ze geeft hem echter de hoop dat ze na de oorlog die brief samen zullen verscheuren en delen een intiem moment. Dit moment wordt verbroken door Dedecker, die zijn mannen verzamelt en op zoek is naar Jan. Celine herinnert Dedecker eraan dat hij niet alleen een soldaat is, maar ook de verantwoordelijke van zijn mannen ("De Afscheidsbrief"). In het bezette Stene komt Jan eindelijk zijn vrouw tegemoet, maar ontmoet hij alsook voor het eerst zijn zoon ("Wanneer - Reprise"/"Uw hand in mijn hand"). Kort voor het vertrek van de troepen richting de frontlinies, komt Jan net op tijd terug aan. Tijdens hun mars worden de soldaten lof toegesproken en dat zij niet alleen zijn in deze strijd, dat zij zullen winnen en er nog lang over hun gesproken zal worden ("Van dag tot dag").

Kerstavond 1917, de loopgraven. Om middernacht lijkt alles vredig te zijn en worden kerstwensen onderling gedeeld, wanneer uit het Niemandsland "Stille Nacht" weerklinkt in het Duits. Een Duitse soldaat brengt het lied en wordt bijgevoegd door Jan, maar ook uit Franse en Britse hoek volgen soldaten het voorbeeld van hun lotgenoten. Even lijkt er een moment vrede te zijn tussen de vier legers, maar de soldaten keren terug naar hun loopgraven. Jan roept hen echter op om niet terug te keren, maar als protest in het Niemandsland te blijven, om hun ongenoegen te tonen ("Stille Nacht"/"Uw hand in mijn hand - reprise"). De Generaal breekt het protest en iedereen keert terug naar hun posities. Jan blijft achter, maar wordt toch overtuigd door Dedecker om terug te keren naar de loopgraaf. Dedecker beslist om zelfmoord te plegen door zichzelf neer te laten schieten ("Niemandsland"). Onder bevel van de Generaal chargeren de Belgen de Duitse loopgraven, maar met zware verliezen door het machinegeweervuur en artillerie-inslagen. Wanneer Fons een volgend doelwit lijkt te zijn, duwt Jan hem opzij en vangt de dodelijke kogels op. Hij sterft in Fons' armen en citeert Anna's woorden van zoveel jaar geleden: "Echte helden gaan niet dood". Met veel verdriet neemt Fons afscheid van zijn boezemvriend ("Dies Irae - Reprise"/"Helden gaan nooit...").