Frans-Madagaskar (Frans: Colonie de Madagascar et dépendances) was van 1897 tot 1958 een Franse kolonie. Het omvatte het eiland Madagaskar en gedurende een groot deel van haar geschiedenis ook de eilandengroepen Comoren, Mayotte en Réunion en de Franse Zuidelijke en Antarctische Gebieden, waaronder Adélieland. Dit artikel behandelt de Franse koloniale geschiedenis op het eiland Madagaskar.

Territoriale veranderingen + Territoriale veranderingen Oppervlakte (km²) Voorloper Toegevoegd Losgemaakt Opvolger Madagaskar 587.040 Protectoraat Madagaskar 28 februari 1897 26 juni 1960 Malagassische Republiek Mayotte 374 Mayotte en afhankelijke gebieden 9 april 190827 oktober 1946Territorium van de Comoren Anjouan 424 Protectoraat van de Comoren 25 juli 1912 Grande Comore 1.148 Mohéli 290 Banc du Geysir 175— oktober 1897 1 april 1960 Bestuurd als onderdeel van het Prefect Réunion Bassas da India 0,2 Europa 30 Glorieuzen 7 Juan de Nova 4,4 Adélieland 432.000 21 november 1924 6 augustus 1955 Franse Zuidelijke en Antarctische Gebieden Amsterdam 58 Crozeteilanden 352 Kerguelen 7.215 Saint-Paul 8

thumb|Premier Rainilaiarivony inspecteert de troepen in Antananarivo in 1865.

Geschiedenis Voorgeschiedenis thumb|left|160px|Koningin Ranavalona III begin jaren 1890

In de 19e eeuw kwam een groot deel van Madagaskar in handen van het Koninkrijk Madagaskar, dat zich onder leiding van de Merina vanaf 1540 steeds verder had uitgebreid over het eiland. Hierin werd dit koninkrijk gesteund door Britse en Franse mogendheden, die door in de gunst te komen bij de Merinakoningen probeerden hun economische belangen in Madagaskar te versterken. Franse zakenlieden als Jean Laborde en Joseph-François Lambert wisten in deze periode grote handelsondernemingen op te zetten in Madagaskar. De handelsconcessie die Lambert in 1861 met prins Radama II afsloot (Lambertcharter) en Lambert exclusieve rechten op vele van de natuurlijke hulpbronnen van het eiland bood, leidden echter tot onvrede bij de Hova-aristocratie, waarop premier Rainilaiarivony in 1863 een staatsgreep pleegde en Radama II liet wurgen. Koningin Rasoherina en premier Rainilaiarivony probeerden daarop de voorwaarden van het Lambertcharter te heronderhandelen, wat met het terugdraaien van Franse concessies leidde tot woede bij de Franse compagnie van Lambert en de Franse regering. Het herstel van de Franse belangen vormde het belangrijkste voorwendsel voor de Franse Eerste Madagaskarexpeditie in 1883, het begin van de Frans-Malagassische Oorlogen. Ondertussen vond van 1884 tot 1885 de Koloniale Conferentie van Berlijn plaats waarbij de Britten in het kader van de Wedloop om Afrika de invloedssfeer van Frankrijk erkenden over Madagaskar. In 1885 eindigde de Franse militaire expeditie met de Franse bezetting van de haven van Diego Suarez (Antsiranana). Op 17 december 1885 werd daarop door koningin Ranavalona III een alliantieverdrag met Frankrijk gesloten. Onderdeel hiervan vormde de eenzijdige instelling van het Protectoraat Madagaskar door Frankrijk, waarbij Frankrijk de externe belangen van Madagaskar zou behartigen. Ook moest het Koninkrijk Madagaskar als schadeloosstelling een bedrag van 560.000 goudfrank betalen aan de erfgenamen van Lambert. In ruil hiervoor erkende Frankrijk het Koninkrijk Madagaskar. Premier Rainilaiarivony ging hier met tegenzin mee akkoord, omdat hij niet anders kon. Omdat de tekst van de overeenkomst was opgesteld in vage bewoordingen, voor beide partijen open was voor interpretatie en het Koninkrijk Madagaskar de behartiging van haar externe belangen door Frankrijk niet erkende, werd in de wandelgangen ook wel gesproken van een 'fantoomprotectoraat'.

In 1890 erkenden de Britten het Franse protectoraat echter in ruil voor de Franse erkenning van een Brits protectoraat over Zanzibar tijdens een verdrag op 11 augustus 1890. Madagaskar was toen voor de Britten al lang niet zo interessant meer, omdat er een snellere verbinding was gekomen door het graven van het Suezkanaal. Dat jaar werden feitelijk de invloedssferen van de Europese mogendheden in Afrika afgebakend. Premier Rainilaiarivony zond daarop zijn Britse militaire adviseur kolonel Charles Robert St Leger Shervinton om wapens te kopen in Europa om zich voor te bereiden op een gewapend conflict met de Fransen. De Franse regering was vastbesloten om het hele eiland onder een volledig protectoraat te brengen en liet daarom alle niet-essentiële Franse burgers uit het gebied evacueren.

Invasie Op 12 december 1894 startte Frankrijk de Tweede Madagaskarexpeditie. Een eskader onder leiding van admiraal Amédée Bienaimé zette een vliegende colonne van 15.000 man aan land in de haven van Majunga en bezette de havenstad Tamatave (Toamasina).

Op 23 april 1895 marcheerde het Franse expeditiekorps vanuit Majunga onder leiding van generaal Jacques Duchesne (bekend als de 'veroveraar van Madagaskar') en luitenant-kolonel Léon de Beylié (geheime dienst van het expeditiekorps) in de richting van de hoofdstad Antananarivo. Het legerkorps werd daarbij gehinderd door het oerwoud, ondiepe rivierbeddingen, ziekte en een gebrek aan wegen. In de laatste week van september bereikten de troepen van Duchesne de stad en namen deze in, waarmee Frans-Madagaskar een feit was. Antananarivo werd daarop verfranst tot Tananarive. 20 Franse soldaten sneuvelden bij de strijd en 6.000 stierven aan malaria. Koningin Ranavalona III steunde de Franse actie omdat ze hiermee eindelijk het ijzeren juk van premier Rainilaiarivony kon afschudden. Initieel was het de Franse bedoeling om alleen het protectoraat te bestendigen om zo de economie en buitenlandse relaties van het eiland te kunnen beheersen. Twee maanden later brak in november 1895 echter de Menalambaopstand uit tegen de Fransen. Het kostte de Fransen 2 jaar alvorens deze opstand volledig was neergeslagen. Deze opstand deed de Franse regering besluiten om de civiele gouverneur te vervangen door een militaire gouverneur en vormde een van de belangrijkste redenen om hetzelfde jaar koningin Ranavalona III naar Reunion te verbannen. Het protectoraat werd daarmee omgevormd tot een kolonie. De nieuwe militaire gouverneur werd generaal Joseph Gallieni.

Ontwikkeling van de kolonie Generaal Gallieni voerde zijn missie om Madagaskar te 'pacificeren' uit met grote bruutheid. Tussen 1896 en 1905 kwamen als gevolg van zijn repressiebeleid ongeveer 100.000 mensen om het leven op een totale bevolking van 3 miljoen inwoners. Galliéni voerde een 'politique des races' waarbij hij lokale gouverneurs aanstelde in de provincies in plaats van het Merinabestuur. De bestaande slavernij werd afgeschaft en vervangen door een systeem van corvee. De autochtone bevolking werd onderworpen aan de Franse Indigénat en verloor al haar rechten en elke vorm van specifieke vertegenwoordiging. Scholen werden onderworpen aan een gedwongen verfransing en verloren veel van hun leerkrachten. Vervolgens -met name vanaf 1901- begon het koloniale bestuur met het 'ontwikkelen' van de nieuwe kolonie waarbij zeer grote grondconcessies aan grote Franse bedrijven en particulieren werden vergeven. Op kosten van de staat werd begonnen met de aanleg van een spoorlijn tussen de hoofdstad Tananarive en de havenstad Tamatave (de Franse naam voor Toamasina), die werd voltooid in 1913. Deze lijn vormde de basis voor de ontwikkeling van de koloniale economie. Ook besteedde Gallieni veel aandacht aan de ontwikkeling van de gezondheidszorg. In 1897 opende hij een opleiding geneeskunde voor het opleiden van medische assistenten, in 1899 een vestiging van het Pasteur-instituut ter voorkoming van ziekten als pokken en pest en in 1902 richtte hij de Assistance médicale indigène (AMI) op voor gratis medische zorg voor de Malagassische bevolking.

left|thumb|1942: Britse troepen gaan aan land in Madagaskar's belangrijkste havenstad Tamatave als onderdeel van de Slag om Madagaskar.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog riepen de Franse koloniale autoriteiten 41.000 Malagassiërs op om de Franse troepen te versterken. Daarvan kwamen er 2.400 om het leven tijdens gevechtshandelingen. Sommige overlevenden namen de Spaanse griep mee die bij terugkeer in Madagaskar voor tienduizenden slachtoffers zorgde onder met name de bevolking in de berggebieden, waar vele dorpen werden verlaten.

Vanaf 1920 maakte het Plan Sarraut het mogelijk om te investeren in infrastructuur. Er werd daarop met behulp van duizenden dwangarbeiders (middels het corveesysteem) 14.500 kilometer aan wegen aangelegd, de in 1927 door een cycloon verwoeste havens van Tamatave en Diego Suarez werden uitgebreid, er werden spoorlijnen aangelegd naar Antsirabe en het Alaotrameer (1923) en in 1936 werd met gebruikmaking van duizenden dwangarbeiders van de S.M.O.T.I.G. de spoorlijn Manakara-Fianarantsoa voltooid. Er vonden grote private investeringen plaats in de landbouw (koffie, rijst, vanille en kruidnagelen), mijnbouw (grafiet en mica) en in de industrie (rijstverwerking, suikerverwerking, conserven en houtbewerking). Deze ontwikkelingen leidden ertoe dat het eiland werd opgenomen in de internationale economische handel en leidden tot significante veranderingen in de Malagassische samenleving.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kozen de Franse bevelhebbers op Madagaskar voor Vichy-Frankrijk, waarop in mei 1942 het gebied werd binnengevallen door Britse geallieerde troepen om te voorkomen dat de Japanners hen voor waren. De strijd om het eiland duurde ongeveer 6 maanden, waarna de macht door de Britten werd overgedragen aan generaal Paul Legentilhomme van de Vrije Fransen. Gedurende de rest van de oorlog werd het land gebruikt om de oorlog te ondersteunen door de productie van rijst en het opvoeren van de productie van koffie. Malagassische troepen vochten tijdens de oorlog in Frankrijk, Marokko en Syrië.

In 1946 kreeg Madagaskar de status van Overzees territorium binnen de Union française. Tussen 1947 en 1960 werd de Malagassische economie versterkt met 57 miljard CFA uit het Franse koloniale Fonds d'investissement pour le développement économique et social (FIDES). Aanvankelijk was hiervoor 20 miljard begroot, maar dit bleek bij lange na niet voldoende. De belangrijkste investeringen werden gedaan in de landbouw en landbouwmechanisatie, infrastructuur en sociale voorzieningen. De handel bleef echter vooral gericht op Frankrijk en de handelsbalans van Madagaskar vertoonde ook doorgaans een tekort met Frankrijk, ook omdat er langlopende leningen werden afgesloten om een deel van de investeringen te bekostigen. Door het spel van banken en handels- en transportbedrijven werd de economie beheerst door de Fransen.

Ontwikkeling van het nationalisme Vy Vato Sakelika thumb|Monument voor Ralaimongo in Antananarivo