De Malagassiërs (Malagassisch: , Frans: ) zijn de inheemse bevolkingsgroep die het grootste deel van de populatie van Madagaskar vormen.Taaladvies.net: Buitenlandse Aardrijkskundige Namen – Madagaskar

De Malagassische bevolking bestaat uit twee geografisch gescheiden groepen, de hooglanders op het centrale plateau en de kustbewoners. Elke groep heeft zijn eigen etnische wortels die met name liggen in Zuidoost-Azië, Oost-Afrika en het Arabisch Schiereiland. In de loop der eeuwen hebben de eilandbewoners veel gebruiken van elkaar overgenomen. Dankzij de geïsoleerde ligging van Madagaskar is een groot deel van deze unieke mengeling van culturen nog intact.

Geschiedenis De Malagassiërs worden onderverdeeld in twee geografische groepen: de hooglanders op het centrale plateau van Madagaskar (de Merina, de Sihanaka, de Betsileo en de Zafimaniry) en de kustbewoners, ook wel bekend als côtiers. Deze scheiding vindt haar oorsprong in de geschiedenis, beide groepen hebben een eigen etnische achtergrond.

Immigratie in Madagaskar thumb|300px|Typische 'uitleggerkano' die de Dajaks gebruikten bij hun emigratie naar Madagaskar De hooglanders stammen af van Dajaks uit Borneo en andere Zuidoost-Aziaten, die voor hun tocht naar Madagaskar meer dan 6000 kilometer over de Indische Oceaan moesten afleggen. , , , Contest for Land in Madagascar: Environment, Ancestors and Development (BRILL, 2013), pagina 33 , The Austronesians: Historical and Comparative Perspectives (ANU E Press, 2006), pagina 83 Wanneer zij op Madagaskar aankwamen is niet duidelijk. De meeste geleerden schatten dit tijdstip ergens in de 2e of de 3e eeuw, maar er zijn er ook die denken dat het al in de 1e eeuw was. De Zuidoost-Aziaten vestigden zich in de centrale hooglanden, waar ze rijstvelden aanlegden met behulp van rijst die ze vanuit hun thuislanden hadden meegenomen. Na verloop van tijd richtten ze er verschillende koninkrijken op. In de legendes van de Malagassiërs worden deze eerste bewoners van Madagaskars centrale hooglanden de Vazimba genoemd. De periode van deze eerste immigratie duurde waarschijnlijk voort tot in de 10e eeuw.

De tegenwoordige kustbewoners zijn van oorsprong waarschijnlijk voornamelijk Bantoevolken uit Oost-Afrika, misschien vermengd met Zuidoost-Aziaten die via Oost-Afrika op de westkust van Madagaskar aankwamen. , , , Contest for Land in Madagascar: Environment, Ancestors and Development (BRILL, 2013), pagina 26 De zeereis die de Oost-Afrikanen maakten, was met een lengte van ongeveer 380 kilometer aanmerkelijk korter dan die van de Zuidoost-Aziaten. Vanaf wanneer ze arriveerden is onbekend, maar in ieder geval nadat de Vazimba hun koninkrijken hadden gesticht. In Malagassische legendes heten de eerste kustbewoners de Vezo, een naam die tegenwoordig ook gebruikt wordt voor een clan van de Sakalava die aan de westkust leeft. Later verspreidden de kustbewoners zich over de gehele kust van Madagaskar en richtten er hun eigen koninkrijken op. Om contact met de Vazimba te vermijden kwamen ze maar zelden in de centrale hooglanden.

Over de reis van Zuidoost-Azië naar Madagaskar bestaat een groot aantal theorieën, die in de loop der jaren naar voren zijn gebracht en waarvan vele inmiddels zijn verworpen. Hier volgen twee theorieën die nog steeds als plausibel worden beschouwd: Sommige etnologen opperen dat de Zuidoost-Aziaten op hun reis naar Madagaskar lange tussenstops maakten in India, het Arabisch Schiereiland en Oost-Afrika, waar ze zich vermengden met de bevolking daar. Volgens deze theorie resulteerde dit in een mix van meerdere etnische groepen. Doordat ze op het eiland verder landinwaarts leefden, hadden de Vazimba weinig contact met de Afrikanen die later op Madagaskar arriveerden. Hierdoor hebben ze minder overeenkomsten met de Oost-Afrikanen dan de kustbewoners. EveryCulture.com: Countries and their Cultures – Madagascar (History and Ethnic Relations) Andere wetenschappers zijn van mening dat de reis van Zuidoost-Azië naar Madagaskar in een keer is afgelegd. Onderzoek heeft aangetoond dat gunstige stromingen in westelijke richting dit heel goed mogelijk maakten. De Zuidoost-Aziaten beschikten waarschijnlijk over vernuftig vervaardigde kano's met langsdrijvers (uitleggerkano's), voorzien van een driehoekig zeil en een roer. Later zou vermenging met Afrikanen die na hen op Madagaskar arriveerden ervoor gezorgd hebben dat de eerste bewoners hun karakteristieke uiterlijk kregen, waarschijnlijk nog voordat de Vazimba de hooglanden introkken.

Kustbewoners thumb|De Antambahoaka hebben hun wortels in Oost-Afrika en Arabië. Tussen de 10e en 16e eeuw arriveerden andere nationaliteiten aan de kust van Madagaskar, zoals Portugezen, Perzen, Arabische Omanieten en Indiërs. Sommigen vestigden zich permanent in Madagaskar, waar ze zich mengden onder de inheemse kustbewoners. Arabische handelaren introduceerden de islam en diverse oosterse gebruiken. Met name de Antaimoro en de Antambahoaka hebben hun wortels bij deze Arabieren.

In de 17e eeuw groeide het Menabekoninkrijk van de Sakalava uit tot het grootste koninkrijk van Madagaskar. , Among the Menabe; or, Thirteen Months on the West Coast of Madagascar (S.P.G. Missionary, 1896). Gearchiveerd op 10 april 2023. In het midden van deze eeuw werd de Menabe-prins Andriamandresiarivo door zijn moeder verbannen nadat hij zijn oom had gedood. Hij trok met zijn slaven en soldaten naar het zuidoosten van Madagaskar en stichtte daar het Antaisakakoninkrijk, wat vervolgens uitgroeide tot het op drie na grootste koninkrijk in die tijd. Ondertussen bouwden de Sakalava een handelsimperium op in slaven en goederen en deden zaken met handelaren uit allerlei delen van de wereld. De Sakalava behielden het monopolie in de handel tot in de 18e eeuw. EveryCulture.com: Sakalava Veel Malagassiërs weigerden de Sakalava als hun heersers te erkennen en vluchtten naar geïsoleerde of afgelegen gebieden in Madagaskar, zodat nieuwe etnische (sub)groepen ontstonden als de Antankarana en de Mikea. in African Study Monographs: The Mikea Hunter-Gatherers of southwest Madagascar: Ecology and Socioeconomics

thumb|links|Een piraat en zijn Malagassische vrouw. Illustratie uit The Pirates Own Book door Charles Ellms (1837)

Piraten In 1691 stichtte de boekanier Adam Baldridge een handelscentrum op Île Sainte-Marie, een eiland net buiten de oostkust van Madagaskar. Hier voerde hij handel met de zeerovers die er aanmeerden. Île Sainte-Marie werd hierop een populaire trekpleister voor piraten. Sommigen namen het idee van Adam Baldridge over en stichtten gelijksoortige nederzettingen aan de kust. , The Devil's Anarchy: The Sea Robberies of the Most Famous Pirate Claes G. Compaen, and The Very Remarkable Travels of Jan Erasmus Reyning, Buccaneer (Autonomedia, 2005) Aan het begin van de 18e eeuw was Madagaskar een broeinest van piraten geworden. Dankzij hen werden volken als de Bezanozano en de Sihanaka rijk door de handel in slaven, die ze doorverkochten aan de Merina.

In de jaren 20 vestigde de piraat James Plantain zich een paar kilometer ten noorden van Île Sainte-Marie en veroverde met behulp van zijn leger bestaande uit Malagassiërs grote delen van Madagaskar. In 1725 trouwde hij een Malagassische prinses en liet zich uitroepen tot koning van Madagaskar. James Plantains regering duurde tot 1728, toen een staatsgreep werd gepleegd en hij uit Madagaskar moest vluchten. , Treasure Neverland: Real and Imaginary Pirates (Oxford University Press, 2013)

Na de vlucht van James Plantain bleven piraten tot het einde van de 18e eeuw het handelsmonopolie op Madagaskar behouden. Ze mengden zich met de bevolking van de oostkust en huwden er inheemse vrouwen. De grondlegger van het Betsimisarakakoninkrijk Ratsimilaho (ca. 1694 – 1750) was een zoon van een Engelse piraat en Antavaratra Rahena, een Malagassische prinses. , Madagascar: A Country Study (Library of Congress, 1994). Gearchiveerd op 7 mei 2023.

Het Merinakoninkrijk

Aan het begin van de 19e eeuw waren vier inheemse koninkrijken enorm gegroeid en maakten de dienst uit in het overgrote deel van Madagaskar. Dit waren die van de Merina en de Betsileo in de hooglanden, de Sakalava in het westen en de Betsimisaraka in het oosten. De Merinakoning Radama I maakte er een begin mee om grote delen van Madagaskar te veroveren. Hij slaagde erin de andere drie koninkrijken te onderwerpen en in 1817 stichtte hij het koninkrijk Madagaskar. In de daaropvolgende jaren breidde het koninkrijk zich onder de opvolgers van Radama I steeds meer uit en kreeg het grip op vrijwel het gehele eiland. Om aan de belastingen en andere vormen van onderdrukking te ontkomen, vluchtten veel Malagassiërs naar naburige eilanden of andere moeilijk te bereiken plaatsen en mengden zich daar met de aanwezige volken. De invloed van de Merina liet zich gelden bij veel andere volken. Verschillende rituelen en andere gebruiken van de Merina werden door hen in de loop der jaren overgenomen.

Radama I en andere monarchen streefden naar modernisering en waren derhalve geïnteresseerd in de westerse cultuur. Er werden contacten met Frankrijk en Groot-Brittannië gelegd en Britse missionarissen werden in 1820 naar Madagaskar gehaald om het onderwijs te verbeteren. Radama's opvolgster Ranavalona I sloot de grenzen voor de Europeanen en verbood in 1835 het christendom. Na haar dood in 1861 besteeg haar liberale zoon Radama II de troon. Hij herstelde de godsdienstvrijheid en de verbroken banden met Europa. Uiteindelijk werd het christendom in 1869 de officiële religie van het koninkrijk Madagaskar.

thumb|Affiche van de overwinning van Frankrijk op Madagaskar Geleidelijk aan begon Frankrijk zich steeds meer te bemoeien met de wijze waarop de Merina het land bestuurden. In 1894 eiste Frankrijk dat koningin Ranavalona III zou aftreden. Dit werd geweigerd, waarop Frankrijk Madagaskar de oorlog verklaarde. Madagaskar werd op 30 september 1895 ingenomen en werd in 1896 een kolonie van Frankrijk. Hiermee hield het koninkrijk Madagaskar op te bestaan. Encyclopædia Britannica: Merina (people). Gearchiveerd op 11 juni 2015.

De Franse kolonisatie en volgende jaren In de jaren van de Franse kolonisatie trokken veel Franse ingenieurs naar Madagaskar en verbeterden er de infrastructuur. Hiervoor gebruikten ze goedkope contractarbeiders die ze uit China, India en Italië over lieten komen. Veel van deze arbeiders vestigden zich er permanent. , Freedom, labour, and loyality (2002, Berkeley: University of California Press) De verbeteringen die Frankrijk aanbracht in de infrastructuur, het onderwijs en andere zaken wogen echter niet op tegen het verlangen naar vrijheid van de Malagassiërs. Dit was vooral het geval bij de kustbewoners; zij verdachten de Fransen ervan dat ze de hooglanders meer vrijheid en invloed gaven. Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Frankrijk Malagassische mannen de dienstplicht op, waarop de drang van onafhankelijkheid nog meer groeide. Overal in Madagaskar ontstonden tijdens de Tweede Wereldoorlog rellen als de Malagassiërs alweer voor Frankrijk moesten opdraven, deze keer door hen dwangarbeid op te leggen om zo het leger te kunnen bekostigen. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleven de Malagassiërs onrustig, ze wilden meer dan ooit hun onafhankelijkheid en begonnen zich te bewapenen. In 1947 begon de Malagassische Opstand en Malagassiërs begonnen Franse kolonisten te vermoorden. Frankrijk stuurde versterkingen naar Madagaskar en tienduizenden Malagassiërs werden daarop gedood. , The Malagasy Republic: Madagascar Today (Stanford University Press, 1965) Uiteindelijk gaf Frankrijk toe aan de vele protesten en op 20 juni 1960 werd Madagaskar een onafhankelijke republiek. Wrijvingen tussen de hooglanders en kustbewoners bestaan echter nog steeds. In de loop der jaren hebben veel kustbewoners een aversie ontwikkeld tegen de Merina en de westerse invloeden die deze in het verleden introduceerden.

Etniciteit